diff --git a/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/kernelconfig/chapter.sgml b/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/kernelconfig/chapter.sgml
index 4400cd3903..971bb54aa7 100644
--- a/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/kernelconfig/chapter.sgml
+++ b/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/kernelconfig/chapter.sgml
@@ -1,1689 +1,1689 @@
JimMockBijgewerkt en opnieuw gestructureerd door JakeHambyOorspronkelijk bijgedragen door RenéLadanVertaald door De &os;-kernel instellenSamenvattingkerneleen aangepaste kernel bouwenDe kernel is de kern van het &os;-besturingssysteem en is
verantwoordelijk voor het geheugenbeheer, het opleggen van
beveiligingsregels, het aansturen van het netwerk, de toegang tot
schijven en nog veel meer. Hoewel steeds meer in &os; dynamisch
instelbaar wordt, is het af en toe nodig om de kernel opnieuw in
te stellen en te compileren.Na het lezen van dit hoofdstuk weet de lezer:Waarom het nodig is om een aangepaste kernel te bouwen;
Hoe een nieuw kernelinstellingenbestand te schrijven of
een bestaand kernelinstellingenbestand aan te passen;Hoe het kernelinstellingenbestand te gebruiken om een
nieuwe kernel aan te maken en te bouwen;Hoe een nieuwe kernel te installeren;Hoe problemen op te lossen als er iets verkeerd gaat.
Alle opdrachten die in dit hoofdstuk als voorbeeld zijn
gegeven moeten als root uitgevoerd worden om
te slagen.Redenen om een aangepaste kernel te bouwenTraditioneel heeft &os; zoals dat heet een
monolitische kernel gehad. Dit betekent dat de
kernel één groot programma was, een vaste lijst
van apparaten ondersteunde en als het gewenst was om het gedrag
van de kernel te veranderen, moest er een nieuwe kernel
gecompileerd worden en moest daarna de computer opnieuw gestart
worden met de nieuwe kernel.Vandaag de dag beweegt &os; zich snel naar een model waar
veel van de functionaliteit van de kernel in modules zit die
dynamisch in en uit de kernel kunnen worden geladen, naargelang
dat noodzakelijk is. Dit stelt de kernel in staat om zich aan
nieuwe hardware aan te passen die plotseling beschikbaar komt
(zoals PCMCIA-kaarten in een laptop) of om nieuwe functionaliteit
in zich op te nemen die niet noodzakelijk was toen de kernel
oorspronkelijk werd gecompileerd. Dit staat bekend als een
modulaire kernel.Desondanks is het nog steeds nodig om enkele dingen van de
kernel statisch in te stellen. In sommige gevallen komt dit
doordat de functionaliteit zo diep geworteld zit in de kernel dat
het niet dynamisch laadbaar gemaakt kan worden. In andere
gevallen kan het simpelweg komen doordat nog niemand de tijd
heeft genomen om een dynamisch laadbare kernelmodule voor die
functionaliteit te schrijven.Het bouwen van een aangepaste kernel is een van de meest
belangrijke beproevingen die geavanceerde BSD-gebruikers moet
doorstaan. Hoewel dit proces veel tijd in beslag neemt, levert
het veel voordelen op voor een &os; systeem. In tegenstelling
tot de GENERIC-kernel, die vele typen
hardware moet ondersteunen, ondersteunt een aangepaste kernel
alleen de hardware van de computer waar hij voor gemaakt is. Dit
biedt een aantal voordelen, zoals:Een snellere opstarttijd. Aangezien de kernel alleen de
hardware zoekt die zich in het systeem bevindt, kan de tijd
die het systeem nodig heeft om op te starten aanzienlijk
korter worden;Minder geheugengebruik. Een aangepaste kernel gebruikt
vaak minder geheugen dan de
GENERIC-kernel door ongebruikte mogelijkheden
en apparaatstuurprogramma's weg te laten. Dit is van belang
aangezien de kernelcode altijd in het fysieke geheugen aanwezig
blijft, waardoor dit geheugen niet door applicaties gebruikt kan
worden. Om deze reden is een aangepaste kernel geknipt
voor een systeem met een kleine hoeveelheid RAM;Aanvullende hardware-ondersteuning. Een aangepaste
kernel kan ingebouwde ondersteuning bieden voor apparaten die
zich niet in de GENERIC-kernel bevinden,
zoals geluidskaarten.TomRhodesGeschreven door De systeemhardware vindenAlvorens in de kernelconfiguratie te duiken, zou het
verstandig zijn om een inventarisatie van de hardware van de
machine te maken. In het geval dat &os; niet het primaire
besturingssysteem is, kan de inventarisatielijst eenvoudig worden
gemaakt door de configuratie van het huidige besturingssysteem te
bekijken. De Device Manager van
µsoft; bijvoorbeeld bevat normaliter belangrijke informatie
over geïnstalleerde apparaten. De Device
Manager bevindt zich in het controlepaneel.Sommige versies van µsoft.windows; hebben een icoon
System dat een scherm weer zal geven
waarmee Device Manager kan worden
benaderd.Als er geen ander besturingssysteem op de machine staat, moet
de beheerder deze informatie handmatig vinden. Eén manier
is om de gereedschappen &man.dmesg.8; en &man.man.1; te gebruiken.
De meeste apparaatstuurprogramma's van &os; hebben een
handleiding, die de ondersteunde hardware noemen, en tijdens het
opstarten wordt gevonden hardware getoond. De volgende regels
geven bijvoorbeeld aan dat het stuurprogramma voor
psm een muis heeft gevonden:psm: <PS/2 Mouse> irq 12 on atkbdc0
psm0: [GIANT-LOCKED]
psm0: [ITHREAD]
psm0: model Generic PS/2 mouse, device ID 0Dit stuurprogramma zal in het eigen kernelinstellingenbestand
opgenomen moeten worden of worden geladen met &man.loader.conf.5;.
Soms geven de gegevens van dmesg alleen de
systeemboodschappen weer in plaats van de uitvoer van de
opstartonderzoeken. In deze gevallen kan de uitvoer worden
verkregen door het bestand
/var/run/dmesg.boot te bekijken.Een andere methode om hardware te vinden is door
&man.pciconf.8; te gebruiken welke meer gedetailleerde uitvoer
geeft. Bijvoorbeeld:ath0@pci0:3:0:0: class=0x20000 card=0x058a1014 chip=0x1014168c rev=0x01 hdr=0x00
vendor = 'Atheros Communications Inc.'
device = 'AR5212 Atheros AR5212 802.11abg wireless'
class = network
subclass = ethernetDit beetje uitvoer, verkregen met
pciconf geeft aan dat het
stuurprogramma ath een draadloos
Ethernetapparaat heeft gevonden. Het gebruik van
man ath zal de
handleiding voor &man.ath.4; teruggeven.Wanneer de vlag aan &man.man.1; wordt
gegeven kan deze nuttige informatie geven. Met het bovenstaande
kan dit gedaan worden:&prompt.root; man -k Atherosom een lijst handleidingen te krijgen die dat ene woord
bevatten:ath(4) - Atheros IEEE 802.11 wireless network driver
ath_hal(4) - Atheros Hardware Access Layer (HAL)Gewapend met een inventarisatielijst van de hardware zou het
proces van het bouwen van een eigen kernel minder angstaanjagend
moeten lijken.Kernel stuurprogramma's, subsystemen, en moduleskernelstuurprogramma's / modules / subsystemenBekijk, voordat er een eigen kernel gebouwd wordt, de redenen
om dit te doen. Als er de noodzaak is voor specifieke
hardwareondersteuning, kan dit reeds beschikbaar zijn als een
module.Kernelmodules staan in de map /boot/kernel en kunnen dynamisch in
de draaiende kernel worden geladen met &man.kldload.8;. De
meeste, als niet alle, kernelstuurprogramma's hebben een
specifieke module en een handleiding. De laatste sectie merkte
bijvoorbeeld het draadloze Ethernetstuurprogramma
ath op. Van dit stuurprogramma staat de
volgende informatie in de handleiding:Plaats de volgende regel in &man.loader.conf.5; om
het stuurprogramma tijdens het opstarten als een module te laden:
if_ath_load="YES"Zoals aangegeven, zal het toevoegen van de regel
if_ath_load="YES" aan
/boot/loader.conf deze module dynamisch
laden tijdens het opstarten.In sommige gevallen is er geen geassocieerde module. Dit
geldt het vaakst voor bepaalde subsystemen en zeer belangrijke
stuurprogramma's, het fast file system (FFS)
bijvoorbeeld is een verplichte optie in de kernel, net zoals
netwerkondersteuning (INET). Helaas is de enige manier om te zien
of een stuurprogramma nodig is naar de module zelf zoeken.Het is nogal eenvoudig om ingebouwde ondersteuning voor een
apparaat of optie te verwijderen en met een kapotte kernel
opgezadeld te zitten. Als bijvoorbeeld het stuurprogramma
&man.ata.4; uit het kernelinstellingenbestand gehaald wordt,
zal een systeem dat ATA
schijfstuurprogramma's gebruikt niet opstarten zonder een regel
aan loader.conf toe te voegen. Kijk bij
twijfel of de module aanwezig is en laat ondersteuning dan
gewoon in de kernel.Bouwen en installeren van een aangepaste kernelkernelbouwen / installerenEerst wordt er een overzicht gegeven van de mappen waarin de
kernel gebouwd wordt. Alle genoemde mappen staan onder de map
/usr/src/sys, die ook toegankelijk is via
de padnaam /sys. Er zijn hier een aantal
mappen aanwezig die de verschillende delen van de kernel
representeren, maar de meest belangrijke hiervan zijn
arch/conf, waarin
de kernelinstellingen bewerkt worden en
compile, waarin de aangepaste kernel gebouwd
wordt. arch representeert hier
één van i386,
alpha, amd64,
ia64, powerpc,
sparc64 of pc98 (een
alternatieve ontwikkelingstak van PC-hardware die populair is in
Japan). Alles binnen de map van een bepaalde architectuur is er
alleen voor die architectuur. De rest van de code is
machine-onafhankelijk en hetzelfde op alle platformen waarnaar
&os; eventueel overgezet kan worden. De indeling van de
mapstructuur is logisch: alle ondersteunde apparaten,
bestandssystemen en opties staan in een eigen submap.Dit hoofdstuk veronderstelt dat de i386-architectuur in de
voorbeelden gebruikt wordt. Als dit voor de lezer anders is,
moeten de juiste aanpassingen aan de padnamen worden gemaakt voor
de architectuur van zijn systeem.Als de map /usr/src/sysniet aanwezig is op een systeem, dan is de
kernelbroncode niet geïnstalleerd. De eenvoudigste manier
om dit te doen is door sysinstall te draaien
als root en
Configure, dan
Distributions, dan
src, dan
base en
sys te kiezen. Als
sysinstall ongewenst is en er toegang
is tot een officiële &os; CD-ROM, is de
broncode ook vanaf de opdrachtregel te installeren:&prompt.root; mount /cdrom
&prompt.root; mkdir -p /usr/src/sys
&prompt.root; ln -s /usr/src/sys /sys
&prompt.root; cat /cdrom/src/sys.[a-d]* | tar -xzvf -
&prompt.root; cat /cdrom/src/sbase.[a-d]* | tar -xzvf -Daarna kan vanuit de map
arch/conf het
instellingenbestand GENERIC naar de naam
voor de aangepaste kernel gekopieerd worden. Bijvoorbeeld:&prompt.root; cd /usr/src/sys/i386/conf
&prompt.root; cp GENERIC MIJNKERNELTraditioneel bestaat deze naam geheel uit hoofdletters en als
er meerdere &os;-machines worden beheerd met verschillende
hardware is het een goed idee om het te vernoemen naar de
hostnaam van de machine. Omwille van dit voorbeeld wordt het
MIJNKERNEL
genoemd.Het kernelinstellingenbestand direct onder
/usr/src opslaan kan een slecht idee zijn.
In geval van problemen kan het verleidelijk zijn om
/usr/src te verwijderen en opnieuw te
beginnen. Nadat dit gedaan is kost het vaak maar enkele
seconden om te realiseren dat het instellingenbestand voor de
aangepaste kernel verwijderd is. Ook moet
GENERIC niet gewijzigd worden, omdat het
tijdens de volgende keer dat de broncodeboom bijgewerkt
wordt, overschreven kan worden waarbij de wijzigingen
in de kernelinstellingen verloren gaan.Het kan gewenst zijn om het kernelinstellingenbestand
ergens anders op te slaan en een symbolische link naar het
bestand in de map
i386 aan te
maken:&prompt.root; cd /usr/src/sys/i386/conf
&prompt.root; mkdir /root/kernels
&prompt.root; cp GENERIC /root/kernels/MIJNKERNEL
&prompt.root; ln -s /root/kernels/MIJNKERNELNu moet
MIJNKERNEL met de
favoriete tekstverwerker bewerkt worden. Voor beginners is
waarschijnlijk alleen de tekstverwerker
vi beschikbaar, die te ingewikkeld is
om hier te beschrijven, maar goed is beschreven in vele boeken in
de bibliografie. &os; biedt
ook de eenvoudigere tekstverwerker ee,
die voor een beginner de keuze bij uitstek is. De
commentaarregels in het begin kunnen gewijzigd worden om de
persoonlijke instellingen of de veranderingen die gemaakt zijn ten
opzichte van GENERIC weer te geven.&sunos;Voor degenen die een kernel op &sunos; of een andere BSD
hebben gebouwd zal veel van dit bestand bekend voorkomen.
Echter, voor degenen die van een ander besturingssysteem zoals
DOS komen, kan het instellingenbestand
GENERIC overdonderend overkomen, dus moeten
de beschrijvingen in de sectie Het Instellingenbestand
zorgvuldig opgevolgd worden.Als de broncodeboom
gesynchroniseerd is met de nieuwste broncode van het
&os;-project, moet altijd
/usr/src/UPDATING gelezen worden voordat
enige bijwerkstappen worden genomen. Dit bestand beschrijft
alle belangrijke zaken en gebieden binnen de broncodestructuur
die speciale aandacht nodig hebben.
/usr/src/UPDATING komt altijd overeen met
de lokale versie van de &os;-broncode en is daarom meer
bijgewerkt met nieuwe informatie dan dit handboek.Nu moet de broncode voor de kernel gecompileerd worden.Een kernel bouwenGa naar de map /usr/src:&prompt.root; cd /usr/srcCompileer de kernel:&prompt.root; make buildkernel KERNCONF=MIJNKERNELInstalleer de nieuwe kernel:&prompt.user; make installkernel KERNCONF=MIJNKERNELDe volledige broncode van &os; is nodig om de kernel te
bouwen.Bij het bouwen van een aangepaste kernel worden standaard
alle kernelmodules ook herbouwd. Om de
kernel sneller bij te werken en alleen de aangepaste modules
te bouwen kan /etc/make.conf aangepast
worden voordat de kernel wordt gebouwd:MODULES_OVERRIDE = linux acpi sound/sound sound/driver/ds1 ntfsMet deze variabele wordt een lijst van te bouwen modules
ingesteld die gebouwd moeten worden in plaats van allen.
- WITHOUT_MODULES = linux acpi sound/sound sound/driver/ds1 ntfs
+ WITHOUT_MODULES = linux acpi sound ntfs
- Deze variabele stelt een lijst in van modules die moeten
- worden uitgesloten van het bouwproces. Andere variabelen die
- mogelijk ook nuttig zijn in het proces van het bouwen van een
+ Deze variabele stelt een lijst in van modules op het topniveau
+ die moeten worden uitgesloten van het bouwproces. Andere variabelen
+ die mogelijk ook nuttig zijn in het proces van het bouwen van een
kernel staan beschreven in de handleiding voor
&man.make.conf.5;./boot/kernel.oldDe nieuwe kernel wordt naar de map /boot/kernel gekopieerd als
/boot/kernel/kernel en de oude kernel wordt
verplaatst naar /boot/kernel.old/kernel. Nu
moet het systeem afgesloten worden en opnieuw worden opgestart om
gebruik te maken van de nieuwe kernel. Er zijn wat instructies
voor problemen
oplossen aan het einde van dit hoofdstuk, die erg nuttig
kunnen zijn als er iets misgaat. Vergeet niet om het gedeelte te
lezen waarin staat uitgelegd hoe te herstellen als de nieuwe
kernel niet
opstart.Andere bestanden die te maken hebben met het opstartproces,
zoals de boot &man.loader.8; en instellingen worden opgeslagen
in /boot. Modules van derde partijen of
eigen modules kunnen in /boot/kernel opgeslagen worden,
alhoewel gebruikers erop bedacht moeten zijn dat het erg
belangrijk is dat de modules synchroon worden gehouden met de
gecompileerde kernel. Modules die niet bedoeld zijn om met de
gecompileerde kernel te draaien kunnen voor instabiliteit of
onjuistheden zorgen.JoelDahlBijgewerkt voor &os; 6.X door Het instellingenbestandkernelNOTESNOTESkernelinstellingenbestandHet algemene formaat van een instellingenbestand is vrij
eenvoudig. Elke regel bevat een sleutelwoord en
één of meer argumenten. Omwille van de eenvoud
bevatten de meeste regels maar één argument. Alles
wat na een # komt, wordt als commentaar
beschouwd en genegeerd. De volgende gedeelten beschrijven elk
sleutelwoord, in het algemeen in dezelfde volgorde als
GENERIC, alhoewel sommige samenhangende
sleutelwoorden gegroepeerd zijn in een enkel gedeelte (zoals
Netwerken) zelfs al staan ze verspreid in het bestand
GENERIC.
Een uitputtende lijst van architectuurafhankelijke opties en
apparaten staat in het bestand NOTES, dat in
dezelfde map staat als het bestand GENERIC.
Architectuuronafhankelijke opties staan in
/usr/src/sys/conf/NOTES.Sinds &os; 5.0 is er een nieuwe directief
include beschikbaar om te gebruiken in
instellingenbestanden. Hiermee kan een ander instellingenbestand logisch
in het huidige worden opgenomen, waardoor het eenvoudig wordt om kleine
veranderingen relatief aan een bestaand bestand te onderhouden. Als u
bijvoorbeeld een GENERIC kernel nodig heeft met
slechts een klein aantal aanvullende opties of stuurprogramma's, hoeft u
hiermee slechts een delta ten opzichte van GENERIC te onderhouden:include GENERIC
ident MIJNKERNEL
options IPFIREWALL
options DUMMYNET
options IPFIREWALL_DEFAULT_TO_ACCEPT
options IPDIVERTVeel beheerders zullen aanzienlijke voordelen in dit model zien
vergeleken met de vroegere gewoonte om instellingenbestanden vanuit het
niets te schrijven: het lokale instellingenbestand zal alleen lokale
verschillen uitdrukken ten opzichte van een GENERIC
kernel en wanneer upgrades worden uitgevoerd zullen nieuwe mogelijkheden
die aan GENERIC zijn toegevoegd ook aan de lokale
kernel worden toegevoegd tenzij dit expliciet verhinderd wordt met
nooptions of nodevice. De rest van
dit hoofdstuk behandelt de inhoud van een typisch instellingenbestand en
de verschillende rollen die opties en apparaten spelen.Draai het volgende commando als root om
een bestand te bouwen dat alle beschikbare opties bevat, wat
normaliter voor testdoeleinden gedaan wordt:&prompt.root; cd /usr/src/sys/i386/conf && make LINTkernelinstellingenbestandHet volgende is een voorbeeld van het
kernelinstellingenbestand GENERIC met
aanvullend commentaar omwille van de helderheid. Dit voorbeeld
is redelijk gelijk aan de versie in
/usr/src/sys/i386/conf/GENERIC.kerneloptiesmachinemachine i386Dit is de architectuur van de machine. Het moet
één van alpha,
amd64, i386,
ia64, pc98,
powerpc of sparc64
zijn.kerneloptiescpucpu I486_CPU
cpu I586_CPU
cpu I686_CPUBovenstaande optie geeft het type CPU aan dat in een systeem
zit. De CPU-regel kan meerdere keren voorkomen (als bijvoorbeeld
onbekend is of I586_CPU of
I686_CPU gebruikt moet worden), maar voor een
aangepaste kernel is het beter om alleen de aanwezige CPU aan te
geven. Als er twijfel bestaat over het type CPU, kan het bestand
/var/run/dmesg.boot worden bekeken voor de
opstartberichten.kerneloptiesidentident GENERICDit is de identificatie van de kernel. Dit moet veranderd
worden in de naam van de kernel, dus
MIJNKERNEL als de
instructies van de voorgaande voorbeelden gevolgd zijn. De waarde
in de string ident wordt afgebeeld wanneer de
kernel opstart, dus is het handig om de nieuwe kernel een andere
naam te geven als deze apart moet worden gehouden van de
gebruikelijke kernel (als er bijvoorbeeld een experimentele kernel
gebouwd wordt).#Om apparaatbindingen statisch in te compileren in plaats van via /boot/device.hints.
#hints "GENERIC.hints" # Standaardlocatie voor devices.&man.device.hints.5; wordt gebruikt om opties van de
programma's die de apparaten aansturen in te stellen. De
standaardplaats die &man.loader.8; controleert tijdens het
opstarten is /boot/device.hints. Met de
optie hints is het mogelijk om deze
aanwijzingen statisch in de kernel te compileren, waardoor er
geen noodzaak is om een bestand device.hints
in /boot aan te maken.makeoptions DEBUG=-g # Bouw kernel met gdb(1) debugsymbolen.Het normale bouwproces van &os; voegt debuginformatie toe
wanneer de kernel met de optie gebouwd wordt,
wat debuginformatie doorgeeft aan &man.gcc.1;.options SCHED_ULE # ULE taakplannerDe standaard taakplanner voor &os;. Laat dit staan.options PREEMPTION # Zet kernelthreadpreëmptie aanSta toe dat threads in de kernel worden gepreëmpt door
threads met een hogere prioriteit. Het help bij interactiviteit
en staat toe dat interruptthreads eerder draaien in plaats van te
moeten wachten.options INET # internetwerkenNetwerkondersteuning. Laat dit aanstaan, zelfs als een
verbinding met een netwerk niet gepland is. De meeste
programma's hebben tenminste een teruglusnetwerk nodig (dat wil
zeggen het maken van netwerkverbindingen binnen de PC), dus dit
is eigenlijk verplicht.options INET6 # IPv6 communicatieprotocollenDit zet de IPv6-communicatieprotocollen aan.options FFS # Berkeley Fast BestandssysteemDit is het basisbestandssysteem voor de harde schijf. Laat
dit erin staan als er vanaf de harde schijf wordt
opgestart.options SOFTUPDATES # Schakel FFS Softupdates ondersteuning inDeze optie zet softupdates in de kernel aan en helpt om de
schijftoegang voor schrijven te verhogen. Zelfs als deze
functionaliteit door de kernel geleverd wordt, moet die voor
specifieke schijven worden aangezet. Bekijk de uitvoer van
&man.mount.8; om te zien of softupdates aanstaat voor de
systeemschijven. Als de optie soft-updates
niet zichtbaar is, dient deze geactiveerd te worden met behulp
van &man.tunefs.8; voor bestaande bestandssystemen of
&man.newfs.8; voor nieuwe bestandssystemen.options UFS_ACL # Ondersteuning voor toegangscontrolelijstenMet deze optie wordt de ondersteuning voor
toegangscontrolelijsten aangezet. Hiervoor zijn uitgebreide
attributen en UFS2 nodig. Een en ander wordt
in detail beschreven in .
ACL's staan standaard aan en moeten niet
uitgezet worden in de kernel als ze al eerder op een
bestandssysteem zijn gebruikt, omdat dit de
toegangscontrolelijsten verwijdert en hierdoor de manier waarop
bestanden beschermd worden op onvoorspelbare wijze verandert.
options UFS_DIRHASH # Verbeter prestaties in grote mappenDeze optie bevat functionaliteit om schijfoperaties op grote
mappen te versnellen, ten koste van extra geheugen. Deze staat
normaalgesproken, zoals voor een grote server of interactief
werkstation, aan en wordt uitgezet als &os; op een kleiner
systeem wordt gebruikt waar geheugen het belangrijkste en
schijfsnelheid minder belangrijk is, zoals voor een
firewall.options MD_ROOT # MD is een potentieel rootapparaatDeze optie zet ondersteuning aan voor een virtuële
schijf die in het geheugen wordt geïmplementeerd en als
rootapparaat wordt gebruikt.kerneloptiesNFSkerneloptiesNFS_ROOToptions NFSCLIENT # Netwerk Bestandssysteem Client
options NFSSERVER # Netwerk Bestandssysteem Server
options NFS_ROOT # NFS bruikbaar als /, NFSCLIENT nodigHet netwerkbestandssysteem. Dit kan weggelaten worden tenzij
er gepland is om partities te aan te koppelen van een &unix;
bestandsserver over TCP/IP.kerneloptiesMSDOSFSoptions MSDOSFS # MSDOS BestandssysteemHet &ms-dos; bestandssysteem. Dit kan veilig weggelaten
worden, tenzij er gepland is om een DOS-geformatteerde partitie
van de harde schijf tijdens het opstarten aan te koppelen. Het
wordt automatisch geladen als er voor de eerste keer een
DOS-partitie wordt aangekoppeld, zoals boven beschreven.
Bovendien geeft de uitstekende software emulators/mtools toegang tot
DOS-floppies zonder dat ze aangekoppeld en afgekoppeld moeten
worden en heeft het MSDOSFS helemaal niet
nodig.options CD9660 # ISO 9660 BestandssysteemHet ISO 9960-bestandssysteem voor CD-ROMs. Commentarieer dit
uit als er geen CD-ROM drive aanwezig is of als er slechts af en
toe gegevens-CD-ROMs aangekoppeld worden (aangezien het dynamisch
geladen wordt als er voor de eerste keer een gegevens-CD-ROM
aangekoppeld wordt). Audio-CD's hebben dit bestandssysteem niet
nodig.options PROCFS # Procesbestandssysteem (vereist PSEUDOFS)Het procesbestandssysteem. Dit is een als-of
bestandssysteem, aangekoppeld op /proc, dat
programma's als &man.ps.1; in staat stelt om meer informatie over
de draaiende processen te geven. Het is in de meeste
omstandigheden niet nodig om PROCFS te
gebruiken, omdat de meeste debug- en monitorgereedschappen zijn
aangepast om zonder PROCFS te draaien:
installaties koppelen dit bestandssysteem standaard niet aan.
options PSEUDOFS # Pseudo-bestandssysteem raamwerk6.X kernels die PROCFS gebruiken moeten ook
ondersteuning voor PSEUDOFS opnemen.options GEOM_GPT # GUID Partitietabellen.Met deze optie kan een groot aantal partities op een enkele
schijf aanwezig zijn.options COMPAT_43 # Compatibel met BSD 4.3 [ERIN HOUDEN!]Compatibiliteit met 4.3BSD. Laat dit aanstaan. Sommige
programma's gedragen zich vreemd als dit uitgecommentarieerd
wordt.options COMPAT_FREEBSD4 # Compatibel met &os; 4Deze optie is nodig op &os; 5.X &i386; en Alpha systemen
om ondersteuning te bieden aan applicaties die gecompileerd zijn
op oudere versies van &os; en gebruik maken van oudere
systeemaanroep-interfaces. Het is aanbevolen dat deze optie
gebruikt wordt op alle &i386; en Alpha systemen die mogelijk
oudere applicaties draaien. Voor platformen die pas in 5.X
ondersteuning verwierven, zoals ia64 en &sparc64;, is deze optie
niet nodig.options COMPAT_FREEBSD5 # Compatibel met &os;5Deze optie is vereist in &os; 6.X en hoger om
toepassingen die op &os; 5.X zijn gecompileerd en
systeemaanroepinterfaces van &os; 5.X gebruiken te
ondersteunen.options SCSI_DELAY=5000 # Vertraging (in ms) voordat SCSI wordt ondergezocht.Dit zorgt ervoor dat de kernel vijf seconden wacht voordat die
elk SCSI-apparaat in het systeem onderzoekt. Als er alleen
IDE-harde schijven zijn, kan deze optie genegeerd worden, anders
kan geprobeerd worden dit getal te verlagen, om het opstarten te
versnellen. Uiteraard moet deze waarde weer verhoogd worden als
&os; problemen heeft om de SCSI-apparaten te herkennen.options KTRACE # ktrace(1) ondersteuningDit schakelt kernelondersteuning voor het volgen processen
in, wat handig is tijdens debuggen.options SYSVSHM # SYSV-stijl gedeeld geheugenDeze optie biedt System V gedeeld geheugen. Meestal
wordt dit wegens de XSHM-uitbreiding in X gebruikt, waar door
vele grafische programma's automatisch gebruik van wordt gemaakt
voor extra snelheid. Als X gebruik wordt, is het raadzaam om dit
op te nemen.options SYSVMSG # SYSV-stijl berichtwachtrijenDit biedt ondersteuning voor System V berichten. Ook
deze optie voegt slechts een paar honderd bytes aan de kernel
toe.options SYSVSEM # SYSV-stijl semaforenDit biedt ondersteuning voor System V semaforen. Het
wordt minder vaak gebruikt, maar voegt slechts een paar honderd
bytes aan de kernel toe.De optie van het commando &man.ipcs.1;
geeft een lijst van alle processen die een van deze
System V faciliteiten gebruikt.options _KPOSIX_PRIORITY_SCHEDULING # POSIX P1003_1B real-time extensiesDit biedt real-time-uitbreidingen die in de 1993 &posix; zijn
toegevoegd. Bepaalde applicaties in de Portscollectie gebruiken
deze (zoals &staroffice;).options KBD_INSTALL_CDEV # installeer een CDEV-ingang in /devDeze optie is nodig om apparaatknooppunten voor het
toetsenbord aan te maken in /dev.options ADAPTIVE_GIANT # Giant mutex is adaptief.Giant is de naam van een wederzijds uitsluitingsmechanisme
(een sleep mutex) dat een grote verzameling kernelbronnen
beschermt. Vandaag de dag is dit een onacceptabele
prestatie-bottleneck die actief door sloten wordt vervangen die
individuele bronnen beschermen. De optie
ADAPTIVE_GIANT zorgt ervoor dat Giant in de
verzamelingen van mutexen wordt opgenomen waar actief wordt
opgespind. Dit betekent dat wanneer een thread de Giant-mutex
wil nemen, maar die reeds door een thread op een andere CPU
genomen is, de eerste thread blijft draaien en wacht tot er een
slot vrijkomt. Normaalgesproken zou de thread weer gaan slapen
en wachten op de volgende kans om te draaien. Laat dit er in
geval van twijfel instaan.Merk op dat in &os; 8.0-CURRENT en later alle mutexen
standaard adaptief zijn, tenzij ze expliciet op niet-adaptief
zijn gezet door met de optie
NO_ADAPTIVE_MUTEXES te compileren. Een
gevolg is dat Giant nu standaard adaptief is, en dat de optie
ADAPTIVE_GIANT uit de kernelinstellingen is
verwijderd.kerneloptiesSMPdevice apic # I/O APICHet apic-apparaat zet de ondersteuning voor I/O-APIC voor het
afleveren van interrupts aan. Het apic-apparaat kan zowel in UP-
als in SMP-kernels gebruikt worden, maar is noodzakelijk voor
SMP-kernels. Voeg options SMP toe om
ondersteuning voor meerdere processoren op te nemen.Het apic-apparaat bestaat alleen in de i386-architectuur,
deze instelregel dient niet op andere architecturen gebruikt te
worden.device eisaNeem dit op voor een EISA-moederbord. Dit zet ondersteuning
voor zelfdetectie en -instelling aan voor alle apparaten op de
EISA-bus.device pciNeem dit op voor een PCI-moederbord. Dit zet ondersteuning
voor zelfdetectie van PCI-kaarten en gatewaying van
PCI-naar-ISA-bus aan.# Floppy drives
device fdcDit is de controller voor de floppydrive.# ATA- en ATAPI-apparaten
device ataDit stuurprogramma biedt ondersteuning aan alle ATA- en
ATAPI-apparaten. Er is slechts één device
ata-regel nodig om de kernel alle PCI
ATA/ATAPI-apparaten te laten ontdekken op moderne
machines.device atadisk # ATA schijvenDit is samen met device ata nodig voor ATA
schijven.device ataraid # ATA RAID schijvenDit is samen met device ata nodig voor ATA
RAID-schijven.
device atapicd # ATAPI CD-ROM drivesDit is samen met device ata nodig voor
ATAPI CD-ROM drives.device atapifd # ATAPI floppy drivesDit is samen met device ata nodig voor
ATAPI floppydrives.device atapist # ATAPI tape drivesDit is samen met device ata nodig voor
ATAPI tapedrives.options ATA_STATIC_ID # Statische apparaatnummeringDit zorgt ervoor dat de controller statisch nummert. Zonder
deze optie worden nummers dynamisch toegewezen.# SCSI Controllers
device ahb # EISA AHA1742 familie
device ahc # AHA2940 en onboard AIC7xxx apparaten
options AHC_REG_PRETTY_PRINT # Print registerbitvelden in
# debuguitvoer. Voegt ~128k
# aan stuurprogramma toe.
device ahd # AHA39320/29320 en onboard AIC79xx apparaten
options AHD_REG_PRETTY_PRINT # Print registerbitvelden in
# debuguitvoer. Voegt ~215k
# aan stuurprogramma toe.
device amd # AMD 53C974 (Teckram DC-390(T))
device isp # Qlogic familie
#device ispfw # Firmware voor QLogic HBAs- normaliter een module
device mpt # LSI-Logic MPT-Fusion
#device ncr # NCR/Symbios Logic
device sym # NCR/Symbios Logic (nieuwere chipsets + die van `ncr')
device trm # Tekram DC395U/UW/F DC315U adapters
device adv # Advansys SCSI adapters
device adw # Advansys wide SCSI adapters
device aha # Adaptec 154x SCSI adapters
device aic # Adaptec 15[012]x SCSI adapters, AIC-6[23]60.
device bt # Buslogic/Mylex MultiMaster SCSI adapters
device ncv # NCR 53C500
device nsp # Workbit Ninja SCSI-3
device stg # TMC 18C30/18C50SCSI controllers. Commentarieer de regels uit voor apparaten
die niet in het systeem aanwezig zijn. Als het een systeem met
alleen IDE apparaten betreft, kunnen ze allemaal weggelaten
worden. De regels met *_REG_PRETTY_PRINT zijn
debugopties voor hun respectievelijke stuurprogramma's.# SCSI randapparaten
device scbus # SCSI bus (nodig voor SCSI)
device ch # SCSI media changers
device da # Direct Access (schijven)
device sa # Sequential Access (tape, enzovoort)
device cd # CD
device pass # Passthrough apparaat (directe SCSI-toegang)
device ses # SCSI Omgevingsdiensten (en SAF-TE)SCSI-aanhangsels. Ook hier geldt dat apparaten die niet
aanwezig zijn uitgecommentarieerd kunnen worden, of als alleen
IDE-hardware aanwezig aanwezig is, ze allemaal weggelaten kunnen
worden.Het USB-stuurprogramma &man.umass.4; en enkele andere
stuurprogramma's gebruiken het SCSI-subsysteem, alhoewel ze
geen echte SCSI-apparaten zijn. Daarom mag SCSI-ondersteuning
niet verwijderd worden als dit soort stuurprogramma's in de
kernelinstellingen worden opgenomen.# RAID controllers met interfaces naar het SCSI subsysteem
device amr # AMI MegaRAID
device arcmsr # Areca SATA II RAID
device asr # DPT SmartRAID V, VI en Adaptec SCSI RAID
device ciss # Compaq Smart RAID 5*
device dpt # DPT Smartcache III, IV - Zie NOTES voor opties
device hptmv # Highpoint RocketRAID 182x
device rr232x # Highpoint RocketRAID 232x
device iir # Intel Integrated RAID
device ips # IBM (Adaptec) ServeRAID
device mly # Mylex AcceleRAID/eXtremeRAID
device twa # 3ware 9000 series PATA/SATA RAID
# RAID controllers
device aac # Adaptec FSA RAID
device aacp # SCSI passthrough voor aac (heeft CAM nodig)
device ida # Compaq Smart RAID
device mfi # LSI MegaRAID SAS
device mlx # Mylex DAC960 famile
device pst # Promise Supertrak SX6000
device twe # 3ware ATA RAIDOndersteunde RAID-controllers. Als een van deze niet
aanwezig is, kan deze uitgecommentarieerd of verwijderd
worden.# atkbdc0 bestuurt het toetsenbord en de PS/2 muis
device atkbdc # AT toetsenbordcontrollerDe toetsenbordcontroller (atkbdc) biedt
I/O-diensten aan voor het AT-toetsenbord en het PS/2-type van
aanwijsapparaten. Deze controller is noodzakelijk voor het
toetsenbordstuurprogramma (atkbd) en het
PS/2-aanwijsapparaatstuurprogramma
(psm).device atkbd # AT toetsenbordHet stuurprogramma atkbd biedt samen met
de controller atkbdc toegang tot het
AT84-toetsenbord of het uitgebreide AT-toetsenbord dat verbonden
is met de controller voor het AT-toetsenbord.device psm # PS/2 muisDit apparaat kan gebruikt worden als de muis in de
PS/2-muispoort wordt geplugd.device kbdmux # toetsenbordmultiplexerBasisondersteuning voor multiplexing van toetsenborden. Als u
niet van plan bent om meerdere toetsenborden op het systeem te
gebruiken, kunt u deze regel veilig verwijderen.device vga # VGA videokaart stuurprogrammaHet stuurprogramma voor de videokaart.
device splash # Splash screen en screensaver ondersteuningEen splash-scherm tijdens het opstarten! Screensavers hebben
deze optie ook nodig.# syscons is het standaard consolestuurprogramma, lijkt op een SCO console
device scsc is het standaard consolestuurprogramma
en lijkt op een SCO-console. Aangezien de meeste programma's die
met een volledig scherm werken de console via een
terminaldatabase zoals termcap benaderen,
moet het niet uitmaken of dit of vt, het
VT220-compatibele consolestuurprogramma,
gebruikt wordt. Wanneer er aangemeld wordt, dient de variabele
TERM op scoansi gezet worden
indien programma's die met een volledig scherm werken problemen
hebben om met dit console te draaien.# Schakel dit in voor het pcvt (VT220 compatibele) consolestuurprogramma
#device vt
#options XSERVER # ondersteuning voor X server op een vt console
#options FAT_CURSOR # begin met een blokcursorDit is een VT220-compatibel consolestuurprogramma,
achterwaarts compatibel met de VT100/102. Het werkt goed op
enkele laptops die hardware-incompatibiliteiten hebben met
sc. Ook dient de variabele
TERM op vt100 of
vt220 gezet te worden bij het aanmelden. Dit
stuurprogramma kan ook nuttig zijn wanneer er verbinding wordt
gemaakt met een groot aantal verschillende machines in een
netwerk, waarbij de ingangen termcap of
terminfo voor het apparaat
sc vaak niet beschikbaar zijn.
vt100 is op bijna elk platform
beschikbaar.device agpNeem dit op als er een AGP-kaart in het systeem aanwezig is.
Dit zet ondersteuning voor AGP aan, en ondersteuning voor AGP
GART voor borden die deze mogelijkheden hebben.APM# Ondersteuning voor energiebeheer (zie NOTES voor meer opties)
#device apmOndersteuning voor geavanceerd energiebeheer (Advanced Power
Management). Dit is nuttig voor laptops, alhoewel dit
standaard uitgeschakeld is in GENERIC.# Schakel suspend/resume ondersteuning voor de i8254 in.
device pmtimerHet stuurprogramma voor het timerapparaat voor
energiebeheergebeurtenissen, zoals APM en ACPI.# PCCARD (PCMCIA) ondersteuning.
# PCMCIA en cardbus bridge ondersteuning.
device cbb # cardbus (yenta) bridge
device pccard # PC Card (16-bit) bus
device cardbus # CardBus (32-bit) busOndersteuning voor PCMCIA. Dit is wenselijk voor
laptopgebruikers.# Serial (COM) poorten
device sio # 8250, 16[45]50-gebaseerde seriële poortenDit zijn de seriële poorten waarnaar in de wereld van
&ms-dos;/&windows; verwezen wordt als
COM-poorten.Als er een intern modem op COM4 en
een seriële poort op COM2
aanwezig is, moet het IRQ van het modem in 2 worden veranderd
(om duistere technische redenen geldt dat IRQ2 = IRQ9) om er
vanuit &os; toegang toe te krijgen. Als er een multipoort
seriële kaart aanwezig is, staat in &man.sio.4; meer
informatie over de juiste waarden die aan
/boot/device.hints toegevoegd moeten
worden. Sommige videokaarten (vaak gebaseerd op S3 chips)
gebruiken IO-adressen van de vorm 0x*2e8, en
omdat vele goedkope serieële kaarten de 16-bits
IO-adresruimte niet volledig decoderen, botsen ze met deze
kaarten waardoor de COM4-poort
praktisch onbruikbaar is.Elke serieële poort moet een uniek IRQ hebben (tenzij
er gebruik wordt gemaakt van een van de multipoortkaarten
waarbij gedeelde interrupts ondersteund worden), dus kunnen de
standaard IRQ's voor COM3 en
COM4 niet gebruikt worden.# Parallelle poort
device ppcDit is de interface voor de parallelle poort op de
ISA-bus.device ppbus # Parallelle poortbus (verplicht)Biedt ondersteuning voor de parallelle poortbus.device lpt # PrinterOndersteuning voor parallelle poort-printers.Alle van de bovenstaande drie zijn noodzakelijk om
ondersteuning voor parallelle printers aan te zetten.device plip # TCP/IP over parallelDit is het stuurprogramma voor de parallelle
netwerkinterface.device ppi # Parallelle poort interface apparaatDe algemene I/O (geek-poort) + IEEE1284 I/O.#device vpo # scbus en da verplichtzipdriveDit is voor een Iomega Zipdrive. Hiervoor is ondersteuning
voor scbus en da nodig. De
beste prestaties worden gehaald met poorten in EPP
1.9-modus.#device pucDit dient uitgecommentarieerd te worden indien er een
domme seriële of parallelle PCI-kaart
aanwezig is die ondersteund wordt door het &man.puc.4;
verbindingsstuurprogramma.# PCI Ethernet NIC's.
device de # DEC/Intel DC21x4x (Tulip)
device em # Intel PRO/1000 adapter Gigabit Ethernet Card
device ixgb # Intel PRO/10GbE Ethernet Card
device txp # 3Com 3cR990 (Typhoon)
device vx # 3Com 3c590, 3c595 (Vortex)Verscheidene PCI-netwerkkaartstuurprogramma's. Degenen die
niet in het systeem aanwezig zijn kunnen uitgecommentarieerd of
verwijderd worden.# PCI Ethernet NIC's die de MII bus controller code gebruiken.
# NB: 'device miibus' moet behouden blijven om deze NIC's te kunnen gebruiken!
device miibus # MII bus ondersteuningOndersteuning voor MII-bus is noodzakelijk voor sommige PCI
10/100 Ethernet-NICs, namelijk voor diegenen die MII-geldige
transceivers gebruiken of interfaces voor transceiverbesturing
implementeren die als een MII werken. Door device
miibus aan de kernelinstellingen toe te voegen wordt
de ondersteuning voor de generieke miibus-API en voor alle
PHY-stuurprogramma's opgenomen, waaronder een generieke voor
PHYs die niet specifiek door een individueel stuurprogramma
worden behandeld.device bce # Broadcom BCM5706/BCM5708 Gigabit Ethernet
device bfe # Broadcom BCM440x 10/100 Ethernet
device bge # Broadcom BCM570xx Gigabit Ethernet
device dc # DEC/Intel 21143 en verschillende gelijkwerkenden
device fxp # Intel EtherExpress PRO/100B (82557, 82558)
device lge # Level 1 LXT1001 gigabit Ethernet
device msk # Marvell/SysKonnect Yukon II Gigabit Ethernet
device nge # NatSemi DP83820 gigabit Ethernet
device nve # nVidia MCP on-board Ethernet Networking
device pcn # AMD Am79C97x PCI 10/100 (voorrang op 'lnc')
device re # RealTek 8139C+/8169/8169S/8110S
device rl # RealTek 8129/8139
device sf # Adaptec AIC-6915 (Starfire)
device sis # Silicon Integrated Systems SiS 900/SiS 7016
device sk # SysKonnect SK-984x & SK-982x gigabit Ethernet
device ste # Sundance ST201 (D-Link DFE-550TX)
device stge # Sundance/Tamarack TC9021 gigabit Ethernet
device ti # Alteon Networks Tigon I/II gigabit Ethernet
device tl # Texas Instruments ThunderLAN
device tx # SMC EtherPower II (83c170 EPIC)
device ge # VIA VT612x gigabit Ethernet
device vr # VIA Rhine, Rhine II
device wb # Winbond W89C840F
device xl # 3Com 3c90x (Boomerang, Cyclone)Stuurprogramma's die gebruik maken van de MII
bus-controllercode.# ISA Ethernet NIC's. Inclusief pccard NIC's.
device cs # Crystal Semiconductor CS89x0 NIC
# 'device ed' heeft 'device miibus' nodig
device ed # NE[12]000, SMC Ultra, 3c503, DS8390 kaarten
device ex # Intel EtherExpress Pro/10 en Pro/10+
device ep # Etherlink III-gebaseerde kaarten
device fe # Fujitsu MB8696x-gebaseerde kaarten
device ie # EtherExpress 8/16, 3C507, StarLAN 10, etc.
device lnc # NE2100, NE32-VL Lance Ethernet kaarten
device sn # SMC's 9000 serie Ethernet chips
device xe # Xircom pccard Ethernet
# ISA apparaten die de oude ISA shims gebruiken
#device leISA Ethernetstuurprogramma's. In
/usr/src/sys/i386/conf/NOTES
staan details over welke kaarten door welk stuurprogramma
ondersteund worden.# Draadloze NIC kaarten
device wlan # 802.11 ondersteuningGenerieke 802.11 ondersteuning. Deze regel is vereist voor
draadloos netwerken.device wlan_wep # 802.11 WEP-ondersteuning
device wlan_ccmp # 802.11 CCMP-ondersteuning
device wlan_tkip # 802.11 TKIP-ondersteuningCrypto-ondersteuning voor 802.11-apparaten. Deze regels zijn
nodig als u van plan bent om versleuteling en
802.11i-beveiligingsprotocollen te gebruiken.device an # Aironet 4500/4800 802.11 draadloze NIC's.
device ath # Atheros PCI/CardBus NICs
device ath_hal # Atheros HAL (Hardware Access Layer)
device ath_rate_sample # SampleRate verzendsnelheidbeheer voor ath
device awi # BayStack 660 en anderen
device ral # Ralink Technologies RT2500 draadloze NICs.
device wi # WaveLAN/Intersil/Symbol 802.11 draadloze NIC's.
#device wl # Oudere niet-802.11 Wavelan draadloze NIC.Ondersteuning voor verscheidene draadloze kaarten.# Pseudo-apparaten
device loop # Netwerk teruglussenDit is het generieke teruglusapparaat voor TCP/IP. Als
telnet of FTP op localhost (ook bekend als
127.0.0.1) gebruikt wordt, loopt
dat via dit apparaat. Dit is verplicht.
device random # Entropy apparaatCryptografisch veilige willekeurige getallengenerator.device ether # Ethernet ondersteuningether is allen noodzakelijk als er een
Ethernetkaart aanwezig is. Het bevat code voor het generieke
Ethernetprotocol.device sl # Kernel SLIPsl dient voor SLIP-ondersteuning. Dit is
bijna geheel overgenomen door PPP, wat eenvoudiger is op te
zetten, beter geschikt is voor modem-naar-modem-verbindingen en
krachtiger is.device ppp # Kernel PPPDit dient voor PPP-ondersteuning van inbelverbindingen door
de kernel. Er is ook een versie van PPP als gebruikersapplicatie
geïmplementeerd die tun gebruikt en meer
flexibiliteit en mogelijkheden biedt zoals demand-bellen.device tun # Packet tunnel.Dit wordt gebruikt door de gebruikers-PPP-software. In
PPP staat meer informatie.
device pty # Pseudo-ttys (telnet, etc.)Dit is een pseudo-terminal of gesimuleerde
aanmeldpoort. Die wordt gebruikt door binnenkomende sessies van
telnet en rlogin, door
xterm en voor sommige andere
applicaties zoals Emacs.device md # GeheugenschijvenPseudo-apparaten die een schijf in het geheugen implementeren.
device gif # IPv6 en IPv4 tunnelenDit implementeert IPv6-over-IPv4-tunneling,
IPv4-over-IPv6-tunneling, IPv4-over-IPv4-tunneling en
IPv6-over-IPv6-tunneling. Het apparaat gif is
zelfklonend en zal naar behoefte
apparaatknooppunten aanmaken.device faith # IPv6-naar-IPv4-relay (vertaling)Dit pseudo-apparaat onderschept pakketten die ernaar
verzonden worden en leidt ze om naar het IPv4/IPv6-vertaaldaemon.
# Het `bpf' apparaat schakelt de Berkeley Pakketfilter in.
# Wees bewust van de administratieve consequenties die dit heeft!
# 'bpf' is nodig bij gebruik van DHCP.
device bpf # Berkeley pakketfilterDit is het Berkeley Pakketfilter. Dit pseudo-apparaat staat
netwerkinterfaces toe om in luistermodus gezet te worden, zodat
elk pakket op een uitzendnetwerk (bijvoorbeeld een Ethernet)
onderschept wordt. Deze pakketten kunnen naar schijf onderschept
en/of onderzocht worden met het programma &man.tcpdump.1;.Het apparaat &man.bpf.4; wordt ook gebruikt door
&man.dhclient.8; om het IP-adres van de standaardrouter
(gateway) te verkrijgen, enzovoorts. Als DHCP gebruikt wordt,
dient dit ingeschakeld te blijven.# USB-ondersteuning
device uhci # UHCI PCI->USB interface
device ohci # OHCI PCI->USB interface
device ehci # EHCI PCI->USB interface (USB 2.0)
device usb # USB Bus (verplicht)
#device udbp # USB Double Bulk Pipe apparaten
device ugen # Generic
device uhid # Human Interface Devices
device ukbd # Toetsenbord
device ulpt # Printer
device umass # Schijven/Massaopslag - heeft scbus en da nodig
device ums # Muis
device ural # Ralink Technology RT2500USB draadloze NICs
device urio # Diamond Rio 500 MP3 speler
device uscanner # Scanners
# USB Ethernet, heeft mii nodig
device aue # ADMtek USB Ethernet
device axe # ASIX Electronics USB Ethernet
device cdce # Generic USB over Ethernet
device cue # CATC USB Ethernet
device kue # Kawasaki LSI USB Ethernet
device rue # RealTek RTL8150 USB EthernetOndersteuning voor verscheidene USB-apparaten.# FireWire ondersteuning
device firewire # FireWire bus code
device sbp # SCSI over FireWire (scbus en da nodig)
device fwe # Ethernet over FireWire (niet-standaard!)Ondersteuning voor verscheidene Firewire-apparaten.Meer informatie en aanvullende apparaten die door &os;
ondersteund worden staan in
/usr/src/sys/i386/conf/NOTES.Instellingen bij veel geheugen
(PAE)Physical Address Extensions
(PAE)veel geheugenSommige machines (PAE) hebben meer
geheugen nodig dan limiet van 4 gigabyte op User+Kernel Virtual
Adress (KVA) ruimte. Vanwege deze limiet
voegde Intel ondersteuning toe voor toegang tot 36-bits fysieke
adresruimte in de &pentium; Pro en nieuwere lijn van
CPU's.De Physical Address Extension (PAE)
mogelijkheden van de &intel; &pentium; Pro en nieuwere CPU's
staan geheugenhoeveelheden toe tot 64 gigabyte. &os; biedt
ondersteuning voor deze mogelijkheid via de kernelinsteloptie
, die beschikbaar is in alle recent
uitgegeven versies van &os;. Vanwege de beperkingen van de
geheugenarchitectuur van Intel wordt er geen onderscheid
gemaakt tussen geheugen boven of beneden 4 gigabytes. Geheugen
dat boven de 4 gigabytes is toegewezen wordt gewoon bij het
beschikbare gevoegd.Om ondersteuning voor PAE in de kernel
aan te zetten, dient de volgende regel aan het
kernelinstellingenbestand te worden toegevoegd:options PAEDe ondersteuning voor PAE in &os; is
alleen beschikbaar voor &intel; IA-32-processoren. Ook dient
opgemerkt te worden dat ondersteuning voor
PAE nog niet wijdverbreid getest is en
als betakwaliteit beschouwd dient te worden vergeleken met
andere stabiele kenmerken van &os;.Ondersteuning voor PAE in &os; heeft
enige beperkingen:Een proces kan niet meer dan 4 gigabyte VM-ruimte
krijgen;Apparaatstuurprogramma's die geen gebruik maken van de
&man.bus.dma.9;-interface zullen gegevenscorruptie
veroorzaken in een kernel die PAE aan
heeft staan en hun gebruik wordt afgeraden. Om deze reden
wordt er de kernelinstellingenbestand voor de
PAE-kernel geleverd met &os;, dat alle
stuurprogramma's uitsluit waarvan niet bekend is dat ze
werken in een kernel die PAE aan heeft
staan;Sommige systeeminstellingen bepalen het
geheugenbronverbruik aan de hand van de hoeveelheid
beschikbaar fysiek geheugen. Zulke instellingen kunnen
onnodig veel toewijzen vanwege de grote hoeveelheid
geheugen in een PAE systeem. Een
voorbeeld hiervan is de sysctl
, die het maximum aantal
vnodes dat in de kernel aanwezig mag zijn beheert. Het is
aan te raden om deze en andere van dit soort instellingen
aan te passen aan een redelijke waarde;Het kan nodig zijn om de virtuele kerneladresruimte
(KVA) te vergroten of om het aantal
kernelbronnen dat veel gebruikt wordt (zie boven) te
verminderen om zo uitputting van KVA te
voorkomen. De kerneloptie kan
gebruikt worden om de KVA-ruimte te
vergroten.Om prestatie- en stabiliteitsredenen is het aan te raden om
&man.tuning.7; te raadplegen. &man.pae.4; bevat bijgewerkte
informatie over de ondersteuning voor PAE in
&os;.Problemen oplossenEr zijn vier probleemcategoriën die op kunnen treden
tijdens het bouwen van een aangepaste kernel:config faaltAls het commando &man.config.8; faalt bij het verwerken
van de kernelbeschrijving, is er waarschijnlijk ergens een
eenvoudige fout gemaakt. Gelukkig geeft &man.config.8; het
nummer van de regel weer waarmee het problemen had, dus kan
snel de regel gevonden worden waarin de fout zit.
In het onderstaande voorbeeld dient gecontroleerd te worden
of het sleutelwoord juist is ingevoerd door het met de
kernel GENERIC of een andere
referentie te vergelijken:config: line 17: syntax errormake faaltAls make faalt, duidt dit meestal op
een fout in de kernelbeschrijving die niet erg genoeg is om
door &man.config.8; opgemerkt te worden. De instellingen
dienen nogmaals nagekeken te worden. Als het probleem nog
steeds niet is op te lossen, stuur dan een mail naar de
&a.questions; met de kernelinstellingen. Dat leidt meestal
snel tot een diagnose.De kernel start niet opAls de nieuwe kernel niet opstart of de apparaten
niet herkent is kalmte geboden. &os; heeft een uitstekend
mechanisme om van niet-compatibele kernels te herstellen.
De gewenste kernel om mee op te starten kan vanuit de &os;
boot loader gekozen worden. Als het systeemopstartmenu
verschijnt, kan deze gekozen worden.
Selecteer de optie Escape to a loader prompt,
nummber zes. Typ op de prompt unload kernel
en daarna boot
/boot/kernel.old/kernel
of de bestandsnaam van een andere kernel die correct
opstart. Als de kernelinstellingen gewijzigd worden, is
het altijd aan te raden om een kernel bij de hand te houden
waarvan bekend is dat die juist werkt.Nadat er met een goede kernel is opgestart, kan het
instellingenbestand gecontroleerd worden en geprobeerd
worden om de kernel nogmaals te bouwen. Een behulpzame
bron is het bestand /var/log/messages,
dat onder andere alle kernelberichten van alle keren dat er
succesvol is opgestart vastlegt. Ook geeft &man.dmesg.8;
alle kernelberichten weer van de huidige
opstartprocedure.Als er problemen zijn met het bouwen van een kernel,
dient een GENERIC, of een andere
kernel waarvan bekend is dat die werkt, bewaard te worden
onder een andere naam die niet verwijderd wordt als de
volgende kernel gebouwd wordt. Er kan niet op
kernel.old vertrouwd worden omdat
bij de installatie van een nieuwe kernel
kernel.old overschreven wordt met de
laatst geïnstalleerde kernel, die niet hoeft te
werken. Ook dient de werkende kernel zo snel mogelijk
naar de juiste plaats /boot/kernel verplaatst te
worden, omdat anders commando's als &man.ps.1; eventueel
onjuist werken. Hiervoor dient simpelweg de map met de
goede kernel hernoemd te worden:&prompt.root; mv /boot/kernel /boot/kernel.slecht
&prompt.root; mv /boot/kernel.goed /boot/kernelDe kernel werkt, maar &man.ps.1; werkt niet meerAls er een andere versie van de kernel is
geïnstalleerd dan degene waarmee de
systeemgereedschappen gebouwd zijn, bijvoorbeeld een kernel
voor -CURRENT op een -RELEASE-systeem, werken vele
systeemstatuscommando's als &man.ps.1; en &man.vmstat.8;
niet langer. De wereld moet opnieuw gecompileerd en
geïnstalleerd worden en met dezelfde broncodestructuur
als de kernel zijn gebouwd. Dit is een van de redenen
waarom het normaliter geen goed idee is om een afwijkende
versie van de kernel ten opzichte van de rest van de wereld
te gebruiken.
diff --git a/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/l10n/chapter.sgml b/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/l10n/chapter.sgml
index 9bbc4627c0..5b3c00a1d7 100644
--- a/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/l10n/chapter.sgml
+++ b/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/l10n/chapter.sgml
@@ -1,1098 +1,1097 @@
AndreyChernovBijgedragen door Michael C.WuHerschreven door RenéLadanVertaald door Lokalisatie - I18N/L10N gebruiken en instellenOverzicht&os; is een zeer gedistribueerd project met gebruikers over
de gehele wereld. Dit hoofdstuk behandelt de
internationalisatie- en lokalisatie-eigenschappen van &os; die
niet-Engelssprekende gebruikers echt werk laten verzetten. Er
zitten veel aspecten van de i18n-implementatie in zowel de
systeem- als applicatieniveaus, dus waar mogelijk wordt de lezer
verwezen naar meer specifieke bronnen.Na dit hoofdstuk weet de lezer:Hoe verschillende talen en locales gecodeerd zijn
op moderne besturingssystemen.Hoe de locale in te stellen voor een login-shell.Hoe de console voor niet-Engelse talen in te
stellen.Hoe het X Window systeem effectief met meerdere
talen te gebruiken.Waar meer informatie te vinden over het schrijven
van i18n-respecterende applicaties.Veronderstelde voorkennis:Weten hoe aanvullende applicaties van derde partijen
geïnstalleerd worden ().BeginselenWat is I18N/L10N?internationalisatielokalisatielokalisatieOntwikkelaars hebben internationalisatie
(internationalization afgekort tot de term
I18N, de eerste en de laatste letter en het aantal
tussenliggende letters. L10N gebruikt hetzelfde schema voor
naamgeving en komt van localization. Samen
staan I18N/L10N methoden, protocollen en applicaties gebruikers
toe de taal van hun keuze te gebruiken.I18N-applicaties zijn geprogrammeerd door gebruik te maken
van I18N-gereedschappen van bibliotheken. Daarmee kunnen
ontwikkelaars een eenvoudig bestand schrijven en menu's en
teksten weergeven in elke taal. Programmeurs worden door het
&os; Project sterk aangemoedigd deze conventie te
volgen.Waarom I18N/L10N gebruiken?I18N/L10N wordt gebruikt als een gebruiker gegevens wil
bekijken, invoeren of verwerken in niet-Engelse talen.Welke talen worden ondersteund door I18N?I18N en L10N zijn niet &os; specifiek. Momenteel kan er
gekozen worden uit de meeste grote wereldtalen, inclusief maar
niet beperkt tot: Chinees, Duits, Japans, Koreaans, Frans,
Russisch en Vietnamees.Lokalisatie gebruikenIn al zijn pracht is I18N niet &os; specifiek maar een
conventie. Het &os; Project moedigt iedereen aan &os; te helpen
deze conventie te gebruiken.localeLokalisatie-instellingen zijn gebaseerd op drie hoofdtermen:
Taalcode, Landcode en Codering. Localenamen zijn als volgt
opgebouwd:Taalcode_Landcode.CoderingTaal- en landcodestaalcodeslandcodesOm een &os;-systeem (of een ander I18N-ondersteunend &unix;
achtig systeem) te lokaliseren naar een bepaalde taal, moet de
gebruiker de codes voor het specifieke land en taal
achterhalen. Landcodes geven applicaties aan welke variatie
van de gegeven taal gebruikt moet worden. Ook webbrowsers,
SMTP/POP-servers, webservers, enz. maken beslissingen gebaseerd
op die codes. Hieronder staan voorbeelden van taal- en
landcodes:Taal- en landcodeOmschrijvingen_USEngels - Verenigde Statenru_RURussisch voor Ruslandzh_TWTraditioneel Chinees voor TaiwanCoderingencoderingenASCIISommige talen gebruiken andere ASCII-coderingen dan 8-bit,
wijde of multibyte karakters, zie &man.multibyte.3;. Oudere
programma's herkennen die niet en interpreteren ze foutief als
controlekarakters aan. Afhankelijk van de implementatie moeten
gebruikers eventueel een applicatie met wijde of multibyte
karakterondersteuning compileren, of hem correct instellen. Om
wijde of multibyte karakters in te kunnen voeren en te kunnen
verwerken levert de &os; Portscollectie
voor elke taal programma's. Hiervoor staat I18N-documentatie
in de respectievelijke &os; Port.Voor het bouwen van een gewenste applicatie met lokalisatie
is het verstandig de applicatiedocumentatie te bekijken om te
bepalen hoe de juiste waarden doorgegeven kunnen worden naar
configure, Makefile of de compiler.Houd rekening met:Taalspecifieke enkele C-karakters karakterverzamelingen
(zie &man.multibyte.3;), bijvoorbeeld ISO8859-1,
ISO-8859-15, KOI8-R of CP437.Wijde of multibyte coderingen, bijvoorbeeld EUC of
Big5.Een lijst met actieve karakterverzamelingen staat bij de
IANA
Registry.&os; gebruikt in plaats hiervan X11-compatible
locale-coderingen.I18N applicatiesIn het &os; Ports en Package systeem hebben
I18N-applicaties I18N in hun naam zodat ze
eenvoudig herkend kunnen worden. Toch ondersteunen ze niet
altijd iedere mogelijk gewenste taal.Locale instellenMeestal is het voldoende om de waarde van de localenaam
te exporteren als LANG in de login-shell. Dit
kan door die waarde in ~/.login_conf van
de gebruiker of in ~/.profile,
~/.bashrc of
~/.cshrc) van de gebruiker te zetten.
Het is niet nodig om localedeelverzamelingen als
LC_CTYPE of LC_CTIME in te
stellen. Bij de taalspecifieke &os; documentatie staat vaak
nog informatie.De twee volgende omgevingsvariabelen moeten in de
instellingenbestanden ingesteld worden:POSIXLANG voor de &posix; &man.setlocale.3;
functies.MIMEMM_CHARSET voor de MIME
karakters voor applicaties.Dit is inclusief het instellen van de gebruikers-shell, het
instellen van de specifieke applicatie en de instellingen voor
X11.Methoden om locale in te stellenlocaleloginklasseEr zijn twee methoden om de locale in te stellen en
beiden worden hieronder beschreven. De eerste (aanbevolen)
methode is door middel van het toekennen van
omgevingsvariabelen in de loginklasse en de tweede is
mogelijk door middel van het toevoegen van de
omgevingsvariabelen aan het opstartbestand van de
systeem-shell.Methode loginklasseDeze methode biedt de mogelijkheid om
omgevingsvariabelen die nodig zijn voor de localenaam en
MIME karakterverzamelingen éénmalig voor
elke mogelijke shell toe te kennen in plaats van door
toekenning via het opstartbestand van elke shell. Gebruikersinstellingen kunnen
door de gebruiker zelf worden gemaakt en voor Beheerdersinstellingen zijn
superuser-rechten nodig.GebruikersinstellingenHieronder staat een minimaal voorbeeld van een
.login_conf bestand in de thuismap
van een gebruiker die beide variabelen heeft ingesteld op
Latin-1 codering:me:\
:charset=ISO-8859-1:\
:lang=de_DE.ISO8859-1:traditioneel ChineesBIG-5 coderingHieronder staat is een voorbeeld van een
.login_conf die variabelen instelt
voor traditioneel Chinees in BIG-5 codering. Er zijn
veel andere variabelen ingesteld zijn omdat sommige
software localevariabelen niet correct respecteert voor
Chinees, Japans, en Koreaans.# Gebruikers die geen valuta eenheden of tijdformaten voor Taiwan
# willen gebruiken kunnen handmatig elke variabele wijzigen.
me:\
:lang=zh_TW.Big5:\
:setenv=LC_ALL=zh_TW.Big:\
:setenv=LC_COLLATE=zh_TW.Big5:\
:setenv=LC_CTYPE=zh_TW.Big5:\
:setenv=LC_MESSAGES=zh_TW.Big5:\
:setenv=LC_MONETARY=zh_TW.Big5:\
:setenv=LC_NUMERIC=zh_TW.Big5:\
:setenv=LC_TIME=zh_TW.Big5:\
:charset=big5:\
:xmodifiers="@im=gcin": # Stel gcin in als XIM invoerserverZie Beheerdersinstellingen en
&man.login.conf.5; voor meer details.BeheerdersinstellingenEr dient gecontroleerd te worden of loginklasse voor
gebruikers, /etc/login.conf, de
juiste taal instelt door de volgende instellingen in
/etc/login.conf:taalnaam:accountstitel:\
:charset=MIME_karakterverzameling:
:lang=localenaam:\
:tc=default:Voor het bovenstaande voorbeeld dat gebruik maakt van
Latin-1 ziet dat er als hieronder uit:german:Duitse gebruikersaccounts:\
:charset=ISO-8859-1:\
:lang=de_DE.ISO8859-1:\
:tc=default:Voer voordat de gebruikers login class wordt
gewijzigd het volgende uit:&prompt.root; cap_mkdb /etc/login.confom de nieuwe configuratie in
/etc/login.conf zichtbaar te maken
voor het systeem.Loginklasse wijzigen met
&man.vipw.8;vipwMet vipw kunnen nieuwe gebruikers
toegevoegd worden en de instellingen dienen ongeveer als
volgt uit te zien:gebruiker:wachtwoord:1111:11:taal:0:0:Gebruikersnaam:/home/gebruiker:/bin/shLoginklasse wijzigen met
&man.adduser.8;adduserloginklasseMet adduser kunnen nieuwe
gebruikers toegevoegd worden. Hierna dient
één van de volgende stappen uitgevoerd te
worden:defaultclass =
taal instellen
in /etc/adduser.conf. In dit
geval dient er voor alle gebruikers van andere talen
een default klasse ingevoerd te
worden.Er kan ook gekozen worden voor een antwoord op
de vraag over taal vanuit &man.adduser.8;:Enter login class: default []: Ook kan het volgende gebruikt worden voor elke
gebruiker die een andere taal gebruikt:&prompt.root; adduser -class taalLoginklasse wijzigen met
&man.pw.8;pwAls &man.pw.8; wordt gebruikt om nieuwe gebruikers
toe te voegen:&prompt.root; pw useradd gebruikersnaam -L taalMethode opstartbestand shellDeze methode wordt niet aanbevolen omdat er
instellingenen nodig zijn voor elke mogelijke shell. Het
advies is de Methode
Loginklasse te gebruiken.
MIMElocaleOm de localenaam en MIME karakterverzameling toe te
voegen kunnen gewoon twee omgevingsvariabelen ingesteld
worden, zoals hieronder te zien is, in
/etc/profile en/of
/etc/csh.login opstartbestanden voor
shells. Hier wordt de Duitse taal als voorbeeld
gebruikt:In /etc/profile:LANG=de_DE.ISO8859-1; export LANGMM_CHARSET=ISO-8859-1; export MM_CHARSETOf in /etc/csh.login:setenv LANG de_DE.ISO8859-1setenv MM_CHARSET ISO-8859-1Het is ook mogelijk de bovenstaande instructies toe te
toevoegen /usr/share/skel/dot.profile
(ongeveer gelijk aan wat hierboven in
/etc/profile is gebruikt) of aan
/usr/share/skel/dot.login
(ongeveer gelijk aan wat hierboven in
/etc/csh.login is gebruikt).Voor X11:In $HOME/.xinitrc:LANG=de_DE.ISO8859-1; export LANGOf:setenv LANG de_DE.ISO8859-1Afhankelijk van de shell (zie boven).Console instellenVoor alle enkele C-karakters karakterverzamelingen worden
de juiste lettertypen voor het console ingesteld in
/etc/rc.conf voor de taal in kwestie
met:font8x16=lettertypenaam
font8x14=fontnaam
font8x8=fontnaamDe lettertypenaam komt uit de
map /usr/share/syscons/fonts zonder het
achtervoegsel .fnt.sysinstalltoetsenmappingschermmapping
- De gebruiker dient ervoor te zorgen de juiste enkele
- C-karakters karakterverzameling wordt ingesteld met
- /stand/sysinstall
- ((/stand/sysinstall in &os; versies ouder
- dan 5.2). In sysinstall kan
+ De gebruiker dient ervoor te zorgen dat indien nodig de juiste
+ enkele C-karakters karakterverzameling wordt ingesteld met
+ /stand/sysinstall. In
+ sysinstall kan
Configure en
Console gekozen worden. Het is ook
mogelijk het volgende aan /etc/rc.conf
toe te voegen:scrnmap=schermmappingnaam
keymap=toetsenmappingnaam
keychange="fkey_nummer sequentie"schermmappingnaam komt uit de
map /usr/share/syscons/scrnmaps zonder het
achtervoegsel .scm. Meestal is een
schermmapping met een overeenkomstig gemapt lettertype nodig
als workaround om bit 8 naar bit 9 uit te breiden op een
lettertype–karaktermatrix van een VGA-adapter in
pseudografische gebieden, dat wil zeggen om letters uit dat
gebied te halen als het schermlettertype een bit 8 kolom
gebruikt.Als de moused daemon is
ingeschakeld met de onderstaande regel in
/etc/rc.conf, dan wordt aangeraden de
muiscursorinformatie in de volgende paragraaf te
bekijken.moused_enable="YES"mousedStandaard neemt de muiscursor van het &man.syscons.4;
stuurprogramma het bereik 0xd0-0xd3 van de tekenverzameling in
beslag. Als een ingestelde taal dit bereik gebruikt, moet het
cursorbereik hierbuiten gehaald worden. Om de workaround voor
&os; aan te zetten kan de volgende regel aan
/etc/rc.conf toegevoegd worden:mousechar_start=3De toetsenmappingnaam komt uit
de map /usr/share/syscons/keymaps zonder
het achtervoegsel .kbd. Als niet precies
duidelijk is welke toetsenmapping te gebruiken, kan de
toetsenmapping getest worden met &man.kbdmap.1; zonder opnieuw
op te starten.keychange is nodig om functietoetsen zo
te programmeren dat ze overeenkomen met het geselecteerde
terminaltype omdat functietoetssequenties niet in de
toetsenmapping gedefinieerd kunnen worden.Er dient ook een controle te zijn op een juiste instelling
van het juiste terminaltype voor het console in
/etc/ttys voor alle
ttyv* regels. De huidige instellingen
zijn:KarakterverzamelingTerminaltypeISO8859-1 of ISO-8859-15cons25l1ISO8859-2cons25l2ISO8859-7cons25l7KOI8-Rcons25rKOI8-Ucons25uCP437 (VGA standaardinstelling)cons25US-ASCIIcons25wVoor wijde of multibyte karaktertalen kan je juiste
&os; port in de map
/usr/ports/taal
gebruikt worden. Sommige ports verschijnen als console terwijl
het systeem ze als serieële vtty ziet. Er dienen dus
voldoende vtty's gereserveerd te zijn voor zowel X11 als de
pseudo-serieële console. Hier is een gedeeltelijke lijst
van applicaties voor het gebruik van andere talen in
console:TaalLocatietraditioneel Chinees (BIG-5)chinese/big5conJapansjapanese/kon2-16dot
of
japanese/mule-freewnnKoreaanskorean/hanX11 instellenHoewel X11 geen deel is van het &os; Project wordt het hier
wel besproken voor &os; gebruikers. Meer details zijn te
vinden op de &xorg;
website of op de website van een andere X11 server
die gebruikt wordt.In ~/.Xresources kunnen
applicatiespecifieke I18N instellingen gemaakt worden als
lettertypen, menu's, enzovoort.Lettertypen weergevenX11 &truetype; lettertypeserverEerst moet &xorg; server
(x11-servers/xorg-server)
of &xfree86; server (x11-servers/XFree86-4-Server)
geïnstalleerd worden en daarna de &truetype;
lettertypen van de taal. Door de gewenste locale in te
stellen worden de menu's en dergelijke in de gekozen taal
weergegeven.Niet-Engelse karakters invoerenX11 Input Method (XIM)Het X11 Input Method (XIM) protocol is een nieuwe
standaard voor alle X11-cliënts. Alle X11-applicaties
horen geschreven te worden als XIM-cliënts die
invoer aannemen van de XIM-invoerservers. Er zijn meerdere
XIM-servers beschikbaar voor verschillende talen.PrinterinstellingenSommige enkele C-karakters karakterverzamelingen zijn
standaard hardware-gecodeerd in printers. Voor wijde of
multibyte karakterverzamelingen is een speciale installatie
nodig en het gebruik van apsfilter
wordt dan aangeraden. Een document kan ook naar &postscript;
of PDF formaat omgezet worden door gebruik te maken van
taalspecifieke conversieprogramma's.Kernel en bestandssystemenHet &os; Snelle Bestandssysteem (FFS) is 8-bit schoon, dus
het kan gebruikt worden met elke enkele C-karakters
karakterverzameling (zie &man.multibyte.3;), maar er is geen
karakterverzamelingnaam opgeslagen in het bestandssysteem. Het
is dus rauw 8-bit en het weet niets van coderingsbevelen.
Officieel ondersteunt FFS nog geen enkele vorm van wijde of
multibyte karakterverzamelingen. Toch hebben sommige wijde of
multibyte karakterverzamelingen onafhankelijke patches voor FFS
die ondersteuning inschakelen. Dit zijn tijdelijke oplossingen
of hacks die niet overdraagbaar zijn en daarom is besloten ze
niet in de source tree op te nemen. Op de websites van de
talen staan de patchbestanden en meer informatie.&ms-dos;UnicodeVoor het &os; &ms-dos; bestandssysteem kan geschakeld
worden tussen &ms-dos;, Unicode karakterverzamelingen en
gekozen &os; bestandssysteem-karakterverzamelingen.
&man.mount.msdosfs.8; beschijft de details.I18N-programma's compilerenVeel &os; Ports zijn geschikt gemaakt voor &os; met
I18N-ondersteuning. Een aantal daarvan zijn gemarkeerd met
-I18N in de portnaam. Deze en nog veel andere
programma's hebben ingebouwde ondersteuning voor I18N en
behoeven geen speciale aandacht.MySQLToch is het voor sommige applicaties zoals
MySQL nodig dat de
Makefile ingesteld is met de specifieke
karakterverzameling. Dit wordt normaliter gedaan in de
Makefile of door middel van het doorgeven
van een waarde aan configure in de
broncode.&os; lokaliseren naar talenAndreyChernovOorspronkelijk bijgedragen door Russisch (KOI8-R codering)lokalisatieRussischVoor meer informatie over KOI8-R codering, zie de KOI8-R References (Russian Net
Character Set).Locale instellenVoeg de volgende regels toe aan
~/.login_conf bestand:me:Mijn account:\
:charset=KOI8-R:\
:lang=ru_RU.KOI8-R:Zie eerder in dit hoofdstuk voor voorbeelden over het
opzetten van de locale.Console instellenVoeg de volgende regel toe aan
aan /etc/rc.conf:mousechar_start=3Gebruik ook de volgende instellingen in
/etc/rc.conf:keymap="ru.koi8-r"
scrnmap="koi8-r2cp866"
font8x16="cp866b-8x16"
font8x14="cp866-8x14"
font8x8="cp866-8x8"Voor elke ttyv* regel in
/etc/ttys, gebruik
cons25r als het terminaltype.Zie eerder in dit hoofdstuk voor voorbeelden over het
opzetten van de
console.Printer instellenprintersAangezien de meeste printers met Russische karakters met
hardware-codepagina CP866 komen, is een speciaal
uitvoerfilter nodig om KOI8-R om te zetten in CP866. Zo'n
filter is standaard geïnstalleerd als
/usr/libexec/lpr/ru/koi2alt. Een
/etc/printcap regel voor een Russische
printer moet er uit zien als:lp|Russische lokale lijnprinter:\
:sh:of=/usr/libexec/lpr/ru/koi2alt:\
:lp=/dev/lpt0:sd=/var/spool/output/lpd:lf=/var/log/lpd-errs:Zie &man.printcap.5; voor een gedetailleerde
beschrijving.&ms-dos; bestandssysteem en Russische
bestandsnamenDe volgende voorbeeld &man.fstab.5; regel zet
ondersteuning aan voor Russische bestandsnamen gekoppeld op
&ms-dos; bestandssystemen:/dev/ad0s2 /dos/c msdos rw,-Wkoi2dos,-Lru_RU.KIO8-R 0 0De optie selecteert de te gebruiken
localenaam, en stelt de
karakteromzettabel in. Om de te
gebruiken moet /usr gemount zijn voor de
&ms-dos; partitie omdat de omzettabellen zich bevinden in
/usr/libdata/msdosfs.
&man.mount.msdosfs.8; geeft verdere uitleg.X11 instellenVoer eerst de niet-X
lokale instellingen uit zoals beschreven.Installeer bij gebruik van
&xorg; het package x11-fonts/xorg-fonts-cyrillic.Controleer de "Files" sectie in
/etc/X11/xorg.conf bestand. Zorg
dat de volgende regel
vóór andere
FontPath regels staan:FontPath "/usr/local/lib/X11/fonts/cyrillic"Zie de Ports Collectie voor meer cyrillic
fonts.Om een Russisch toetsenbord te activeren dient het
volgende in het "Keyboard" gedeelte
van xorg.conf te staan:XkbLayout "ru"
XkbOptions "grp:caps_toggle"Voor &xorg;:Option "XkbLayout" "us,ru"
Option "XkbOptions" "grp:caps_toggle"Ook moet daar XkbDisable
uitgeschakeld (uitgecomment) zijn.Voor grp:toggle is de
RUS/LAT-schakelaar Rechter Alt voor
de grp:ctrl_shift_toggle schakelaar zal
dat CtrlShift zijn. Voor
grp:caps_toggle zal de
RUS/LAT-schakelaar CapsLock zijn. De
oude CapsLock functie is nog steeds
beschikbaar via ShiftCapsLock
(alleen in LAT-modus). grp:caps_toggle
werkt om onbekende reden niet in
&xorg;.Als er &windows; toetsen op een
toetsenbord zitten en het blijkt dat sommige
niet-alfabetische toetsen verkeerd gemapt zijn in
RUS-modus, dan kan de volgende regel aan
xorg.conf toegevoegd worden:Option "XkbVariant" ",winkeys"Het Russische XKB toetsenbord hoeft niet te werken
met niet-gelokaliseerde applicaties.Minimaal gelokaliseerde applicaties moeten vroeg in het
programma een aanroep naar de XtSetLanguageProc
(NULL, NULL,); functie doen.In KOI8-R for X
Window staan meer instructies over het
lokaliseren van X11-applicaties.Traditioneel Chinees voor Taiwanlokalisatietraditioneel ChineesHet &os;-Taiwan Project heeft een Chinese HOWTO voor &os;
op
die gebruik maakt van veel Chinese ports. De huidige redacteur
voor de &os; Chinese HOWTO is Shen
Chuan-Hsing statue@freebsd.sinica.edu.tw.Chuan-Hsing Shen heeft de Chinese &os;
Collection (CFC) gemaakt met gebruik van &os;-Taiwan's
zh-L10N-tut. De packages en scriptbestanden
zijn beschikbaar op .Duits (alle ISO 8859-1 talen)lokalisatieDuitsSlaven Rezic eserte@cs.tu-berlin.de heeft
een tutorial geschreven over het gebruik van umlauten op een
&os;-machine. De tutorial is in het Duits geschreven en staat
op .GriekslokalisatieGrieksNikos Kokkalis nickkokkalis@gmail.com heeft
een compleet artikel over Griekse ondersteuning in &os;
geschreven. Het is beschikbaar als deel van de officiële
Griekse &os;-documentatie, in http://www.freebsd.org/doc/el_GR.ISO8859-7/articles/greek-language-support/index.html.
Merk opdat dit alleen in het Grieks
beschikbaar is.Japans en KoreaanslokalisatieJapanslokalisatieKoreaansJapanse lokalisatie staat beschreven op en de Koreaanse
lokalisatie staat op .Niet-Engelstalige &os; documentatieSommige delen van de &os;-documentatie zijn naar andere
talen vertaald. Hiernaar staan links op de hoofdsite of in
/usr/share/doc.
diff --git a/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/ports/chapter.sgml b/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/ports/chapter.sgml
index 3b3105e981..62cd25a363 100644
--- a/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/ports/chapter.sgml
+++ b/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/ports/chapter.sgml
@@ -1,1689 +1,1686 @@
RenéKetelaarsVertaald door SiebrandMazelandApplicaties installeren: pakketten en portsOverzichtportspakketten&os; bevat een grote collectie aan systeemgereedschappen
als onderdeel van het basissysteem. De mogelijkheden reiken
echter niet heel ver en daarom is er snel een applicatie van een
andere partij nodig. &os; bevat twee complementaire
technologieën om andere applicaties te installeren: de &os;
Portscollectie (voor het installeren vanuit broncode) en pakketten
(voor het installeren vanuit voorgecompileerde binaire
bestanden). Beide systemen kunnen gebruikt worden om de nieuwste
versies van een gewenste applicatie te installeren van lokale
media of rechtstreeks van het netwerk.Na het lezen van dit hoofdstuk weet de lezer:Hoe binaire softwarepakketten van derden te
installeren;Hoe software van derden vanuit de Portscollectie vanuit
broncode te installeren;Hoe eerder geïnstalleerde pakketten of ports te
verwijderen;Hoe standaardwaarden die door de ports worden gebruikt te
wijzigen;Hoe het juiste softwarepakket te vinden;Hoe applicaties bij te werken.Overzicht van softwareinstallatieAls u eerder gebruik heeft gemaakt van een &unix;-systeem dan
is het bekend dat de standaardprocedure voor het installeren van
software van derden ongeveer als volgt is:Download de software als broncode of als binair
bestand;Pak de software uit vanuit zijn originele distributietype
(meestal een tar-bestand gecomprimeerd met &man.compress.1;,
&man.gzip.1;, of &man.bzip2.1;);Zoek de documentatie (meestal een
INSTALL of README
bestand of enkele bestanden in een submap
doc/) en lees zorgvuldig hoe de software
geïnstalleerd moet worden;Als de software als broncode is gedistribueerd, moet de
broncode gecompileerd worden. Dit kan wijzigingen in een
Makefile vereisen of het draaien van een
configure script en andere
werkzaamheden;De software installeren en testen.En dat geldt alleen als alles goed gaat. Als er een
softwarepakket geïnstalleerd wordt dat niet specifiek
gemaakt is voor &os; moet mogelijkerwijs zelfs de code aangepast
worden om alles goed te laten werken.Als de gebruiker het wenst, kan hij in &os; doorgaan met het
installeren van software op de traditionele
manier. &os; levert echter twee technologieën die veel
moeite kunnen besparen: pakketten en ports. Op dit moment zijn zo
meer dan &os.numports; applicaties beschikbaar.Voor iedere gewenste applicatie is het &os; pakket voor die
applicatie één te downloaden bestand. Het pakket
bevat voorgecompileerde kopiën met alle commando's voor de
applicatie en alle instellingenbestanden of documentatie. Een
gedownload pakketbestand kan gemanipuleerd worden met &os;
pakketbeheercommando's zoals &man.pkg.add.1;,
&man.pkg.delete.1;, &man.pkg.info.1;, enzovoort. Het installeren
van een nieuwe applicatie kan met één
commando.Een &os; port van een applicatie is een groep bestanden
ontworpen om het proces van compileren van een applicatie vanuit
broncode te automatiseren.Het is te vergelijken met de stappen die normaal gevolgd
worden om een programma te compileren (downloaden, uitpakken,
aanpassen, compileren en installeren). De bestanden die samen
een port vormen bevatten alle noodzakelijke informatie om het
systeem dit te laten doen. Met een aantal eenvoudige commando's
wordt de broncode voor de applicatie automatisch gedownload,
uitgepakt, aangepast, gecompileerd en geïnstalleerd.Het portssysteem kan zelfs gebruikt worden om pakketten te
maken die later weer gemanipuleerd kunnen worden met
pkg_add en andere pakketbeheercommando's,
waarover later meer uitleg wordt gegeven.Zowel pakketten als ports kennen afhankelijkheden
(dependencies). Stel dat er een applicatie
geïnstalleerd gaat worden die er vanuit gaat dat een
specifieke bibliotheek wordt geïnstalleerd. Zowel de
applicatie als de bibliotheek zijn beschikbaar als &os; ports
en pakketten. Als het commando pkg_add of
het portssysteem wordt gebruikt om de applicatie toe te voegen,
dan zien beiden dat de bibliotheek niet geïnstalleerd is
en wordt deze automatisch eerst geïnstalleerd.Gezien het feit dat beide technologieën vrijwel identiek
zijn, kan de vraag rijzen waarom &os; de moeite neemt om beide te
faciliteren. Pakketten en ports hebben ieder hun eigen kracht.
Welke gebruikt wordt hangt af van voorkeuren en
omstandigheden.Voordelen van pakkettenEen gecomprimeerd pakket tar-bestand is meestal kleiner
dan het gecomprimeerde tar-bestand met de broncode van de
applicatie;Pakketten vereisen geen additionele compilatie. Voor
grote applicaties als Mozilla,
KDE of
GNOME kan dit belangrijk zijn,
vooral als een systeem wat trager is;Pakketten vereisen geen begrip van het proces van het
compileren van software op &os;.Voordelen van portsPakketten worden meestal gecompileerd met conservatieve
opties, omdat ze moeten draaien op een maximaal aantal
systemen. Bij het installeren vanuit de port kunnen de
compilatie-instellingen aangepast worden om zo bijvoorbeeld
code te maken die specifiek voor een Pentium 4 of een Athlon
processor is;Sommige applicaties hebben compilatie-instellingen
gerelateerd aan wat ze wel of niet kunnen doen.
Apache kan bijvoorbeeld ingesteld
worden met een uitgebreide hoeveelheid verschillende
ingebouwde instellingen. Door vanuit de port te werken
hoeven niet alle standaardinstellingen geaccepteerd te worden
en kunnen ze ingesteld worden;In sommige gevallen zijn er meerdere pakketten voor
dezelfde applicatie om specifieke instellingen aan te geven.
Ghostscript is bijvoorbeeld
beschikbaar als een ghostscript pakket
en ghostscript-nox11 pakket,
afhankelijk van het al dan niet geïnstalleerd hebben van
een X11 server. Deze ruwe vorm van tweaking is mogelijk met
pakketten, maar dit wordt snel onmogelijk als een applicatie
meer dan één of twee verschillende
compilatie-instellingen heeft;De licentievoorwaarden van sommige softwaredistributies
verbieden binaire distributie. Ze moeten dus gedistribueerd
worden als broncode;Sommige mensen vertrouwen binaire distributies niet.
Broncode kan tenminste (in theorie) zelf doorgelezen en
gecontroleerd worden op potentiële problemen;Als er lokale modificaties zijn, is de broncode nodig om
ze toe te passen;Sommige mensen hebben graag de broncode zodat ze die
kunnen lezen als ze zich vervelen, erin kunnen hacken, code
kunnen overnemen (indien de licentie dit toestaat
natuurlijk), enzovoort.Om vernieuwingen van ports bij te houden kan een abonnement
genomen worden op de &a.ports; en/of de &a.ports-bugs;.Voordat een applicatie wordt geïnstalleerd is het aan
te raden op
na kijken of er geen beveiligingsproblemen voor de gewenste
applicatie bekend zijn.Het is ook mogelijk om ports-mgmt/portaudit te installeren,
dat automatisch alle geïnstalleerde applicaties
controleert op bekende fouten. Deze controle wordt ook
uitgevoerd voordat een port wordt geïnstalleerd.
Met het commando portaudit -F -a
kunnen de pakketten die al geïnstalleerd zijn worden
gecontroleerd.In de rest van dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe pakketten en
ports gebruikt kunnen worden om software in &os; te installeren
en te beheren.Applicaties zoekenVoordat een applicatie geïnstalleerd kan worden, moeten
de doelen bekend zijn en hoe de applicatie heet.De lijst met voor &os; beschikbare applicaties groeit
continu. Gelukkig zijn er een aantal manieren om te
zoeken:Op de &os; website staat een recente doorzoekbare lijst
met alle beschikbare applicaties: http://www.FreeBSD.org/ports/.
De ports zijn onderverdeeld in categorieën. Er kan naar
een applicatie gezocht worden op naam (als die bekend is) of
alle applicaties in een categorie kunnen bekeken
worden.FreshPortsDan Langille onderhoudt FreshPorts op . FreshPorts
volgt veranderingen in applicaties in de ports en biedt de
mogelijkheid om of meer ports te volgen. Er wordt dan een
email gestuurd als de port is bijgewerkt.FreshMeatAls de naam van de gewenst applicatie niet bekend is, is
het wellicht mogelijk deze te achterhalen via een website als
FreshMeat ()
en kan daarna op de &os; site gecontroleerd worden of de
applicatie al geschikt gemaakt is voor gebruik met
&os;.Als de precieze naam van de port bekend is, maar niet
bekend is in welke categorie deze staat, kan dit achterhaald
worden met &man.whereis.1;. Door simpelweg whereis
bestand in te geven,
waar bestand het te installeren
programma is. Als het op het systeem staat, wordt dat als
volgt aangegeven:&prompt.root; whereis lsof
lsof: /usr/ports/sysutils/lsofDit geeft aan dat lsof (een
systeemhulpprogramma) in de map
/usr/ports/sysutils/lsof staat.U kunt ook een eenvoudig &man.echo.1;-statement gebruiken
om uit te zoeken waar een port zich in te ports tree bevindt.
Bijvoorbeeld:&prompt.root; echo /usr/ports/*/*lsof*
/usr/ports/sysutils/lsofMerk op dat dit alle overeenkomstige bestanden die
gedownload zijn in de map /usr/ports/distfiles
terruggeeft.Nog een andere manier om een port op te sporen is door het
ingebouwde zoekmechanisme van de Portscollectie te
gebruiken. Hiervoor moet het huidige pad de map
/usr/ports zijn. Vanuit die map kan
make search
name=programmanaam
uitgevoerd worden, waar
programmanaam de naam is van het
programma dat wordt gezocht. Als bijvoorbeeld
lsof wordt gezocht:&prompt.root; cd /usr/ports
&prompt.root; make search name=lsof
Port: lsof-4.56.4
Path: /usr/ports/sysutils/lsof
Info: Lists information about open files (similar to fstat(1))
Maint: obrien@FreeBSD.org
Index: sysutils
B-deps:
R-deps:Het belangrijkste onderdeel van de uitvoer is in dit geval
de regel waarop Path: staat, omdat die aangeeft
waar de port staat. De andere informatie is niet nodig voor de
installatie van de port en wordt hier niet behandeld.Voor nog dieper zoeken kan ook make
search
key=string
gebruikt worden waar string tekst is
waarnaar gezocht moet worden. Hiermee wordt naar namen van
ports, commentaar, beschrijvingen en afhankelijkheden gezocht
en dit kan gebruikt worden om ports te vinden die te maken
hebben met een bepaald onderwerp als onbekend is hoe het
gezochte programma heet.In beide gevallen is de zoekstring niet
hoofdlettergevoelig. Zoeken naar LSOF geeft
hetzelfde resultaat als zoeken naar lsof.ChernLeeBijgedragen door Het pakkettensysteem gebruikenEr zijn verschillende gereedschappen die gebruikt worden om
pakketten op &os; te beheren:Het gereedschap sysinstall kan op een
draaiend systeem worden gebruikt om beschikbare en
geïnstalleerde pakketten te installeren, te verwijderen,
en weer te geven. Zie voor meer informatie .De opdrachtregelgereedschappen om pakketten te beheren,
welke het onderwerp van de rest van deze sectie zijn.Pakketten installerenpakketteninstallerenpkg_addMet &man.pkg.add.1; kan een &os; softwarepakket
geïnstalleerd worden vanaf een lokaal bestand of vanaf een
server op het netwerk.Handmatig pakketten downloaden en lokaal
installeren&prompt.root; ftp -a ftp2.FreeBSD.org
Connected to ftp2.FreeBSD.org.
220 ftp3.FreeBSD.org FTP server (Version 6.00LS) ready.
331 Guest login ok, send your email address as password.
230-
230- This machine is in Vienna, VA, USA, hosted by Verio.
230- Questions? E-mail freebsd@vienna.verio.net.
230-
230-
230 Guest login ok, access restrictions apply.
Remote system type is UNIX.
Using binary mode to transfer files.
ftp>cd /pub/FreeBSD/ports/packages/sysutils/
250 CWD command successful.
ftp>get lsof-4.56.4.tgz
local: lsof-4.56.4.tgz remote: lsof-4.56.4.tgz
200 PORT command successful.
150 Opening BINARY mode data connection for 'lsof-4.56.4.tgz' (92375 bytes).
100% |**************************************************| 92375 00:00 ETA
226 Transfer complete.
92375 bytes received in 5.60 seconds (16.11 KB/s)
ftp>exit
&prompt.root; pkg_add lsof-4.56.4.tgzAls er lokaal geen bron is voor pakketten (zoals de &os;
CD-ROM-verzameling) dan is het waarschijnlijk makkelijker om de
optie te gebruiken met &man.pkg.add.1;.
Deze optie zorgt er voor dat het hulpprogramma automatisch het
correcte formaat en de juiste versie bepaalt en die daarna
binnenhaalt en installeert vanaf een FTP site.pkg_add&prompt.root; pkg_add -r lsofHet voorbeeld hierboven haalt het correcte pakket binnen
en installeert het zonder dat de gebruiker iets hoeft te doen.
Als u een alternatieve &os; Pakkettenmirror wilt specificeren,
in plaats van de hoofddistributiesite, dan moet u de
omgevingsvariabele PACKAGESITE overeenkomstig
instellen om de standaardinstellingen aan te passen.
&man.pkg.add.1; gebruikt &man.fetch.3; om de bestanden binnen te
halen, dat gebruik maakt van diverse omgevingsvariabelen zoals
FTP_PASSIVE_MODE, FTP_PROXY, en
FTP_PASSWORD. Mogelijk moeten ook
één of meer van deze variabelen gebruikt worden
als een machine achter een firewall staat of als gebruik
gemaakt moet worden van een FTP/HTTP proxy. In &man.fetch.3;
staat de complete lijst. In het voorbeeld hierboven is gebruik
gemaakt van lsof in plaats van
lsof-4.56.4. Als het pakket wordt
binnengehaald met behulp van de bovenstaande instellingen, dan
moet het versienummer van het pakket niet gebruikt worden.
&man.pkg.add.1; haalt automatisch de laatste versie van de
applicatie binnen.&man.pkg.add.1; downloadt de meest recente versie van een
applicatie als &os.current; of &os.stable;. Als een
-RELEASE versie wordt gebruikt, wordt het pakket dat bij die
release hoort gebruikt. Het is mogelijk dit gedrag te
veranderen door PACKAGESITE te wijzigen. Als u
bijvoorbeeld &os; 5.4-RELEASE draait, dan haalt
&man.pkg.add.1; standaard de pakketten uit
ftp://ftp.freebsd.org/pub/FreeBSD/ports/i386/packages-5.4-release/Latest/.
Om &man.pkg.add.1; de &os; 5-STABLE pakketten te laten
downloaden kan PACKAGESITE ingesteld worden op
ftp://ftp.freebsd.org/pub/FreeBSD/ports/i386/packages-5-stable/Latest/.Pakketbestanden worden gedistribueerd in de formaten
.tgz en .tbz. Ze
zijn te vinden op
of op de &os; CD-ROM-distributie. Iedere CD-ROM in de
&os; 4-CD-ROM-verzameling (en de PowerPak, enzovoort) bevat
pakketten in de map /packages. De opbouw
van de pakketten is ongeveer gelijk aan die van
/usr/ports. Iedere categorie heeft zijn
eigen map en ieder pakket staat ook in de map
All.De mappenstructuur van het pakkettensysteem is gelijk aan
die van het portssysteem. Samen vormen ze het
pakket/portssysteem.Pakketten beherenpakkettenbeheren&man.pkg.info.1; is een hulpprogramma dat de diverse
geïnstalleerde pakketten toont en beschrijft.pkg_info&prompt.root; pkg_info
cvsup-16.1 A general network file distribution system optimized for CV
docbook-1.2 Meta-port for the different versions of the DocBook DTD
...&man.pkg.version.1; is een hulpprogramma dat een
samenvatting van de versie van alle geïnstalleerde
pakketten geeft. Het vergelijkt de versie van het pakket met
de huidige versie in de Portscollectie.pkg_version&prompt.root; pkg_version
cvsup =
docbook =
...De symbolen in de tweede kolom geven aan hoe de
geïnstalleerde versie staat ten opzichte van de versie die
beschikbaar is in de lokale Portscollectie.SymboolBetekenis=De versie van het geïnstalleerde pakket komt
overeen met die in de lokale Portscollectie.<De geïnstalleerde versie is ouder dan die
beschikbaar is in de ports.>De geïnstalleerde versie is nieuwer dan die
in de lokale Portscollectie. De lokale Portscollectie
is waarschijnlijk verouderd.?Het geïnstalleerde pakket kan niet gevonden
worden in index van de Portscollectie. Dit kan
bijvoorbeeld gebeuren als een geïnstalleerde port
uit de Portscollectie wordt verwijderd of
hernoemd.*Er zijn meerdere versies van het pakket.!Het geïnstalleerde pakket bestaat in de index
maar om de een of andere reden was
pkg_version niet in staat om het
versienummer van het geïnstalleerde pakket met de
overeenkomstige ingang in de index te
vergelijken.Pakketten verwijderenpkg_deletepakkettenverwijderenVoor het verwijderen van een geïnstalleerd pakket
wordt het hulpprogramma &man.pkg.delete.1; gebruikt.&prompt.root; pkg_delete xchat-1.7.1Merk op dat &man.pkg.delete.1; de volledige naam en het
volledige nummer van het pakket nodig heeft; het bovenstaande
commando zou niet werken als xchat
in plaats van xchat-1.7.1 was
gegeven. Het is echter eenvoudig om &man.pkg.version.1; te
gebruiken om de versie van het geïnstalleerde pakket te
achterhalen. U zou ook eenvoudigweg een wildcard kunnen
gebruiken:&prompt.root; pkg_delete xchat\*In dit geval zullen alle pakketten waarvan de naam met
xchat begint worden verwijderd.DiversenAlle informatie over pakketten wordt opgeslagen in de map
/var/db/pkg. De lijst met
geïnstalleerde bestanden en beschrijvingen van ieder
pakket staat in de bestanden in deze map.De Portscollectie gebruikenIn de volgende paragrafen worden basisinstructies gegeven
over het gebruik van de Portscollectie om programma's op een
systeem te installeren of ervan te verwijderen. Een
gedetailleerde beschrijving van de make-doelen
en omgevingsvariabelen staat in &man.ports.7;.De PortscollectieVoordat ports geïnstalleerd kunnen worden moet eerst
de Portscollectie op een systeem staan, die in essentie een set
van Makefiles, patches en bestanden met
beschrijvingen is in /usr/ports.Tijdens het installeren van een &os; systeem, vraagt
sysinstall of de Portscollectie
geïnstalleerd moet worden. Als daar NO is
aangegeven, dan kan met behulp van de volgende instructies
alsnog de Portscollectie op een systeem gezet worden:Met CVSupDit is een snelle methode voor het verkrijgen en
bijhouden van een kopie van Portscollectie met behulp van het
CVSup-protocol. Meer informatie
over CVSup staat in CVSup gebruiken.De implementatie van het
CVSup-protocol dat met &os; wordt
geleverd heet csup. Het
verscheen voor het eerst in &os; 6.2. Gebruikers van oudere
uitgaven kunnen het via de port of het pakket net/csup installeren.Zorg ervoor dat
/usr/ports leeg is
voordat csup voor het eerst
gebruikt wordt! Als er reeds een Ports Collectie aanwezig is
die via een andere bron is opgehaald, zal
csup verwijderde patchbestanden
niet verwijderen.Draai csup:&prompt.root; csup -L 2 -h cvsup.FreeBSD.org /usr/share/examples/cvsup/ports-supfileWijzig cvsup.FreeBSD.org
in een CVSup server in de buurt.
In CVSup Mirrors
() staat een complete lijst
van mirrorsites;Het kan wenselijk zijn een aangepaste
ports-supfile te gebruiken,
bijvoorbeeld om een CVSup
server niet mee te hoeven geven op de
commandoregel.Kopieer in dit geval, als
root,
/usr/share/examples/cvsup/ports-supfile
naar een nieuwe locatie, zoals /root of een
thuismap.Wijzig ports-supfile.Wijzig
CHANGE_THIS.FreeBSD.org in
een CVSup server in de
buurt. In CVSup
Mirrors ()
staat een volledige lijst met mirrorsites.Roep nu als volgt csup
aan:&prompt.root; csup -L 2 /root/ports-supfileHet later draaien van &man.csup.1; zal alle recente
veranderingen aan uw Portscollectie downloaden en toepassen,
behalve het eigenlijke herbouwen van ports voor uw eigen
systeem.Met PortsnapPortsnap is een alternatief systeem voor het
distribueren van de Portscollectie. In Portsnap
gebruiken staat een gedetailleerde beschrijving van
alle mogelijkheden van Portsnap.Download een gecomprimeerd snapshot van de
Portscollectie naar /var/db/portsnap. Na deze
stap kan eventueel de verbinding met Internet verbroken
worden.&prompt.root; portsnap fetchAls Portsnap voor de eerste
keer draait, pak het snapshot dan uit in /usr/ports:
&prompt.root; portsnap extractAls /usr/ports
al gevuld is en er alleen wordt bijgewerkt, voer dan het
volgende commando uit in plaats van het
bovenstaande:&prompt.root; portsnap updateMet sysinstallBij deze methode wordt
sysinstall gebruikt om de
Portscollectie van installatiemedia te installeren. Hier
wordt wel de Portscollectie op het moment dat de release
gemaakt is geïnstalleerd. Bij toegang tot Internet is
het advies altijd een andere methode te gebruiken.Draai als root
- sysinstall
- (/stand/sysinstall in &os;
- versies ouder dan 5.2) zoals hieronder aangegeven:
+ sysinstall zoals hieronder aangegeven:
&prompt.root; sysinstallScroll naar beneden en selecteer
Configure, druk op
Enter.Scroll naar beneden en selecteer
Distributions, druk op
Enter.Scroll naar ports, druk op
Space.Scroll naar boven naarExit,
druk op Enter.Selecteer de gewenste installatiemedia, zoals CD-ROM,
FTP, enzovoort.Scroll omhoog naar Exit en
druk op Enter.Druk op X om
sysinstall af te sluiten.Ports installerenportsinstallerenHet eerste wat uitleg behoeft als het over de
Portscollectie gaat is de term skelet
(skeleton). In een notendop is een portskelet
een minimaal aantal bestanden dat &os; aangeeft hoe een
programma gecompileerd en geïnstalleerd kan worden. Ieder
portskelet bevat:Een Makefile. De
Makefile bevat verschillende
definities die aangeven hoe de applicatie gecompileerd moet
worden en waar die op een systeem geïnstalleerd moet
worden;Een bestand distinfo. Dit bestand
bevat informatie over de bestanden die gedownload moeten
worden om de port te bouwen, en hun checksums (door gebruik
te maken van &man.md5.1; en &man.sha256.1;), om vast te
stellen dat de bestanden niet corrupt zijn geraakt tijdens
de download;Een map files. Deze map bevat
patches om het programma op een &os; systeem te laten
compileren en installeren. Patches zijn in essentie kleine
bestanden waarin kleine veranderingen aan andere,
specifieke, bestanden staan aangegeven. Ze zijn opgesteld
in platte tekst en er staan dingen in als Verwijder
regel 10 of Wijzig regel 26 in
.... Patches staan ook wel bekend als
diffs omdat ze gemaakt worden met het
programma &man.diff.1;.Deze map kan ook andere bestanden bevatten die gebruikt
worden om de port te bouwen;Een bestand pkg-descr. Dit is een
meer gedetailleerde beschrijving van het programma, vaak in
één regel;Een bestand pkg-plist. Dit is een
lijst met alle bestanden die door de port
geïnstalleerd worden. Het geeft het portssysteem ook
aan welke bestanden bij het verwijderen van de port weer
verwijderd kunnen worden.Sommige ports bevatten nog andere bestanden, zoals
pkg-message. Het portssysteem gebruikt
die bestanden voor het afhandelen van bijzondere situaties.
Meer details over die bestanden en over ports in het algemeen
zijn na te lezen in het &os; Handboek
voor Porters.De port bevat instructies over hoe de broncode gebouwd moet
worden, maar de broncode zelf is er geen onderdeel van. De
broncode staat op een CD-ROM of op Internet. De broncode
wordt verspreid op de wijze waarop de auteur dat wenst. Vaak
is dat als een tar of gzip bestand, maar het kan ook ingepakt
zijn met een ander programma of helemaal niet ingepakt zijn.
De broncode van een programma, in welke vorm dan ook, heet een
distributiebestand. De twee methoden om een &os;
port te installeren worden hieronder beschreven.Ports installeren dient als root te
gebeuren.Voordat een port wordt geïnstalleerd is het aan
te raden op
na kijken of er geen beveiligingsproblemen voor de
gewenste port bekend zijn.Er kan automatisch een controle op beveiligingsproblemen
door portaudit gedaan worden
voordat er een nieuwe applicatie wordt geïnstalleerd.
Dit gereedschap kan in de Portscollectie gevonden worden
(ports-mgmt/portaudit).
Overweeg om portaudit -F te draaien voordat
er een nieuwe port wordt geïnstalleerd, om de huidige
database met beveiligingsproblemen op te halen. Tijdens de
dagelijkse beveiligingscontrole van het systeem zal er een
beveiligingsaudit en een update van de database plaatsvinden.
Lees voor meer informatie de hulppagina's &man.portaudit.1; en
&man.periodic.8;.De Portscollectie neemt aan dat er een werkende
Internetverbinding is. Als die niet aanwezig is, zet dan
handmatig een kopie van het benodigde distributiebestand in
/usr/ports/distfiles.Ga om te beginnen naar de juiste map voor een port:&prompt.root; cd /usr/ports/sysutils/lsofEenmaal in de map lsof is het skelet
van de port te zien. In de volgende stap wordt de broncode
voor de port gecompileerd of gebouwd. Dit
wordt gedaan door op het prompt make in te
voeren. Dat levert iets als het volgende op:&prompt.root; make
>> lsof_4.57D.freebsd.tar.gz doesn't seem to exist in /usr/ports/distfiles/.
>> Attempting to fetch from ftp://lsof.itap.purdue.edu/pub/tools/unix/lsof/.
===> Extracting for lsof-4.57
...
[uitvoer van uitpakken verwijderd]
...
>> Checksum OK for lsof_4.57D.freebsd.tar.gz.
===> Patching for lsof-4.57
===> Applying FreeBSD patches for lsof-4.57
===> Configuring for lsof-4.57
...
[uitvoer van configure verwijderd]
...
===> Building for lsof-4.57
...
[uitvoer van compileren verwijderd]
...
&prompt.root;Als het compileren is afgerond is het prompt weer
zichtbaar. In de volgende stap wordt de port
geïnstalleerd. Om dat te bewerkstelligen wordt het woord
install aan make
toegevoegd:&prompt.root; make install
===> Installing for lsof-4.57
...
[uitvoer installatie verwijderd]
...
===> Generating temporary packing list
===> Compressing manual pages for lsof-4.57
===> Registering installation for lsof-4.57
===> SECURITY NOTE:
This port has installed the following binaries which execute with
increased privileges.
&prompt.root;Als de prompt weer beschikbaar is, is de applicatie
klaar voor gebruik. Omdat lsof met
verhoogde rechten wordt uitgevoerd, wordt er een
waarschuwing getoond. Tijdens het bouwen en installeren van
ports zijn de getoonde waarschuwingen van belang.Het is verstandig om de submap die als werkmap wordt
gebruikt te verwijderen. Hierin staan alle tijdelijke
bestanden die tijdens het compileren worden gebruikt. Die
bestanden gebruiken niet alleen waardevolle schijfruimte, maar
ze kunnen later ook problemen veroorzaken als de port wordt
bijgewerkt.&prompt.root; make clean
===> Cleaning for lsof-4.57
&prompt.root;Het is mogelijk twee stappen minder te gebruiken door
make install clean
uit te voeren in plaats van make,
make install
en make clean als
drie afzonderlijke stappen.Sommige shells houden een cache bij van de commando's
die in de mappen uit de omgevingsvariabele
PATH staan om het opzoeken van een uitvoerbaar
bestand te versnellen. Als zo'n shell wordt gebruikt, moet
er na de installatie van een port het commando
rehash worden uitgevoerd voordat zojuist
geïnstalleerde commando's kunnen worden gebruikt. Dit
commando werkt voor shells zoals tcsh.
Gebruik voor shells als shhash
-r. In de documentatie van een shell staat meer
informatie.Sommige DVD-ROM-producten van andere partijen, zoals de
&os; Toolkit van de FreeBSD Mall
bevatten distributiebestanden. Die kunnen met de Portscollectie
gebruikt worden. Koppel de DVD-ROM aan op
/cdrom. Stel bij gebruik van een ander
aankoppelpunt de make variabele CD_MOUNTPTS
in. De benodigde distributiebestanden worden automatisch
gebruikt als ze op de schijf aanwezig zijn.Licenties van sommige ports staan niet toe dat de code
wordt opgenomen in een CD-ROM. Dit kan komen doordat er een
formulier ingevuld moet worden voor een download of doordat
herdistributie niet is toegestaan of om een andere reden.
Om een port te installeren die niet op de CD-ROM staat moet
de computer waarop de port geïnstalleerd wordt een
Internetverbinding hebben.Het portssysteem gebruikt &man.fetch.1; om bestanden te
downloaden. Dat programma maakt gebruik van een aantal
omgevingsvariabelen, waaronder FTP_PASSIVE_MODE,
FTP_PROXY, en FTP_PASSWORD. Als
een systeem achter een firewall staat, is het wellicht
noodzakelijk om een of meer van deze omgevingsvariabelen in te
stellen of om gebruik te maken van een FTP/HTTP proxy. In
&man.fetch.3; staat een complete lijst.Als er geen continue Internetverbinding is, kan gebruik
gemaakt worden van make
fetch. Door dit commando
in de map /usr/ports uit te voeren worden
alle benodigde bestanden gedownload. Dit
commando werkt ook op een lager niveau als
/usr/ports/net of
/usr/ports/net/xmule. Als een port
afhankelijk is van bibliotheken of andere ports dan worden de
distributiebestanden van die ports niet
opgehaald. Om dat de bereiken dient
fetch vervangen te worden door
fetch-recursive.Het is mogelijk alle ports in een categorie te bouwen
door make in een hogere map uit te voeren,
naar analogie van het voorbeeld voor make
fetch. Dit is wel
gevaarlijk, omdat sommige ports niet tegelijk met andere
geïnstalleerd kunnen zijn. In andere gevallen
installeren twee ports hetzelfde bestand met een andere
inhoud.In zeldzame gevallen willen of moeten gebruikers de
tar-bestanden van een andere site dan de
MASTER_SITES halen (de locatie waar de
bestanden vandaan komen). Dat is mogelijk met de optie
MASTER_SITES met een volgend
commando:&prompt.root; cd /usr/ports/directory
&prompt.root; make MASTER_SITE_OVERRIDE= \
ftp://ftp.FreeBSD.org/pub/FreeBSD/ports/distfiles/ fetchIn het voorgaande voorbeeld is de optie
MASTER_SITES gewijzigd naar ftp.FreeBSD.org/pub/FreeBSD/ports/distfiles/.Sommige ports staan toe (of schrijven zelfs voor) dat er
een aantal instellingen worden meegegeven die bepaalde
onderdelen (niet gebruikt, beveiligingsinstellingen en andere
aanpassingen) van de applicatie in- of uitschakelen.
Voorbeelden van ports waarbij dat het geval is zijn www/mozilla, security/gpgme en mail/sylpheed-claws. Er wordt
een bericht getoond als dit soort instellingen beschikbaar
zijn.Standaardmappen voor ports wijzigenSoms is het handig (of verplicht) om een andere map voor
werk of ports te gebruiken. Met de variabelen
WRKDIRPREFIX en PREFIX
kunnen de standaardmappen veranderd worden:&prompt.root; make WRKDIRPREFIX=/usr/home/example/ports installHet voorbeeld hierboven compileert de port in
/usr/home/example/ports en installeert
alles in /usr/local.&prompt.root; make PREFIX=/usr/home/example/local installHet voorbeeld hierboven compileert in
/usr/ports en installeert in
/usr/home/example/local.&prompt.root; make WRKDIRPREFIX=../ports PREFIX=../local installHet voorbeeld hierboven combineert de twee instellingen.
Het gaat te ver om dit volledig in het handboek te
beschrijven, maar hier krijgt de lezer een idee van de
mogelijkheden.Het is ook mogelijk de bovenstaande variabelen als deel
van de omgeving in te stellen. In de hulppagina's van de
gebruikte shell staat hoe dat mogelijk is.Omgaan met imakeEr zijn ports die imake gebruiken
(een onderdeel van het X Window systeem) die niet goed werken
met PREFIX en erop staan te installeren in
/usr/X11R6. Er zijn ook een aantal Perl
ports die PREFIX negeren en in de Perl
hiërarchie installeren. Deze ports op de
PREFIX locatie laten installeren is
meestal erg moeilijk of onmogelijk.Ports herconfigurerenTijdens het bouwen van bepaalde ports kan er een menu dat
op ncurses is gebaseerd verschijnen waaruit u bepaalde
bouwopties kunt selecteren. Het is niet ongebruikelijk dat
gebruikers dit menu opnieuw willen bezoeken om deze opties toe
te voegen, te verwijderen, of te veranderen nadat een port is
gebouwd. Er zijn vele manieren om dit te doen. Eén
optie is om naar de map waarin de port staat te gaan en
make config te
typen, wat eenvoudigweg het menu opnieuw toont met daarin de
zelfde opties geselecteerd. Een andere optie is om
make showconfig te
gebruiken, wat alle instelopties voor de port aan u laat zien.
Nog een andere optie is om make
rmconfig uit te voeren wat
alle geselecteerde opties zal verwijderen en u toestaat
opnieuw te beginnen. Al deze opties, en anderen, worden zeer
gedetailleerd uitgelegd in de hulppagina voor &man.ports.7;.Geïnstalleerde ports verwijderenportsverwijderenNu u weet hoe ports te installeren, zult u zich
waarschijnlijk afvragen hoe ze te verwijderen, in het geval dat
u er een installeert en later besluit dat u de verkeerde port
heeft geïnstalleerd. We zullen ons vorige voorbeeld
(lsof) verwijderen. Ports worden op
precies dezelfde manier verwijderd als pakketten met het
commando &man.pkg.delete.1; (zoals beschreven in het onderdeel
Pakketten):&prompt.root; pkg_delete lsof-4.57Ports bijwerkenportsbijwerkenStel als eerste een lijst samen met ports waarvoor een
nieuwere versie beschikbaar is in de Portscollectie met het
commando &man.pkg.version.1;:&prompt.root; pkg_version -v/usr/ports/UPDATINGAls de Portscollectie eenmaal is bijgewerkt
vóór het bijwerken van ports, is het verstandig
het bestand /usr/ports/UPDATING te
raadplegen. In dat bestand staan aanwijzingen en wijzigingen
voor gebruikers die van belang zijn bij het bijwerken van
ports, zoals het veranderen van bestandsformaten, veranderen
van de locatie van configuratie bestanden, en andere
incompatibiliteiten met voorgaande versies.Als UPDATING tegenstrijdig is met
wat hier beschreven is, moet men UPDATING
als waar beschouwen.Ports bijwerken met portupgradeportupgradeHet hulpprogramma portupgrade
is ontworpen om geïnstalleerde ports eenvoudig bij te
werken. Het is beschikbaar via de port ports-mgmt/portupgrade.
Installeer het net als iedere andere port met het commando
make install
clean:&prompt.root; cd /usr/ports/ports-mgmt/portupgrade
&prompt.root; make install cleanScan de lijst met geïnstalleerde ports met het
commando pkgdb -F en corrigeer alle
gerapporteerde inconsistenties. Het is verstandig dit
regelmatig te doen, voor iedere keer bijwerken.Door het draaien van portupgrade -a
zal portupgrade beginnen met het
bijwerken van alle geïnstalleerde ports op een systeem
waarvoor een nieuwere versie beschikbaar is. Met de vlag
is het mogelijk in te stellen dat voor
iedere bij te werken port om bevestiging wordt
gevraagd.&prompt.root; portupgrade -aiGebruik om alleen een specifieke applicatie bij te werken
en niet alle beschikbare ports portupgrade
pkgname. Gebruik de
vlag om
portupgrade eerst alle ports bij
te laten werken die voor een bij te werken toepassing
benodigd zijn.&prompt.root; portupgrade -R firefoxGebruik de vlag om bij installatie
van pakketten in plaats van ports gebruik te maken. Met deze
optie zoekt portupgrade in de
lokale mappen uit PKG_PATH of haalt de
pakketten via het netwerk op als ze lokaal niet worden
aangetroffen. Als een pakket niet lokaal en niet via het
netwerk wordt gevonden, dan gebruikt
portupgrade ports. Om het gebruik
van ports te voorkomen kan gebruik gemaakt worden van de
optie :&prompt.root; portupgrade -PP gnome2Om alleen de distributiebestanden op te halen (of
pakketten als is opgegeven), zonder bouwen
of installeren, is beschikbaar. Meer
informatie staat in &man.portupgrade.1;.Ports bijwerken met portmanagerportmanagerPortmanager is een ander
hulpprogramma voor het eenvoudig bijwerken van
geïnstalleerde ports. Het is beschikbaar via de port
ports-mgmt/portmanager:&prompt.root; cd /usr/ports/sysutils/portmanager
&prompt.root; make install cleanAlle geïnstalleerde ports kunnen bijgewerkt worden
met het volgende eenvoudige commando:&prompt.root; portmanager -uMet de vlag kan ingesteld worden dat
voor iedere stap die Portmanager
wil uitvoeren vooraf toestemming moet worden gegeven.
Portmanager kan ook nieuwe ports
op een systeem installeren. Anders dan met het bekende
commando make install
clean worden alle afhankelijkheden
bijgewerkt voordat de geselecteerde port wordt gebouwd en
geïnstalleerd:&prompt.root; portmanager x11/gnome2Als er problemen zijn ten aanzien van de afhankelijkheden
voor een geselecteerde port, dan kan
Portmanager ze allemaal herbouwen
in de juiste volgorde. Als dat is afgerond, wordt daarna
ook de port die problemen opleverde opnieuw gebouwd:&prompt.root; portmanager graphics/gimp -fMeer informatie staat in &man.portmanager.1;.Ports bijwerken met PortmasterportmasterPortmaster is nog een
gereedschap voor het bijwerken van geïnstalleerde ports.
Portmaster was ontworpen om gebruik
te maken van de gereedschappen die in het basis
systeem te vinden zijn (het hangt niet af andere ports) en het
gebruikt de informatie in /var/db/pkg om te bepalen welke
ports bij te werken. Het is beschikbaar via de port ports-mgmt/portmaster:&prompt.root; cd /usr/ports/ports-mgmt/portmaster
&prompt.root; make install cleanPortmaster verdeelt ports in
vier categoriën:Wortelpoorten (geen afhankelijkheden, wordt niet van
afgehangen)Stampoorten (geen afhankelijkheden, wordt van
afgehangen)Takpoorten (hebben afhankelijkheden, wordt van
afgehangen)Bladpoorten (hebben afhankelijkheden, wordt niet van
afgehangen)U kunt de optie gebruiken om alle
geïnstalleerde ports tonen en naar updates te zoeken:&prompt.root; portmaster -L
===>>> Root ports (No dependencies, not depended on)
===>>> ispell-3.2.06_18
===>>> screen-4.0.3
===>>> New version available: screen-4.0.3_1
===>>> tcpflow-0.21_1
===>>> 7 root ports
...
===>>> Branch ports (Have dependencies, are depended on)
===>>> apache-2.2.3
===>>> New version available: apache-2.2.8
...
===>>> Leaf ports (Have dependencies, not depended on)
===>>> automake-1.9.6_2
===>>> bash-3.1.17
===>>> New version available: bash-3.2.33
...
===>>> 32 leaf ports
===>>> 137 total installed ports
===>>> 83 have new versions available
Alle geïnstalleerde ports kunnen met dit eenvoudige
commando worden bijgewerkt:&prompt.root; portmaster -aStandaard maakt Portmaster
een backup-pakket aan voordat het een bestaande port
verwijderd. Als de installatie van de nieuwe versie
succesvol is, zal Portmaster de
reservekopie verwijderen. Het gebruik van
zal
Portmaster instrueren om de
reservekopie niet automatisch te verwijderen. Het toevoegen
van de optie zal
Portmaster in interactieve modus
opstarten, en u vragen voordat het elke port bijwerkt.Als u fouten tegenkomt tijdens het bijwerkproces, kunt u
de optie gebruiken om alle ports bij te
werken/te herbouwen:&prompt.root; portmaster -afU kunt Portmaster ook gebruiken
om nieuwe ports op het systeem te installeren, en alle
afhankelijkheden bijwerken voordat de nieuwe port gebouwd en
geïnstalleerd wordt:&prompt.root; portmaster shells/bashBekijk &man.portmaster.8; voor meer informatie.Ports en schijfruimteportsdisk-spaceWerken met de Portscollectie kan in de loop der tijd veel
schijfruimte gebruiken. Na het bouwen en installeren van
software uit de ports, is het van belang altijd de tijdelijke
mappen work op te ruimen
met het commando make
clean. De complete
Portscollectie kan geschoond worden met het volgende
commando:&prompt.root; portsclean -CIn de loop der tijd komen ook veel oude bestanden met
broncode in de map distfiles te staan. Die kunnen
handmatig verwijderd worden of met het volgende commando dat
alle distributiebestanden waarnaar in de huidige ports geen
verwijzingen meer staan verwijdert:&prompt.root; portsclean -DOf om alle distributiebestanden te verwijderen waardoor
momenteel door geen één geïnstalleerde port
op uw systeem wordt verwezen:&prompt.root; portsclean -DDHet hulpprogramma portsclean is
onderdeel van de suite
portupgrade.Vergeet niet ports die niet langer gebruikt worden te
verwijderen. Een handig hulpmiddel hiervoor kan de port
ports-mgmt/pkg_cutleaves
zijn.Activiteiten na het installerenNa het installeren van een nieuwe applicatie is het meestal
verstandig om de documentatie te lezen die bij een applicatie
zit, bestanden met instellingen die vereist zijn aan te passen,
ervoor te zorgen dat de applicatie start na het opstarten (als het
een daemon is), enzovoort.De exacte stappen om een applicatie in te stellen zijn
natuurlijk voor iedere applicatie anders. Maar als er net een
nieuwe applicatie is geïnstalleerd en het is niet
vanzelfsprekend hoe verder te gaan, dan kunnen de volgende tips
helpen:Met &man.pkg.info.1; kan uitgevonden worden welke
bestanden geïnstalleerd zijn en waar. Om bijvoorbeeld
uit te vinden welke bestanden door FooPackage versie 1.0.0
zijn geïnstalleerd:&prompt.root; pkg_info -L foopackage-1.0.0 | lessBestanden in mapnamen met man/
zijn hulppagina's, etc/ bevat bestanden
met instellingen en doc/ bevat
uitgebreidere documentatie.Als niet helemaal duidelijk is welke versie van het
programma is geïnstalleerd, kan een commando als volgt
gebruikt worden:&prompt.root; pkg_info | grep -i foopackageHiermee worden alle pakketten getoond waar
foopackage in de pakketnaam
voorkomt.Als de hulppagina's zijn gevonden, kunnen die bekeken
worden met &man.man.1;. Zo kan er ook in de bestanden met
voorbeeldinstellingen gekeken worden en naar aanvullende
documentatie, als die is bijgeleverd.Als er een website is voor de applicatie staat daar
vaak ook aanvullende documentatie, veelgestelde vragen,
enzovoort. Als het webadres niet bekend is, kan dat nog
staan in de uitvoer van het volgende commando:&prompt.root; pkg_info foopackage-1.0.0Als er een regel met WWW: in staat, is
dat de URL naar de website voor de applicatie.Ports die na het opstarten moeten starten (zoals Internet
diensten) hebben meestal een voorbeeldscript in
/usr/local/etc/rc.d. Dit script kan
bekeken, aangepast en hernoemd worden waar nodig. Meer
informatie staat in Diensten
Starten.Omgaan met kapotte portsAls een port niet werkt, zijn er een aantal mogelijke
manieren om verder te komen:Zoek uit of er een oplossing voor de port staat te
wachten in de Problem Report
database. Als dat zo is kan wellicht de
voorgestelde reparatie gebruikt worden.Vraag de beheerder van de port om hulp. Voor het
emailadres van de beheerder kan make
maintainer getypt worden
of het kan in de Makefile staan. Zet in
de mail in ieder geval de naam en versie van de port (de regel
met $&os;: in de
Makefile) en de uitvoer tot en met de
foutmelding.Sommige ports worden niet beheerd door een individu
maar in plaats daarvan door een mailinglijst.
Veel, maar niet alle, van deze adressen zien eruit als
freebsd-lijstnaam@FreeBSD.org.
Houd hier alstublieft rekening mee bij het formuleren van
vragen.In het bijzonder worden ports die geregistreerd staan
als onderhouden door ports@FreeBSD.org helemaal niet
onderhouden. Reparaties en ondersteuning, als dat al
beschikbaar is, komt vanuit de gemeenschap die is
geabonneerd op die mailinglijst. Meer vrijwilligers zijn
altijd nodig!Als er geen antwoord komt, stuur dan met &man.send-pr.1;
een foutrapport in. Zie Writing
&os; Problem Reports).Repareren! In het Handboek
voor de Porter is gedetailleerde informatie te
vinden over de infrastructuur van de Ports,
zodat een kapotte port gemaakt kan worden of er zelfs een
nieuwe port ingestuurd kan worden.Zoek een pakket van een FTP site in de buurt. De
master pakketcollectie staat op ftp.FreeBSD.org in de map
pakketten, maar het is van belang dat er
eerstin de buurt
wordt gekeken! Dat het pakket werkt is waarschijnlijker dan
wanneer uit de broncode wordt gecompileerd en het is nog
sneller ook. Een pakket kan met &man.pkg.add.1;
geïnstalleerd worden.
diff --git a/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/x11/chapter.sgml b/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/x11/chapter.sgml
index 0dfef59b2a..1cd3f6a141 100644
--- a/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/x11/chapter.sgml
+++ b/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/x11/chapter.sgml
@@ -1,1926 +1,1854 @@
KenTomBijgewerkt voor X.Org's X11 server door MarcFonvieilleErikRadderVertaald door RenéLadanHet X Window systeemOverzicht&os; gebruikt X11 om gebruikers een krachtige grafische
gebruikersschil te bieden. X11 is een vrij beschikbare versie van
het X Window System dat geïmplementeerd is in zowel
&xorg; als
&xfree86; (en andere softwarepakketten
die hier niet worden besproken). &os; versies tot en met
&os; 5.2.1-RELEASE hebben
&xfree86; als standaard, de X11 server
die is uitgebracht door The &xfree86; Project, Inc. Vanaf
&os; 5.3-RELEASE is de officiële standaardversie van X11
gewijzigd naar &xorg;, de X11-server
die is ontwikkeld door de X.Org Foundation onder een licentie die
veel lijkt op degene die door &os; wordt gebruikt. Er zijn ook
commerciële X-servers voor &os; beschikbaar.In dit hoofdstuk wordt de installatie en instelling van X11
behandeld met de nadruk op &xorg;
&xorg.version; release. Voor informatie over het configureren van
&xfree86; (i.e. op oudere uitgaven van
&os; waar &xfree86; de standaard
X11-distributie was) of vorige uitgave van
&xorg;, is het altijd mogelijk om
gearchiveerde versies van het &os; Handboek op te raadplegen.Meer informatie over de videohardware die X11 ondersteunt
kan gevonden worden op de &xorg; website.Na het lezen van dit hoofdstuk weet de lezer:Wat de componenten van het X Window systeem zijn en hoe
zij samenwerken.Hoe X11 geïnstalleerd en ingesteld kan
worden.Hoe verschillende window managers geïnstalleerd en
gebruikt kunnen worden.Hoe &truetype; lettertypen in X11 te gebruiken.Hoe het systeem ingesteld moet worden voor grafisch
aanmelden (XDM).Aangeraden voorkennis:Hoe extra software van derden te installeren
().X begrijpenX voor de eerste keer gebruiken kan een hele schok zijn voor
mensen die gewend zijn aan andere grafische omgevingen, zoals
µsoft.windows; of &macos;.Het is niet noodzakelijk om alle details te kennen over de
X componenten en hoe zij samenwerken, maar enige basiskennis
draagt wel bij aan krachtiger gebruik kunnen maken van
X.Waarom X?X is niet het eerste windows systeem dat geschreven is voor
&unix;, maar wel het meest populaire. Het oorspronkelijke X
ontwikkelteam werkte eerst aan een ander window systeem. De
naam van dat systeem was W (van
Window). X was gewoon de volgende letter in het
alfabet.X kan gewoon X,
X Window systeem, X11 of nog
anders genoemd worden. X11 X Windows noemen kan
door sommigen als een belediging opgevat worden. &man.X.7; kan
hierover wat licht laten schijnen.Het X client/server modelX is vanaf het begin aan ontworpen om netwerk-centraal te
zijn en gebruikt een client-server model.In het X model draait de X server op de
computer waar het toetsenbord, beeldscherm en muis aan vast
zit. De server is verantwoordelijk voor het regelen van
beeldinformatie, verwerken van invoer van toetsenbord en muis,
en andere invoer- of uitvoerapparaten (i.e. een
tablet kan als invoerapparaat worden gebruikt, en
een videoprojector kan een alternatief uitvoerapparaat zijn).
Iedere X applicatie (zoals XTerm, of
&netscape;) is een
cliënt. Een cliënt stuurt berichten
naar de server zoals teken een venster op deze
coördinaten en de server stuurt berichten terug
zoals de gebruiker heeft op de OK knop gedrukt.
Thuis of in kleine bedrijven draaien zowel de X server als
de X clients op dezelfde machine. Het is heel goed mogelijk
dat de X server op een minder krachtige desktop computer draait
en de X applicaties (de clients) op een, zeg maar, dure
krachtige machine van het bedrijf. Hier vindt de communicatie
tussen de X client en server plaats over het netwerk.Dit verwart sommige mensen, omdat de X terminologie geheel
omgekeerd is aan wat ze verwachten. Dat is namelijk dat de
X server de grote krachtige machine aan het eind
van de gang is en de X client de machine op hun
bureau is.De X server is de machine met het beeldscherm en het
toetsenbord en de X clients zijn de programma's die de
vensters tonen.Het protocol vereist niet dat de clients en servers
hetzelfde besturingssysteem moeten draaien of hetzelfde soort
computer moeten zijn. Het is heel goed mogelijk om X server op
een µsoft.windows; of Apple's &macos; te draaien en er
zijn verschillende gratis en commerciële applicaties die
dat doen.De window managerDe filosofie van het X ontwerp lijkt veel op die van
&unix;: gereedschappen, geen beleid. Dit houdt
in dat X niet bepaalt hoe een taak volbracht moet worden. In
plaats daarvan worden gereedschappen geleverd aan de gebruiker
die verantwoordelijk is voor het juiste gebruik hiervan.Deze filosofie verbreedt zich door X niet te laten bepalen
hoe vensters er moeten uitzien op het scherm, hoe ze verplaatst
moeten worden met de muis, welke toetsaanslagen gebruikt moeten
worden om te schakelen tussen vensters (bijvoorbeeld AltTab in het geval van µsoft.windows;), hoe de
titelbalken eruit moeten zien, of ze wel of niet sluitknoppen
moeten hebben, enzovoort.In plaats daarvan delegeert X deze verantwoordelijkheid aan
een applicatie die Window Manager heet. Er zijn
tientallen window managers voor X:
AfterStep,
Blackbox,
ctwm,
Enlightenment,
fvwm,
Sawfish,
twm,
Window Maker en vele anderen. Elk
van deze window managers heeft een eigen voorkomen en werking.
Er zijn window managers met virtual desktops of
met eigen toetscombinaties om de desktop te beheren; of hebben
een Start knop of iets gelijksoortig. Sommige
gebruiken thema's die uiterlijk en beleving
compleet veranderen door een nieuw thema te kiezen. Window
managers zijn te vinden in de categorie
x11-wm van de Portscollectie.De KDE en
GNOME desktop omgevingen hebben hun
eigen window managers die in het bureaublad zijn
geïntegreerd.Iedere windows manager heeft zijn eigen manier van
instellen. Sommige werken met handgetypte bestanden, anderen
beschikken over grafische gereedschappen voor de meeste
instellingen. Er is er minstens één
(Sawfish) waarvan het
instellingenbestand is geschreven in een dialect van de taal
Lisp.FocusbeleidDe window manager is ook verantwoordelijk voor het
focusbeleid van de muis. Ieder window
geörienteerd systeem heeft een manier nodig om te
bepalen welk venster actief is, toetsaanslagen ontvangt en
daarbij zichtbaar aangeeft welk venster actief is.Een bekend focus beleid heet
click-to-focus. Dit model wordt gebruikt door
µsoft.windows;, waarbij een venster actief wordt door er
met de muis op te klikken.X ondersteunt geen specifiek focusbeleid. In plaats
daarvan bepaalt de window manager op welk venster, op welk
moment, de focus ligt. Een aantal window managers
ondersteunen verschillende focusmethoden. Ze ondersteunen
allemaal click to focus en de meerderheid
ondersteunt ook nog andere.De meest populaire zijn:focus-volgt-muis (focus-follows-mouse)Het venster dat onder de muis zit is het venster
waarop de focus ligt. Dit hoeft niet het venster te
zijn dat bovenop alle andere vensters ligt. De focus
verandert door te wijzen naar een ander venster. Het
is niet nodig om er ook nog eens op te klikken.slordige-focus (sloppy-focus)Dit beleid is een kleine uitbreiding op
focus-follows-mouse. Indien bij focus-follows-mouse de
muis over het root venster (of de achtergrond) gaat,
ligt op geen enkel venster de focus en gaan alle
toetsaanslagen verloren. Bij sloppy-focus, verandert
de focus alleen als de muis in een nieuw venster komt
en niet als het huidige venster wordt verlaten.klik-voor-focus (click-to-focus)Het actieve venster wordt geselecteerd door erop
te klikken. Het venster wordt dan
opgetild en verschijnt dan voor alle
andere vensters. Alle toetsaanslagen worden nu naar
dit venster gestuurd, zelfs als de cursor naar een
ander scherm wordt verplaatst.Veel window managers ondersteunen andere soorten of
variaties op de bovenstaande typen muisbeleid. Hierover
staat meestal meer in de documentatie van de betreffende
window manager.WidgetsDe X aanpak door gereedschappen te leveren en niets af te
dwingen breidt zich uit naar de widgets die in elk
applicatievenster te zien zijn.Widget is een term voor alle dingen van de
gebruikersinterface waarop geklikt kan worden of een andere
actie mee uitgevoerd kan worden: knoppen, vinkvakjes, iconen,
lijsten en ga zo maar door. µsoft.windows; noemt ze
controls.µsoft.windows; en Apple's &macos; hebben beide een erg
strikt widgetbeleid. Van de applicatieontwikkelaars wordt
verwacht dat hun applicaties eenduidig zijn wat betreft
uiterlijk en beleving. Bij X is ervoor gekozen geen grafische
stijl of widgets te verplichten.X applicaties hebben dus niet allemaal hetzelfde uiterlijk.
Er zijn populaire widgetsets en variaties, inclusief de
originele Athena widgetset van MIT,
&motif; (waarvan de widgetset van
µsoft.windows; is afgeleid: schuine randen en drie
gradaties grijs), OpenLook en
anderen.De meeste nieuwe X applicaties gebruiken een modern
uitziende widgetset: Qt, gebruikt door
KDE, of GTK+ van het
GNOME project. Vanuit dit oogpunt
lijkt het enigszins op de &unix; desktop, wat het makkelijker
maakt voor de beginnende gebruiker.X11 installeren&xorg; is de standaard X11
implementatie voor &os;. &xorg; is
de X11 server van de open source implementatie die is uitgebracht
door de X.Org Foundation. &xorg; is
gebaseerd op de code van
&xfree86 4.4RC2 en X11R6.6.
De versie van &xorg; die momenteel
beschikbaar is in de &os; Portscollectie is &xorg.version;.Om &xorg; vanuit de
Portscollectie te bouwen en te installeren:&prompt.root; cd /usr/ports/x11/xorg
&prompt.root; make install cleanOm &xorg; compleet te
bouwen is tenminste 4 GB vrije schijfruimte nodig.X11 kan ook als package geïnstalleerd worden doordat er
binaire packages beschikbaar zijn voor &man.pkg.add.1;. Als
hiervoor de optie remote fetching van
&man.pkg.add.1; wordt gebruikt, dan moet het versienummer
verwijderd worden. &man.pkg.add.1; haalt automatisch de laatste
versie van het programma op.Om het package voor &xorg; op te
halen en te installeren:&prompt.root; pkg_add -r xorgHet voorbeeld hierboven installeert de complete X11
distributie inclusief de servers, clients, lettertypen enz. Er
zijn ook afzonderlijke packages en ports beschikbaar voor
verschillende delen van X11.De rest van dit hoofdstuk licht toe hoe X11 wordt ingesteld
en hoe een productieve desktopomgeving gebouwd kan worden.ChristopherShumwayGeschreven door X11 instellen&xorg;X11VoorbereidingVoordat er wordt begonnen met het instellen van X11 is de
volgende informatie van de te installeren machine nodig:Monitor specificatiesChipset van de videokaartGeheugen van de videokaarthorizontale scansnelheidverticale scansnelheidDe specificaties van de monitor worden door X11 gebruikt om
de resolutie en ververssnelheid te bepalen. Deze specificaties
kunnen normaal gesproken verkregen worden uit de bij de monitor
geleverde documentatie of van de website van de leverancier.
Er zijn twee nummerreeksen nodig: de horizontale scansnelheid
(scan rate) en de verticale synchronisatiesnelheid (vertical
synchronization).De chipset van de videokaart bepaalt welk stuurprogramma
X11 gebruikt om de grafische hardware aan te spreken. Bij de
meeste chipsets kan dit automatisch bepaald worden, maar het is
altijd handig om dit te weten voor het geval de automatische
detectie niet correct werkt.Het geheugen op de videokaart bepaalt de resolutie en
kleurdiepte waarmee het systeem kan werken. Dit is belangrijk
omdat de gebruiker zo de grenzen van zijn systeem kent.X11 instellenSinds versie 7.3 kan &xorg; vaak
zonder enig instellingenbestand werken door eenvoudig op de
prompt te typen:&prompt.user; startxBeginnend met versie 7.4 kan &xorg;
HAL gebruiken om toetsenborden en muizen
automatisch te detecteren. De ports sysutils/hal en devel/dbus worden als
afhankelijkheden van x11/xorg
geïnstalleerd, maar moeten met de volgende regels in het
bestand /etc/rc.conf worden aangezet:hald_enable="YES"
dbus_enable="YES"Deze diensten dienen gestart te worden (ofwel handmatig of
door opnieuw op te starten) voordat er verder wordt gegaan met
de configuratie van &xorg;.De automatische configuratie kan met sommige hardware
mislukken, of het kan dingen anders instellen dan gewenst is.
In deze gevallen is handmatige configuratie nodig.Bureaubladomgevingen als GNOME,
KDE, of
Xfce hebben gereedschappen waarmee
de gebruiker eenvoudig de schermparameters zoals de resolutie
kan instellen. Dus als de standaardconfiguratie niet
acceptabel is en u van plan bent om een bureaubladomgeving te
installeren kunt u gewoon doorgaan met de installatie van de
bureaubladomgeving en het juiste scherminstelgereedschap
gebruiken.Het instellen van X11 bestaat uit meerdere stappen. De
eerste stap is het bouwen van een instellingenbestand. Dit kan
als de supergebruiker met:
&prompt.root; Xorg -configureDit genereert een kaal X11-instellingenbestand in de map
/root met de naam
xorg.conf.new. Feitelijk wordt bepaald
waar de map staat door hoe er superuser rechten zijn verkregen.
$HOME is anders bij gebruik van &man.su.1; of
bij direct aanmelden. Het X11 programma probeert dan de
grafische hardware te detecteren en schrijft een
instellingenbestand dat de juiste stuurprogramma's laadt voor
de gevonden hardware van het systeem.De volgende stap is het testen van de bestaande
instellingen om te controleren of
&xorg; met de grafische kaart van
het doelsysteem kan werken. Typ in
&xorg; tot en met versie 7.3:&prompt.root; Xorg -config xorg.conf.newBeginnend met &xorg; 7.4 en hoger
produceert deze test een zwart scherm wat het moeilijk kan maken
om vast te stellen of X11 juist werkt. Het oudere gedrag is nog
steeds beschikbaar door de optie te
gebruiken:&prompt.root; Xorg -config xorg.conf.new -retroAls er een zwart/grijs rooster en een X muis cursor
verschijnen was de instelling succesvol. Om de test te
stoppen dient naar de virtuele console waarmee de test werd gestart
overgeschakeld te worden door op CtrlAltFn (
F1 voor de eerste virtuele console) en CtrlC te
drukken.Tot en met versie 7.3 van &xorg; kon
de toetsencombinatie CtrlAltBackspace gebruikt
worden om uit &xorg; te breken. Om het in
versie 7.4 en hoger aan te zetten, kunt u òfwel het volgende
commando uitvoeren vanaf elke X-terminal-emulator:&prompt.user; setxkbmap -option terminate:ctrl_alt_bkspòf een instellingenbestand voor het toetsenbord genaamd
x11-input.fdi voor
hald aanmaken en het in de map /usr/local/etc/hal/fdi/policy opslaan.
Dit bestand dient het volgende te bevatten:<?xml version="1.0" encoding="ISO-8859-1"?>
<deviceinfo version="0.2">
<device>
<match key="info.capabilities" contains="input.keyboard">
<merge key="input.x11_options.XkbOptions" type="string">terminate:ctrl_alt_bksp</merge>
</match>
</device>
</deviceinfo>U moet uw machine opnieuw opstarten om
hald te forceren om dit bestand te
lezen.
- De volgende regel dient ook aan de sectie
+ De volgende regel dient ook aan de sectie
ServerLayout of ServerFlags van
xorg.conf.new te worden toegevoegd:
- Option "DontZap" "off"
+ Option "DontZap" "off"Als de muis niet werkt, dan moet deze eerst ingesteld
worden. Zie in het &os;
installatiehoofdstuk. Verder worden beginnend met versie 7.4 de
secties InputDevice in
xorg.conf genegeerd ten voorkeur van de
automatisch verbonden apparaten. Voeg de volgende regel aan de
sectie ServerLayout of
ServerFlags van dit bestand toe om het oude
gedrag te herstellen:Option "AutoAddDevices" "false"Invoerapparaten kunnen dan zoals in vorige versies worden
geconfigureerd, tezamen met eventuele andere benodigde opties
(b.v. omschakelen van toetsenbordindeling).Zoals al eerder is uitgelegd zal sinds versie 7.4 de daemon
hald automatisch uw toetsenbord detecteren.
Het kan zijn dat de indeling of het model van uw toetsenbord niet
juist zijn. Bureaubladomgevingen zoals
GNOME, KDE of
Xfce bieden gereedschappen om het
toetsenbord in te stellen. Het is echter mogelijk om de eigenschappen
direct in te stellen met behulp van het gereedschap &man.setxkbmap.1;
of met een configuratieregel van
hald.Als men bijvoorbeeld een PC-toetsenbord met 102 toetsen met een
Franse indeling wilt gebruiken, dienen we een instellingenbestand voor
het toestenbord voor hald aan te maken
genaamd x11-input.fdi en het op te slaan in de
map /usr/local/etc/hal/fdi/policy. Het
dient de volgende regels te bevatten:<?xml version="1.0" encoding="ISO-8859-1"?>
<deviceinfo version="0.2">
<device>
<match key="info.capabilities" contains="input.keyboard">
<merge key="input.x11_options.XkbModel" type="string">pc102</merge>
<merge key="input.x11_options.XkbLayout" type="string">fr</merge>
</match>
</device>
<deviceinfo>Als dit bestand al bestaat, kunt u de regels betreffende de
configuratie van het toetsenbord kopiëren en aan uw bestand
toevoegen.U dient uw machine opnieuw op te starten om
hald te forceren om dit bestand te
lezen.Het is mogelijk om hetzelfde te bereiken vanaf een X-terminal of
een script met dit commando:&prompt.user; setxkbmap -model pc102 -layout frHet bestand
/usr/local/share/X11/xkb/rules/base.lst noemt de
beschikbare toetsenborden, indelingen en opties.X11 optimaliserenNu moet xorg.conf.new worden aangepast
aan de smaak van de gebruiker. Hiervoor moet het bestand in een
teksteditor zoals &man.emacs.1; of &man.ee.1; worden geladen.
Eerst moeten de frequenties van de monitor toegevoegd worden.
Die zijn meestal weergegeven als horizontale en verticale
synchronisatiesnelheid. Deze waarden worden toegevoegd aan
xorg.conf.new in het onderdeel
"Monitor":Section "Monitor"
Identifier "Monitor0"
VendorName "Monitor Vendor"
ModelName "Monitor Model"
HorizSync 30-107
VertRefresh 48-120
EndSectionIn het instellingenbestand kunnen de sleutelwoorden
HorizSync en VertRefresh
missen. Als ze er niet staan, moeten ze toegevoegd worden met
de juiste horizontale synchronisatiesnelheid achter het
HorizSync sleutelwoord en de verticale
synchronisatiesnelheid achter het
VertRefresh sleutelwoord. In het
bovenstaande voorbeeld werden de gegevens van de monitor
ingevoerd.X kan DPMS (Energy Star) eigenschappen gebruiken bij
monitoren die dit ondersteunen. &man.xset.1; regelt de
timeouts en kan de statussen standby, suspend of uit forceren.
Om DPMS eigenschappen voor een monitor te activeren, moet de
volgende regel toegevoegd worden aan de monitor sectie:
Option "DPMS"xorg.confAls het instellingenbestand
xorg.conf.new toch open staat in de editor
dan kan ook meteen de gewenste standaardresolutie en
kleurdiepte gekozen worden. Dit staat in het onderdeel
"Screen":Section "Screen"
Identifier "Screen0"
Device "Card0"
Monitor "Monitor0"
DefaultDepth 24
SubSection "Display"
Viewport 0 0
Depth 24
Modes "1024x768"
EndSubSection
EndSectionHet sleutelwoord DefaultDepth beschrijft
de kleurdiepte die standaard wordt gebruikt. Met de
commandoregeloptie van &man.Xorg.1; kan
dit overschreven worden. Het sleutelwoord
Modes beschrijft de resolutie waarmee
gewerkt wordt bij de opgegeven kleurdiepte. Alleen VESA
standaarden die door de grafische kaart van het systeem worden
gedefinieerd worden ondersteund. In het voorbeeld hierboven is
de standaard kleurdiepte 24 bits per pixel. Bij deze
kleurdiepte is de toegestane resolutie 1024 bij 768
pixels.Bij het oplossen van problemen zijn de logboekbestanden
van X11 vaak een goede hulp. Ze bevatten informatie voor
ieder apparaat waar de X11 server verbinding mee maakt.
Namen van &xorg; logboekbestanden
hebben de vorm /var/log/Xorg.0.log. De
precieze naam van een logboekbestand van variëren van
Xorg.0.log tot
Xorg.8.log enzovoort.Als alles is ingesteld, moet het instellingenbestand op een
plaats gezet worden waar &man.Xorg.1; het kan vinden. Dit is
meestal /etc/X11/xorg.conf of
/usr/local/etc/X11/xorg.conf:&prompt.root; cp xorg.conf.new /etc/X11/xorg.confHet instellen van X11 is nu gereed.
&xorg; gestart worden met
&man.startx.1;. De X11-server kan ook gestart worden met behulp
van &man.xdm.1;.Bijzondere instellingenInstellen met de &intel; i810 grafische chipsetIntel i810 grafische
chipsetInstellen met &intel; i810 geïntegreerde chipsets vereist de
agpgart AGP programmeerinterface
voor X11 om de kaart aan te sturen. Zie de &man.agp.4;
handleiding voor meer informatie.Hierdoor wordt het instellen van de hardware net
als ieder andere grafische kaart. Bij systemen die zonder
&man.agp.4; stuurprogramma gecompileerd zijn slaagt het laden
van module met &man.kldload.8; niet. Het stuurprogramma moet
in de kernel geladen zijn tijdens het opstarten door te
compileren of door /boot/loader.conf te
gebruiken.Een Breedbeeld Flatpanel toevoegenbreedbeeld flatpanelconfiguratieDeze sectie gaat uit van wat diepere configuratiekennis.
Als pogingen om de bovenstaande standaard instelgereedschappen
niet tot een werkende configuratie leidden, dan is er genoeg
informatie in de logbestanden om de opstelling aan de praat te
krijgen. Het gebruik van een tekstverwerker zal nodig zijn.
Huidige breedbeeldformaten (WSXGA, WSXGA+, WUXGA, WXGA,
WXGA+, et. al.) ondersteunen 16:10 en 10:9 formaten of
aspectverhoudingen die problematisch kunnen zijn. Voorbeelden
van enkele veelvoorkomende schermresoluties voor 16:10
aspectverhoudingen zijn:2560x16001920x12001680x10501440x9001280x800Op een gegeven moment zal het toevoegen van een van deze
resoluties net zo eenvoudig zijn als een mogelijke
Mode in het Section
"Screen":Section "Screen"
Identifier "Screen 0"
Device "Card0"
Monitor "Monitor0"
DefaultDepth 24
SubSection "Display"
Viewport 0 0
Depth 24
Modes "1680x1050"
EndSubSection
EndSection&xorg; is slim genoeg om de
resolutie-informatie via I2C/DDC-informtie uit het flatpanel
te onttrekken zodat het weet wat de monitor aan kan wat betreft
frequenties en resoluties.Als die ModeLines niet bestaan in de
stuurprogramma's, dient men &xorg;
een kleine hint te geven. Met behulp van
/var/log/Xorg.0.log kan men genoeg
informatie onttrekken om handmatig een werkende
ModeLine aan te maken. Kijk naar
informatie die op deze lijkt:(II) MGA(0): Supported additional Video Mode:
(II) MGA(0): clock: 146.2 MHz Image Size: 433 x 271 mm
(II) MGA(0): h_active: 1680 h_sync: 1784 h_sync_end 1960 h_blank_end 2240 h_border: 0
(II) MGA(0): v_active: 1050 v_sync: 1053 v_sync_end 1059 v_blanking: 1089 v_border: 0
(II) MGA(0): Ranges: V min: 48 V max: 85 Hz, H min: 30 H max: 94 kHz, PixClock max 170 MHzDeze informatie wordt EDID-informatie genoemd. Hiervan een
ModeLine maken is gewoon een kwestie van de
nummers in de juiste volgorde zetten:ModeLine <name> <clock> <4 horiz. timings> <4 vert. timings>Dus de ModeLine in Section
"Monitor" zou er voor dit voorbeeld uitzien als:
Section "Monitor"
Identifier "Monitor1"
VendorName "GroteNaam"
ModelName "BesteModel"
ModeLine "1680x1050" 146.2 1680 1784 1960 2240 1050 1053 1059 1089
Option "DPMS"
EndSectionNa het voltooien van deze eenvoudige stappen, zou X moeten
starten op uw nieuwe breedbeeldmonitor.MurrayStokelyBijgedragen door Lettertypen gebruiken in X11Type1 lettertypenDe standaard lettertypen van X11 zijn allerminst ideaal
voor het typische bureaubladprogramma. Grote
presentatielettertypen zien er hoekig en onprofessioneel uit en
kleine lettertypen in &netscape;
zijn bijna onleesbaar. Er zijn diverse gratis, kwalitatief
goede Type1 (&postscript;) lettertypen die meteen gebruikt
kunnen worden met X11. De URW lettertypecollectie (x11-fonts/urwfonts) heeft
bijvoorbeeld hoge kwaliteit versies van standaard Type1
lettertypen (Times Roman, Helvetica, Palatino en anderen). De
Freefonts collectie (x11-fonts/freefonts) heeft nog meer
lettertypen, maar de meesten ervan zijn bedoeld om in grafische
software als Gimp gebruikt te worden
en zijn niet compleet genoeg om als schermlettertypen te
gebruiken. Daarbij kan X11 zonder veel moeite ingesteld worden
worden om &truetype; lettertypen te gebruiken. Meer informatie
staat in &man.X.7; of de paragraaf over &truetype; Lettertypen.Om de bovenstaande Type1 lettertypecollectie van de
Portscollectie te installeren:&prompt.root; cd /usr/ports/x11-fonts/urwfonts
&prompt.root; make install cleanDat geldt ook voor de freefont en andere collecties. Om de
X server te vertellen dat deze lettertypen bestaan, dient de
volgende regel toegevoegd te worden aan het instellingenbestand
van de X server (/etc/X11/xorg.conf):
FontPath "/usr/local/lib/X11/fonts/URW/"Ook kan op de commando regel in de X sessie het volgende
gestart worden:&prompt.user; xset fp+ /usr/local/lib/X11/fonts/URW
&prompt.user; xset fp rehashDit werkt wel, maar zodra de X sessie wordt afgesloten is
het weer verdwenen tenzij het is toegevoegd aan het
opstartbestand (~/.xinitrc voor een
normale startx sessie of
~/.xsession als er wordt aangemeld met een
grafische aanmeldmanager als XDM).
Een derde manier is het gebruik van het nieuwe bestand
/usr/local/etc/fonts/local.conf: zie
hiervoor de paragraaf over over Anti-aliasing.&truetype; lettertypenTrueType lettertypenlettertypenTrueType&xorg; heeft ingebouwde
ondersteuning voor het renderen van &truetype; lettertypen. Er
zijn twee verschillende modules die deze functionaliteit
activeren. In dit voorbeeld wordt de freetype module gebruikt
omdat deze beter werkt met de andere lettertypen die back-ends
renderen. Om de freetype module te activeren dient de volgende
regel toegevoegd te worden aan het onderdeel
"Module" van
/etc/X11/xorg.conf.Load "freetype"Hierna dient een map voor de &truetype; lettertypen gemaakt
te worden (bijvoorbeeld
/usr/local/lib/X11/fonts/TrueType) en alle
&truetype; lettertypen moeten naar deze map gekopieerd worden.
&truetype; lettertypen kunnen niet direct van een &macintosh;
gehaald worden. Ze moeten in een &unix;/&ms-dos;/&windows;
formaat zijn voor X11. Zodra de bestanden naar deze map zijn
gekopieerd, kan ttmkfdir gestart
worden om een fonts.dir bestand te maken
zodat de X lettertyperenderer weet waar deze nieuwe bestanden
zijn geïnstalleerd. ttmkfdir zit in de
&os; Portscollectie als x11-fonts/ttmkfdir.&prompt.root; cd /usr/local/lib/X11/fonts/TrueType
&prompt.root; ttmkfdir -o fonts.dirNu moet de &truetype; map toe aan het lettertypepad
toegevoegd worden. Dit gebeurt op dezelfde wijze als boven is
beschreven voor Type1
lettertypen:&prompt.user; xset fp+ /usr/local/lib/X11/fonts/TrueType
&prompt.user; xset fp rehashof door een FontPath regel toe te voegen
aan xorg.conf.Dat is alles. Nu herkennen
&netscape;,
Gimp,
&staroffice; en alle andere X
applicaties de geïnstalleerde &truetype; lettertypen.
Extreem kleine lettertypen (zoals hoge resolutie tekst op een
webpagina) en extreme grote lettertypen (in
&staroffice;) zien er nu veel beter
uit.Joe MarcusClarkeBijgewerkt door Antialias lettertypenantialias lettertypenlettertypenantialias
- Anti-aliasing wordt door X11 sinds ondersteund sinds
- &xfree86; versie 4.0.2. Maar
- instellingen voor lettertypen waren bewerkelijk voordat
- &xfree86; 4.3.0 geïntroduceerd
- werd. Vanaf &xfree86; 4.3.0
- zijn alle lettertypen die X11 in de mappen
+ Alle lettertypen die X11 in de mappen
/usr/local/lib/X11/fonts/ en
- ~/.fonts/ aantreft automatisch beschikbaar
- voor anti-aliasing in applicaties die Xft ondersteunen. Niet
- alle applicaties ondersteunen Xft. Voorbeelden van applicaties
- met Xft ondersteuning zijn Qt 2.3 en hoger (de
- hulpprogramma's voor het KDE
- bureaublad), GTK+ 2.0 en hoger (de hulpprogramma's voor
- het GNOME bureaublad) en
- Mozilla 1.2 en hoger.
+ ~/.fonts/ staan zijn automatisch beschikbaar
+ voor anti-aliasing in applicaties die Xft ondersteunen. De meeste
+ recente applicaties ondersteunen Xft, inclusief KDE, GNOME, en
+ Firefox.Om te kunnen regelen welke lettertypen gebruik maken van
anti-alias of om de eigenschappen van anti-aliasing in te
stellen kan
/usr/local/etc/fonts/local.conf gemaakt
of gewijzigd worden. In dit bestand kunnen speciale
eigenschappen van het Xft lettertypesysteem aangepast worden.
Deze paragraaf beschrijft wat eenvoudige mogelijkheden.
Meer details staan in &man.fonts-conf.5;.XMLDit bestand moet in het XML formaat opgemaakt worden.
Hoofdletters en kleine letters worden onderscheiden en alle
tags moeten netjes worden afgesloten. Het bestand begint met
de gewone XML header gevolgd door een DOCTYPE definitie en
daarna de <fontconfig> tag:<?xml version="1.0"?>
<!DOCTYPE fontconfig SYSTEM "fonts.dtd">
<fontconfig>Zoals al eerder is vermeld zijn alle lettertypen in
/usr/local/lib/X11/fonts/ en in
~/.fonts/ al geschikt gemaakt voor
Xft applicaties. Als naast deze twee mappen nog een andere
lettertypen moeten kunnen bevatten, dan dient een soortgelijke
regel als de onderstaande aan
/usr/local/etc/fonts/local.conf toegevoegd
te worden:<dir>/pad/naar/mijn/fonts</dir>Na het toevoegen van nieuwe lettertypen en zeker nieuwe
lettertypemappen dienen de lettertypecaches opnieuw opgebouwd
worden met:&prompt.root; fc-cache -fAnti-aliasing maakt randen een beetje wazig wat kleine
teksten beter leesbaar maakt en voorkomt
trapvorming van grote letters. Maar het kan
oogkramp veroorzaken als het op normale tekst wordt toegepast.
Om lettertypen kleiner dan 14 punten uit te sluiten van
anti-aliasing moeten de volgende regels toegevoegd
worden:<match target="font">
<test name="size" compare="less">
<double>14</double>
</test>
<edit name="antialias" mode="assign">
<bool>false</bool>
</edit>
</match>
<match target="font">
<test name="pixelsize" compare="less" qual="any">
<double>14</double>
</test>
<edit mode="assign" name="antialias">
<bool>false</bool>
</edit>
</match>lettertypenspacingSpatiëring voor sommige enkel gespatieerde lettertypen
kan ook ongepast zijn bij anti-aliasing. Dit lijkt vooral een
probleem te zijn bij KDE. Een
mogelijke oplossing hiervoor is het vergroten van de
spatiëring van die lettertypen naar 100:<match target="pattern" name="family">
<test qual="any" name="family">
<string>fixed</string>
</test>
<edit name="family" mode="assign">
<string>mono</string>
</edit>
</match>
<match target="pattern" name="family">
<test qual="any" name="family">
<string>console</string>
</test>
<edit name="family" mode="assign">
<string>mono</string>
</edit>
</match>Het bovenstaande hernoemt de standaardnamen van lettertypen
naar "mono"). Voeg daarna het volgende
toe:<match target="pattern" name="family">
<test qual="any" name="family">
<string>mono</string>
</test>
<edit name="spacing" mode="assign">
<int>100</int>
</edit>
</match>Bepaalde lettertypen, zoals Helvetica, kunnen problemen
hebben met anti-aliasing. Dit uit zich meestal in een
lettertype dat verticaal door midden lijkt gesneden. Op zijn
- ergst kan het applicaties zoals
- Mozilla laten crashen. Om dit te
+ ergst kan het applicaties laten crashen. Om dit te
voorkomen kan overwogen worden om ook de volgende regels toe
te voegen aan local.conf:<match target="pattern" name="family">
<test qual="any" name="family">
<string>Helvetica</string>
</test>
<edit name="family" mode="assign">
<string>sans-serif</string>
</edit>
</match>Als de wijzigingen in local.conf zijn
gemaakt dient niet vergeten te worden het bestand te eindigen
met de tag </fontconfig> tag. Als dit
niet gedaan wordt, dan worden de wijzigingen niet
gezien.
- De standaard lettertypeset die geleverd wordt bij X11 is
- niet erg geschikt als het aankomt op anti-aliasing. Een veel
- betere set standaardlettertypen is de x11-fonts/bitstream-vera port.
- Deze port maakt
- /usr/local/etc/fonts/local.conf aan als
- het nog niet bestaat. Als het al wel bestaat maakt de port
- /usr/local/etc/fonts/local.conf-vera aan.
- De inhoud van dit bestand dient in
- /usr/local/etc/fonts/local.conf geplaatst
- te worden en dan vervangen de Bitstream lettertypen automatisch
- de standaard X11 Serif, Sans Serif en Monospaced
- lettertypen.
-
Als laatste kunnen gebruikers hun eigen instellingen aan
een persoonlijk .fonts.conf bestand
toevoegen. Om dit te doen moet iedere gebruiker het bestand
~/.fonts.conf maken. Ook dit bestand moet
in het XML formaat zijn.LCD schermlettertypenLCD schermNog een laatste punt: bij een LCD scherm kan sub-pixel
sampling prettig zijn. Eigenlijk zorgt dit er voor dat de
(horizontaal gesplitste) rode, groene en blauwe componenten
gewijzigd worden om de horizontale resolutie te verbeteren.
Het resultaat is geweldig. Voeg hiervoor de volgende regels
ergens aan local.conf toe:<match target="font">
<test qual="all" name="rgba">
<const>unknown</const>
</test>
<edit name="rgba" mode="assign">
<const>rgb</const>
</edit>
</match>Afhankelijk van het soort beeldscherm kan
rgb veranderd moeten worden in
bgr, vrgb of
vbgr. Experimenteren levert de beste
instelling op.
-
-
- Mozilla
-
- anti-aliasing lettertypen uitschakelen
-
-
- Anti-aliasing moet werken zodra de X server opnieuw gestart
- is. Programma's dienen echter wel te weten hoe ze er mee
- moeten werken. Op dit moment geldt dat voor de Qt toolkit en
- de hele KDE omgeving kan met
- anti-alias omgaan. GTK+ en
- GNOME anti-aliasing gebruiken via de
- Font capplet (zie ).
- Mozilla 1.2 en hoger gebruiken
- automatisch anti-aliasing. Om dit uit te zetten moet
- Mozilla opnieuw gebouwd worden met
- de optie -DWITHOUT_XFT.SethKingsleyBijgedragen door De X beeldschermmanagerOverzichtX beeldschermmanagerDe X beeldschermmanager (XDM) is
een optioneel onderdeel van het X Window systeem dat gebruikt
wordt voor beheer van aanmeldsessies. Dit is vaak erg handig
bij bijvoorbeeld X Terminals, desktops en grote
netwerk beeldschermservers. Omdat het X Window systeem
netwerk- en protocolonafhankelijk is, zijn er veel
mogelijkheden om X clients en servers op verschillende machines
in een netwerk te verbinden. XDM
levert een grafische interface waarmee er gekozen kan worden
welke beeldschermserver gebruikt moet worden en handelt
autorisatie informatie (gebruikersnaam en wachtwoord)
af.XDM levert de gebruiker dezelfde
functionaliteit levert als &man.getty.8; (zie
). Dus het regelt de
systeemaanmeldingen voor de schermen waaraan verbonden moet
worden en start dan een sessie manager namens de gebruiker
(meestal een X window manager). XDM
wacht dan tot het programma stopt en geeft aan dat de gebruiker
klaar is en afgemeld kan worden. Hierna kan
XDM het aanmeldscherm weer tonen
zodat de volgende gebruiker kan aanmelden.XDM gebruikenOm XDM te gebruiken moet de port
x11/xdm geïnstalleerd worden
(het wordt in recente versies van &xorg; niet
standaard geïnstalleerd). Het daemon-programma
XDM is daarna beschikbaar in
/usr/local/bin/xdm. Dit programma
kan als root altijd gestart worden en
regelt dan het X weergavegedeelte van de lokale machine. Als
XDM iedere keer bij het opstarten
moet starten is het handig om een regel toe te voegen aan
/etc/ttys. Meer informatie over het
gebruik van dit bestand staat in .
In de standaardversie van /etc/ttys staat
een regel om de applicatie daemon
XDM op een virtuele terminal te
draaien:ttyv8 "/usr/local/bin/xdm -nodaemon" xterm off secureStandaard staat deze regel uit. Om hem aan te zetten moet
veld 5 van off naar on
gewijzigd worden en moet met &man.init.8; herstart worden met
gebruikmaking van de aanwijzingen in .
Het eerste veld, de naam van de terminal die het programma
aanstuurt, is ttyv8. Dit houdt in dat
XDM op de negende virtuele terminal
begint te draaien.XDM instellenDe map met instellingen voor XDM
is /usr/local/lib/X11/xdm. In deze map
staan diverse bestanden die gebruikt kunnen worden om het
gedrag en uiterlijk van XDM te
veranderen. Meestal zijn dit de volgende bestanden:BestandOmschrijvingXaccessRegels voor client authorisatie.XresourcesStandaard waarden voor X bronnen.XserversLijst met op afstand en lokaal te beheren schermen.
XsessionStandaard sessie script voor logins.Xsetup_*Script die applicaties start voordat de login
interface start.xdm-configAlgehele instellingen voor alle schermen op
deze machine.xdm-errorsFouten die gegenereerd zijn door het
serverprogramma.xdm-pidHet proces ID van de draaiende
XDM.Tevens staan in deze map een aantal scripts en programma's
om het bureaublad in te stellen als
XDM draait. Het doel van elk van
deze bestanden wordt kort omschreven. De juiste syntaxis en
het gebruik van deze bestanden staat in &man.xdm.1;.De standaardinstelling regelt een eenvoudig rechthoekig
aanmeldvenster met bovenin de hostnaam van de machine in een
groot lettertype met een Login: en
Password: prompt eronder. Dit is een goed
beginpunt om het uiterlijk en werking van het
XDM venster te veranderen.XaccessOm een verbinding te maken met
XDM-gestuurde schermen wordt het
protocol X Display Manager Connection Protocol (XDMCP)
gebruikt. Het bestand is een set regels die XDMCP
verbindingen met andere machines bestuurt. Het wordt
genegeerd, tenzij xdm-config is
gewijzigd zodat er wordt geluisterd naar inkomende
verbindingen. Standaard wordt het clients niet toegestaan te
verbinden.XresourcesDit is een bestand met standaarden voor de schermkiezer
en de aanmeldschermen. Hier kan het uiterlijk van het
aanmeldprogramma gewijzigd worden. De indeling is hetzelfde
als bij het app-defaults bestand en is beschreven in de X11
documentatie.XserversDit is een lijst met netwerkschermen waaruit gekozen kan
worden.XsessionDit is het standaard sessiescript voor
XDM dat start nadat de gebruiker
is aangemeld. Normaal heeft iedere gebruiker een eigen
sessiescript in ~/.xsession dat dit
script overheerst.Xsetup_*Deze starten automatisch voordat de kiezers of
aanmeldschermen getoond worden. Er is een script voor ieder
gebruikt scherm met de naam Xsetup_
gevolgd door het lokale schermnummer (bijvoorbeeld
Xsetup_0). Normaal draaien deze scripts
éé of twee programma's in de achtergrond zoals
xconsole.xdm-configDit bevat de instellingen die toegepast worden op ieder
scherm die deze installatie aanstuurt. De indeling is
hetzelfde als van app-defaults.xdm-errorsHierin staan de meldingen die de X servers geven als
XDM ze probeert te starten. Als
een scherm dat gestart is door XDM
om onduidelijke reden hangt, is dit een goede plaats om te
zoeken naar foutmeldingen. Deze meldingen worden ook per
sessie naar het ~/.xsession-errors van
de gebruiker gestuurd.Een netwerk beeldschermserver gebruikenOm gebruikers een verbinding te laten maken met een X
server moeten de toegangsregels gewijzigd worden en de
connectielistener moet aangezet worden. Deze hebben standaard
wat terughoudende waarden. Om XDM
te laten luisteren naar verbindingen moet als eerste een regel
uitgecommentarieerd worden in
xdm-config:! SECURITY: do not listen for XDMCP or Chooser requests
! Comment out this line if you want to manage X terminals with XDM
DisplayManager.requestPort: 0Hierna moet XDM herstart worden.
Afwijkend in dit bestand is dat commentaar in app-defaults
bestanden begint met het karakter ! en niet met
het karakter #. Het kan wenselijk zijn om de
toegangscontrole aan te scherpen — hiervoor staan
voorbeeldregels in Xaccess en lees de
hulppagina &man.xdm.1; voor meer informatie.Alternatieven voor XDMEr bestaan diverse alternatieven voor
XDM programma.
kdm (wordt geleverd bij
KDE) wordt later in dit hoofdstuk
behandeld. De kdm
beeldschermmanager biedt vele grafische verbeteringen en
cosmetische franje en de mogelijkheid om de gebruiker de kans
te geven een window manager te laten kiezen bij het
aanmelden.ValentinoVaschettoBijgedragen door BureaubladomgevingenDeze sectie beschrijft de verschillende
bureaubladomgevingen voor X op &os;. Een
bureaubladomgeving kan van alles inhouden: van
een simpele window manager tot een complete suite van
bureaubladapplicaties zoals KDE of
GNOME.GNOMEOver GNOMEGNOMEGNOME is een
gebruikersvriendelijke bureaubladomgeving die de gebruiker de
mogelijkheid geeft om gemakkelijk de computer te gebruiken en
in te stellen. GNOME heeft een
paneel (voor het starten en tonen van statusinformatie van
applicaties), een bureaublad (waar data en applicaties
geplaatst kunnen worden), een set standaard
bureaubladapplicaties en een regels die het makkelijker maakt
voor applicaties om eenduidig met elkaar samen te werken.
Gebruikers van andere besturingssystemen of omgevingen voelen
zich meestal meteen thuis bij het gebruik van de krachtige
grafisch gestuurde omgeving die
GNOME biedt. Meer informatie over
GNOME op &os; staat op de &os; GNOME
Project website. De website bevat ook redelijk
complete FAQ's over het installeren, instellen en beheren van
GNOME.GNOME installerenDe software kan eenvoudig worden geïnstalleerd vanuit
een pakket of de Portscollectie:Om het GNOME package te
installeren:&prompt.root; pkg_add -r gnome2Om GNOME vanuit de
Portscollectie te installeren:&prompt.root; cd /usr/ports/x11/gnome2
&prompt.root; make install cleanZodra GNOME geïnstalleerd
is, moet de X server verteld worden dat in plaats van de
standaard window manager GNOME
gebruikt moet worden.De meest eenvoudige manier om
GNOME te starten is via
GDM, de GNOME Display Manager.
GDM wordt meegeïnstalleerd
met de GNOME bureaubladomgeving,
maar staat standaard uitgeschakeld. Dit programma kan
ingeschakeld worden door gdm_enable="YES"
toe te voegen aan /etc/rc.conf. Na
herstarten start GDM automatisch.Verder kan gnome_enable="YES" aan
/etc/rc.conf worden toegevoegd om alle diensten
van GNOME aan te zetten wanneer
GDM start.GNOME kan ook gestart worden
vanaf de commandoregel door het bestand
.xinitrc juist in te stellen. Als er al
een .xinitrc is, dan hoeft alleen de
regel die de huidige window manager start veranderd te worden
in een regel die
/usr/local/bin/gnome-session
start. Als er niets speciaals met dit instellingenbestand is
gedaan:&prompt.user; echo "/usr/local/bin/gnome-session" > ~/.xinitrcNu kan met startx de
GNOME bureaubladomgeving gestart
worden.Als een beeldschermmanager als
XDM gebruikt wordt werkt het
bovenstaande niet. In plaats daarvan moet een uitvoerbaar
.xsession gemaakt worden met hetzelfde
commando erin. Hiervoor moet het bestand aangepast worden
door het bestaande window manager commando te vervangen door
/usr/local/bin/gnome-session:&prompt.user; echo "#!/bin/sh" > ~/.xsession
&prompt.user; echo "/usr/local/bin/gnome-session" >> ~/.xsession
&prompt.user; chmod +x ~/.xsessionHet is ook mogelijk de beeldschermmanager zo in te stellen
dat de window manager gekozen kan worden tijdens het
aanmelden. In de paragraaf Meer KDE Details wordt
uitgelegd hoe dit gedaan moet worden voor de
kdm beeldschermmanager van
KDE.
-
-
- Anti-alias lettertypen in GNOME
-
-
- GNOME
-
- anti-alias lettertypen
-
-
- X11 ondersteunt anti-aliasing via de
- RENDER uitbreiding. GTK+ 2.0 en hoger
- (de toolkit die gebruikt wordt bij
- GNOME) kunnen dit gebruiken. Het
- instellen van anti-aliasing is beschreven in . Dus met up-to-date software is
- anti-aliasing in de GNOME
- bureaubladomgeving mogelijk. In
- ApplicationsDesktop
- PreferencesFont
- kan gekozen worden voor Best
- shapes, Best contrast of
- Subpixel smoothing (LCDs). Bij een
- GTK+ applicatie die geen onderdeel is van het
- GNOME bureaublad moet de
- omgevingsvariabele GDK_USE_XFT op
- 1 gezet worden voordat het programma wordt
- gestart.
- KDEKDEOver KDEKDE is een bureaubladomgeving
die eigentijds is en makkelijk in gebruik.
KDE biedt de gebruiker:Een schitterende eigentijdse desktop;Een desktop die volledig netwerktransparant
is;Een geïntegreerd hulpsysteem dat eenvoudig
bruikbare informatie geeft over het gebruik van het
KDE bureaublad en de
applicaties;Alle KDE applicaties
werken op dezelfde manier en zien er hetzelfde
uit;Gestandaardiseerde menu's en werkbalken,
keybindings, kleurschema's, enzovoort;Internationalisatie:
KDE is beschikbaar in meer dan
40 talen;Gecentraliseerde, consistente, dialooggedreven
bureaubladinstelling;Een grote hoeveelheid bruikbare
KDE applicaties;KDE wordt geleverd met een
webbrowser genaamd Konqueror die
niet onder doet voor de andere bestaande webbrowsers op
&unix; systemen. Meer informatie over
KDE staat op de KDE website. Voor &os;
specifieke informatie en bronnen over
KDE is er de KDE op &os; team
website.Er zijn twee versies van
KDE beschikbaar op &os;. Versie
3 is al een lange tijd aanwezig, en is zeer volwassen.
Versie 4, de volgende generatie, is ook beschikbaar in de
Portscollectie. Ze kunnen zelfs naast elkaar
geïnstalleerd worden.KDE installerenNet als bij GNOME of iedere
andere bureaubladomgeving kan de software eenvoudig
geïnstalleerd met een package of uit de Portscollectie:
Om het KDE3 package van het
netwerk te installeren:&prompt.root; pkg_add -r kdeOm het KDE4 package van het
netwerk te installeren:&prompt.root; pkg_add -r kde4&man.pkg.add.1; haalt automatisch de laatste versie van
de applicatie op.Om KDE3 vanuit de
Portscollectie te bouwen en te installeren:&prompt.root; cd /usr/ports/x11/kde3
&prompt.root; make install cleanGebruik de Portscollectie om
KDE4 vanuit de broncode te bouwen:
&prompt.root; cd /usr/ports/x11/kde4
&prompt.root; make install cleanNadat KDE geïnstalleerd
is, moet de X server verteld worden dat déze
applicatie gestart moet worden in plaats van de standaard
window manager. Hiervoor kan .xinitrc
aangepast worden:Voor KDE3:&prompt.user; echo "exec startkde" > ~/.xinitrcVoor KDE4:&prompt.user; echo "exec /usr/local/kde4/bin/startkde" > ~/.xinitrcAls het X Window System wordt gestart met
startx is KDE
het bureaublad.Als er een beeldschermmanager als
XDM gebruikt wordt, is de
instelling anders. Dan moet .xsession
gewijzigd worden. Instructies voor
kdm worden later in dit hoofdstuk
beschreven.Meer KDE detailsNadat KDE
geïnstalleerd is op een systeem, kunnen de meeste dingen
uitgezocht worden via de hulppagina's of door de verschillende
menu's aan te wijzen en erop te klikken. &windows; en &mac;
gebruikers voelen zich meestal helemaal thuis.Het beste naslagwerk voor KDE
is de on-line documentatie. KDE
heeft zijn eigen web browser,
Konqueror, tientallen handige
applicaties en uitgebreide documentatie. De volgende
paragrafen beschrijven de technische zaken die moeilijk
proefondervindelijk te achterhalen zijn.De KDE beeldschermmanagerKDEbeeldschermmanagerEen beheerder van een multi-user systeem die een grafisch
aanmeldscherm willen hebben voor zijn gebruikers kan hiervoor
XDM gebruiken, zoals eerder
beschreven. KDE biedt
kdm als alternatief. Dat is
ontworpen met een beter uiterlijk en heeft meer
aanmeldopties. Gebruikers kunnen via een menu kiezen
welke bureaubladomgeving (KDE,
GNOME of een andere) zij na het
aanmelden willen gebruiken.Om kdm te starten, moet de
ttyv8 regel in
/etc/ttys worden aangepast. De regel
moet er als volgend uitzien:Voor KDE3:ttyv8 "/usr/local/bin/kdm -nodaemon" xterm on secureVoor KDE4:ttyv8 "/usr/local/kde4/bin/kdm -nodaemon" xterm on secureXfceOver XfceXfce is een bureaubladomgeving
die gebaseerd is op de GTK+ toolkit die gebruikt wordt bij
GNOME, maar is eenvoudiger en
bedoeld voor gebruikers die een simpel en efficiënt
bureaublad willen dat toch eenvoudig en makkelijk in te
stellen is. Het ziet er bijna hetzelfde uit als
CDE dat bij commerciële
&unix; systemen zit. Een aantal
Xfce functies zijn:Een eenvoudige, makkelijk te bedienen
desktop;Geheel in te stellen met de muis, met klikken en
slepen, enzovoort;Hoofdpaneel hetzelfde als
CDE met menu's, applets en
applicatiesGeïntegreerde window manager, bestandsmanager,
geluidsmanager, GNOME
compliance module en meer zaken;Thema's (sinds het gebruik van GTK+);Snel, licht en efficiënt: ideaal voor de oudere
of langzamere machines of machines met beperkte
hoeveelheid geheugen;Meer informatie over Xfce
staat op de Xfce
website.Installeren van XfceXfce is met een package
te installeren:&prompt.root; pkg_add -r xfce4Of vanuit de Portscollectie:&prompt.root; cd /usr/ports/x11-wm/xfce4
&prompt.root; make install cleanNu moet de X server weten dat
Xfce gestart moet worden als X de
volgende keer start:&prompt.user; echo "/usr/local/bin/startxfce4" > ~/.xinitrcDe volgende keer dat X start is
Xfce het bureaublad. Wederom:
als een beeldschermmanager als XDM
gebruikt wordt, moet .xsession gemaakt
worden zoals beschreven in de paragraaf over GNOME. Nu moet echter het
command /usr/local/bin/startxfce4
gebruikt. Het is ook mogelijk de beeldschermmanager in te
stellen om bureaublad te kiezen bij het aanmelden, zoals is
uitgelegd in de paragraaf over kdm.