diff --git a/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/linuxemu/chapter.sgml b/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/linuxemu/chapter.sgml
index d0ef95c8f4..3ef25f3532 100644
--- a/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/linuxemu/chapter.sgml
+++ b/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/linuxemu/chapter.sgml
@@ -1,4040 +1,4047 @@
JimMockGeherstructureerd en delen bijgewerkt door Brian N.HandyOrigineel bijgedragen door RichMurpheyRenéLadanVertaald door &linux; binaire compatibiliteitOverzicht&os; levert binaire compatibiliteit met verscheidene andere
&unix; achtige besturingssystemen, waaronder &linux;. Op dit
moment kan de vraag gesteld worden waarom &os; nu precies
&linux;-binairen moet kunnen draaien. Het antwoord is dat veel
bedrijven en ontwikkelaars alleen ontwikkelen voor &linux;, omdat
dat het nieuwste hebbeding is in de wereld van
computers. Dat laat &os; gebruikers al zeurend achter bij
diezelfde bedrijven en ontwikkelaars om originele &os; versies
van hun applicaties. Het probleem is dat veel van deze bedrijven
zich niet goed realiseren hoeveel mensen hun product zouden
gebruiken als er ook &os; versies van waren en de meesten blijven
alleen voor &linux; ontwikkelen. Dus wat moet een &os; gebruiker
doen? Hier komt de &linux; binaire compatibiliteit van &os; om
de hoek kijken.In een notendop stelt de compatibiliteit &os; in staat om
rond de 90% van alle &linux; applicaties zonder wijzigingen te
draaien. Dit omvat applicaties zoals
&staroffice;, de &linux; versie van
&netscape;,
&adobe; &acrobat;,
&realplayer;,
VMWare,
&oracle;,
&wordperfect;,
Doom,
Quake en meer. Er wordt zelfs gemeld
dat in sommige gevallen &linux;-binairen beter presteren op &os;
dan op &linux;.Er zijn echter enkele &linux;-specifieke
besturingssysteemeigenschappen die niet door &os; ondersteund
worden. &linux;-binairen werken niet op &os; als ze overvloedig
gebruik maken van &i386; specifieke aanroepen, zoals het
aanzetten van de virtuele 8086 modus.Na het lezen van dit hoofdstuk weet de lezer:Hoe &linux; binaire compatibiliteit op een systeem aan
te zetten;Hoe aanvullende &linux; gedeelde bibliotheken te
installeren;Hoe &linux; applicaties op een &os; systeem te
installeren;De implementatiedetails van &linux; compatibiliteit in
&os;.Aangeraden voorkennis:Hoe extra software van derden te installeren ().InstallatieKLD (kernel loadable object)&linux; binaire compatibiliteit staat standaard niet aan. De
gemakkelijkste manier om deze functionaliteit aan te zetten is
door het linux KLD object (Kernel
LoaDable object) te laden. Deze module kan geladen
worden door het volgende commando als root
uit te voeren:&prompt.root; kldload linuxAls &linux; compatibiliteit altijd aan moet staan, dan moet
de volgende regel aan /etc/rc.conf
toegevoegd worden:linux_enable="YES"Met &man.kldstat.8; kan gecontroleerd worden of de KLD
geladen is:&prompt.user; kldstat
Id Refs Address Size Name
1 2 0xc0100000 16bd8 kernel
7 1 0xc24db000 d000 linux.kokerneloptiesCOMPAT_LINUXAls het om enige reden ongewenst of onmogelijk is de KLD te
laden, dan kan de &linux; binaire compatibiliteit statisch in de
kernel gecompileerd worden door
options COMPAT_LINUX aan het
kernelinstellingenbestand toe te voegen. Daarna kan de nieuwe
kernel zoals beschreven in
geïnstalleerd worden.&linux; runtime bibliotheken installeren&linux;&linux; bibliotheken installerenDit kan op twee manieren gedaan worden: door de linux_base port te
gebruiken of door ze handmatig te
installeren.Installeren uit de linux_base portPortscollectieDit is verreweg de gemakkelijkste weg om te bewandelen
om de runtime bibliotheken te installeren. Het is net
als het installeren van andere ports uit de Portscollectie.
Dit kan met het volgende commando:
- &prompt.root; cd /usr/ports/emulators/linux_base-fc4
+ &prompt.root; cd /usr/ports/emulators/linux_base-f10
&prompt.root; make install distclean
+
+ Op &os;-systemen vóór &os; 8.0 dient u de
+ port emulators/linux_base-fc4 in
+ plaats van emulators/linux_base-f10 te
+ gebruiken.
+
+
Nu is er werkende &linux; binaire compatibiliteit.
Sommige programma's kunnen klagen over onjuiste kleine
versies van de systeembibliotheken. Over het algemeen
schijnt dit echter geen probleem te zijn.Er kunnen verschillende versies van de emulators/linux_base port
beschikbaar zijn, overeenkomend met verschillende versies
van verscheidene &linux; distributies. Het is verstandig
de port te installeren die het meest voldoet aan de eisen
van de &linux; applicaties die geïnstalleerd gaan
worden.Bibliotheken handmatig installerenAls de Portscollectie niet is geïnstalleerd, kunnen
de bibliotheken met de hand geïnstalleerd worden. Om
alles te laten werken moeten de &linux; gedeelde bibliotheken
waarvan het programma afhankelijk is en de runtime linker
geïnstalleerd worden. Ook moet een shadow
root map aangemaakt worden,
/compat/linux, voor &linux; bibliotheken
op een &os; systeem. Elke gedeelde bibliotheek die wordt
geopend door &linux; programma's die op &os; draaien, kijken
eerst in deze boomstructuur. Dus als een &linux; programma
bijvoorbeeld /lib/libc.so laadt,
probeert &os; eerst
/compat/linux/lib/libc.so te openen, en
als die niet bestaat, probeert het
/lib/libc.so proberen. Gedeelde
bibliotheken moeten in de schaduwmapstructuur
geïnstalleerd worden in plaats van in de paden die het
&linux; ld.so rapporteert.In het algemeen geldt dat alleen de eerste paar keer
dat een &linux; binary wordt geïnstalleerd op een &os;
systeem naar de gedeelde bibliotheken gezocht wordt waar
&linux;-binairen van afhankelijk zijn. Na een tijd is de
verzameling van &linux; gedeelde bibliotheken op een systeem
voldoende groot om nieuw geïmporteerde &linux;-binairen
te kunnen draaien zonder enig extra werk.Extra gedeelde bibliotheken installerengedeelde bibliothekenWat als de linux_base port is
geïnstalleerd en een applicatie nog steeds klaagt over
ontbrekende gedeelde bibliotheken? Op zich zijn er twee
mogelijkheden (voor het opvolgen van deze instructies zijn
root rechten op een &os; systeem
vereist).Als er toegang is tot een &linux; systeem kan gekeken
worden welke gedeelde bibliotheken de applicatie nodig heeft
en kunnen ze gekopieerd worden naar het &os systeem. Dit
wordt toegelicht in het volgende voorbeeld:Stel dat FTP gebruikt is om de &linux; binary van
Doom op te halen en die op een
&linux; systeem staat waar toegang tot is. Dan kan met
ldd linuxdoom gecontroleerd worden welke
gedeelde bibliotheken er nodig zijn:&prompt.user; ldd linuxdoom
libXt.so.3 (DLL Jump 3.1) => /usr/X11/lib/libXt.so.3.1.0
libX11.so.3 (DLL Jump 3.1) => /usr/X11/lib/libX11.so.3.1.0
libc.so.4 (DLL Jump 4.5pl26) => /lib/libc.so.4.6.29symbolische linksAlle bestanden uit de laatste kolom zijn nodig en
moeten onder /compat/linux komen te
staat en de namen uit de eerste kolom moeten er als
symbolische links naar verwijzen. Dit betekent dat
uiteindelijk deze bestanden op een &os; systeem
staan:/compat/linux/usr/X11/lib/libXt.so.3.1.0
/compat/linux/usr/X11/lib/libXt.so.3 -> libXt.so.3.1.0
/compat/linux/usr/X11/lib/libX11.so.3.1.0
/compat/linux/usr/X11/lib/libX11.so.3 -> libX11.so.3.1.0
/compat/linux/lib/libc.so.4.6.29
/compat/linux/lib/libc.so.4 -> libc.so.4.6.29
Als er al een &linux; gedeelde bibliotheek met een
groot revisienummer overeenstemmend met de eerste kolom
van de ldd uitvoer is, dan hoeft het
bestand uit de laatste kolom niet naar een systeem
gekopieerd te worden. Het bestand dat er al staat moet
werken. Het is aan te raden om de gedeelde bibliotheek
sowieso te kopiëren als het een nieuwere versie
is. De oude kan verwijderd worden, zolang de
symbolische link maar naar de nieuwe wijst. Dus als
deze bibliotheken op een systeem staan:/compat/linux/lib/libc.so.4.6.27
/compat/linux/lib/libc.so.4 -> libc.so.4.6.27en een nieuwe binary zegt een latere versie nodig
te hebben volgens de uitvoer van
ldd:libc.so.4 (DLL Jump 4.5pl26) -> libc.so.4.6.29Als slechts één of twee versies
verouderd zijn in het laatste cijfer, dan hoeft
/lib/libc.so.4.6.29 niet
gekopieerd te worden, omdat het programma goed moet
werken met de ietwat oudere versie. Als er echter
behoefte aan is, kan besloten worden om
libc.so sowieso te verplaatsen,
en dat resulteert in:/compat/linux/lib/libc.so.4.6.29
/compat/linux/libc.so.4 -> lbic.so.4.6.29
Het symbolische linkmechanisme is
alleen nodig voor
&linux;-binairen. De &os; runtime linker zorgt zelf
voor het kijken naar passende grote revisienummers en
daar hoeft geen zorg over te bestaan.
&linux; ELF-binairen installeren&linux;ELF-binairenELF-binairen hebben soms een extra stap van
branding nodig. Als er ongemerkte ELF-binairen
worden gedraaid, ontstaat er een foutmelding zoals de
volgende:&prompt.user; ./mijn-linux-elf-binary
ELF binary type not known
AbortOm de &os; kernel te helpen &os; ELF-binairen en &linux;
binairen uit elkaar te houden, kan &man.brandelf.1; gebruikt
worden.&prompt.user; brandelf -t Linux mijn-linux-elf-binaryGNU gereedschapskistDe GNU gereedschapskist plaatst nu automatisch de juiste
merkinformatie in ELF-binairen , dus deze stap zou steeds
overbodiger moeten worden in de toekomst.De hostnaamresolver instellenresolv+: "bind" is an invalid keyword resolv+:
"hosts" is an invalid keywordAls DNS niet werkt of de bovenstaande melding ontstaat, dan
moet /compat/linux/etc/host.conf ingesteld
worden met daarin:order hosts, bind
multi onDe volgorde geeft aan dat /etc/hosts
als eerste doorzocht wordt en DNS als tweede. Als
/compat/linux/etc/host.conf niet
geïnstalleerd is, vinden &linux; applicaties
/etc/host.conf van &os; en klagen ze over
de incompatibele &os; syntaxis. bind moet
verwijderd worden als er geen naamserver is ingesteld die
gebruik maakt van /etc/resolv.conf.BorisHollasBijgewerkt voor Mathematica 5.X door &mathematica; installerenapplicaties&mathematica;Dit document beschrijft het installatieproces van de &linux;
versie van &mathematica; 5.X op een
&os; systeem.De &linux; versie van &mathematica;
of &mathematica; for Students kan
direct bij Wolfram besteld worden op .De &mathematica; Installer draaienTen eerste dient &os; te weten dat de Linux-binairen van
&mathematica; de Linux ABI gebruiken.
De gemakkelijkste manier om dit te doen is om het standaard
ELF-merk op Linux te zetten voor alle ongemerkte binairen met
het commando:&prompt.root; sysctl kern.fallback_elf_brand=3Dit laat &os; aannemen dat alle ongemerkte ELF-binairen de
Linux ABI gebruiken en dus zou de installer rechtstreeks van
de CD-ROM moeten kunnen draaien.Kopieer nu het bestand MathInstaller
naar de harde schijf:&prompt.root; mount /cdrom
&prompt.root; cp /cdrom/Unix/Installers/Linux/MathInstaller /localdir/Vervang binnen dit bestand /bin/sh op de
eerste regel door /compat/linux/bin/sh. Dit
zorgt ervoor dat de installer door de Linux-versie van
&man.sh.1; wordt uitgevoerd. Vervang vervolgens met een
tekstverwerker of het onderstaande script in de volgende sectie
alle voorkomens van Linux) door
FreeBSD). Dit zorgt ervoor dat de
&mathematica; installer, dat
uname -s gebruikt om het besturingssysteem te
bepalen, om &os; als een Linux-achtig besturingssysteem te
behandelen. Het aanroepen van MathInstaller
zal nu &mathematica; installeren.
De &mathematica;-executables wijzigenDe shellscripts die &mathematica;
aanmaakte tijdens de installatie moeten gewijzigd worden voordat
u ze kunt gebruiken. Als u /usr/local/bin kiest als de map
om &mathematica;-executables in te
plaatsen, zult u in deze map symbolische links naar bestanden
genaamd math,
mathematica,
Mathematica, en
MathKernel aantreffen. Vervang met een
tekstverwerker of het volgende shellscript in elk van
deze Linux) door FreeBSD:
#!/bin/sh
cd /usr/local/bin
for i in math mathematica Mathematica MathKernel
do sed 's/Linux)/FreeBSD)/g' $i > $i.tmp
sed 's/\/bin\/sh/\/compat\/linux\/bin\/sh/g' $i.tmp > $i
rm $i.tmp
chmod a+x $i
done&mathematica; wachtwoord opvragenEthernetMAC-adresWanneer u &mathematica; voor de
eerste keer start, zal u om een wachtwoord gevraagd worden. Als
u nog geen wachtwoord van Wolfram heeft verkregen, draait u het
programma mathinfo in de installatiemap om uw
machine-ID te verkrijgen. Dit machine-ID is
alleen op het MAC-adres van uw eerste Ethernetkaart gebaseerd,
zodat u uw kopie van &mathematica
niet op andere machines kunt draaien.Bij een registratie bij Wolfram, per email, telefoon of
fax, wordt het machine ID opgegeven en zij
reageren met een overeenkomstig wachtwoord dat uit groepen
getallen bestaat.Het &mathematica; frontend over een netwerk
draaien&mathematica; gebruikt enkele
speciale lettertypen om tekens af te beelden die niet aanwezig
zijn in een standaard lettertypeverzameling (integralen,
sommen, Griekse letters, enzovoort). Het X-protocol vereist
dat deze lettertypen lokaal worden
geïnstalleerd. Dit betekent dat deze lettertypen
gekopieerd moeten worden vanaf de CD-ROM of vanaf een host met
&mathematica; erop naar de lokale
machine. Deze lettertypen worden meestal opgeslagen in
/cdrom/Unix/Files/SystemFiles/Fonts op de
CD-ROM of in
/usr/local/mathematica/SystemFiles/Fonts
op de harde schijf. De eigenlijke lettertypen staan in de
submap Type1 en X.
Er zijn verschillende manieren om ze te installeren, zoals
hieronder staat beschreven.De eerste manier is om ze te kopiëren in
één van de bestaande lettertypenmappen in
/usr/X11R6/lib/X11/fonts. Hiertoe dient
fonts.dir bewerkt te worden door de namen
van de lettertypen eraan toe te voegen het aantal lettertypen
op de eerste regel te veranderen. Als alternatief kan ook
eenvoudig &man.mkfontdir.1; in de map gedraaid worden waar de
lettertypen heen zijn gekopieerd.De tweede manier om dit te doen is door de mappen naar
/usr/X11R6/lib/X11/fonts te
kopiëren:&prompt.root; cd /usr/X11R6/lib/X11/fonts
&prompt.root; mkdir X
&prompt.root; mkdir MathType1
&prompt.root; cd /cdrom/Unix/Files/SystemFiles/Fonts
&prompt.root; cp X/* /usr/X11R6/lib/X11/fonts/X
&prompt.root; cp Type1/* /usr/X11R6/lib/X11/fonts/MathType1
&prompt.root; cd /usr/X11R6/lib/X11/fonts/X
&prompt.root; mkfontdir
&prompt.root; cd ../MathType1
&prompt.root; mkfontdirVoeg nu de nieuwe lettertypenmappen toe aan het
lettertypenpad:&prompt.root; xset fp+ /usr/X11R6/lib/X11/fonts/X
&prompt.root; xset fp+ /usr/X11R6/lib/X11/fonts/MathType1
&prompt.root; xset fp rehashAls de &xorg; server gebruikt
wordt, kunnen deze lettertypenmappen automatisch geladen worden
door ze aan xorg.conf toe te
voegen.Voor &xfree86; servers is het
instellingenbestand XF86Config.lettertypenAls er nog geen map
/usr/X11R6/lib/X11/fonts/Type1 bestaat,
kan de naam van de map MathType1 in het
bovenstaande voorbeeld veranderd worden naar
Type1.AaronKaplanBijgedragen door RobertGetschmannMet dank aan &maple; installerenapplicatiesMaple&maple; is een commercieel
wiskundeprogramma vergelijkbaar met
&mathematica;. De software is te koop
op en kan daar
ook geregistreerd worden voor een licentiebestand. Om deze
software op &os; te installeren kunnen de volgende eenvoudige
stappen gevolgd worden:Voer het INSTALL> shellscript
uit van de productdistributie. Kies de RedHat
optie als daarom wordt gevraagd door het
installatieprogramma. Een typische installatiemap zou
/usr/local/maple
zijn.Bestel, als dat nog niet gedaan is, een licentie voor
&maple; van Maple Waterloo
Software () en kopieer
deze naar
/usr/local/maple/license/license.dat.
Installeer de FLEXlm
licentiebeheerder met het installatieshellscript
INSTALL_LIC, dat geleverd wordt bij
&maple;. Stel de primaire
hostnaam voor de machine in voor de licentieserver.Patch het bestand
/usr/local/maple/bin/maple.system.type
met het volgende: ----- knip ------------------
*** maple.system.type.orig Sun Jul 8 16:35:33 2001
--- maple.system.type Sun Jul 8 16:35:51 2001
***************
*** 72,77 ****
--- 72,78 ----
# the IBM RS/6000 AIX case
MAPLE_BIN="bin.IBM_RISC_UNIX"
;;
+ "FreeBSD"|\
"Linux")
# the Linux/x86 case
# We have two Linux implementations, one for Red Hat and
----- knip einde van patch -----Achter "FreeBSD"| mogen geen verdere
witvelden staan.Deze patch instrueert &maple;
om &os; als een &linux; systeem te herkennen.
Het shellscript bin/maple roept het
shellscript bin/maple.system.type aan,
dat op zijn beurt uname -a aanroept om
achter de naam van het besturingssysteem te komen.
Afhankelijk van de naam van het besturingssysteem zoekt het
uit welke binairen het moet gebruiken.Start de licentieserver.Het volgende script, geïnstalleerd als
/usr/local/etc/rc.d/lmgrd.sh, is een
gemakkelijke manier om lmgrd op te
starten: ----- knip ------------
#! /bin/sh
PATH=/usr/local/sbin:/usr/local/bin:/sbin:/bin:/usr/sbin:/usr/bin:/usr/X11R6/bin
PATH=${PATH}:/usr/local/maple/bin:/usr/local/maple/FLEXlm/UNIX/LINUX
export PATH
LICENSE_FILE=/usr/local/maple/license/license.dat
LOG=/var/log/lmgrd.log
case "$1" in
start)
lmgrd -c ${LICENSE_FILE} 2>> ${LOG} 1>&2
echo -n " lmgrd"
;;
stop)
lmgrd -c ${LICENSE_FILE} -x lmdown 2>> ${LOG} 1>&2
;;
*)
echo "Usage: `basename $0` {start|stop}" 1>&2
exit 64
;;
esac
exit 0
----- knip ------------&maple; testen:&prompt.user; cd /usr/local/maple/bin
&prompt.user; ./xmapleNu hoort het programma te draaien. Het is belangrijk om
Maplesoft te schrijven om ze te laten weten dat een echte
&os; versie gewenst is!Gemeenschappelijke verborgen gevarenDe FLEXlm
licentiebeheerder kan een lastig programma zijn om mee te
werken. Aanvullende documentatie staat op .lmgrd staat er bekend om erg
kieskeurig over het licentiebestand te zijn en core te
dumpen als er een probleem is. Een correct licentiebestand
ziet er zo uit:# =======================================================
# License File for UNIX Installations ("Pointer File")
# =======================================================
SERVER chillig ANY
#USE_SERVER
VENDOR maplelmg
FEATURE Maple maplelmg 2000.0831 permanent 1 XXXXXXXXXXXX \
PLATFORMS=i86_r ISSUER="Waterloo Maple Inc." \
ISSUED=11-may-2000 NOTICE=" Technische Universitat Wien" \
SN=XXXXXXXXXHet serienummer en de sleutel zijn vervangen door
X'en. chillig is de
hostnaam.Het bewerken van het licentiebestand lukt zolang de
regel FEATURE niet verandert (die
beschermd is door de licentiesleutel).DanPellegBijgedragen door &matlab; installerenapplicaties&matlab;Dit document beschrijft het installatieproces van de &linux;
versie van &matlab; 6.5 op een &os;
systeem. Het werkt best goed, met uitzondering van de
&java.virtual.machine; (zie ).De &linux; versie van &matlab; kan
besteld worden bij The MathWorks op . Er dient ook een
licentiebestand of instructies hoe dat te maken te zijn. Het is
belangrijk om Maplesoft te schrijven om ze te laten weten dat een
echte &os; versie gewenst is!&matlab; installerenOm &matlab; te
installeren:Laad de installatie-CD-ROM en koppel die aan. Start het
installatiescript als root:&prompt.root; /compat/linux/bin/sh /cdrom/installHet is een grafisch installatieprogramma. Als er
foutmeldingen verschijnen dat het programma geen scherm
kan openen, kan setenv HOME
~GEBRUIKER
uitgevoerd worden, waar
GEBRUIKER de gebruiker is
waarmee &man.su.1; is gedaan.Als om de &matlab; rootmap
wordt gevraagd, dient
/compat/linux/usr/local/matlab
opgegeven te worden.Voer op de commandoregel het volgende uit om de
rest van het installatieproces gemakkelijk te houden:
set
MATLAB=/compat/linux/usr/local/matlab.Wijzig het licentiebestand zoals aangegeven tijdens het
verkrijgen van de licentie voor
&matlab;.Dit bestand kan van tevoren gemaakt worden met een
tekstverwerker en door het te kopiëren naar
$MATLAB/license.dat voordat het
installatieprogramma vraagt om het te bewerken.Maak het installatieproces af.Nu is de installatie van
&matlab; compleet. De volgende
stappen lijmen het aan het &os; systeem.Licentiebeheerder startenMaak symbolische links voor de scriptbestanden van de
licentiebeheerder:&prompt.root; ln -s $MATLAB/etc/lmboot /usr/local/etc/lmboot_TMW
&prompt.root; ln -s $MATLAB/etc/lmdown /usr/local/etc/lmdown_TMWMaak een opstartbestand in
/usr/local/etc/rc.d/flexlm.sh.
Onderstaand voorbeeld is een gewijzigde versie van het
meegeleverde $MATLAB/etc/rc.lm.glnx86.
De wijzigingen omvatten bestandslocaties en het starten
van de licentiebeheerder onder &linux;-emulatie.#!/bin/sh
case "$1" in
start)
if [ -f /usr/local/etc/lmboot_TMW ]; then
/compat/linux/bin/sh /usr/local/etc/lmboot_TMW -u gebruikersnaam && echo 'MATLAB_lmgrd'
fi
;;
stop)
if [ -f /usr/local/etc/lmdown_TMW ]; then
/compat/linux/bin/sh /usr/local/etc/lmdown_TMW > /dev/null 2>&1
fi
;;
*)
echo "Usage: $0 {start|stop}"
exit 1
;;
esac
exit 0Het bestand moet uitvoerbaar zijn:&prompt.root; chmod +x /usr/local/etc/rc.d/flexlm.shOok moet bovenstaande
gebruikersnaam vervangen
worden door een geldige gebruikersnaam op het systeem
(maar niet door root).Start de licentiebeheerder op met het commando:&prompt.root; /usr/local/etc/rc.d/flexlm.sh startDe &java; runtime-omgeving linkenVerander de &java; Runtime
Environment Link naar een die werkt op &os;:&prompt.root; cd $MATLAB/sys/java/jre/glnx86
&prompt.root; unlink jre; ln -s ./jre1.1.8 ./jre&matlab; opstartscript makenPlaats het volgende startscript in
/usr/local/bin/matlab:#!/bin/sh
/compat/linux/bin/sh /compat/linux/usr/local/matlab/bin/matlab "$@"Geef vervolgens het commando
chmod +x /usr/local/bin/matlab.Afhankelijk van de versie van emulators/linux_base, kunnen er
fouten optreden als dit script draait. Om dat te voorkomen,
dient in
/compat/linux/usr/local/matlab/bin/matlab
de regel:if [ `expr "$lscmd" : '.*->.*'` -ne 0 ]; then(in versie 13.0.1 staat dit op regel 410) veranderd te
worden in:if test -L $newbase; then&matlab; afsluitscript makenHet volgende is nodig om een probleem op te lossen dat
samenhangt met het onjuist afsluiten van &matlab;.Maak het bestand
$MATLAB/toolbox/local/finish.m dat
alleen de volgende regel bevat:! $MATLAB/bin/finish.sh$MATLAB$ is hier letterlijk
bedoeld.In dezelfde map staan de bestanden
finishsav.m en
finishdlg.m, die de mogelijkheid
geven om de werkomgeving te bewaren vóór
het afsluiten. Als één van deze scripts
gebruikt wordt, dient de bovenstaande regel direct na het
commando save ingevoegd te
worden.Maak het bestand
$MATLAB/bin/finish.sh, dat het
volgende bevat:#!/usr/compat/linux/bin/sh
(sleep 5; killall -1 matlab_helper) &
exit 0Maak het bestand uitvoerbaar:&prompt.root; chmod +x $MATLAB/bin/finish.sh&matlab; gebruikenNu kan met matlab het programma gestart
worden.MarcelMoolenaarBijgedragen door &oracle; installerenapplicatiesOracleVoorwoordHieronder wordt het installatieproces van
&oracle; 8.0.5 en
&oracle; 8.0.5.1 Enterprise
Edition voor &linux; op een &os;-machine
beschreven.De &linux;-omgeving installerenUit de Portscollectie dienen emulators/linux_base en devel/linux_devtools
geïnstalleerd te zijn. Als er problemen zijn met deze
ports, kan het zijn dat de pakketten of oudere versies uit de
Portscollectie gebruikt moeten worden.Om de intelligente agent te draaien, moet ook het Red Hat
Tcl package geïnstalleerd worden:
tcl-8.0.3-20.i386.rpm. Het algemene
commando om pakketten te installeren met de officiële
RPM port (archivers/rpm) is:&prompt.root; rpm -i --ignoreos --root /compat/linux --dbpath /var/lib/rpm packageDe installatie van het package
hoort foutloos te verlopen.De &oracle;-omgeving creërenVoordat &oracle;
geïnstalleerd kan worden, moet een juiste omgeving
opgezet worden. Dit document beschrijft alleen welke
speciale dingen gedaan moeten worden om
&oracle; voor &linux; op &os; te
draaien, en niet wat beschreven staat in de
&oracle;
installatiehandleiding.KerneloptimalisatiekerneloptimalisatieZoals beschreven staat in de
&oracle; installatiehandleiding
moet de maximale grootte van het gedeelde geheugen ingesteld
worden. Op &os; moet SHMMAX niet gebruikt
worden. SHMMAX wordt slechts uit
SHMMAXPGS en PGSIZE
berekend. Daarom dient SHMMAXPGS
gedefinieerd te worden. Alle andere opties kunnen gebruikt
worden zoals in de handleiding staat beschreven.
Bijvoorbeeld:options SHMMAXPGS=10000
options SHMMNI=100
options SHMSEG=10
options SEMMNS=200
options SEMMNI=70
options SEMMSL=61Deze opties kunnen naargelang het gebruik van
&oracle; ingesteld worden.Ook de volgende opties dienen in het
kernelinstellingenbestand te staan:options SYSVSHM #SysV gedeeld geheugen
options SYSVSEM #SysV semaforen
options SYSVMSG #SysV interprocescommunicatie&oracle; accountCreeër een oracle account op
dezelfde manier als elk ander account. Het
oracle account is alleen bijzonder in
het opzicht dat het een &linux; shell moet hebben. Dat kan
door /compat/linux/bin/bash toe te voegen
aan /etc/shells en de shell voor het
oracle account in te stellen op
/compat/linux/bin/bash.OmgevingNaast de normale &oracle;
variabelen als ORACLE_HOME en
ORACLE_SID moeten de volgende
omgevingsvariabelen ingesteld worden:VariabeleWaardeLD_LIBRARY_PATH$ORACLE_HOME/libCLASSPATH$ORACLE_HOME/jdbc/lib/classes111.zipPATH/compat/linux/bin;
/compat/linux/sbin;
/compat/linux/usr/bin;
/compat/linux/usr/sbin;
/bin;
/sbin;
/usr/bin;
/usr/sbin;
/usr/local/bin;
$ORACLE_HOME/binHet is aan te raden om alle omgevingsvariabelen in
.profile in te stellen. Een volledig
voorbeeld is:ORACLE_BASE=/oracle; export ORACLE_BASE
ORACLE_HOME=/oracle; export ORACLE_HOME
LD_LIBRARY_PATH=$ORACLE_HOME/lib
export LD_LIBRARY_PATH
ORACLE_SID=ORCL; export ORACLE_SID
ORACLE_TERM=386x; export ORACLE_TERM
CLASSPATH=$ORACLE_HOME/jdbc/lib/classes111.zip
export CLASSPATH
PATH=/compat/linux/bin:/compat/linux/sbin:/compat/linux/usr/bin
PATH=$PATH:/compat/linux/usr/sbin:/bin:/sbin:/usr/bin:/usr/sbin
PATH=$PATH:/usr/local/bin:$ORACLE_HOME/bin
export PATH&oracle; installerenWegens een kleine inconsistentie in de &linux; emulator
moet de map .oracle aangemaakt worden
in /var/tmp voordat het
installatieprogramma wordt gestart. De gebruiker
oracle moet de eigenaar van deze map
zijn. Nu hoort &oracle; zonder
problemen te installeren. Bij problemen dienen eerst de
&oracle; distributie en/of de
instellingen gecontroleerd te worden! Nadat
&oracle; is geïnstalleerd,
moeten de patches uit de volgende twee secties
geïnstalleerd worden.Een veelvoorkomend probleem is dat de adapter voor het
TCP-protocol niet goed is geïnstalleerd. De consequentie
daarvan is dat er geen TCP-listeners gestart kunnen worden. De
volgende acties helpen om dit probleem op te lossen:&prompt.root; cd $ORACLE_HOME/network/lib
&prompt.root; make -f ins_network.mk ntcontab.o
&prompt.root; cd $ORACLE_HOME/lib
&prompt.root; ar r libnetwork.a ntcontab.o
&prompt.root; cd $ORACLE_HOME/network/lib
&prompt.root; make -f ins_network.mk installHierna dient root.sh nogmaals te
draaien!root.sh patchenAls &oracle;
geïnstalleerd wordt, worden sommige acties die als
root moeten worden uitgevoerd
geregistreerd in een shellscript met de naam
root.sh. Dit script komt in de map
orainst te staan. De volgende patch
dient uitgevoerd te worden op root.sh om
het de juiste locatie van chown te laten
gebruiken of als alternatief kan het script onder een
originele &linux; shell gedraaid worden*** orainst/root.sh.orig Tue Oct 6 21:57:33 1998
--- orainst/root.sh Mon Dec 28 15:58:53 1998
***************
*** 31,37 ****
# This is the default value for CHOWN
# It will redefined later in this script for those ports
# which have it conditionally defined in ss_install.h
! CHOWN=/bin/chown
#
# Define variables to be used in this script
--- 31,37 ----
# This is the default value for CHOWN
# It will redefined later in this script for those ports
# which have it conditionally defined in ss_install.h
! CHOWN=/usr/sbin/chown
#
# Define variables to be used in this scriptAls &oracle; niet vanaf
een CD-ROM wordt geïnstalleerd, kan de broncode van
root.sh aangepast worden. Die heet
rthd.sh en staat in de map
orainst in de broncodestructuur.
genclntsh patchenHet script genclntsh wordt gebruikt om
é´n enkele gedeelde bibliotheek voor de
cliënt aan te maken. Het wordt gebruikt tijdens het
maken van de demonstraties. Met de volgende patch wordt de
definitie van PATH uitgecommentarieerd:*** bin/genclntsh.orig Wed Sep 30 07:37:19 1998
--- bin/genclntsh Tue Dec 22 15:36:49 1998
***************
*** 32,38 ****
#
# Explicit path to ensure that we're using the correct commands
#PATH=/usr/bin:/usr/ccs/bin export PATH
! PATH=/usr/local/bin:/bin:/usr/bin:/usr/X11R6/bin export PATH
#
# each product MUST provide a $PRODUCT/admin/shrept.lst
--- 32,38 ----
#
# Explicit path to ensure that we're using the correct commands
#PATH=/usr/bin:/usr/ccs/bin export PATH
! #PATH=/usr/local/bin:/bin:/usr/bin:/usr/X11R6/bin export PATH
#
# each product MUST provide a $PRODUCT/admin/shrept.lst&oracle; draaienAls de instructies worden gevolgd, draait
&oracle; als op &linux; zelf.HolgerKippBijgedragen door ValentinoVaschettoOriginele versie omgezet naar SGML door &sap.r3; installerenapplicaties&sap.r3;Installaties van &sap; Systemen
die &os; gebruiken worden niet ondersteund door het &sap;
ondersteuningsteam. Zij bieden alleen ondersteuning voor
gecertificeerde platformen.VoorwoordDit document beschrijft een mogelijke manier om een
&sap.r3; System met
&oracle; Database voor &linux; op
een &os; machine, inclusief de installatie van &os; en
&oracle;. Er worden twee
instellingen beschreven:&sap.r3; 4.6B (IDES) met
&oracle; 8.0.5 op
&os; 4.3–STABLE;.&sap.r3; 4.6C met
&oracle; 8.1.7 op
&os; 4.5–STABLE.Hoewel dit document alle belangrijke stappen in meer detail
probeert te beschrijven, is het niet bedoeld als een vervanging
voor de &oracle; en
&sap.r3;
installatiehandleidingen.Voor specifieke vragen wordt verwezen naar de documentatie
die geleverd wordt bij de &sap.r3;
&linux; editie voor &sap; en
&oracle; en de bronnen van
&oracle; en
&sap; OSS.SoftwareVoor de &sap; installaties zijn
de volgende CD-ROM gebruikt:&sap.r3; 4.6B, &oracle; 8.0.5NaamNummerBeschrijvingKERNEL51009113SAP Kernel Oracle / Installation / AIX, Linux,
SolarisRDBMS51007558Oracle / RDBMS 8.0.5.X / LinuxEXPORT151010208IDES / DB-Export / Disc 1 of 6EXPORT251010209IDES / DB-Export / Disc 2 of 6EXPORT351010210IDES / DB-Export / Disc 3 of 6EXPORT451010211IDES / DB-Export / Disc 4 of 6EXPORT551010212IDES / DB-Export / Disc 5 of 6EXPORT651010213IDES / DB-Export / Disc 6 of 6Ook zijn de &oracle; 8 Server
(Pre-productie versie 8.0.5 voor &linux; kernelversie 2.0.33)
CD-ROM gebruikt, die niet echt noodzakelijk is en
&os; 4.3-STABLE (een paar dagen na de 4.3-RELEASE).
&sap.r3; 4.6C SR2, &oracle; 8.1.7NaamNummerBeschrijvingKERNEL51014004SAP Kernel Oracle / SAP Kernel Version 4.6D /
DEC, LinuxRDBMS51012930Oracle 8.1.7/ RDBMS / LinuxEXPORT151013953Release 4.6C SR2 / Export / Disc 1 of 4EXPORT151013953Release 4.6C SR2 / Export / Disc 2 of 4EXPORT151013953Release 4.6C SR2 / Export / Disc 3 of 4EXPORT151013953Release 4.6C SR2 / Export / Disc 4 of 4LANG151013954Release 4.6C SR2 / Language / DE, EN, FR /
Disc 1 van 3Afhankelijk van de talen die geïnstalleerd moeten
worden kunnen aanvullende taal-CD-ROMs nodig zijn. Hier
worden DE en EN gebruikt, dus is alleen de eerste taal-CD-ROM
nodig. Een kleine kanttekening is dat de nummers van alle
vier de EXPORT CD-ROMs identiek zijn. Ook hebben alle drie de
taal-CD-ROMs hetzelfde nummer (dit verschilt met de 4.6B IDES
release CD-ROM-nummering). Ten tijde van schrijven draait
deze installatie op &os; 4.5-STABLE (20.03.2002).Opmerkingen over &sap;Het wordt aangeraden de volgende notities
vóór de installatie van
&sap.r3; gelezen te hebben. Ze
waren bruikbaar tijdens de installatie:&sap.r3; 4.6B, &oracle; 8.0.5NummerTitel0171356SAP Software on Linux: Essential Comments0201147INST: 4.6C R/3 Inst. on UNIX - Oracle0373203Update / Migration Oracle 8.0.5 -->
8.0.6/8.1.6 LINUX0072984Release of Digital UNIX 4.0B for Oracle0130581R3SETUP step DIPGNTAB terminates0144978Your system has not been installed correctly0162266Questions and tips for R3SETUP on
Windows NT / W2K&sap.r3; 4.6C, &oracle; 8.1.7NummerTitel0015023Initializing table TCPDB (RSXP0004) (EBCDIC)0045619R/3 with several languages or typefaces0171356SAP Software on Linux: Essential Comments0195603RedHat 6.1 Enterprise version: Known problems0212876The new archiving tool SAPCAR0300900Linux: Released DELL Hardware0377187RedHat 6.2: important remarks0387074INST: R/3 4.6C SR2 Installation on UNIX0387077INST: R/3 4.6C SR2 Inst. on UNIX - Oracle0387078SAP Software on UNIX: OS Dependencies 4.6C SR2Benodigde hardwareDe volgende uitrusting is voldoende voor de installatie van
een &sap.r3; Systeem. Voor
productiegebruik geldt natuurlijk dat exactere gegevens nodig
zijn:Component4.6B4.6CProcessor2 x 800MHz &pentium; III2 x 800MHz &pentium; IIIGeheugen1GB ECC2GB ECCHardeschijfruimte50-60GB (IDES)50-60GB (IDES)Voor productiegebruik zijn &xeon; processoren met een grote
cache, schijftoegang op hoge snelheid (SCSI,
RAID-hardwarecontroller) USV en ECC-RAM aanbevolen. De
grote hoeveelheid benodigde schijfruimte is te wijten aan het
vooringestelde IDES-systeem, dat 27 GB aan
databasebestanden aanmaakt tijdens de installatie. Deze ruimte
is ook voldoende voor beginnende productiesystemen en
applicatiegegevens.&sap.r3; 4.6B, &oracle; 8.0.5De volgende kant-en-klare hardware werd gebruikt: een
dual processorbord met 2 800 MHz &pentium;nbsp;III
processoren, &adaptec; 21960 Ultra160 SCSI adapter (om een
40/80 GB DLT tapedrive en CD-ROM aan te spreken),
&mylex; &acceleraid; (2 kanalen, firmware 6.00-1-00 met
32 MB RAM). Aan de &mylex; RAID-controller zijn twee
17 GB harde schijven (gespiegeld) en vier 36 GB
harde schijven (RAID-niveau 5) bevestigd.&sap.r3; 4.6C, &oracle; 8.1.7Voor deze installatie werd een &dell; &poweredge; 2500
gebruikt: een dual processorbord met twee 1000 MHz
&pentium; III processoren (256 kB cache), 2 GB
PC133 ECC SDRAM, PERC/3 DC PCI RAID-controller met
128 MB en een EIDE DVD-ROM-drive. Aan de
RAID-controller zijn twee 18 GB harde schijven
(gespiegeld) en vier 36 GB harde schijven (RAID-niveau
5) bevestigd.Installatie van &os;Eerst moet &os; geïnstalleerd worden. Er zijn
verschillende manieren om dit te doen. Er staat meer informatie
in .SchijfindelingOm het eenvoudig te houden, werd voor zowel de
&sap.r3; 46B installatie als de
&sap.r3; 46C SR2 installatie
dezelfde schijfindeling gebruikt. Alleen de apparaatnamen
veranderden, omdat de installaties op verschillende hardware
werden gedaan (/dev/da respectievelijk
/dev/amr, dus als een AMI &megaraid;
wordt gebruikt, is /dev/amr0s1a te zien
in plaats van /dev/da0s1a):BestandssysteemGrootte (1k-blokken)Grootte (GB)Aangekoppeld op/dev/da0s1a1.016.3031//dev/da0s1b6swap/dev/da0s1e2.032.6232/var/dev/da0s1f8.205.3398/usr/dev/da1s1e45.734.36145/compat/linux/oracle/dev/da1s1f2.032.6232/compat/linux/sapmnt/dev/da1s1g2.032.6232/compat/linux/usr/sapDe twee logische drives dienen tevoren met de &mylex;- of
PERC/3 RAID-software ingesteld en geïnitialiseerd te
worden. De software kan tijdens de opstartfase van het
BIOS gestart worden.De schijfindelingen wijken licht af van de aanbevelingen
van &sap;, omdat &sap; aanbeveelt om de
&oracle; submappen (en enkele
andere) gescheiden aan te koppelen. Hier is besloten om ze
omwille van de eenvoud gewoon als echte submappen aan te
maken.make world en een nieuwe
kernelNu dient de nieuwste -STABLE-broncode gedownload te
worden. Nadat het kernelinstellingenbestand is aangepast,
kunnen de wereld en de kernel opnieuw gebouwd worden.
Hier moeten ook de kernelparameters in staan die
nodig zijn voor &sap.r3; en
&oracle;.De &linux;-omgeving installerenHet &linux; basissysteem installerenEerst moet de linux_base port
geïnstalleerd worden (als
root):&prompt.root; cd /usr/ports/emulators/linux_base-fc4
&prompt.root; make install distcleanDe &linux; ontwikkelomgeving installerenDe &linux;-ontwikkelomgeving is volgens noodzakelijk om
&oracle; op &os; te
installeren:&prompt.root; cd /usr/ports/devel/linux_devtools
&prompt.root; make install distcleanDe &linux;-ontwikkelomgeving is alleen voor de
&sap.r3; 46B IDES installatie
geïnstalleerd. Het is niet nodig als de
&oracle; DB niet opnieuw wordt
gelinkt op het &os;-systeem. Dit is het geval als de
&oracle; tarball van een
&linux;-systeem wordt gebruikt.De benodigde RPM's installerenRPM'sOm het R3SETUP programma te starten is
PAM-ondersteuning nodig. Tijdens de eerste installatie van
&sap; op &os; 4.3-STABLE is
geprobeerd om PAM met alle benodigde pakketten te installeren
en uiteindelijk is de installatie van het PAM-pakket
afgedwongen, wat werkte. Voor &sap.r3; 4.6C
SR 2 is we meteen de installatie van het PAM
RPM afgedwongen, wat ook werkte, dus lijkt het erop dat de
afhankelijke pakketten niet nodig zijn:&prompt.root; rpm -i --ignoreos --nodeps --root /compat/linux --dbpath /var/lib/rpm \
pam-0.68-7.rpmOm &oracle; 8.0.5 de
intelligente agent te laten draaien, moest ook het
Tcl-package van RedHat
tcl-8.0.5-30.i386.prm geïnstalleerd
worden (anders mislukt het herlinken tijdens de installatie
van &oracle;). Er zijn nog wat
andere gevallen met betrekking tot het herlinken van
&oracle;, maar dat is een
&oracle; &linux;-geval en niet
&os;-specifiek.Aanvullende hintsHet kan ook een goed idee zijn om
linprocfs aan
/etc/fstab toe te voegen. Meer
informatie is te vinden in &man.linprocfs.5;. Een andere
parameter om in te stellen is
kern.fallback_elf_brand=3 in
/etc/sysctl.conf.De &sap.r3;-omgeving makenDe benodigde bestandssystemen en aankoppelpunten
creërenVoor een eenvoudige installatie is het voldoende om de
volgende bestandssystemen aan te maken:aankoppelpuntgrootte in GB/compat/linux/oracle45 GB/compat/linux/sapmnt2 GB/compat/linux/usr/sap2 GBHet is ook noodzakelijk om enige aankoppelpunten te maken,
anders klaagt de &sap; Installer
als die de gemaakte aankoppelpunten controleert:&prompt.root; ln -s /compat/linux/oracle /oracle
&prompt.root; ln -s /compat/linux/sapmnt /sapmnt
&prompt.root; ln -s /compat/linux/usr/sap /usr/sapMogelijke foutmeldingen tijdens de installatie zijn (hier
met System PRD en de
&sap.r3; 4.6C
SR2-installatie):INFO 2002-03-19 16:45:36 R3LINKS_IND_IND SyLinkCreate:200
Checking existence of symbolic link /usr/sap/PRD/SYS/exe/dbg to
/sapmnt/PRD/exe. Creating if it does not exist...
WARNING 2002-03-19 16:45:36 R3LINKS_IND_IND SyLinkCreate:400
Link /usr/sap/PRD/SYS/exe/dbg exists but it points to file
/compat/linux/sapmnt/PRD/exe instead of /sapmnt/PRD/exe. The
program cannot go on as long as this link exists at this
location. Move the link to another location.
ERROR 2002-03-19 16:45:36 R3LINKS_IND_IND Ins_SetupLinks:0
can not setup link '/usr/sap/PRD/SYS/exe/dbg' with content
'/sapmnt/PRD/exe'Gebruikers en mappen aanmaken&sap.r3; heeft twee gebruikers
en drie groepen nodig. De gebruikersnamen zijn afhankelijk
van de &sap; system ID (SID) die
uit drie letters bestaat. Enkele van deze SIDs zijn
gereserveerd door &sap;
(bijvoorbeeld SAP en
NIX. In de
&sap;-documentatie staat een
complete lijst). Voor de IDES-installatie is
IDS gebruikt, voor de 4.6C SR2-installatie
PRD, omdat dat systeem bedoeld is voor
productiegebruik. Daarvoor zijn de volgende groepen gebruikt
(groep-IDs kunnen afwijken, dat zijn gewoon de waardes die
voor deze specifieke installatie gebruikt zijn):groep-IDgroepsnaambeschrijving100dbaDataBase-Administrator101sapsys&sap; System102operDataBase-OperatorVoor een standaard &oracle;-
installatie wordt slechts é´n groep,
dba, gebruikt. De groep
oper gebruikt ook de groep
dba (er staat meer informatie in de
&oracle;- en
&sap;-documentatie).Tevens zijn de volgende gebruikers nodig:gebruikers-IDgebruikersnaamgenerieke naamgroepaanvullende groepenbeschrijving1000idsadm/prdadmsidadmsapsysoper&sap;-beheerder1002oraids/oraprdorasiddbaoper&oracle;-beheerderDe volgende regels voor &man.adduser.8; zijn nodig om de
&sap;-beheerder-gebruiker toe te
voegen:Name: sidadm
Password: ******
Fullname: SAP-beheerderSID
Uid: 1000
Gid: 101 (sapsys)
Class:
Groups: sapsys dba
HOME: /home/sidadm
Shell: bash (/compat/linux/bin/bash)en deze voor de
&oracle;-beheerder-gebruiker:Name: orasid
Password: ******
Fullname: Oracle-beheerderSID
Uid: 1002
Gid: 100 (dba)
Class:
Groups: dba
HOME: /oracle/sid
Shell: bash (/compat/linux/bin/bash)De &oracle;-beheerder moet ook
in de groep oper zitten als de groepen
dba en oper
beiden gebruikt worden.Mappen aanmakenDe volgende mappen worden normaalgesproken als aparte
bestandssystemen aangemaakt. Dit is geheel afhankelijk van
de behoefte. Hier is ervoor gekozen om ze als simpele mappen
aan te maken, omdat ze toch allemaal op dezelfde RAID-5
zitten:Eerst worden de eigenaren en rechten van sommige mappen
ingesteld (als root):&prompt.root; chmod 775 /oracle
&prompt.root; chmod 777 /sapmnt
&prompt.root; chown root:dba /oracle
&prompt.root; chown sidadm:sapsys /compat/linux/usr/sap
&prompt.root; chmod 775 /compat/linux/usr/sapAls tweede worden de mappen als gebruiker
orasid aangemaakt. Dat
zijn allemaal submappen van
/oracleSID:
&prompt.root; su - orasid
&prompt.root; cd /oracle/SID
&prompt.root; mkdir mirrlogA mirrlogB origlogA origlogB
&prompt.root; mkdir sapdata1 sapdata2 sapdata3 sapdata4 sapdata5 sapdata6
&prompt.root; mkdir saparch sapreorg
&prompt.root; exitVoor de &oracle;
8.1.7-installatie zijn enkele aanvullende
mappen nodig:&prompt.root; su - orasid
&prompt.root; cd /oracle
&prompt.root; mkdir 805_32
&prompt.root; mkdir client stage
&prompt.root; mkdir client/80x_32
&prompt.root; mkdir stage/817_32
&prompt.root; cd /oracle/SID
&prompt.root; mkdir 817_32De map client/80x_32 wordt met
precies deze naam gebruikt. De x mag
niet door een getal of iets dergelijks vervangen
worden.In de derde stap worden de mappen als gebruiker
sidadm
aangemaakt:&prompt.root; su - sidadm
&prompt.root; cd /usr/sap
&prompt.root; mkdir SID
&prompt.root; mkdir trans
&prompt.root; exitRegels in /etc/servicesVoor &sap.r3; zijn enkele
regels in het bestand /etc/services
nodig, die niet correct worden ingesteld tijdens de
installatie op &os;. De volgende regels moeten toegevoegd
worden (op zijn minst die regels die met een instantienummer
overeenkomen, in dit geval 00. Het
kan geen kwaad om alle regels van 00 tot
en met 99 toe te voegen voor
dp, gw,
sp en ms). Als er een
SAProuter gebruikt gaat worden of
toegang tot &sap; OSS nodig is,
dan is 99 ook nodig, aangezien poort 3299
gewoonlijk wordt gebruikt voor het
SAProuter-proces op het
doelsysteem:sapdp00 3200/tcp # SAP-dispatcher. 3200 + instantienummer
sapgw00 3300/tcp # SAP-gateway. 3300 + instantienummer
sapsp00 3400/tcp # 3400 + instantienummer
sapms00 3500/tcp # 3500 + instantienummer
sapmsSID 3600/tcp # SAP-berichtenserver. 3600 + instantienummer
sapgw00s 4800/tcp # veilige SAP-gateway 4800 + instantienummerBenodigde lokalisatieslocale&sap; heeft tenminste twee
lokalisaties nodig die geen deel uitmaken van de standaard
RedHat-installatie. &sap; biedt de benodigde RPMs als
downloadbare bestanden op hun FTP-server aan (die alleen
toegankelijk is voor klanten met OSS-toegang). In notitie
0171356 staat een lijst van de benodigde RPMs.Het is ook mogelijk om gewoon de juiste links aan te
maken (bijvoorbeeld vanuit de_DE en
en_US), maar dat is niet aan te raden
voor productiesystemen (alhoewel het probleemloos op het
IDES-systeem werkte). De volgende lokalisaties zijn
nodig:de_DE.ISO-8859-1
en_US.ISO-8859-1Nu moeten de volgende links gemaakt worden:&prompt.root; cd /compat/linux/usr/share/locale
&prompt.root; ln -s de_DE de_DE.ISO-8859-1
&prompt.root; ln -s en_US en_US.ISO-8859-1Als ze niet aanwezig zijn, ontstaan er problemen tijdens
de installatie. Als ze dan consequent genegeerd worden (door
de STATUS van de probleemstap op
OK te zetten in het bestand
CENTRDB.R3S), is het niet mogelijk om op
het &sap;- systeem aan te melden
zonder wat extra moeite.Kerneloptimalisatiekerneloptimalisatie&sap.r3;-systemen hebben veel
bronnen nodig. Daarom zijn de volgende parameters
toegevoegd aan het kernelinstellingenbestand:#Stel deze in voor geheugengierigheid (SAP en Oracle)
options MAXDSIZ="(1024*1024*1024)"
options DFLDSIZ="(1024*1024*1024)"
#System-V-opties nodig.
options SYSVSHM # SysV-stijl gedeeld geheugen
options SHMMAXPGS=262144 #maximum aantal gedeelde geheugenpagina's
#options SHMMAXPGS=393216 #gebruik dit voor de 46C installatieparameters
options SHMMNI=256 #maximun aantal identifier-interfaces voor gedeeld geheugen
options SHMSEG=100 #maximum aantal gedeeld-geheugensegmenten per proces
options SYSVMSG #SysV-stijl berichtenwachtrijen
options MSGSEG=32767 #maximum aantal berichtsegmenten in systeem
options MSGSSZ=32 #grootte van berichtensegment. MOET macht van 2 zijn
options MSGMNB=65535 #maximum aantal tekens per berichtenwachtrij
options MSGTQL=2046 #maximum aantal berichten in systeem
options SYSVSEM #SysV-stijl semaforen
options SEMMNU=256 #aantal semafoor-UNDO-structuren
options SEMMNS=1024 #aantal semaforen in systeem
options SEMMNI=520 #aantal semafoor-identifiers
options SEMUME=100 #aantal UNDO-sleutelsDe minimumwaarden zijn aangegeven in de documentatie van
&sap;. Omdat er geen beschrijving voor &linux; is, wordt
verwezen naar de HP-UX-sectie (32 bit) voor meer informatie.
Omdat het systeem voor de 4.6C SR2-installatie meer
hoofdgeheugen heeft, kunnen de gedeelde segmenten voor
&sap; en
&oracle; groter zijn.. Daarom kan
voor een groter aantal pagina's voor het gedeelde geheugen
gekozen worden.Op een standaardinstallatie van &os; op &i386; moeten
MAXDSIZ en DFLDSIZ op
maximaal 1 GB blijven staan. Anders kunnen er vreemde
fouten als ORA-27102: out of memory
en Linux Error 12: Cannot allocate
memory optreden.&sap.r3; installerenDe &sap;-CD-ROMs voorbereidenTijdens de installatie moeten veel CD-ROMs aangekoppeld en
losgekoppeld worden. Als er voldoende CD-ROM-drives zijn,
kunnen ze allemaal tegelijk aangekoppeld worden. Hier is
besloten om de inhoud van de CD-ROMs naar de overeenkomende
mappen te kopiëren:/oracle/SID/sapreorg/cd-naamHierboven is cd-naam
één van KERNEL,
RDBMS, EXPORT1,
EXPORT2, EXPORT3,
EXPORT4, EXPORT5 en
EXPORT6 voor de
4.6B/IDES-installatie en één van
KERNEL, RDBMS,
DISK1, DISK2,
DISK3, DISK4 en
LANG voor de 4.6C SR2-installatie. Alle
bestandsnamen op de aangekoppelde CD-ROMs moeten in
hoofdletters staan of anders kan er gebruik gemaakt worden van
de optie bij het aankoppelen:&prompt.root; mount_cd9660 -g /dev/cd0a /mnt
&prompt.root; cp -R /mnt/* /oracle/SID/sapreorg/cd-naam
&prompt.root; umount /mntHet installatiescript uitvoerenEerst moet er een map install worden
aangemaakt:&prompt.root; /oracle/SID/sapreorg/KERNEL/UNIX/INSTTOOL.SHDe IDES-installatie (4.6B) komt met een volledig
aangepast &sap.r3; -demonstratiesysteem, dus zijn er zes in
plaats van slechts drie EXPORT-CD-ROMs. Op dit moment dient
het installatiesjabloon CENTRDB.R3S voor
het installeren van een standaard centrale instantie
(&r3; met database), niet de
IDES centrale instantie, dus moet de overeenkomende
CENTRDB.R3S vanuit de map EXPORT1 gekopieerd worden,
anders vraagt R5SETUP slechts om drie
EXPORT-CD-ROMs.De nieuwere uitgave &sap; 4.6
SR2 komt met vier EXPORT-CD-ROMs. Het
parameterbestand dat de installatiestappen beheert is
CENTRAL.R3S. In tegenstelling tot
eerdere uitgaven zijn er geen aparte installatiesjablonen
voor een centrale instantie met of zonder database.
&sap; gebruikt een apart sjabloon
voor de installatie van de database. Om de installatie op
een later tijdstip te opnieuw te starten is het echter
voldoende om met het originele bestand opnieuw te
starten.Tijdens en na de installatie eist
&sap; dat
hostname alleen de naam van de computer en
niet de volledig gekwalificeerde domeinnaam teruggeeft. Dus
dient òf de computernaam op deze manier ingesteld te
worden, òf een alias ingesteld te worden met
alias hostname='hostname -s' voor zowel
orasid als
sidadm (en
voor root tijdens minimaal de
installatiestappen die als root worden
uitgevoerd). Het is ook mogelijk om de geïnstalleerde
bestanden .profile en .login
van beide gebruikers die tijdens de installatie
worden geïnstalleerd aan te passen.Start R3SETUP 4.6BBen er zeker van dat LD_LIBRARY_PATH juist
is ingesteld:&prompt.root; export LD_LIBRARY_PATH=/oracle/IDS/lib:/sapmnt/IDS/exe:/oracle/805_32/libStart R3SETUP als
root vanuit de installatiemap:&prompt.root; cd /oracle/IDS/sapreorg/install
&prompt.root; ./R3SETUP -f CENTRDB.R3SHet script stelt vervolgens wat vragen
(standaardantwoorden in haken, gevolgd door de eigenlijke
invoer):VraagStandaardInvoerEnter SAP System ID[C11]IDSEnterEnter SAP Instance Number[00]EnterEnter SAPMOUNT Directory[/sapmnt]EnterEnter name of SAP central host[troubadix.domain.de]EnterEnter name of SAP db host[troubadix]EnterSelect character set[1] (WE8DEC)EnterEnter Oracle server version (1) Oracle 8.0.5,
(2) Oracle 8.0.6, (3) Oracle 8.1.5,
(4) Oracle 8.1.61EnterExtract Oracle Client archive[1] (Yes, extract)EnterEnter path to KERNEL CD[/sapcd]/oracle/IDS/sapreorg/KERNELEnter path to RDBMS CD[/sapcd]/oracle/IDS/sapreorg/RDBMSEnter path to EXPORT1 CD[/sapcd]/oracle/IDS/sapreorg/EXPORT1Directory to copy EXPORT1 CD[/oracle/IDS/sapreorg/CD4_DIR]EnterEnter path to EXPORT2 CD[/sapcd]/oracle/IDS/sapreorg/EXPORT2Directory to copy EXPORT2 CD[/oracle/IDS/sapreorg/CD5_DIR]EnterEnter path to EXPORT3 CD[/sapcd]/oracle/IDS/sapreorg/EXPORT3Directory to copy EXPORT3 CD[/oracle/IDS/sapreorg/CD6_DIR]EnterEnter path to EXPORT4 CD[/sapcd]/oracle/IDS/sapreorg/EXPORT4Directory to copy EXPORT4 CD[/oracle/IDS/sapreorg/CD7_DIR]EnterEnter path to EXPORT5 CD[/sapcd]/oracle/IDS/sapreorg/EXPORT5Directory to copy EXPORT5 CD[/oracle/IDS/sapreorg/CD8_DIR]EnterEnter path to EXPORT6 CD[/sapcd]/oracle/IDS/sapreorg/EXPORT6Directory to copy EXPORT6 CD[/oracle/IDS/sapreorg/CD9_DIR]EnterEnter amount of RAM for SAP + DB850Enter (in Megabytes)Service Entry Message Server[3600]EnterEnter Group-ID of sapsys[101]EnterEnter Group-ID of oper[102]EnterEnter Group-ID of dba[100]EnterEnter User-ID of
sidadm[1000]EnterEnter User-ID of
orasid[1002]EnterNumber of parallel procs[2]EnterAls de CD-ROMs niet naar de verschillende plaatsen
gekopieerd waren, kan het
&sap;-installatieprogramma de
benodigde CD-ROM niet vinden (geïdentificeerd door het
bestand LABEL.ASC op de CD-ROM) en
vraagt het om de CD-ROM aan te koppelen en het aankoppelpad te
bevestigen of in te voeren.Het bestand CENTRDB.R3S kan fouten
bevatten. In dit geval vroeg het nogmaals om de EXPORT4
CD-ROM, maar gaf het wel de juiste sleutel (6_LOCATION,
daarna 7_LOCATION enzovoorts) aan, dus kon gewoon doorgegaan
worden met het invoeren van de juiste waarden.Afgezien van enkele problemen die hieronder genoemd
worden, hoort alles vanzelf te gaan tot het punt waar de
software voor de &oracle;-database geïnstalleerd moet
worden.R3SETUP 4.6C SR2 startenLD_LIBRARY_PATH moet juist ingesteld
zijn. Dit is een andere waarde dan die van de 4.6B
installatie met &oracle;
8.0.5:&prompt.root; export LD_LIBRARY_PATH=/sapmnt/PRD/exe:/oracle/PRD/817_32/libStart R3SETUP als gebruiker
root vanuit de installatiemap:&prompt.root; cd /oracle/PRD/sapreorg/install
&prompt.root; ./R3SETUP -f CENTRAL.R3SHet script stelt vervolgens enkele vragen
(standaardantwoorden tussen haken, gevolgd door de eigenlijke
invoer):VraagStandaardInvoerEnter SAP System ID[C11]PRDEnterEnter SAP Instance Number[00]EnterEnter SAPMOUNT Directory[/sapmnt]EnterEnter name of SAP central host[majestix]EnterEnter Database System ID[PRD]PRDEnterEnter name of SAP db host[majestix]EnterSelect character set[1] (WE8DEC)EnterEnter Oracle server version (2) Oracle 8.1.72EnterExtract Oracle Client archive[1] (Yes, extract)EnterEnter path to KERNEL CD[/sapcd]/oracle/PRD/sapreorg/KERNELEnter amount of RAM for SAP + DB20441800Enter (in Megabytes)Service Entry Message Server[3600]EnterEnter Group-ID of sapsys[100]EnterEnter Group-ID of oper[101]EnterEnter Group-ID of dba[102]EnterEnter User-ID of oraprd[1002]EnterEnter User-ID of prdadm[1000]EnterLDAP support3Enter (no support)Installation step completed[1] (continue)EnterChoose installation service[1] (DB inst,file)EnterTot dusver geeft het aanmaken van gebruikers een fout
in de fases OSUSERDBSID_IND_ORA (voor het aanmaken van de
gebruiker
orasid) en
OSUSERIDADM_IND_ORA (voor het aanmaken van de gebruiker
sidadm).&oracle; 8.0.5 installerenMogelijke problemen staan beschreven in de &sap; Notes en
&oracle; Readme bestanden met betrekking
tot &linux; en &oracle; DB. De
meeste, zoniet alle, problemen komen door incompatibele
bibliotheken.Meer informatie over het installeren van
&oracle; staat in &oracle; Installeren.&oracle; 8.0.5 installeren met
orainstAls &oracle; 8.0.5 gebruikt
moet worden, zijn enkele bibliotheken nodig voor het met
succes herlinken, omdat &oracle;
8.0.5 met een oude versie van glibc gelinkt
was (RedHat 6.0) en RedHat 6.1 reeds een nieuwere glibc
gebruikt. De volgende aanvullende pakketten moeten
geïnstalleerd worden om er zeker van te zijn dat het
linken lukt:compat-libs-5.2-2.i386.rpmcompat-glibc-5.2-2.0.7.2.i386.rpmcompat-egcs-5.2-1.0.3a.1.i386.rpmcompat-egcs-c++-5.2.1.0.3a.1.i386.rpmcompat-binutils-5.2-2.9.1.0.23.1.i386.rpmIn de &sap; Notes of &oracle; Readme
staat meer informatie. Als er geen keuze is (op het moment
van installeren was er niet genoeg tijd om dit te
controleren) kunnen de originele binairen gebruikt worden of
kunnen de herlinkte binairen van een origineel RedHat
systeem gebruikt worden.Om de intelligente agent te compileren moet het RedHat
Tcl package geïnstalleerd zijn. Als
tcl-8.0.3-20.i386.rpm niet te krijgen
is, doet een nieuwere versie zoals
tcl-8.0.5-30.i386.rpm voor RedHat 6.1
het ook.Afgezien van het herlinken is de installatie
rechttoe rechtaan:&prompt.root; su - oraids
&prompt.root; export TERM=xterm
&prompt.root; export ORACLE_TERM=xterm
&prompt.root; export ORACLE_HOME=/oracle/IDS
&prompt.root; cd $ORACLE_HOME/orainst_sap
&prompt.root; ./orainstAlle schermen dienen met Enter
bevestigd te worden totdat de software geïnstalleerd is,
behalve dat de &oracle; On-Line Text
Viewer gedeselecteerd moet worden omdat deze
momenteel niet voor &linux; beschikbaar is. Vervolgens wil
&oracle; met
i386-glibc20-linux-gcc herlinken, in
plaats van met de beschikbare gcc,
egcs of
i386-redhat-linux-gcc.Wegens tijdbeperkingen is besloten om de binairen van een
&oracle; 8.0.5 PreProduction-uitgave
te gebruiken, nadat de eerste poging om de versie van de
RDBMS-CD-ROM werkend te krijgen mislukte en het vinden en
gebruiken van de juiste RPMs was op dat moment een nachtmerrie
was.&oracle; 8.0.5 pre-productie versie voor
&linux; (kernel 2.0.33) installerenDe installatie hiervan is vrij eenvoudig: koppel de CD-ROM
aan en start het installatieprogramma. Het vraagt dan om de
plaats van de &oracle; thuismap en zet daar alle binairen
neer. Op dat moment waren echter niet de restanten van
vorige pogingen om RDBMS te installeren verwijderd.Daarna kon &oracle; Database
zonder problemen gestart worden.De &oracle; 8.1.7 &linux; tarball installerenDe tarball oracle81732.tgz die gemaakt
is uit de installatiemap een &linux;-systeem kan uitgepakt
worden in
/oracle/SID/817_32/.
Ga door met de &sap.r3; installatieAls eerste dienen de omgevingsinstellingen van de
gebruikers idsamd
(sidadm) en
oraids (orasid)
gecontroleerd te worden. Ze moeten nu beiden beschikken over
de bestanden .profile,
.login en .cshrc die
allemaal hostname gebruiken. In het geval
dat de hostnaam van het systeem de volledig gekwalificeerde
naam is, moet hostname in
hostname –s veranderd worden in
alle drie de bestanden.Database ladenHierna kan R3SETUP òfwel
opnieuw gestart of voortgezet worden (afhankelijk van de
keuze voor exit of niet). R3SETUP maakt
vervolgens de tabelruimten aan en laadt de gegevens (voor 46B
IDES van EXPORT1 tot en met EXPORT6, voor 46C van DISK1 tot
en met DISK4) met R3load in de
database.Wanneer het laden van de database is voltooid (dit kan
enkele uren duren) wordt om enkele wachtwoorden gevraagd.
Voor testinstallaties kunnen de welbekende
standaardwachtwoorden worden gebruikt. Als veiligheid een
punt is moeten er andere wachtwoorden gebruikt worden!VraagInvoerEnter Password for sapr3sapEnterConfirum Password for sapr3sapEnterEnter Password for sysverander_tijdens_installerenEnterConfirm Password for sysverander_tijdens_installatieEnterEnter Password for systembeheerderEnterConfirm Password for systembeheerderEnterHier waren er wat problemen met
dipgntab tijdens de installatie van
4.6B.ListenerHieronder staat hoe de
&oracle; Listener als gebruiker
orasid
op kan starten:&prompt.user; umask 0; lsnrctl startAnders kan de fout ORA-12546
optreden, omdat de sockets dan niet de juiste rechten
hebben. Zie &sap; Note 072984.Bijwerken van MNLS tabellenAls het de bedoeling is niet-Latin-1-talen in te voeren
in het &sap;-systeem, dan moeten
de Multi National Language Support-tabellen bijgewerkt
worden. Dit staat beschreven in de &sap; OSS Notes 15023 en
45619. In alle andere gevallen kan deze vraag overgeslagen
worden tijdens de &sap;
installatie.Als er geen MNLS nodig is, is het nog steeds
noodzakelijk om de TCPDB-tabel te controleren en deze te
initialiseren als dit nog niet is gedaan. Zie
&sap;-notities 0015023 en 0045619 voor meer
informatie.Stappen na de installatie&sap.r3; licentiesleutel opvragenEr moet een &sap.r3;
licentiesleutel opgevraagd worden. Dit is nodig omdat de
tijdelijke licentie die tijdens de installatie
geïnstalleerd is, maar voor vier weken geldig is. Eerst
moet de hardwaresleutel bekend zijn. Deze wordt bekend door
als gebruiker idsadm aan te melden en
saplicense uit te voeren:&prompt.root; /sapmnt/IDS/exe/saplicense -getHet uitvoeren van saplicense zonder
parameters geeft een lijst met opties. Nadat de
licentiesleutel verkregen is, kan deze geïnstalleerd
worden door middel van:&prompt.root; /sapmnt/IDS/exe/saplicense -installHierbij moeten de volgende waarden ingevoerd
worden:SAP SYSTEM ID = SID, 3 tekens
CUSTOMER KEY = hardwaresleutel, 11 tekens
INSTALLATION NO = installatie, 10 cijfers
EXPIRATION DATE = jjjjmmdd, meestal "99991231"
LICENSE KEY = licentiesleutel, 24 tekensGebruikers aanmakenNu kan een gebruiker binnen client 000 aangemaakt worden
(voor sommige taken is het nodig deze binnen client 000 aan
te maken, als maar een andere gebruiker dan gebruikers
sap* en ddic wordt
gebruikt). Zoals gewoonlijk wordt als nieuwe gebruikersnaam
wartung (of dienst
in het Nederlands) gekozen. Voor extra veiligheid moeten de
wachtwoorden van alle standaardgebruikers binnenin alle
clients worden veranderd (dit geldt ook voor gebruikers
sap* en
ddic).Transportsysteem, profiel, werkmodi en dergelijke
instellenVanuit client 000 dient, als een andere gebruiker
dan ddic of sap*,
tenminste het volgende ingesteld worden:TaakTransactieStel het transportsysteem in, bijvoorbeeld
als Stand-Alone Transport Domain
EntitySTMSMaak een profiel voor het systeem aan of wijzig
ditRZ10Beheer werkmodi en instantiesRZ04Deze en alle andere stappen die na de installatie
uitgevoerd moeten worden, staan uitvoerig beschreven in de
&sap; installatiehandleidingen.
initsid.sap
(initIDS.sap) bewerkenHet bestand
/oracle/IDS/dbs/initIDS.asp bevat het
&sap; back-upprofiel. Hier moeten
de grootte van de te gebruiken tape, het compressietype,
enzovoorts gedefinieerd worden. Om dit aan de gang te
krijgen met sapdba /
brbackup zijn de volgende waarden
veranderd:compress = hardware
archive_function = copy_delete_save
cpio_flags = "-ov --format=newc --block-size=128 --quiet"
cpio_in_flags = "-iuv --block-size=128 --quiet"
tape_size = 38000M
tape_address = /dev/nsa0
tape_address_rew = /dev/sa0Uitleg:compress: de tape die gebruikt wordt
is een HP DLT1 die hardware-compressie ondersteunt.archive_function: dit definieert het
standaardgedrag om &oracle;-archieflogs op te slaan: nieuwe
logboekbestanden worden op tape opgeslagen, reeds opgeslagen
logboekbestanden worden nogmaals opgeslagen en worden daarna
verwijderd. Dit bespaart een hoop problemen als de
database hersteld moet worden en één van de
archieftapes versleten is.cpio_flags: de standaard is om
te gebruiken die de blokgrootte op
5120 bytes instelt. Voor DLT tapes raadt HP een
blokgrootte van minimaal 32 kB aan, dus is
gebruikt voor blokken van
64 kB. is nodig omdat er
inodegetallen groter dan 65535 zijn. De laatste optie
is nodig omdat
brbackup anders klaagt zodra
cpio het aantal opgeslagen blokken
meldt.cpio_in_flags: vlaggen die nodig zijn
om de gegevens van de tape terug te laden. Het formaat wordt
automatisch herkend.tape_size: dit geeft gewoonlijk de
ruwe opslagcapaciteit van de tape. Omwille van de veiligheid
(er wordt hardware-compressie gebruikt) is de waarde iets
lager dan de eigenlijke waarde.tape_address: de naam van het
niet-opwindbare apparaat dat met cpio
gebruikt wordt.tape_address_rew: de naam van het
opwindbare apparaat dat met cpio gebruikt
wordt.Instellingen na installatieDe volgende parameters van
&sap; moeten na de installatie
geoptimaliseerd worden (voorbeelden voor IDES 46B, 1 GB
geheugen):NaamWaardeztta/roll_extension250000000abap/heap_area_dia300000000abap/heap_area_nondia400000000em/initial_size_MB256em/blocksize_kB1024ipc/shm_psize_4070000000&sap; notitie 0013026:NaamWaardeztta/dynpro_area2500000&sap; notitie 0157246:NaamWaarderdisp/ROLL_MAXFS16000rdisp/PG_MAXFS30000Met bovenstaande parameters kan op een op een systeem
met 1 GB aan geheugen het geheugengebruik soortgelijk
zijn aan het volgende:Mem: 547M Active, 305M Inact, 109M Wired, 40M Cache, 112M Buf, 3492K FreeProblemen tijdens installatieR3SETUP herstarten na oplossen
van een probleemR3SETUP stopt als het een probleem
tegenkomt. Nadat de bijhorende logbestanden zijn bekeken
en de fout is hersteld, moet R3SETUP
opnieuw gestart worden en gewoonlijk dient REPEAT
geselecteerd te worden bij de laatste stap waar
R3SETUP over klaagde.R3SETUP kan gewoon met het bijhorende
bestand R3S worden opgestart:&prompt.root; ./R3SETUP -f CENTRDB.R3Svoor 4.6B, of met&prompt.root; ./R3SETUP -f CENTRAL.R3Svoor 4.6C, onafhankelijk van het feit of de fout optrad
met CENTRAL.R3S of met
DATABASE.R3S.Tijdens sommige fasen verwacht
R3SETUP dat zowel de database als
&sap; draaien (omdat die stappen
al voltooid waren). Mochten er fouten optreden en kan
bijvoorbeeld de database niet gestart worden, dan moeten
de database en &sap; handmatig
worden gestart nádat de fouten zijn hersteld en
voordat R3SETUP opnieuw wordt
gestart.Ook de &oracle; listener
moet opnieuw gestarten worden (als
orasid met
umask 0; lsnrctl start) als die ook was
gestopt (bijvoorbeeld omdat het systeem opnieuw opgestart
moest worden).OSUSERSIDADM_IND_ORA tijdens
R3SETUPAls R3SETUP tijdens deze fase klaagt,
moet het sjabloonbestand dat R3SETUP
destijds gebruikte (CENTRDB.R3S (4.6B)
of één van CENTRAL.R3S of
DATABASE.R3S (4.6C)) worden gewijzigd.
Zoek [OSUSERSIDADM_IND_ORA] of zoek de
enige regel met STATUS=ERROR en wijzig de
volgende waarden:HOME/home/sidadm (was leeg)
STATUS=OK (had status ERROR)Daarna kan R3SETUP opnieuw gestart
worden.OSUSERDBSID_IND_ORA tijdens
R3SETUPR3SETUP klaagt mogelijk ook tijdens
deze fase. De fout is vergelijkbaar met die in de fase
OSUSERSIDADM_IND_ORA. Hier kan gewoon het sjabloonbestand
dat R3SETUP destijds gebruikte
(CENTRDB.R3S (4.6B) of
één van CENTRAL.R3S of
DATABASE.R3S (4.6C)) gewijzigd worden.
In [OSUSERDBSID_IND_ORA] of de enige regel
STATUS=ERROR en kan de volgende waarde
in die sectie gewijzigd worden:STATUS=OKNu kan R3SETUP opnieuw gestart
worden.oraview.vrf FILE NOT FOUND
tijdens installatie van &oracle;De &oracle; On-Line Text Viewer is
niet gedeselecteerd voordat de installatie begon. Dit
onderdeel is gemarkeerd om geïnstalleerd te worden,
zelfs al is dit onderdeel momenteel niet beschikbaar op
&linux;. Dit onderdeel dient gedeselecteerd te worden in het
&oracle; installatiemenu en de
installatie dient opnieuw gestart te worden.TEXTENV_INVALID tijdens
R3SETUP, RFC of SAPgui startDeze foutmelding geeft aan dat de juiste locale niet
geïnstalleerd is. &sap; notitie 0171356 geeft de
benodigde RPMs die geïnstalleerd moeten worden
(bijvoorbeeld spalocales-1.0-3 en
saposcheck-1.0-1 voor RedHat 6.1).
Indien alle gerelateerde foutmeldingen genegeerd zijn en
de bijhorende STATUS van
ERROR in OK veranderd
zijn (in CENTRDB.R3S) telkens als
R3SETUP klaagde en
R3SETUP gewoon opnieuw gestart is, dan is
het &sap;-systeem onjuist
ingesteld en is het onmogelijk om met
SAPgui een verbinding met het
systeem te maken, zelfs al kan het systeem gestart worden.
Een poging om met de oude &linux;
SAPgui een verbinding te maken gaf
de volgende meldingen:Sat May 5 14:23:14 2001
*** ERROR => no valid userarea given [trgmsgo. 0401]
Sat May 5 14:23:22 2001
*** ERROR => ERROR NR 24 occured [trgmsgi. 0410]
*** ERROR => Error when generating text environment. [trgmsgi. 0435]
*** ERROR => function failed [trgmsgi. 0447]
*** ERROR => no socket operation allowed [trxio.c 3363]
SpeicherzugriffsfehlerDit komt doordat &sap.r3; geen
juiste locale kan toekennen en ook doordat het zelf onjuist
is ingesteld (ontbrekende regels in sommige
databasetabellen). Om een verbinding met
&sap.r3; te kunnen maken, moeten
de volgende regels aan het DEFAULT.PFL
worden toegevoegd (zie notitie 0043288):abap/set_etct_env_at_new_mode = 0
install/collate/active = 0
rscp/TCP0B = TCP0BNu kan het &sap;-systeem
opnieuw gestart worden en kan een verbinding met het systeem
gemaakt worden, hoewel landspecifieke taalinstellingen anders
kunnen werken dan verwacht. Nadat de landinstellingen zijn
gecorrigeerd (en de juiste locales zijn gegeven), kunnen
bovenstaande regels uit DEFAULT.PFL
verwijderd worden en kan het
&sap;-systeem opnieuw gestart
worden.ORA-00001Deze fout trad alleen op met &oracle;
8.1.7 op &os;. De reden was dat de
&oracle;-database zichzelf niet
goed kon initialiseren en crashte, waarbij het semaforen en
gedeeld geheugen op het systeem achterliet. De volgende
poging om de database te starten geeft dan
ORA-00001.Met ipcs -a moeten de semaforen
opgezocht worden en verwijderd worden met
ipcrm.ORA-00445 (achtergrondproces PMON
is niet gestart)Deze fout trad op met &oracle;
8.1.7. Deze fout wordt gemeld als de database
met het gebruikelijke script startsap
wordt gestart (bijvoorbeeld
startsap_majestix_00) als gebruiker
prdadm.Een mogelijke manier om dit te omzeilen is om de database
in plaats daarvan als gebruiker oraprd
te starten met svrmgrl:&prompt.user; svrmgrl
SVRMGR> connect internal;
SVRMGR> startup;
SVRMGR> exitORA-12546 (start listener met
juiste rechten)De &oracle; listener moet als
gebruiker oraids worden gestart:&prompt.root; umask 0; lsnrctl startAnders kan ORA-12456 optreden
omdat de sockets dan niet de juiste rechten hebben. Zie
&sap; notitie 0072984.ORA-27102 (geen geheugen
beschikbaar)Deze fout trad op toen geprobeerd werd en om waarden
groter dan 1 GB (1024x1024x1024) te gebruiken voor
MAXDSIZ en DFLDSIZ.
Ook kwam er de foutmelding Linux Error 12: Cannot
allocate memory.
[DIPGNTAB_IND_IND] tijdens
R3SETUPDit wordt behandeld in &sap; notitie 0130581
(R3SETUP termineert). Om een of andere
reden gebruikte het installatieproces tijdens de
IDES-specifieke installatie niet de juiste
&sap; systeemnaam
IDS, maar in plaats daarvan de lege string
"". Dit leidt tot wat kleine problemen
met de toegang tot mappen omdat de paden dynamisch
gegenereerd worden door middel van
SID (in dit geval IDS). Dus
werden niet de paden:/usr/sap/IDS/SYS/...
/usr/sap/IDS/DVMGS00maar de volgende paden gebruikt:/usr/sap//SYS/...
/usr/sap/D00Om de installatie voort te zetten, zijn een link en een
aanvullende map aangemaakt:&prompt.root; pwd
/compat/linux/usr/sap
&prompt.root; ls -l
total 4
drwxr-xr-x 3 idsadm sapsys 512 May 5 11:20 D00
drwxr-x--x 5 idsadm sapsys 512 May 5 11:35 IDS
lrwxr-xr-x 1 root sapsys 7 May 5 11:35 SYS -> IDS/SYS
drwxrwxr-x 2 idsadm sapsys 512 May 5 13:00 tmp
drwxrwxr-x 11 idsadm sapsys 512 May 4 14:20 transDit gedrag staat ook beschreven in &sap; notities 0029227
en 0008401. Deze problemen traden niet op tijdens de
installatie van &sap; 4.6C.[RFCRSWBOINI_IND_IND] tijdens
R3SETUPTijdens de installatie van &sap;
4.6C trad deze fout gewoon op als het gevolg
van een andere fout eerder in de installatie. In dit geval
moeten de bijhorende logboekbestanden doorzocht worden om het
echte probleem te kunnen herstellen.Als na het doorzoeken van de logboekbestanden blijkt dat
deze fout inderdaad de juiste is (zie de &sap; notities),
dan kan de STATUS van de stap die het
probleem geeft van ERROR in
OK veranderd worden (in
CENTRDB.R3S) en kan
R3SETUP opnieuw gestart worden. Na de
installatie moet rapport RSWBOINS van
transactie SE38 uitgevoerd worden. In &sap; notitie 0162266
staat aanvullende informatie over de fasen
RFCRSWBOINI en
RFCRADDBDIF.[RFCRADDBDIF_IND_IND] tijdens
R3SETUPHier gelden dezelfde beperkingen: er dient door het
doorzoeken van de logboekbestanden gecontroleerd te worden
dat deze fout niet veroorzaakt wordt door eerdere
problemen.Als bevestigd kan worden dat &sap; notitie 0162266 van
toepassing is, kan gewoon STATUS van de
stap die het probleem geeft van ERROR in
OK veranderd worden (in
CENTRDB.R3S) en
R3SETUP opnieuw gestart worden. Na de
installatie moet het rapport RADDBDIF van
transactie SE38 uitgevoerd worden.sigaction sig31: File size limit
exceededDeze fout trad op tijdens het starten van de
&sap;-processen
disp+work. Als
&sap; met het script
startsap gestart wordt, worden er
subprocessen gestart die ontkoppelen en het vuile werk om
alle andere &sap;-processen te
starten opknappen. Een gevolg hiervan is dat het script zelf
een verkeerde situatie niet opmerkt.Om te controleren of de &sap;
processen juist zijn gestart, kan de processtatus bekeken
worden met ps ax | grep
SID, wat een lijst
geeft met alle processen van
&oracle; en
&sap;. Als het ernaar uitziet dat
sommige processen ontbreken of als er geen verbinding met het
&sap;-systeem gemaakt kan worden,
is het verstandig de bijhorende logboekbestanden uit
/usr/sap/SID/DVEBMGSnr/work/
te bekijken. De te controleren bestanden zijn
dev_ms en
dev_disp.Signaal 31 treedt hier op als de hoeveelheid gedeeld
geheugen die door &oracle; en
&sap; wordt gebruikt, groter is
dan wat in het kernelinstellingenbestand is ingesteld en dit
kan worden verholpen door een hogere waarde te
gebruiken:# grotere waarden voor 46C productiesystemen:
options SHMMAXPGS=393216
# kleinere waarde voldoende voor 46B:
#options SHMMAXPGS=262144saposcol starten misluktEr zijn wat problemen met het programma
saposcol (versie 4.6D). Het
&sap;-systeem gebruikt
saposcol om informatie over de
systeemprestaties in te winnen. Dit programma is niet
noodzakelijk om het &sap;-systeem
te gebruiken, dus kan dit probleem als onbelangrijk worden
beschouwd. De oudere versie (4.6B) werkt wel, maar verzamelt
niet alle gegevens (veel aanroepen geven gewoon 0 terug,
bijvoorbeeld het processorgebruik).Gevorderde onderwerpenHier wordt beschreven hoe de &linux; binaire compatibiliteit
werkt. Het meeste van wat nu volgt is sterk gebaseerd op een
e-mailbericht van Terry Lambert
tlambert@primenet.com aan &a.chat; (Message ID:
<199906020108.SAA07001@usr09.primenet.com>).
Hoe werkt het?uitvoerklasselader&os; heeft een abstractie met de naam execution
class loader. Dit is een wig in de systeemaanroep
&man.execve.2;.Wat er gebeurt is dat &os; een lijst van loaders heeft, in
plaats van een enkele loader die terugvalt op de
#! loader voor het draaien van elke
shellinterpreter of shellscript.Vroeger onderzocht de enige loader op het &unix; platform
het magische getal (in het algemeen de eerste 4 of 8 bytes van
het bestand) om te zien of het een binary was die het systeem
kende en als dat het geval was laadde het de binaire
loader.Als het niet het binaire type voor het systeem was, faalde
de aanroep naar &man.execve.2; en probeerde de shell het als
shellopdrachten uit te voeren.Deze aanname was een standaard voor wat de huidige
shell ook is.Later werd er een hack gemaakt voor &man.sh.1; om de eerste
twee tekens te onderzoeken en als die bestonden uit
:\n voerde het in plaats hiervan de
&man.csh.1; shell uit (het idee is dat SCO de hack als eerste
maakte).Wat &os; nu doet is door een lijst van loaders gaan
met een generieke #! loader die kennis heeft
van interpreters in de zin van de karakters die volgen op de
volgende witruimte tot de laatste, met uiteindelijk een
terugval op /bin/sh.ELFVoor &linux; ABI-ondersteuning ziet &os; het magische getal
als een ELF-binary (het maakt op dit punt geen onderscheid
tussen &os;, &solaris;, &linux; of elk ander besturingssysteem
dat een ELF-beeldtype heeft).&solaris;De ELF loader zoekt naar een gespecialiseerd
merk, dat een commentaargedeelte in het
ELF-beeld is en dat niet aanwezig is in SVR4/&solaris;
ELF-binairen.Om &linux;-binairen werkend te krijgen, moeten ze
gemerkt worden als het type
Linux met &man.brandelf.1;:&prompt.root; brandelf -t Linux bestandAls dit gedaan is, ziet de ELF loader het
Linux-merk in het bestand.ELFmerkenAls de ELF loader het Linux-merk
tegenkomt, verplaatst de loader een pointer in de
proc-structuur. Alle systeemaanroepen
worden met deze pointer geïndexeerd (in een traditioneel
&unix; systeem is dit de
sysent[]-structuurarray, die de
systeemaanroepen bevat). Ook wordt het proces gemerkt voor
speciale behandeling door de valstrikvector van de
signaal-trampolinecode samen met nog meer (kleine) aanpassingen
die door de &linux; kernelmodule worden afgehandeld.De &linux; kernelmodule bevat naast andere dingen een lijst
van sysent[]-ingangen waarvan de adressen
in de kernelmodule staan.Als een systeemaanroep door de &linux;-binary wordt
aangeroepen, verwijdert de valstrikcode de referentie aan de
functiepointer van de systeemaanroep en geeft die de
ingangspunten van de systeemaanroep van &linux; en niet van
&os;.Verder reroot de &linux;-modus
dynamisch lookups. Dit is wat de optie
(niet het unionfs
bestandssysteemtype!) voor het aankoppelen van bestandssystemen
effectief doet. Eerst wordt een poging gedaan om het bestand
in de map
/compat/linux/origineel-pad
op te zoeken en vervolgens alleen als dat
mislukt, wordt het bestand in
/origineel-pad
opgezocht. Dit zorgt ervoor dat binairen die andere binairen
nodig hebben kunnen draaien (zo kan bijvoorbeeld de
&linux;-gereedschapskist geheel onder &linux; ABI-ondersteuning
draaien). Dit betekent ook dat &linux;-binairen &os;-binairen
kunnen laden en draaien als er geen overeenkomende
&linux;-binairen zijn en dat er een &man.uname.1;-opdracht in
de mappenstructuur /compat/linux gezet kan
worden om er zeker van te zijn dat &linux;-binairen niet kunnen
weten dat ze niet op &linux; draaien.Effectief bevindt er zich een &linux;-kernel in de
&os;-kernel. De verschillende onderliggende functies die alle
functies implementeren die de kernel aanbiedt, zijn dezelfde
tabelingangen voor de systeemaanroepen van &os; als van
&linux;: bestandssysteembewerkingen, bewerkingen op het
virtuële geheugen, signaalaflevering, System V IPC,
enzovoort. Het enige verschil is dat &os;-binairen de
lijm functies voor &os; krijgen en dat de
&linux;-binairen de lijm-functies voor
&linux; krijgen (de meeste oudere besturingssystemen hadden
alleen hun eigen lijm-functies: adressen
van functies die in een statische globale
sysent[] structuurarray werden opgeslagen,
in plaats van adressen van functies waarvan dynamisch een
geïnitialiseerde pointer wordt verwijderd in de
proc-structuur van het proces dat de aanroep
doet).Welke is de eigenlijke &os; ABI? Dat maakt niet uit.
Eigenlijk is het enige verschil dat (op dit moment; dit kan
eenvoudig veranderen in een toekomstige uitgave, en dat gebeurt
waarschijnlijk na deze uitgave) de
lijm-functies van &os; statisch gelinkt
zijn in de kernel en dat de lijm-functies
van &linux; zowel statisch gelinkt kunnen worden als dat ze
door een kernelmodule worden benaderd.Maar is dit nu echt emulatie? Nee. Het is een
ABI-implementatie, geen emulatie. Er is geen emulator (of
simulator, om de volgende vraag voor te zijn) bij
betrokken.Dus waarom wordt het dan soms
&linux;-emulatie genoemd? Om het moeilijk te
maken om &os; te verkopen! Serieus, het is zo omdat de
historische implementatie in een tijd werd gedaan toen er echt
geen ander woord was om te beschrijven wat er aan de hand was,
om te zeggen dat &os; &linux;-binairen draaide was niet waar
als de code niet in de kernel gecompileerd werd of als een
module geladen werd en er moest een woord zijn voor hetgeen
geladen werd. Vandaar de
&linux;-emulator.
diff --git a/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/x11/chapter.sgml b/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/x11/chapter.sgml
index ffed9b79b2..3b2dcb2de4 100644
--- a/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/x11/chapter.sgml
+++ b/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/x11/chapter.sgml
@@ -1,1856 +1,1908 @@
KenTomBijgewerkt voor X.Org's X11 server door MarcFonvieilleErikRadderVertaald door
+
+ René
+ Ladan
+ Het X Window systeemOverzicht&os; gebruikt X11 om gebruikers een krachtige grafische
gebruikersschil te bieden. X11 is een vrij beschikbare versie van
het X Window System dat geïmplementeerd is in zowel
&xorg; als
&xfree86; (en andere softwarepakketten
die hier niet worden besproken). &os; versies tot en met
&os; 5.2.1-RELEASE hebben
&xfree86; als standaard, de X11 server
die is uitgebracht door The &xfree86; Project, Inc. Vanaf
&os; 5.3-RELEASE is de officiële standaardversie van X11
gewijzigd naar &xorg;, de X11-server
die is ontwikkeld door de X.Org Foundation onder een licentie die
veel lijkt op degene die door &os; wordt gebruikt. Er zijn ook
commerciële X-servers voor &os; beschikbaar.In dit hoofdstuk wordt de installatie en instelling van X11
behandeld met de nadruk op &xorg;
&xorg.version; release. Voor informatie over het configureren van
&xfree86; (i.e. op oudere uitgaven van
&os; waar &xfree86; de standaard
X11-distributie was) of vorige uitgave van
&xorg;, is het altijd mogelijk om
gearchiveerde versies van het &os; Handboek op te raadplegen.Meer informatie over de videohardware die X11 ondersteunt
kan gevonden worden op de &xorg; website.Na het lezen van dit hoofdstuk weet de lezer:Wat de componenten van het X Window systeem zijn en hoe
zij samenwerken.Hoe X11 geïnstalleerd en ingesteld kan
worden.Hoe verschillende window managers geïnstalleerd en
gebruikt kunnen worden.Hoe &truetype; lettertypen in X11 te gebruiken.Hoe het systeem ingesteld moet worden voor grafisch
aanmelden (XDM).Aangeraden voorkennis:Hoe extra software van derden te installeren
().X begrijpenX voor de eerste keer gebruiken kan een hele schok zijn voor
mensen die gewend zijn aan andere grafische omgevingen, zoals
µsoft.windows; of &macos;.Het is niet noodzakelijk om alle details te kennen over de
X componenten en hoe zij samenwerken, maar enige basiskennis
draagt wel bij aan krachtiger gebruik kunnen maken van
X.Waarom X?X is niet het eerste windows systeem dat geschreven is voor
&unix;, maar wel het meest populaire. Het oorspronkelijke X
ontwikkelteam werkte eerst aan een ander window systeem. De
naam van dat systeem was W (van
Window). X was gewoon de volgende letter in het
alfabet.X kan gewoon X,
X Window systeem, X11 of nog
anders genoemd worden. X11 X Windows noemen kan
door sommigen als een belediging opgevat worden. &man.X.7; kan
hierover wat licht laten schijnen.Het X client/server modelX is vanaf het begin aan ontworpen om netwerk-centraal te
zijn en gebruikt een client-server model.In het X model draait de X server op de
computer waar het toetsenbord, beeldscherm en muis aan vast
zit. De server is verantwoordelijk voor het regelen van
beeldinformatie, verwerken van invoer van toetsenbord en muis,
en andere invoer- of uitvoerapparaten (i.e. een
tablet kan als invoerapparaat worden gebruikt, en
een videoprojector kan een alternatief uitvoerapparaat zijn).
Iedere X applicatie (zoals XTerm, of
&netscape;) is een
cliënt. Een cliënt stuurt berichten
naar de server zoals teken een venster op deze
coördinaten en de server stuurt berichten terug
zoals de gebruiker heeft op de OK knop gedrukt.
Thuis of in kleine bedrijven draaien zowel de X server als
de X clients op dezelfde machine. Het is heel goed mogelijk
dat de X server op een minder krachtige desktop computer draait
en de X applicaties (de clients) op een, zeg maar, dure
krachtige machine van het bedrijf. Hier vindt de communicatie
tussen de X client en server plaats over het netwerk.Dit verwart sommige mensen, omdat de X terminologie geheel
omgekeerd is aan wat ze verwachten. Dat is namelijk dat de
X server de grote krachtige machine aan het eind
van de gang is en de X client de machine op hun
bureau is.De X server is de machine met het beeldscherm en het
toetsenbord en de X clients zijn de programma's die de
vensters tonen.Het protocol vereist niet dat de clients en servers
hetzelfde besturingssysteem moeten draaien of hetzelfde soort
computer moeten zijn. Het is heel goed mogelijk om X server op
een µsoft.windows; of Apple's &macos; te draaien en er
zijn verschillende gratis en commerciële applicaties die
dat doen.De window managerDe filosofie van het X ontwerp lijkt veel op die van
&unix;: gereedschappen, geen beleid. Dit houdt
in dat X niet bepaalt hoe een taak volbracht moet worden. In
plaats daarvan worden gereedschappen geleverd aan de gebruiker
die verantwoordelijk is voor het juiste gebruik hiervan.Deze filosofie verbreedt zich door X niet te laten bepalen
hoe vensters er moeten uitzien op het scherm, hoe ze verplaatst
moeten worden met de muis, welke toetsaanslagen gebruikt moeten
worden om te schakelen tussen vensters (bijvoorbeeld AltTab in het geval van µsoft.windows;), hoe de
titelbalken eruit moeten zien, of ze wel of niet sluitknoppen
moeten hebben, enzovoort.In plaats daarvan delegeert X deze verantwoordelijkheid aan
een applicatie die Window Manager heet. Er zijn
tientallen window managers voor X:
AfterStep,
Blackbox,
ctwm,
Enlightenment,
fvwm,
Sawfish,
twm,
Window Maker en vele anderen. Elk
van deze window managers heeft een eigen voorkomen en werking.
Er zijn window managers met virtual desktops of
met eigen toetscombinaties om de desktop te beheren; of hebben
een Start knop of iets gelijksoortig. Sommige
gebruiken thema's die uiterlijk en beleving
compleet veranderen door een nieuw thema te kiezen. Window
managers zijn te vinden in de categorie
x11-wm van de Portscollectie.De KDE en
GNOME desktop omgevingen hebben hun
eigen window managers die in het bureaublad zijn
geïntegreerd.Iedere windows manager heeft zijn eigen manier van
instellen. Sommige werken met handgetypte bestanden, anderen
beschikken over grafische gereedschappen voor de meeste
instellingen. Er is er minstens één
(Sawfish) waarvan het
instellingenbestand is geschreven in een dialect van de taal
Lisp.FocusbeleidDe window manager is ook verantwoordelijk voor het
focusbeleid van de muis. Ieder window
geörienteerd systeem heeft een manier nodig om te
bepalen welk venster actief is, toetsaanslagen ontvangt en
daarbij zichtbaar aangeeft welk venster actief is.Een bekend focus beleid heet
click-to-focus. Dit model wordt gebruikt door
µsoft.windows;, waarbij een venster actief wordt door er
met de muis op te klikken.X ondersteunt geen specifiek focusbeleid. In plaats
daarvan bepaalt de window manager op welk venster, op welk
moment, de focus ligt. Een aantal window managers
ondersteunen verschillende focusmethoden. Ze ondersteunen
allemaal click to focus en de meerderheid
ondersteunt ook nog andere.De meest populaire zijn:focus-volgt-muis (focus-follows-mouse)Het venster dat onder de muis zit is het venster
waarop de focus ligt. Dit hoeft niet het venster te
zijn dat bovenop alle andere vensters ligt. De focus
verandert door te wijzen naar een ander venster. Het
is niet nodig om er ook nog eens op te klikken.slordige-focus (sloppy-focus)Dit beleid is een kleine uitbreiding op
focus-follows-mouse. Indien bij focus-follows-mouse de
muis over het root venster (of de achtergrond) gaat,
ligt op geen enkel venster de focus en gaan alle
toetsaanslagen verloren. Bij sloppy-focus, verandert
de focus alleen als de muis in een nieuw venster komt
en niet als het huidige venster wordt verlaten.klik-voor-focus (click-to-focus)Het actieve venster wordt geselecteerd door erop
te klikken. Het venster wordt dan
opgetild en verschijnt dan voor alle
andere vensters. Alle toetsaanslagen worden nu naar
dit venster gestuurd, zelfs als de cursor naar een
ander scherm wordt verplaatst.Veel window managers ondersteunen andere soorten of
variaties op de bovenstaande typen muisbeleid. Hierover
staat meestal meer in de documentatie van de betreffende
window manager.WidgetsDe X aanpak door gereedschappen te leveren en niets af te
dwingen breidt zich uit naar de widgets die in elk
applicatievenster te zien zijn.Widget is een term voor alle dingen van de
gebruikersinterface waarop geklikt kan worden of een andere
actie mee uitgevoerd kan worden: knoppen, vinkvakjes, iconen,
lijsten en ga zo maar door. µsoft.windows; noemt ze
controls.µsoft.windows; en Apple's &macos; hebben beide een erg
strikt widgetbeleid. Van de applicatieontwikkelaars wordt
verwacht dat hun applicaties eenduidig zijn wat betreft
uiterlijk en beleving. Bij X is ervoor gekozen geen grafische
stijl of widgets te verplichten.X applicaties hebben dus niet allemaal hetzelfde uiterlijk.
Er zijn populaire widgetsets en variaties, inclusief de
originele Athena widgetset van MIT,
&motif; (waarvan de widgetset van
µsoft.windows; is afgeleid: schuine randen en drie
gradaties grijs), OpenLook en
anderen.De meeste nieuwe X applicaties gebruiken een modern
uitziende widgetset: Qt, gebruikt door
KDE, of GTK+ van het
GNOME project. Vanuit dit oogpunt
lijkt het enigszins op de &unix; desktop, wat het makkelijker
maakt voor de beginnende gebruiker.X11 installeren&xorg; is de standaard X11
implementatie voor &os;. &xorg; is
de X11 server van de open source implementatie die is uitgebracht
door de X.Org Foundation. &xorg; is
gebaseerd op de code van
&xfree86 4.4RC2 en X11R6.6.
De versie van &xorg; die momenteel
beschikbaar is in de &os; Portscollectie is &xorg.version;.Om &xorg; vanuit de
Portscollectie te bouwen en te installeren:&prompt.root; cd /usr/ports/x11/xorg
&prompt.root; make install cleanOm &xorg; compleet te
bouwen is tenminste 4 GB vrije schijfruimte nodig.X11 kan ook als package geïnstalleerd worden doordat er
binaire packages beschikbaar zijn voor &man.pkg.add.1;. Als
hiervoor de optie remote fetching van
&man.pkg.add.1; wordt gebruikt, dan moet het versienummer
verwijderd worden. &man.pkg.add.1; haalt automatisch de laatste
versie van het programma op.Om het package voor &xorg; op te
halen en te installeren:&prompt.root; pkg_add -r xorgHet voorbeeld hierboven installeert de complete X11
distributie inclusief de servers, clients, lettertypen enz. Er
zijn ook afzonderlijke packages en ports beschikbaar voor
verschillende delen van X11.De rest van dit hoofdstuk licht toe hoe X11 wordt ingesteld
en hoe een productieve desktopomgeving gebouwd kan worden.ChristopherShumwayGeschreven door X11 instellen&xorg;X11VoorbereidingVoordat er wordt begonnen met het instellen van X11 is de
volgende informatie van de te installeren machine nodig:Monitor specificatiesChipset van de videokaartGeheugen van de videokaarthorizontale scansnelheidverticale scansnelheidDe specificaties van de monitor worden door X11 gebruikt om
de resolutie en ververssnelheid te bepalen. Deze specificaties
kunnen normaal gesproken verkregen worden uit de bij de monitor
geleverde documentatie of van de website van de leverancier.
Er zijn twee nummerreeksen nodig: de horizontale scansnelheid
(scan rate) en de verticale synchronisatiesnelheid (vertical
synchronization).De chipset van de videokaart bepaalt welk stuurprogramma
X11 gebruikt om de grafische hardware aan te spreken. Bij de
meeste chipsets kan dit automatisch bepaald worden, maar het is
altijd handig om dit te weten voor het geval de automatische
detectie niet correct werkt.Het geheugen op de videokaart bepaalt de resolutie en
kleurdiepte waarmee het systeem kan werken. Dit is belangrijk
omdat de gebruiker zo de grenzen van zijn systeem kent.X11 instellenSinds versie 7.3 kan &xorg; vaak
zonder enig instellingenbestand werken door eenvoudig op de
prompt te typen:&prompt.user; startxBeginnend met versie 7.4 kan &xorg;
HAL gebruiken om toetsenborden en muizen
automatisch te detecteren. De ports sysutils/hal en devel/dbus worden als
afhankelijkheden van x11/xorg
geïnstalleerd, maar moeten met de volgende regels in het
bestand /etc/rc.conf worden aangezet:hald_enable="YES"
dbus_enable="YES"Deze diensten dienen gestart te worden (ofwel handmatig of
door opnieuw op te starten) voordat er verder wordt gegaan met
de configuratie van &xorg;.De automatische configuratie kan met sommige hardware
mislukken, of het kan dingen anders instellen dan gewenst is.
In deze gevallen is handmatige configuratie nodig.Bureaubladomgevingen als GNOME,
KDE, of
Xfce hebben gereedschappen waarmee
de gebruiker eenvoudig de schermparameters zoals de resolutie
kan instellen. Dus als de standaardconfiguratie niet
acceptabel is en u van plan bent om een bureaubladomgeving te
installeren kunt u gewoon doorgaan met de installatie van de
bureaubladomgeving en het juiste scherminstelgereedschap
gebruiken.Het instellen van X11 bestaat uit meerdere stappen. De
eerste stap is het bouwen van een instellingenbestand. Dit kan
als de supergebruiker met:
&prompt.root; Xorg -configureDit genereert een kaal X11-instellingenbestand in de map
/root met de naam
xorg.conf.new. Feitelijk wordt bepaald
waar de map staat door hoe er superuser rechten zijn verkregen.
$HOME is anders bij gebruik van &man.su.1; of
bij direct aanmelden. Het X11 programma probeert dan de
grafische hardware te detecteren en schrijft een
instellingenbestand dat de juiste stuurprogramma's laadt voor
de gevonden hardware van het systeem.De volgende stap is het testen van de bestaande
instellingen om te controleren of
&xorg; met de grafische kaart van
het doelsysteem kan werken. Typ in
&xorg; tot en met versie 7.3:&prompt.root; Xorg -config xorg.conf.newBeginnend met &xorg; 7.4 en hoger
produceert deze test een zwart scherm wat het moeilijk kan maken
om vast te stellen of X11 juist werkt. Het oudere gedrag is nog
steeds beschikbaar door de optie te
gebruiken:&prompt.root; Xorg -config xorg.conf.new -retroAls er een zwart/grijs rooster en een X muis cursor
verschijnen was de instelling succesvol. Om de test te
stoppen dient gelijktijdig op CtrlAltBackspace gedrukt te
worden.Deze toetsencombinatie stond standaard aan tot en met
versie 7.3 van &xorg;. Om het in versie
7.4 en hoger aan te zetten, kunt u òfwel het volgende commando
uitvoeren vanaf elke X-terminal-emulator:&prompt.user; setxkbmap -option terminate:ctrl_alt_bkspòf een instellingenbestand voor het toetsenbord genaamd
x11-input.fdi voor
hald aanmaken en het in de map /usr/local/etc/hal/fdi/policy opslaan.
Dit bestand dient het volgende te bevatten:<?xml version="1.0" encoding="ISO-8859-1"?>
<deviceinfo version="0.2">
<device>
<match key="info.capabilities" contains="input.keyboard">
- <merge key="input.xkb.options" type="string">terminate:ctrl_alt_bksp</merge>
+ <merge key="input.x11_options.XkbOptions" type="string">terminate:ctrl_alt_bksp</merge>
</match>
</device>
</deviceinfo>U moet uw machine opnieuw opstarten om
hald te forceren om dit bestand te
lezen.Als de muis niet werkt, dan moet deze eerst ingesteld
worden. Zie in het &os;
installatiehoofdstuk. Verder worden beginnend met versie 7.4 de
secties InputDevice in
xorg.conf genegeerd ten voorkeur van de
automatisch verbonden apparaten. Voeg de volgende regel aan de
sectie ServerLayout of
ServerFlags van dit bestand toe om het oude
gedrag te herstellen:Option "AutoAddDevices" "false"Invoerapparaten kunnen dan zoals in vorige versies worden
geconfigureerd, tezamen met eventuele andere benodigde opties
- (b.v. omschakelen van toetsenbordlayout).
+ (b.v. omschakelen van toetsenbordindeling).
+
+
+ Zoals al eerder is uitgelegd zal sinds versie 7.4 de daemon
+ hald automatisch uw toetsenbord detecteren.
+ Het kan zijn dat de indeling of het model van uw toetsenbord niet
+ juist zijn. Bureaubladomgevingen zoals
+ GNOME, KDE of
+ Xfce bieden gereedschappen om het
+ toetsenbord in te stellen. Het is echter mogelijk om de eigenschappen
+ direct in te stellen met behulp van het gereedschap &man.setxkbmap.1;
+ of met een configuratieregel van
+ hald.
+
+ Als men bijvoorbeeld een PC-toetsenbord met 102 toetsen met een
+ Franse indeling wilt gebruiken, dienen we een instellingenbestand voor
+ het toestenbord voor hald aan te maken
+ genaamd x11-input.fdi en het op te slaan in de
+ map /usr/local/etc/hal/fdi/policy. Het
+ dient de volgende regels te bevatten:
+
+ <?xml version="1.0" encoding="ISO-8859-1"?>
+<deviceinfo version="0.2">
+ <device>
+ <match key="info.capabilities" contains="input.keyboard">
+ <merge key="input.x11_options.XkbModel" type="string">pc102</merge>
+ <merge key="input.x11_options.XkbLayout" type="string">fr</merge>
+ </match>
+ </device>
+<deviceinfo>
+
+ Als dit bestand al bestaat, kunt u de regels betreffende de
+ configuratie van het toetsenbord kopiëren en aan uw bestand
+ toevoegen.
+
+ U dient uw machine opnieuw op te starten om
+ hald te forceren om dit bestand te
+ lezen.
+
+ Het is mogelijk om hetzelfde te bereiken vanaf een X-terminal of
+ een script met dit commando:
+
+ &prompt.user; setxkbmap -model pc102 -layout fr
+
+ Het bestand
+ /usr/local/share/X11/xkb/rules/base.lst noemt de
+ beschikbare toetsenborden, indelingen en opties.
+ X11 optimaliserenNu moet xorg.conf.new worden aangepast
aan de smaak van de gebruiker. Hiervoor moet het bestand in een
teksteditor zoals &man.emacs.1; of &man.ee.1; worden geladen.
Eerst moeten de frequenties van de monitor toegevoegd worden.
Die zijn meestal weergegeven als horizontale en verticale
synchronisatiesnelheid. Deze waarden worden toegevoegd aan
xorg.conf.new in het onderdeel
"Monitor":Section "Monitor"
Identifier "Monitor0"
VendorName "Monitor Vendor"
ModelName "Monitor Model"
HorizSync 30-107
VertRefresh 48-120
EndSectionIn het instellingenbestand kunnen de sleutelwoorden
HorizSync en VertRefresh
missen. Als ze er niet staan, moeten ze toegevoegd worden met
de juiste horizontale synchronisatiesnelheid achter het
HorizSync sleutelwoord en de verticale
synchronisatiesnelheid achter het
VertRefresh sleutelwoord. In het
bovenstaande voorbeeld werden de gegevens van de monitor
ingevoerd.X kan DPMS (Energy Star) eigenschappen gebruiken bij
monitoren die dit ondersteunen. &man.xset.1; regelt de
timeouts en kan de statussen standby, suspend of uit forceren.
Om DPMS eigenschappen voor een monitor te activeren, moet de
volgende regel toegevoegd worden aan de monitor sectie:
Option "DPMS"xorg.confAls het instellingenbestand
xorg.conf.new toch open staat in de editor
dan kan ook meteen de gewenste standaardresolutie en
kleurdiepte gekozen worden. Dit staat in het onderdeel
"Screen":Section "Screen"
Identifier "Screen0"
Device "Card0"
Monitor "Monitor0"
DefaultDepth 24
SubSection "Display"
Viewport 0 0
Depth 24
Modes "1024x768"
EndSubSection
EndSectionHet sleutelwoord DefaultDepth beschrijft
de kleurdiepte die standaard wordt gebruikt. Met de
commandoregeloptie van &man.Xorg.1; kan
dit overschreven worden. Het sleutelwoord
Modes beschrijft de resolutie waarmee
gewerkt wordt bij de opgegeven kleurdiepte. Alleen VESA
standaarden die door de grafische kaart van het systeem worden
gedefinieerd worden ondersteund. In het voorbeeld hierboven is
de standaard kleurdiepte 24 bits per pixel. Bij deze
kleurdiepte is de toegestane resolutie 1024 bij 768
pixels.Bij het oplossen van problemen zijn de logboekbestanden
van X11 vaak een goede hulp. Ze bevatten informatie voor
ieder apparaat waar de X11 server verbinding mee maakt.
Namen van &xorg; logboekbestanden
hebben de vorm /var/log/Xorg.0.log. De
precieze naam van een logboekbestand van variëren van
Xorg.0.log tot
Xorg.8.log enzovoort.Als alles is ingesteld, moet het instellingenbestand op een
plaats gezet worden waar &man.Xorg.1; het kan vinden. Dit is
meestal /etc/X11/xorg.conf of
/usr/local/etc/X11/xorg.conf:&prompt.root; cp xorg.conf.new /etc/X11/xorg.confHet instellen van X11 is nu gereed.
&xorg; gestart worden met
&man.startx.1;. De X11-server kan ook gestart worden met behulp
van &man.xdm.1;.Bijzondere instellingenInstellen met de &intel; i810 grafische chipsetIntel i810 grafische
chipsetInstellen met &intel; i810 geïntegreerde chipsets vereist de
agpgart AGP programmeerinterface
voor X11 om de kaart aan te sturen. Zie de &man.agp.4;
handleiding voor meer informatie.Hierdoor wordt het instellen van de hardware net
als ieder andere grafische kaart. Bij systemen die zonder
&man.agp.4; stuurprogramma gecompileerd zijn slaagt het laden
van module met &man.kldload.8; niet. Het stuurprogramma moet
in de kernel geladen zijn tijdens het opstarten door te
compileren of door /boot/loader.conf te
gebruiken.Een Breedbeeld Flatpanel toevoegenbreedbeeld flatpanelconfiguratieDeze sectie gaat uit van wat diepere configuratiekennis.
Als pogingen om de bovenstaande standaard instelgereedschappen
niet tot een werkende configuratie leidden, dan is er genoeg
informatie in de logbestanden om de opstelling aan de praat te
krijgen. Het gebruik van een tekstverwerker zal nodig zijn.
Huidige breedbeeldformaten (WSXGA, WSXGA+, WUXGA, WXGA,
WXGA+, et. al.) ondersteunen 16:10 en 10:9 formaten of
aspectverhoudingen die problematisch kunnen zijn. Voorbeelden
van enkele veelvoorkomende schermresoluties voor 16:10
aspectverhoudingen zijn:2560x16001920x12001680x10501440x9001280x800Op een gegeven moment zal het toevoegen van een van deze
resoluties net zo eenvoudig zijn als een mogelijke
Mode in het Section
"Screen":Section "Screen"
Identifier "Screen 0"
Device "Card0"
Monitor "Monitor0"
DefaultDepth 24
SubSection "Display"
Viewport 0 0
Depth 24
Modes "1680x1050"
EndSubSection
EndSection&xorg; is slim genoeg om de
resolutie-informatie via I2C/DDC-informtie uit het flatpanel
te onttrekken zodat het weet wat de monitor aan kan wat betreft
frequenties en resoluties.Als die ModeLines niet bestaan in de
stuurprogramma's, dient men &xorg;
een kleine hint te geven. Met behulp van
/var/log/Xorg.0.log kan men genoeg
informatie onttrekken om handmatig een werkende
ModeLine aan te maken. Kijk naar
informatie die op deze lijkt:(II) MGA(0): Supported additional Video Mode:
(II) MGA(0): clock: 146.2 MHz Image Size: 433 x 271 mm
(II) MGA(0): h_active: 1680 h_sync: 1784 h_sync_end 1960 h_blank_end 2240 h_border: 0
(II) MGA(0): v_active: 1050 v_sync: 1053 v_sync_end 1059 v_blanking: 1089 v_border: 0
(II) MGA(0): Ranges: V min: 48 V max: 85 Hz, H min: 30 H max: 94 kHz, PixClock max 170 MHzDeze informatie wordt EDID-informatie genoemd. Hiervan een
ModeLine maken is gewoon een kwestie van de
nummers in de juiste volgorde zetten:ModeLine <name> <clock> <4 horiz. timings> <4 vert. timings>Dus de ModeLine in Section
"Monitor" zou er voor dit voorbeeld uitzien als:
Section "Monitor"
Identifier "Monitor1"
VendorName "GroteNaam"
ModelName "BesteModel"
ModeLine "1680x1050" 146.2 1680 1784 1960 2240 1050 1053 1059 1089
Option "DPMS"
EndSectionNa het voltooien van deze eenvoudige stappen, zou X moeten
starten op uw nieuwe breedbeeldmonitor.MurrayStokelyBijgedragen door Lettertypen gebruiken in X11Type1 lettertypenDe standaard lettertypen van X11 zijn allerminst ideaal
voor het typische bureaubladprogramma. Grote
presentatielettertypen zien er hoekig en onprofessioneel uit en
kleine lettertypen in &netscape;
zijn bijna onleesbaar. Er zijn diverse gratis, kwalitatief
goede Type1 (&postscript;) lettertypen die meteen gebruikt
kunnen worden met X11. De URW lettertypecollectie (x11-fonts/urwfonts) heeft
bijvoorbeeld hoge kwaliteit versies van standaard Type1
lettertypen (Times Roman, Helvetica, Palatino en anderen). De
Freefonts collectie (x11-fonts/freefonts) heeft nog meer
lettertypen, maar de meesten ervan zijn bedoeld om in grafische
software als Gimp gebruikt te worden
en zijn niet compleet genoeg om als schermlettertypen te
gebruiken. Daarbij kan X11 zonder veel moeite ingesteld worden
worden om &truetype; lettertypen te gebruiken. Meer informatie
staat in &man.X.7; of de paragraaf over &truetype; Lettertypen.Om de bovenstaande Type1 lettertypecollectie van de
Portscollectie te installeren:&prompt.root; cd /usr/ports/x11-fonts/urwfonts
&prompt.root; make install cleanDat geldt ook voor de freefont en andere collecties. Om de
X server te vertellen dat deze lettertypen bestaan, dient de
volgende regel toegevoegd te worden aan het instellingenbestand
van de X server (/etc/X11/xorg.conf):
FontPath "/usr/local/lib/X11/fonts/URW/"Ook kan op de commando regel in de X sessie het volgende
gestart worden:&prompt.user; xset fp+ /usr/local/lib/X11/fonts/URW
&prompt.user; xset fp rehashDit werkt wel, maar zodra de X sessie wordt afgesloten is
het weer verdwenen tenzij het is toegevoegd aan het
opstartbestand (~/.xinitrc voor een
normale startx sessie of
~/.xsession als er wordt aangemeld met een
grafische aanmeldmanager als XDM).
Een derde manier is het gebruik van het nieuwe bestand
/usr/local/etc/fonts/local.conf: zie
hiervoor de paragraaf over over Anti-aliasing.&truetype; lettertypenTrueType lettertypenlettertypenTrueType&xorg; heeft ingebouwde
ondersteuning voor het renderen van &truetype; lettertypen. Er
zijn twee verschillende modules die deze functionaliteit
activeren. In dit voorbeeld wordt de freetype module gebruikt
omdat deze beter werkt met de andere lettertypen die back-ends
renderen. Om de freetype module te activeren dient de volgende
regel toegevoegd te worden aan het onderdeel
"Module" van
/etc/X11/xorg.conf.Load "freetype"Hierna dient een map voor de &truetype; lettertypen gemaakt
te worden (bijvoorbeeld
/usr/local/lib/X11/fonts/TrueType) en alle
&truetype; lettertypen moeten naar deze map gekopieerd worden.
&truetype; lettertypen kunnen niet direct van een &macintosh;
gehaald worden. Ze moeten in een &unix;/&ms-dos;/&windows;
formaat zijn voor X11. Zodra de bestanden naar deze map zijn
gekopieerd, kan ttmkfdir gestart
worden om een fonts.dir bestand te maken
zodat de X lettertyperenderer weet waar deze nieuwe bestanden
zijn geïnstalleerd. ttmkfdir zit in de
&os; Portscollectie als x11-fonts/ttmkfdir.&prompt.root; cd /usr/local/lib/X11/fonts/TrueType
&prompt.root; ttmkfdir -o fonts.dirNu moet de &truetype; map toe aan het lettertypepad
toegevoegd worden. Dit gebeurt op dezelfde wijze als boven is
beschreven voor Type1
lettertypen:&prompt.user; xset fp+ /usr/local/lib/X11/fonts/TrueType
&prompt.user; xset fp rehashof door een FontPath regel toe te voegen
aan xorg.conf.Dat is alles. Nu herkennen
&netscape;,
Gimp,
&staroffice; en alle andere X
applicaties de geïnstalleerde &truetype; lettertypen.
Extreem kleine lettertypen (zoals hoge resolutie tekst op een
webpagina) en extreme grote lettertypen (in
&staroffice;) zien er nu veel beter
uit.Joe MarcusClarkeBijgewerkt door Antialias lettertypenantialias lettertypenlettertypenantialiasAnti-aliasing wordt door X11 sinds ondersteund sinds
&xfree86; versie 4.0.2. Maar
instellingen voor lettertypen waren bewerkelijk voordat
&xfree86; 4.3.0 geïntroduceerd
werd. Vanaf &xfree86; 4.3.0
zijn alle lettertypen die X11 in de mappen
/usr/local/lib/X11/fonts/ en
~/.fonts/ aantreft automatisch beschikbaar
voor anti-aliasing in applicaties die Xft ondersteunen. Niet
alle applicaties ondersteunen Xft. Voorbeelden van applicaties
met Xft ondersteuning zijn Qt 2.3 en hoger (de
hulpprogramma's voor het KDE
bureaublad), GTK+ 2.0 en hoger (de hulpprogramma's voor
het GNOME bureaublad) en
Mozilla 1.2 en hoger.Om te kunnen regelen welke lettertypen gebruik maken van
anti-alias of om de eigenschappen van anti-aliasing in te
stellen kan
/usr/local/etc/fonts/local.conf gemaakt
of gewijzigd worden. In dit bestand kunnen speciale
eigenschappen van het Xft lettertypesysteem aangepast worden.
Deze paragraaf beschrijft wat eenvoudige mogelijkheden.
Meer details staan in &man.fonts-conf.5;.XMLDit bestand moet in het XML formaat opgemaakt worden.
Hoofdletters en kleine letters worden onderscheiden en alle
tags moeten netjes worden afgesloten. Het bestand begint met
de gewone XML header gevolgd door een DOCTYPE definitie en
daarna de <fontconfig> tag:<?xml version="1.0"?>
<!DOCTYPE fontconfig SYSTEM "fonts.dtd">
<fontconfig>Zoals al eerder is vermeld zijn alle lettertypen in
/usr/local/lib/X11/fonts/ en in
~/.fonts/ al geschikt gemaakt voor
Xft applicaties. Als naast deze twee mappen nog een andere
lettertypen moeten kunnen bevatten, dan dient een soortgelijke
regel als de onderstaande aan
/usr/local/etc/fonts/local.conf toegevoegd
te worden:<dir>/pad/naar/mijn/fonts</dir>Na het toevoegen van nieuwe lettertypen en zeker nieuwe
lettertypemappen dienen de lettertypecaches opnieuw opgebouwd
worden met:&prompt.root; fc-cache -fAnti-aliasing maakt randen een beetje wazig wat kleine
teksten beter leesbaar maakt en voorkomt
trapvorming van grote letters. Maar het kan
oogkramp veroorzaken als het op normale tekst wordt toegepast.
Om lettertypen kleiner dan 14 punten uit te sluiten van
anti-aliasing moeten de volgende regels toegevoegd
worden:<match target="font">
<test name="size" compare="less">
<double>14</double>
</test>
<edit name="antialias" mode="assign">
<bool>false</bool>
</edit>
</match>
<match target="font">
<test name="pixelsize" compare="less" qual="any">
<double>14</double>
</test>
<edit mode="assign" name="antialias">
<bool>false</bool>
</edit>
</match>lettertypenspacingSpatiëring voor sommige enkel gespatieerde lettertypen
kan ook ongepast zijn bij anti-aliasing. Dit lijkt vooral een
probleem te zijn bij KDE. Een
mogelijke oplossing hiervoor is het vergroten van de
spatiëring van die lettertypen naar 100:<match target="pattern" name="family">
<test qual="any" name="family">
<string>fixed</string>
</test>
<edit name="family" mode="assign">
<string>mono</string>
</edit>
</match>
<match target="pattern" name="family">
<test qual="any" name="family">
<string>console</string>
</test>
<edit name="family" mode="assign">
<string>mono</string>
</edit>
</match>Het bovenstaande hernoemt de standaardnamen van lettertypen
naar "mono"). Voeg daarna het volgende
toe:<match target="pattern" name="family">
<test qual="any" name="family">
<string>mono</string>
</test>
<edit name="spacing" mode="assign">
<int>100</int>
</edit>
</match>Bepaalde lettertypen, zoals Helvetica, kunnen problemen
hebben met anti-aliasing. Dit uit zich meestal in een
lettertype dat verticaal door midden lijkt gesneden. Op zijn
ergst kan het applicaties zoals
Mozilla laten crashen. Om dit te
voorkomen kan overwogen worden om ook de volgende regels toe
te voegen aan local.conf:<match target="pattern" name="family">
<test qual="any" name="family">
<string>Helvetica</string>
</test>
<edit name="family" mode="assign">
<string>sans-serif</string>
</edit>
</match>Als de wijzigingen in local.conf zijn
gemaakt dient niet vergeten te worden het bestand te eindigen
met de tag </fontconfig> tag. Als dit
niet gedaan wordt, dan worden de wijzigingen niet
gezien.De standaard lettertypeset die geleverd wordt bij X11 is
niet erg geschikt als het aankomt op anti-aliasing. Een veel
betere set standaardlettertypen is de x11-fonts/bitstream-vera port.
Deze port maakt
/usr/local/etc/fonts/local.conf aan als
het nog niet bestaat. Als het al wel bestaat maakt de port
/usr/local/etc/fonts/local.conf-vera aan.
De inhoud van dit bestand dient in
/usr/local/etc/fonts/local.conf geplaatst
te worden en dan vervangen de Bitstream lettertypen automatisch
de standaard X11 Serif, Sans Serif en Monospaced
lettertypen.Als laatste kunnen gebruikers hun eigen instellingen aan
een persoonlijk .fonts.conf bestand
toevoegen. Om dit te doen moet iedere gebruiker het bestand
~/.fonts.conf maken. Ook dit bestand moet
in het XML formaat zijn.LCD schermlettertypenLCD schermNog een laatste punt: bij een LCD scherm kan sub-pixel
sampling prettig zijn. Eigenlijk zorgt dit er voor dat de
(horizontaal gesplitste) rode, groene en blauwe componenten
gewijzigd worden om de horizontale resolutie te verbeteren.
Het resultaat is geweldig. Voeg hiervoor de volgende regels
ergens aan local.conf toe:<match target="font">
<test qual="all" name="rgba">
<const>unknown</const>
</test>
<edit name="rgba" mode="assign">
<const>rgb</const>
</edit>
</match>Afhankelijk van het soort beeldscherm kan
rgb veranderd moeten worden in
bgr, vrgb of
vbgr. Experimenteren levert de beste
instelling op.Mozillaanti-aliasing lettertypen uitschakelenAnti-aliasing moet werken zodra de X server opnieuw gestart
is. Programma's dienen echter wel te weten hoe ze er mee
moeten werken. Op dit moment geldt dat voor de Qt toolkit en
de hele KDE omgeving kan met
anti-alias omgaan. GTK+ en
GNOME anti-aliasing gebruiken via de
Font capplet (zie ).
Mozilla 1.2 en hoger gebruiken
automatisch anti-aliasing. Om dit uit te zetten moet
Mozilla opnieuw gebouwd worden met
de optie -DWITHOUT_XFT.SethKingsleyBijgedragen door De X beeldschermmanagerOverzichtX beeldschermmanagerDe X beeldschermmanager (XDM) is
een optioneel onderdeel van het X Window systeem dat gebruikt
wordt voor beheer van aanmeldsessies. Dit is vaak erg handig
bij bijvoorbeeld X Terminals, desktops en grote
netwerk beeldschermservers. Omdat het X Window systeem
netwerk- en protocolonafhankelijk is, zijn er veel
mogelijkheden om X clients en servers op verschillende machines
in een netwerk te verbinden. XDM
levert een grafische interface waarmee er gekozen kan worden
welke beeldschermserver gebruikt moet worden en handelt
autorisatie informatie (gebruikersnaam en wachtwoord)
af.XDM levert de gebruiker dezelfde
functionaliteit levert als &man.getty.8; (zie
). Dus het regelt de
systeemaanmeldingen voor de schermen waaraan verbonden moet
worden en start dan een sessie manager namens de gebruiker
(meestal een X window manager). XDM
wacht dan tot het programma stopt en geeft aan dat de gebruiker
klaar is en afgemeld kan worden. Hierna kan
XDM het aanmeldscherm weer tonen
zodat de volgende gebruiker kan aanmelden.XDM gebruikenDe XDM daemon staat in
/usr/local/bin/xdm. Dit programma
kan als root altijd gestart worden en
regelt dan het X weergavegedeelte van de lokale machine. Als
XDM iedere keer bij het opstarten
moet starten is het handig om een regel toe te voegen aan
/etc/ttys. Meer informatie over het
gebruik van dit bestand staat in .
In de standaardversie van /etc/ttys staat
een regel om de applicatie daemon
XDM op een virtuele terminal te
draaien:ttyv8 "/usr/local/bin/xdm -nodaemon" xterm off secureStandaard staat deze regel uit. Om hem aan te zetten moet
veld 5 van off naar on
gewijzigd worden en moet met &man.init.8; herstart worden met
gebruikmaking van de aanwijzingen in .
Het eerste veld, de naam van de terminal die het programma
aanstuurt, is ttyv8. Dit houdt in dat
XDM op de negende virtuele terminal
begint te draaien.XDM instellenDe map met instellingen voor XDM
is /usr/local/lib/X11/xdm. In deze map
staan diverse bestanden die gebruikt kunnen worden om het
gedrag en uiterlijk van XDM te
veranderen. Meestal zijn dit de volgende bestanden:BestandOmschrijvingXaccessRegels voor client authorisatie.XresourcesStandaard waarden voor X bronnen.XserversLijst met op afstand en lokaal te beheren schermen.
XsessionStandaard sessie script voor logins.Xsetup_*Script die applicaties start voordat de login
interface start.xdm-configAlgehele instellingen voor alle schermen op
deze machine.xdm-errorsFouten die gegenereerd zijn door het
serverprogramma.xdm-pidHet proces ID van de draaiende
XDM.Tevens staan in deze map een aantal scripts en programma's
om het bureaublad in te stellen als
XDM draait. Het doel van elk van
deze bestanden wordt kort omschreven. De juiste syntaxis en
het gebruik van deze bestanden staat in &man.xdm.1;.De standaardinstelling regelt een eenvoudig rechthoekig
aanmeldvenster met bovenin de hostnaam van de machine in een
groot lettertype met een Login: en
Password: prompt eronder. Dit is een goed
beginpunt om het uiterlijk en werking van het
XDM venster te veranderen.XaccessOm een verbinding te maken met
XDM-gestuurde schermen wordt het
protocol X Display Manager Connection Protocol (XDMCP)
gebruikt. Het bestand is een set regels die XDMCP
verbindingen met andere machines bestuurt. Het wordt
genegeerd, tenzij xdm-config is
gewijzigd zodat er wordt geluisterd naar inkomende
verbindingen. Standaard wordt het clients niet toegestaan te
verbinden.XresourcesDit is een bestand met standaarden voor de schermkiezer
en de aanmeldschermen. Hier kan het uiterlijk van het
aanmeldprogramma gewijzigd worden. De indeling is hetzelfde
als bij het app-defaults bestand en is beschreven in de X11
documentatie.XserversDit is een lijst met netwerkschermen waaruit gekozen kan
worden.XsessionDit is het standaard sessiescript voor
XDM dat start nadat de gebruiker
is aangemeld. Normaal heeft iedere gebruiker een eigen
sessiescript in ~/.xsession dat dit
script overheerst.Xsetup_*Deze starten automatisch voordat de kiezers of
aanmeldschermen getoond worden. Er is een script voor ieder
gebruikt scherm met de naam Xsetup_
gevolgd door het lokale schermnummer (bijvoorbeeld
Xsetup_0). Normaal draaien deze scripts
éé of twee programma's in de achtergrond zoals
xconsole.xdm-configDit bevat de instellingen die toegepast worden op ieder
scherm die deze installatie aanstuurt. De indeling is
hetzelfde als van app-defaults.xdm-errorsHierin staan de meldingen die de X servers geven als
XDM ze probeert te starten. Als
een scherm dat gestart is door XDM
om onduidelijke reden hangt, is dit een goede plaats om te
zoeken naar foutmeldingen. Deze meldingen worden ook per
sessie naar het ~/.xsession-errors van
de gebruiker gestuurd.Een netwerk beeldschermserver gebruikenOm gebruikers een verbinding te laten maken met een X
server moeten de toegangsregels gewijzigd worden en de
connectielistener moet aangezet worden. Deze hebben standaard
wat terughoudende waarden. Om XDM
te laten luisteren naar verbindingen moet als eerste een regel
uitgecommentarieerd worden in
xdm-config:! SECURITY: do not listen for XDMCP or Chooser requests
! Comment out this line if you want to manage X terminals with XDM
DisplayManager.requestPort: 0Hierna moet XDM herstart worden.
Afwijkend in dit bestand is dat commentaar in app-defaults
bestanden begint met het karakter ! en niet met
het karakter #. Het kan wenselijk zijn om de
toegangscontrole aan te scherpen — hiervoor staan
voorbeeldregels in Xaccess en lees de
hulppagina &man.xdm.1; voor meer informatie.Alternatieven voor XDMEr bestaan diverse alternatieven voor
XDM programma.
kdm (wordt geleverd bij
KDE) wordt later in dit hoofdstuk
behandeld. De kdm
beeldschermmanager biedt vele grafische verbeteringen en
cosmetische franje en de mogelijkheid om de gebruiker de kans
te geven een window manager te laten kiezen bij het
aanmelden.ValentinoVaschettoBijgedragen door BureaubladomgevingenDeze sectie beschrijft de verschillende
bureaubladomgevingen voor X op &os;. Een
bureaubladomgeving kan van alles inhouden: van
een simpele window manager tot een complete suite van
bureaubladapplicaties zoals KDE of
GNOME.GNOMEOver GNOMEGNOMEGNOME is een
gebruikersvriendelijke bureaubladomgeving die de gebruiker de
mogelijkheid geeft om gemakkelijk de computer te gebruiken en
in te stellen. GNOME heeft een
paneel (voor het starten en tonen van statusinformatie van
applicaties), een bureaublad (waar data en applicaties
geplaatst kunnen worden), een set standaard
bureaubladapplicaties en een regels die het makkelijker maakt
voor applicaties om eenduidig met elkaar samen te werken.
Gebruikers van andere besturingssystemen of omgevingen voelen
zich meestal meteen thuis bij het gebruik van de krachtige
grafisch gestuurde omgeving die
GNOME biedt. Meer informatie over
GNOME op &os; staat op de &os; GNOME
Project website. De website bevat ook redelijk
complete FAQ's over het installeren, instellen en beheren van
GNOME.GNOME installerenDe software kan eenvoudig worden geïnstalleerd vanuit
een pakket of de Portscollectie:Om het GNOME package te
installeren:&prompt.root; pkg_add -r gnome2Om GNOME vanuit de
Portscollectie te installeren:&prompt.root; cd /usr/ports/x11/gnome2
&prompt.root; make install cleanZodra GNOME geïnstalleerd
is, moet de X server verteld worden dat in plaats van de
standaard window manager GNOME
gebruikt moet worden.De meest eenvoudige manier om
GNOME te starten is via
GDM, de GNOME Display Manager.
GDM wordt meegeïnstalleerd
met de GNOME bureaubladomgeving,
maar staat standaard uitgeschakeld. Dit programma kan
ingeschakeld worden door gdm_enable="YES"
toe te voegen aan /etc/rc.conf. Na
herstarten start GNOME
automatisch bij het aanmelden. Er zijn geen verdere
instellingen nodig.GNOME kan ook gestart worden
vanaf de commandoregel door het bestand
.xinitrc juist in te stellen. Als er al
een .xinitrc is, dan hoeft alleen de
regel die de huidige window manager start veranderd te worden
in een regel die
/usr/local/bin/gnome-session
start. Als er niets speciaals met dit instellingenbestand is
gedaan:&prompt.user; echo "/usr/local/bin/gnome-session" > ~/.xinitrcNu kan met startx de
GNOME bureaubladomgeving gestart
worden.Als een beeldschermmanager als
XDM gebruikt wordt werkt het
bovenstaande niet. In plaats daarvan moet een uitvoerbaar
.xsession gemaakt worden met hetzelfde
commando erin. Hiervoor moet het bestand aangepast worden
door het bestaande window manager commando te vervangen door
/usr/local/bin/gnome-session:&prompt.user; echo "#!/bin/sh" > ~/.xsession
&prompt.user; echo "/usr/local/bin/gnome-session" >> ~/.xsession
&prompt.user; chmod +x ~/.xsessionHet is ook mogelijk de beeldschermmanager zo in te stellen
dat de window manager gekozen kan worden tijdens het
aanmelden. In de paragraaf Meer KDE Details wordt
uitgelegd hoe dit gedaan moet worden voor de
kdm beeldschermmanager van
KDE.Anti-alias lettertypen in GNOMEGNOMEanti-alias lettertypenX11 ondersteunt anti-aliasing via de
RENDER uitbreiding. GTK+ 2.0 en hoger
(de toolkit die gebruikt wordt bij
GNOME) kunnen dit gebruiken. Het
instellen van anti-aliasing is beschreven in . Dus met up-to-date software is
anti-aliasing in de GNOME
bureaubladomgeving mogelijk. In ApplicationsDesktop
PreferencesFont kan gekozen worden voor Best
shapes, Best contrast of
Subpixel smoothing (LCDs). Bij een
GTK+ applicatie die geen onderdeel is van het
GNOME bureaublad moet de
omgevingsvariabele GDK_USE_XFT op
1 gezet worden voordat het programma wordt
gestart.KDEKDEOver KDEKDE is een bureaubladomgeving
die eigentijds is en makkelijk in gebruik.
KDE biedt de gebruiker:Een schitterende eigentijdse desktop;Een desktop die volledig netwerktransparant
is;Een geïntegreerd hulpsysteem dat eenvoudig
bruikbare informatie geeft over het gebruik van het
KDE bureaublad en de
applicaties;Alle KDE applicaties
werken op dezelfde manier en zien er hetzelfde
uit;Gestandaardiseerde menu's en werkbalken,
keybindings, kleurschema's, enzovoort;Internationalisatie:
KDE is beschikbaar in meer dan
40 talen;Gecentraliseerde, consistente, dialooggedreven
bureaubladinstelling;Een grote hoeveelheid bruikbare
KDE applicaties;KDE wordt geleverd met een
webbrowser genaamd Konqueror die
niet onder doet voor de andere bestaande webbrowsers op
&unix; systemen. Meer informatie over
KDE staat op de KDE website. Voor &os;
specifieke informatie en bronnen over
KDE is er de KDE op &os; team
website.Er zijn twee versies van
KDE beschikbaar op &os;. Versie
3 is al een lange tijd aanwezig, en is zeer volwassen.
Versie 4, de volgende generatie, is ook beschikbaar in de
Portscollectie. Ze kunnen zelfs naast elkaar
geïnstalleerd worden.KDE installerenNet als bij GNOME of iedere
andere bureaubladomgeving kan de software eenvoudig
geïnstalleerd met een package of uit de Portscollectie:
Om het KDE3 package van het
netwerk te installeren:&prompt.root; pkg_add -r kdeOm het KDE4 package van het
netwerk te installeren:&prompt.root; pkg_add -r kde4&man.pkg.add.1; haalt automatisch de laatste versie van
de applicatie op.Om KDE3 vanuit de
Portscollectie te bouwen en te installeren:&prompt.root; cd /usr/ports/x11/kde3
&prompt.root; make install cleanGebruik de Portscollectie om
KDE4 vanuit de broncode te bouwen:
&prompt.root; cd /usr/ports/x11/kde4
&prompt.root; make install cleanNadat KDE geïnstalleerd
is, moet de X server verteld worden dat déze
applicatie gestart moet worden in plaats van de standaard
window manager. Hiervoor kan .xinitrc
aangepast worden:Voor KDE3:&prompt.user; echo "exec startkde" > ~/.xinitrcVoor KDE4:&prompt.user; echo "exec /usr/local/kde4/bin/startkde" > ~/.xinitrcAls het X Window System wordt gestart met
startx is KDE
het bureaublad.Als er een beeldschermmanager als
XDM gebruikt wordt, is de
instelling anders. Dan moet .xsession
gewijzigd worden. Instructies voor
kdm worden later in dit hoofdstuk
beschreven.Meer KDE detailsNadat KDE
geïnstalleerd is op een systeem, kunnen de meeste dingen
uitgezocht worden via de hulppagina's of door de verschillende
menu's aan te wijzen en erop te klikken. &windows; en &mac;
gebruikers voelen zich meestal helemaal thuis.Het beste naslagwerk voor KDE
is de on-line documentatie. KDE
heeft zijn eigen web browser,
Konqueror, tientallen handige
applicaties en uitgebreide documentatie. De volgende
paragrafen beschrijven de technische zaken die moeilijk
proefondervindelijk te achterhalen zijn.De KDE beeldschermmanagerKDEbeeldschermmanagerEen beheerder van een multi-user systeem die een grafisch
aanmeldscherm willen hebben voor zijn gebruikers kan hiervoor
XDM gebruiken, zoals eerder
beschreven. KDE biedt
kdm als alternatief. Dat is
ontworpen met een beter uiterlijk en heeft meer
aanmeldopties. Gebruikers kunnen via een menu kiezen
welke bureaubladomgeving (KDE,
GNOME of een andere) zij na het
aanmelden willen gebruiken.Om kdm te starten, moet de
ttyv8 regel in
/etc/ttys worden aangepast. De regel
moet er als volgend uitzien:Voor KDE3:ttyv8 "/usr/local/bin/kdm -nodaemon" xterm on secureVoor KDE4:ttyv8 "/usr/local/kde4/bin/kdm -nodaemon" xterm on secureXfceOver XfceXfce is een bureaubladomgeving
die gebaseerd is op de GTK+ toolkit die gebruikt wordt bij
GNOME, maar is eenvoudiger en
bedoeld voor gebruikers die een simpel en efficiënt
bureaublad willen dat toch eenvoudig en makkelijk in te
stellen is. Het ziet er bijna hetzelfde uit als
CDE dat bij commerciële
&unix; systemen zit. Een aantal
Xfce functies zijn:Een eenvoudige, makkelijk te bedienen
desktop;Geheel in te stellen met de muis, met klikken en
slepen, enzovoort;Hoofdpaneel hetzelfde als
CDE met menu's, applets en
applicatiesGeïntegreerde window manager, bestandsmanager,
geluidsmanager, GNOME
compliance module en meer zaken;Thema's (sinds het gebruik van GTK+);Snel, licht en efficiënt: ideaal voor de oudere
of langzamere machines of machines met beperkte
hoeveelheid geheugen;Meer informatie over Xfce
staat op de Xfce
website.Installeren van XfceXfce is met een package
te installeren:&prompt.root; pkg_add -r xfce4Of vanuit de Portscollectie:&prompt.root; cd /usr/ports/x11-wm/xfce4
&prompt.root; make install cleanNu moet de X server weten dat
Xfce gestart moet worden als X de
volgende keer start:&prompt.user; echo "/usr/local/bin/startxfce4" > ~/.xinitrcDe volgende keer dat X start is
Xfce het bureaublad. Wederom:
als een beeldschermmanager als XDM
gebruikt wordt, moet .xsession gemaakt
worden zoals beschreven in de paragraaf over GNOME. Nu moet echter het
command /usr/local/bin/startxfce4
gebruikt. Het is ook mogelijk de beeldschermmanager in te
stellen om bureaublad te kiezen bij het aanmelden, zoals is
uitgelegd in de paragraaf over kdm.