diff --git a/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/geom/chapter.sgml b/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/geom/chapter.sgml index d55979f5fe..1938997afe 100644 --- a/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/geom/chapter.sgml +++ b/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/geom/chapter.sgml @@ -1,850 +1,848 @@ Tom Rhodes Geschreven door Siebrand Mazeland Vertaald door GEOM: Modulair schijftransformatie raamwerk Overzicht GEOM GEOM schijf raamwerk GEOM Dit hoofdstuk beschrijft het gebruik van schijven in het GEOM raamwerk in &os;. Hieronder vallen de belangrijkste RAID besturingsprogramma's die het raamwerk gebruikt voor instellingen. In dit hoofdstuk wordt niet diepgaand beschreven hoe GEOM omgaat met I/O, het onderliggende subsysteem of code. Die informatie staat in het hulppagina voor &man.geom.4; en de verscheidene SEE ALSO referenties. Dit hoofdstuk is ook geen definitief stuk over het instellen van RAID. Alleen de door GEOM ondersteunde RAID-classificaties worden beschreven. Na het lezen van dit hoofdstuk weet de lezer: Welk type RAID-ondersteuning via GEOM beschikbaar is; Hoe de basisgereedschappen te gebruiken om de verschillende RAID-niveaus in te stellen, te onderhouden en te wijzigen; Hoe schijfapparaten via GEOM te spiegelen, aaneen te schakelen, te versleutelen en vanaf afstand schijven aan te sluiten; Hoe problemen op te lossen met schijven die via het GEOM raamwerk zijn aangesloten. Veronderstelde voorkennis: Begrijpen hoe &os; omgaat met schijfapparaten (); Weten hoe een nieuwe &os; kernel in te stellen en te installeren (). GEOM inleiding GEOM staat toegang en controle toe op klassen, Master Boot Records, BSD labels, enzovoort, door gebruik te maken van diensten of de speciale bestanden in /dev. GEOM ondersteunt verschillende software RAID instellingen en biedt transparante toegang tot het besturingssysteem en de hulpprogramma's. Tom Rhodes Geschreven door Murray Stokely RAID0 - aaneengeschakeld GEOM aaneengeschakeld Aaneenschakelen is een methode die gebruikt wordt om meerdere schijven te combineren tot een enkele volume. In veel gevallen wordt dit gedaan met hardware controllers. Het GEOM subsysteem biedt softwareondersteuning voor RAID0, ook wel bekend als aaneenschakelen (disk striping). In een RAID0-systeem worden gegevens opgedeeld in blokken die verdeeld worden over de schijven in een reeks. In plaats van te hoeven wachten tot een systeem 256k naar één schijf heeft geschreven, kan een RAID0-systeem tegelijkertijd 64k naar vier verschillende schijven schrijven, waardoor superieure I/O prestaties worden bereikt. Deze prestaties kunnen nog verbeterd worden door meerdere schijfcontrollers te gebruiken. Iedere schijf in een RAID0-aaneenschakeling moet van dezelfde grootte zijn, omdat I/O-verzoeken altijd zijn opgebouwd uit precies gelijk over de schijven verdeelde verzoeken tot lezen of schrijven. Illustratie aaneengeschakelde schijven Ongeformatteerde ATA-schijven aaneenschakelen Laad de module geom_stripe.ko: &prompt.root; kldload geom_stripe Zorg ervoor dat er een koppelpunt beschikbaar is. Als dit volume een rootpartitie wordt, gebruikt dan tijdelijk een ander koppelpunt zoals /mnt: &prompt.root; mkdir /mnt Stel de apparaatnamen voor de schijven vast die aaneen worden geschakeld en maak het nieuwe apparaat aan. Om twee ongebruikte, ongepartitioneerde ATA schijven aaneen te schakelen (/dev/ad2 en /dev/ad3): &prompt.root; gstripe label -v st0 /dev/ad2 /dev/ad3 Metadata value stored on /dev/ad2. Metadata value stored on /dev/ad3. Done. Schrijf een standaard label naar de nieuwe partitie, ook wel bekend als een partitietabel en installeer de standaard opstart code: &prompt.root; bsdlabel -wB /dev/stripe/st0 Dit proces hoort twee nieuwe apparaten gemaakt te hebben in de map /dev/stripe naast het apparaat st0, te weten st0a en st0c. Vanaf nu kan er een bestandssysteem op st0a worden gezet met behulp van de newfs applicatie: &prompt.root; newfs -U /dev/stripe/st0a Na het uitvoeren van het bovenstaande commando rollen er veel getallen over het scherm en na een aantal seconden is het proces afgerond. Het volume is gereed en klaar om aangekoppeld te worden. Om de nieuwe aaneengeschakelde schijf handmatig te koppelen moet het volgende gedaan worden: &prompt.root; mount /dev/stripe/st0a /mnt Om dit aaneengeschakelde bestandssysteem automatisch aan te koppelen bij het opstarten wordt de volume-informatie in /etc/fstab gezet. Voor dit doel wordt een permanent koppelpunt, genaamd stripe, aangemaakt: &prompt.root; mkdir /stripe &prompt.root; echo "/dev/stripe/st0a /mnt ufs rw 2 2" \ >> /etc/fstab Laadt de module geom_stripe.ko ook automatisch bij het initialiseren van een systeem door de volgende regel toe te voegen aan /boot/loader.conf: &prompt.root; echo 'geom_stripe_load="YES"' >> /boot/loader.conf RAID1 - spiegelen GEOM schijf spiegelen Spiegelen (mirroring) is een technologie die door veel bedrijven en thuisgebruikers wordt ingezet om gegevens te back-uppen zonder onderbrekingen. Als er een spiegel bestaat, betekent dat eenvoudigweg dat schijfB een kopie is van schijfA, of misschien zijn schijvenC+D een kopie van schijvenA+B. Los van de schijfinstellingen is het belangrijkste aspect dat de gegevens van de ene schijf of partitie worden gerepliceerd naar de andere. Later kunnen die gegevens eenvoudiger worden hersteld of geback-upped zonder dat dit leidt tot onderbrekingen in dienstverlening of toegang tot gegevens en schijven kunnen zelfs fysiek worden opgeslagen in een kluis. Begin met een systeem dat twee schijven heeft van gelijke grootte. Deze oefeningen stellen dat het directe-toegang (&man.da.4;) SCSI-schijven zijn. Primaire schijven spiegelen Aannemende dat &os; op het eerste da0-schijfapparaat is geïnstalleerd, dient er aan &man.gmirror.8; verteld te worden om daar de primaire gegevens op te slaan. Voordat de mirror gebouwd wordt, dient aanvullende debuginformatie en openingstoegang tot het apparaat aangezet te worden door de &man.sysctl.8;-optie kern.geom.debugflags op de volgende waarde in te stellen: &prompt.root; sysctl kern.geom.debugflags=17 Maak nu de mirror aan. Begin het proces door informatie over metagegevens op het primaire schijfapparaat op te slaan, waardoor effectief het apparaat /dev/mirror/gm aangemaakt wordt met het volgende commando: Het creëeren van een mirror buiten de opstartschijf kan resulteren in gegevensverlies als er enige gegevens zijn opgeslagen op de laatste sector van de schijf. Dit gevaar wordt verminderd als het creëeren van de mirror direct na een verse installatie van &os; wordt gedaan. &prompt.root; gmirror label -vb round-robin gm0 /dev/da0 Het systeem hoort te antwoorden met: Metadata value stored on /dev/da0. Done. Initialiseer GEOM, dit zal de kernelmodule /boot/kernel/geom_mirror.ko laden: &prompt.root; gmirror load Wanneer dit commando succesvol verloopt, maakt het het apparaatknooppunt gm0 aan onder de map /dev/mirror. Maak het mogelijk om de kernelmodule geom_mirror.ko tijdens systeeminitialisatie te laden: &prompt.root; echo 'geom_mirror_load="YES"' >> /boot/loader.conf Bewerk het bestand /etc/fstab, waarbij verwijzingen naar het oude da0 worden vervangen door de nieuwe apparaatknooppunten van het mirrorapparaat gm0. Indien &man.vi.1; de geprefereerde tekstverwerker is, is het volgende een gemakkelijke manier om deze taak te volbrengen: &prompt.root; vi /etc/fstab Maak een reservekopie van de huidige gegevens van fstab in &man.vi.1; door :w /etc/fstab.bak in te typen. Vervang daarna alle oude verwijzingen naar da0 door gm0 door :%s/da/mirror\/gm/g in te typen. Het resulterende fstab zou er ongeveer hetzelfde als het volgende uit moeten zien. Het maakt niet uit of de schijfstations SCSI of RAID zijn, het RAID-apparaat zal ongeacht hiervan gm zijn. # Device Mountpoint FStype Options Dump Pass# /dev/mirror/gm0s1b none swap sw 0 0 /dev/mirror/gm0s1a / ufs rw 1 1 /dev/mirror/gm0s1d /usr ufs rw 0 0 /dev/mirror/gm0s1f /home ufs rw 2 2 #/dev/mirror/gm0s2d /store ufs rw 2 2 /dev/mirror/gm0s1e /var ufs rw 2 2 /dev/acd0 /cdrom cd9660 ro,noauto 0 0 Start het systeem opnieuw op: &prompt.root; shutdown -r now Tijdens de systeeminitialisatie dient het apparaat gm0 in plaats van da0 gebruikt te worden. Als het systeem volledig is geïnitialiseerd, kan dit gecontroleerd worden door de uitvoer van het commando mount te inspecteren: &prompt.root; mount Filesystem 1K-blocks Used Avail Capacity Mounted on /dev/mirror/gm0s1a 1012974 224604 707334 24% / devfs 1 1 0 100% /dev /dev/mirror/gm0s1f 45970182 28596 42263972 0% /home /dev/mirror/gm0s1d 6090094 1348356 4254532 24% /usr /dev/mirror/gm0s1e 3045006 2241420 559986 80% /var devfs 1 1 0 100% /var/named/dev De uitvoer ziet er als verwacht uit. Plaats als laatste stap, om synchronisatie te beginnen, de schijf da1 in de mirror met het volgende commando: &prompt.root; gmirror insert gm0 /dev/da1 De status kan gecontroleerd worden tijdens het bouwen van de mirror met het volgende commando: &prompt.root; gmirror status Wanneer de mirror gebouwd is en alle huidige gegevens zijn gesynchroniseerd, dient de uitvoer van het bovenstaande commando er als volgt uit te zien: Name Status Components mirror/gm0 COMPLETE da0 da1 Als er problemen zijn, of als de mirror nog bezig is om het bouwproces te voltooien, zal het voorbeeld DEGRADED in plaats van COMPLETE laten zien. Problemen oplossen Systeem weigert op te starten Als een systeem opstart in een prompt dat op het volgende lijkt: ffs_mountroot: can't find rootvp Root mount failed: 6 mountroot> Herstart te machine met de aan/uit-schakelaar of met de resetknop. Selecteer in het bootmenu optie zes (6). Hierdoor komt een systeem in een &man.loader.8; prompt. Laad de kernelmodules handmatig: OK? load geom_mirror OK? boot Als dit werkt werd de module om welke reden dan ook niet juist geladen. Controleer of de relevante regel in /boot/loader.conf correct is. Als het probleem aanhoudt, zet dan de onderstaande regel in het bestand met kernelinstellingen en herbouw en installeer de kernel. options GEOM_MIRROR Hiermee moet het probleem opgelost zijn. Herstellen van falende schijven Het mooie aan het spiegelen van schijven is dat als een schijf faalt, deze vervangen kan worden, aangenomen zonder gegevensverlies. Neem met betrekking tot de vorige RAID1-configuratie aan dat da1 het geeft begeven en vervangen moet worden. Bepaal, om het te vervangen, welke schijf het heeft begeven en schakel het systeem uit. Op dit moment kan de schijf worden verwisseld door een nieuwe en kan het systeem weer worden opgestart. Nadat het systeem is herstart, kunnen de volgende commando's worden gebruikt om de schijf te vervangen: &prompt.root; gmirror forget gm0 &prompt.root; gmirror insert gm0 /dev/da1 Gebruik het commando gmirror status om de voortgang van het herbouwen te bekijken. Zo eenvoudig is het. GEOM Gate netwerk apparaten GEOM ondersteund het op afstand gebruiken van apparaten, zoals schijven, CD-ROMs, bestanden, etc. door het gebruik van de gate applicaties. Dit is vergelijkbaar met NFS. Om te beginnen moet er een exports bestand gemaakt worden. Dit bestand specificeert wie de geëxporteerde bron mag benaderen en welke rechten er op dat moment verleend worden. Bijvoorbeeld om de vierde slice te exporteren van de eerste SCSI schijf, moet het volgende in /etc/gg.exports gezet worden: 192.168.1.0/24 RW /dev/da0s4d Dit staat alle machines in het privé netwerk toe om het bestandssysteem op da0s4d te benaderen. Om dit apparaat te kunnen exporteren is het van belang dat de schijf nog niet gekoppeld is en moet de &man.ggated.8; dienst gestart worden. &prompt.root; ggated Om vervolgens het apparaat aan een client machine te koppelen moet het volgende gedaan worden: &prompt.root; ggatec create -o rw 192.168.1.1 /dev/da0s4d ggate0 &prompt.root; mount /dev/ggate0 /mnt Vanaf dit moment kan de schijf benaderd worden via het koppelpunt /mnt. Let op, dit mislukt als de schijf reeds gekoppeld is op de server machine of als deze reeds gekoppeld is aan een andere machine op het netwerk. Zodra het apparaat niet langer nodig is, kan het veilig ontkoppeld worden met behulp van &man.umount.8; net zoals met elke andere schijf. Het labelen van schijven GEOM Disk Labels Tijdens het initialiseren van het systeem zal de &os; kernel apparaatknooppunten creëren nadat het een apparaat gevonden heeft. Deze manier om te zoeken naar apparaten levert wat problemen op bijvoorbeeld wanneer er een nieuwe schijf wordt toegevoegd via USB. Het is hoogst waarschijnlijk dat een flash apparaat een apparaatknooppunt krijgt van da0, waarna de originele da0 op schuift naar da1. Dit levert problemen op als bestandssystemen worden gekoppeld als ze gedefinieerd zijn in /etc/fstab, dit kan zelfs ertoe leiden dat het systeem niet opstart. Een mogelijke oplossing hiervoor is om de SCSI schijven een vaste plek te geven op een bepaalde volgorde, zodat zodra er een nieuwe schijf geplaatst wordt, deze een ongebruikt apparaatknooppunt toegewezen krijgt. Maar wat als er USB apparaten zijn die de primaire SCSI schijf vervangt? Dit gebeurd omdat USB apparaten meestal eerder gevonden worden dan een SCSI kaart. Een oplossing hiervoor is om de apparaten pas toe te voegen als het systeem reeds gestart is, een andere methode kan zijn om alleen een enkele ATA schijf te koppelen en nooit SCSI schijven door middel van /etc/fstab. Maar er is een betere oplossing beschikbaar. Door het gebruik van glabel kunnen beheerders en gebruikers een label toevoegen aan een schijf, en deze labels gebruiken in /etc/fstab. Omdat glabel het label bewaard in de laatste sector van de schijf, kan het label bewaard blijven ook na een reboot en kan het bestandssysteem altijd gekoppeld worden ongeacht welk apparaatknooppunt toegekend is aan het apparaat. Uiteraard hoeft een label niet permanent te zijn, het glabel programma kan zowel tijdelijke als permanente labels aanmaken. Alleen een permanent label blijft beschikbaar ook na een reboot. Zie de &man.glabel.8; handleiding voor meer informatie over de verschillen tussen de labeltypes. Label types en voorbeelden Er zijn twee type labels: een generiek label en een bestandssysteemlabel. Labels kunnen permanent of tijdelijk zijn. Permanente labels kunnen met de commando's &man.tunefs.8; of &man.newfs.8; aangemaakt worden. Ze zullen vervolgens worden aangemaakt in een submap van /dev, welke genoemd wordt naar het bestandssysteemtype. Bijvoorbeeld UFS2 labels worden geplaatst in de map /dev/ufs. Permanente labels kunnen ook worden aangemaakt met het commando glabel label. Deze zijn niet specifiek voor het bestandssysteem, en zullen in de map /dev/label aangemaakt worden. Een tijdelijk label verdwijnt na een herstart van het systeem. Deze labels worden gecreëerd in /dev/label en zijn perfect voor experimenten. Een tijdelijk kan met het commando glabel create worden aangemaakt. Lees voor meer informatie de handleidingpagina van &man.glabel.8;. Om een permanent label te schrijven voor een UFS2-bestandssysteem zonder de huidige data te vernietigen: &prompt.root; tunefs -L home /dev/da3 Als het bestandssyteem vol is kan dit leiden tot data corruptie; echter als het bestandssysteem vol is zou het hoofddoel moeten zijn om oude achtergebleven bestanden weg te halen in plaats van het toevoegen van labels. Er zou nu een label moeten bestaan in /dev/ufs, welke toegevoegd kan worden aan het /etc/fstab bestand: /dev/ufs/home /home ufs rw 2 2 Het bestandssysteem mag niet aangekoppeld zijn op het moment dat tunefs gebruikt wordt. Nu kan het bestandssysteem net als normaal worden gekoppeld: &prompt.root; mount /home Vanaf dit moment is het mogelijk om, zolang de geom_label.ko geladen wordt tijdens het opstarten van het systeem, of als deze is meegecompileerd door middel van de GEOM_LABEL optie in de kernel, het apparaatknooppunt te wijzigen zonder ernstige gevolgen voor het systeem. Bestandssystemen kunnen ook een standaard label mee krijgen door gebruik te maken van de optie met het newfs commando. Zie de &man.newfs.8; handleiding voor meer informatie. Het volgende commando kan worden gebruikt om een label te verwijderen: &prompt.root; glabel destroy home Het volgende voorbeeld laat zien hoe de partities van een opstartschijf gelabeld worden. Partities op de opstartschijf labelen Door de partities op de opstartschijf permanent te labelen zou het systeem in staat moeten zijn om normaal door te gaan met opstarten, zelfs als de schijf verplaatst is naar een andere controller of is overgeplaatst naar een ander systeem. In dit voorbeeld wordt aangenomen dat er een enkele ATA-schijf wordt gebruikt, die momenteel als ad0 door het systeem wordt herkend. Het wordt ook aangenomen dat het standaard partitieschema van &os; wordt gebruikt, met de bestandssystemen /, /var, /usr, en /tmp, alsmede een wisselpartitie. Start het systeem opnieuw op, en druk bij de &man.loader.8;-prompt op 4 om in enkele gebruikersmodus op te starten. Geef dan de volgende commando's: &prompt.root; glabel label rootfs /dev/ad0s1a GEOM_LABEL: Label for provider /dev/ad0s1a is label/rootfs &prompt.root; glabel label var /dev/ad0s1d GEOM_LABEL: Label for provider /dev/ad0s1d is label/var &prompt.root; glabel label usr /dev/ad0s1f GEOM_LABEL: Label for provider /dev/ad0s1f is label/usr &prompt.root; glabel label tmp /dev/ad0s1e GEOM_LABEL: Label for provider /dev/ad0s1e is label/tmp &prompt.root; glabel label swap /dev/ad0s1b GEOM_LABEL: Label for provider /dev/ad0s1b is label/swap &prompt.root; exit Het systeem zal doorgaan met opstarten in meergebruikersmodus. Bewerk, nadat het opstarten is voltooid, /etc/fstab en vervang de conventionele namen door de respectievelijke labels. Het uiteindelijke bestand /etc/fstab zal er als volgt uitzien: # Device Mountpoint FStype Options Dump Pass# /dev/label/swap none swap sw 0 0 /dev/label/rootfs / ufs rw 1 1 /dev/label/tmp /tmp ufs rw 2 2 /dev/label/usr /usr ufs rw 2 2 /dev/label/var /var ufs rw 2 2 Het systeem kan nu worden herstart. Als alles goed ging, zal het normaal opstarten en zal mount dit laten zien: &prompt.root; mount /dev/label/rootfs on / (ufs, local) devfs on /dev (devfs, local) /dev/label/tmp on /tmp (ufs, local, soft-updates) /dev/label/usr on /usr (ufs, local, soft-updates) /dev/label/var on /var (ufs, local, soft-updates) Beginnend met &os; 7.2 ondersteunt de klasse &man.glabel.8; een nieuw labeltype voor UFS-bestandssystemen, gebaseerd op het unieke id van het bestandssysteem, ufsid. Deze labels kunnen in de map /dev/ufsid gevonden worden en worden automatisch tijdens het opstarten aangemaakt. Het is mogelijk om de ufsid-labels te gebruiken om partities aan te koppelen door middel van de faciliteit /etc/fstab. Gebruik glabel status om een lijst van bestandssystemen en hun overeenkomende ufsid-labels te ontvangen: &prompt.user; glabel status Name Status Components ufsid/486b6fc38d330916 N/A ad4s1d ufsid/486b6fc16926168e N/A ad4s1f In het bovenstaande voorbeeld representeert ad4s1d het bestandssysteem /var, terwijl ad4s1f het bestandssysteem /usr representeert. Door gebruik te maken van de gegeven ufsid-waarden kunnen deze partities nu aangekoppeld worden met de volgende regels in /etc/fstab: /dev/ufsid/486b6fc38d330916 /var ufs rw 2 2 /dev/ufsid/486b6fc16926168e /usr ufs rw 2 2 Elke partitie met een ufsid-label kan op deze manier worden aangekoppeld, waardoor het niet meer nodig is om handmatig permanente labels voor ze aan te maken, terwijl er nog steeds van de voordelen van apparaatnaam-onafhankelijk aankoppelen genoten kan worden. UFS logboeken door middel van GEOM GEOM Journaling Met de komst van &os; 7.0 komt ook de langverwachte optie van UFS logboeken. De implementatie zelf is gedaan door middel van het GEOM subsysteem, welke makkelijk geconfigureerd kan worden met behulp van de &man.gjournal.8; applicatie. Wat is logboeken? Logboek mogelijkheden betekend het opslaan van bestandssysteem transacties, zoals wijzigingen die een complete schrijfactie zijn, voor er meta-data wordt toegevoegd en voor de wijzigingen op schijf worden gezet. Deze transactie log kan later opnieuw afgespeeld worden om te voorkomen dat er bestandssysteem inconsistenties voorkomen. Deze methode is een extra manier om te beschermen tegen gegevensverlies en inconsistenties van het bestandssysteem. In tegenstelling tot Soft Updates, welke bijhoud welke meta-data wijzigingen er worden uitgevoerd en Snapshots, wat een beeld bestand is van het bestandssysteem, wordt er een complete log bewaard in de schijfruimte die speciaal voor deze taak is gereserveerd, en in sommige gevallen op een compleet andere schijf. In tegenstelling tot andere logboek implementaties is de gjournal methode blok gebaseerd en niet geïmplementeerd als onderdeel van het bestandssysteem maar als uitbreiding op GEOM. Om ondersteuning in te schakelen voor gjournal, moet de kernel over de volgende optie - beschikken, welke standaard is op 7.X-systemen: + beschikken, welke standaard is op &os; 7.X-systemen: options UFS_GJOURNAL Indien gejournalde volumes tijdens het opstarten aangekoppeld moeten worden, moet de kernelmodule geom_journal.ko ook geladen zijn, door de volgende regel aan /boot/loader.conf toe te voegen: geom_journal_load="YES" Ook kan deze functie in een eigen kernel worden ingebouwd, door de volgende regel aan het kernelinstellingenbestand toe te voegen: options GEOM_JOURNAL Het creëren van een logboek op een vrij en beschikbaar bestandssysteem kan nu gedaan worden met behulp van de volgende stappen, ervan uitgaande dat da4 de nieuwe beschikbare SCSI schijf is: &prompt.root; gjournal load &prompt.root; gjournal label /dev/da4 Op dit moment zou er een ad4 apparaatknooppunt en een ad4.journal apparaatknooppunt moeten zijn. Nu kan er een bestandssysteem op gezet worden: &prompt.root; newfs -O 2 -J /dev/da4.journal Het hiervoor ingevoerde commando zal een UFS2 bestandssysteem met logboek ondersteuning aanmaken. Koppel het apparaat op een gewenst koppelpunt met: &prompt.root; mount /dev/da4.journal /mnt In het geval dat er meerdere slices zijn, zal er een logboek voor elke slice gecreëerd worden. Bijvoorbeeld, als ad4s1 en ad4s2 allebei slices zijn, dan zal gjournal een ad4s1.journal en een - ad4s2.journal creëeren. In het - geval dat het commando twee keer gestart wordt, wordt het - resultaat journals. + ad4s2.journal creëeren. - In sommige gevallen kan het gewenst zijn om het logboek op een + Voor performance doeleinden is het gewenst om het logboek op een andere schijf te bewaren. Voor deze gevallen moet de logboekleverancier of het opslagapparaat gespecificeerd worden achter het apparaat waarop de logboek functionaliteit aangebracht moet worden. De logboekfunctionaliteit kan ook worden ingeschakeld op een reeds bestaand systeem met behulp van tunefs. Maak echter altijd een backup voor dat dit soort dingen uitgeprobeerd worden. In de meeste gevallen zal gjournal falen als het geen actueel logboek kan maken, maar het voorkomt geen dataverlies als gevolg van verkeerd gebruik van tunefs. Het is ook mogelijk om een journal van de opstartschijf van een &os;-systeem bij te houden. Voor gedetailleerde instructies over deze taak wordt naar het artikel Implementing UFS Journaling on a Desktop PC verwezen.