diff --git a/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/multimedia/chapter.sgml b/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/multimedia/chapter.sgml
index 75f0a149c7..d307b57856 100644
--- a/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/multimedia/chapter.sgml
+++ b/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/multimedia/chapter.sgml
@@ -1,1992 +1,1992 @@
RossLippertAangepast door SiebrandMazelandVertaald door RenéLadanMultimediaOverzicht&os; ondersteunt een breed bereik aan geluidskaarten,
waardoor het mogelijk is van geluid van hoge kwaliteit op een
computer te genieten. Hieronder vallen mogelijkheden om geluid
op te nemen en af te spelen in de MPEG Audio Layer 3 (MP3), WAV
en Ogg Vorbis formaten en vele andere formaten. De &os;
Portscollectie bevat ook programma's waarmee opgenomen audio
bewerkt kan worden, waarmee geluidseffecten toegevoegd kunnen
worden en aangesloten MIDI apparaten bestuurd kunnen
worden.Met wat experimenteren kunnen met &os; videobestanden en DVD's
afgespeeld worden. Er zijn minder programma's om video te
encoderen, te converteren en af te spelen dan er zijn voor audio.
Op het moment van schrijven is er bijvoorbeeld geen goed
hercoderingsprogramma in de &os; Portscollectie beschikbaar wat
gebruikt kan worden om tussen formaten onderling te converteren,
zoals mogelijk is met audio/sox. De software in dit
landschap is echter sterk aan verandering onderhevig.In dit hoofdstuk worden de stappen beschreven die uitgevoerd
moeten worden om een geluidskaart in te stellen. Bij de
installatie en instelling van X11 () is al
beschreven hoe videokaarten ingesteld kunnen worden, hoewel er
nog wel een aantal mogelijkheden zijn om het afspelen te
verbeteren.Na het lezen van dit hoofdstuk weet de lezer:Hoe een systeem zo in te stellen dat een geluidskaart
wordt herkend;Hoe getest kan worden of een kaart werkt;Hoe problemen op te lossen met betrekking tot
geluidsinstellingen;Hoe MP3's en andere audio af te spelen en te
maken;Hoe video wordt ondersteund door de X server;Welke video speler/encoderports goede resultaten
geven;Hoe DVD's, .mpg en
.avi bestanden af te spelen;Hoe de inhoud van CD's en DVD's naar bestanden geript kan
worden;Hoe een TV-kaart in te stellen;Hoe een scanner in te stellen.Er wordt aangenomen dat de lezer van dit hoofdstuk:Weet hoe een nieuwe kernel in te stellen en te
installeren ().Het proberen aan te koppelen van audio-CD's met
&man.mount.8; resulteert in ieder geval in een foutmelding en in
het ergste geval tot een kernel panic. Dat
type media heeft een formaat dat afwijkt van het gebruikelijke
ISO-bestandssysteem.MosesMooreGeschreven door MarcFonvieilleAangepast voor &os; 5.X door Geluidskaart installerenSysteem instellenPCIISAgeluidskaartenAlvorens te beginnen is het van belang te weten welk model
een geluidskaart is, welke chip erop wordt gebruikt en of het
een PCI of ISA kaart is. &os; ondersteunt vele PCI en ISA
kaarten. De ondersteunde audio-apparaten staan in een lijst in
de Hardware Notes.
In de Hardware Notes staat ook beschreven welk stuurprogramma
uw kaart ondersteunt.kernelinstellenOm een geluidsapparaat te gebruiken dient het juiste
apparaatstuurprogramma geladen te worden. Dit kan op twee
manieren. De meest eenvoudige manier is simpelweg een
kernelmodule te laden voor de gewenste geluidskaart met
&man.kldload.8;. Dit kan vanaf de commandoregel:&prompt.root; kldload snd_emu10k1Of door als volgt de juiste regel toe te voegen aan
/boot/loader.conf:snd_emu10k1_load="YES"De bovenstaande voorbeelden zijn voor een Creative
&soundblaster; Live! geluidskaart. De overige beschikbare
laadbare geluidsmodules staan beschreven in
/boot/defaults/loader.conf. Als niet
compleet duidelijk is welk stuurprogramma gebruikt dient te
worden, dan kan het met de module
snd_driver geprobeerd worden:&prompt.root; kldload snd_driverDit is een metastuurprogramma, dat in één
keer de meest voorkomende apparaatstuurprogramma's laadt.
Hiermee kan het zoeken naar het juiste stuurprogramma versneld
worden. Het is ook mogelijk om alle geluidsstuurprogramma's te
laden via de optie
/boot/loader.conf.Om uit te vinden welk stuurprogramma na het laden van het
metastuurprogramma snd_driver wordt
geladen kan de inhoud van het bestand
/dev/sndstat nagekeken worden met
cat /dev/sndstat.Een tweede mogelijkheid is ondersteuning voor een
geluidskaart statisch in de kernel te compileren. In de
onderstaande paragrafen staat meer informatie over hoe op die
manier ondersteuning voor hardware toegevoegd kan worden. Meer
informatie over het hercompileren van een kernel staat in .Aangepaste kernel maken met geluidsondersteuningEerst moet het stuurprogramma voor het audioraamwerk
&man.sound.4; aan de kernel toegevoegd worden. Daarvoor
dient het volgende te worden opgenomen in het bestand met
kernelinstellingen:device soundDaarna kan ondersteuning voor de specifieke geluidskaart
toegevoegd worden. Daarvoor moet bekend zijn welk
stuurprogramma de kaart ondersteunt. Dit kan opgezocht
worden in de lijst met ondersteunde audio-apparaten in de
Hardware Notes,
waar de correcte stuurprogramma's voor geluidskaarten
beschreven staan. Zo wordt een Creative &soundblaster; Live!
geluidskaart bijvoorbeeld ondersteund door het stuurprogramma
&man.snd.emu10k1.4;. Ondersteuning voor deze kaart kan als
volgt worden toegevoegd:device snd_emu10k1In de hulppagina voor een stuurprogramma staat welke
syntaxis gebruikt kan worden. De expliciete syntaxis voor de
kernelinstellingen voor elk ondersteund geluidsstuurprogramma
staat ook in /usr/src/sys/conf/NOTES.Voor niet-PnP ISA-geluidskaarten kan het nodig zijn dat de
kernel informatie gegeven moet worden over de instellingen
van de kaart (IRQ, I/O poort, enzovoort), zoals dat geldt voor
alle niet-PnP ISA-kaarten. Dit kan via het bestand
/boot/device.hints. Bij het starten van
een systeem leest de &man.loader.8; dat bestand uit en geeft
de instellingen door aan de kernel. Zo gebruikt een oude
Creative &soundblaster; 16 ISA niet-PnP-kaart het
stuurprogramma &man.snd.sbc.4; samen met
snd_sb16 en dient de volgende regel
toegevoegd te worden aan het kernelinstellingenbestand:device snd_sbc
device snd_sb16Daarnaast moet het volgende worden toegevoegd aan
/boot/device.hints:hint.sbc.0.at="isa"
hint.sbc.0.port="0x220"
hint.sbc.0.irq="5"
hint.sbc.0.drq="1"
hint.sbc.0.flags="0x15"In dit geval gebruikt de kaart I/O poort
0x220 en IRQ 5.De gebruikte syntaxis voor
/boot/device.hints staat beschreven in
de hulppagina &man.sound.4; en de hulppagina voor het
gevraagde stuurprogramma.De bovenstaande instellingen zijn de
standaardinstellingen. In sommige gevallen moeten IRQ of
andere instellingen gewijzigd worden om een apparaat juist te
laten werken. In &man.snd.sbc.4; staat meer informatie over
deze kaart.Geluidskaart testenNa het herstarten met de aangepaste kernel of na het laden
van de benodigde module, hoort de geluidskaart ongeveer als
volgt te verschijnen in de systeemberichtbuffer
(&man.dmesg.8;):pcm0: <Intel ICH3 (82801CA)> port 0xdc80-0xdcbf,0xd800-0xd8ff irq 5 at device 31.5 on pci0
pcm0: [GIANT-LOCKED]
pcm0: <Cirrus Logic CS4205 AC97 Codec>De status van de geluidskaart kan gecontroleerd worden via
het bestand /dev/sndstat:&prompt.root; cat /dev/sndstat
FreeBSD Audio Driver (newpcm)
Installed devices:
pcm0: <Intel ICH3 (82801CA)> at io 0xd800, 0xdc80 irq 5 bufsz 16384
kld snd_ich (1p/2r/0v channels duplex default)De uitvoer kan per systeem wat verschillen. Als er geen
apparaten pcm genoemd worden, dienen
eerdere stappen herzien te worden. Bekijk nogmaals de
instellingen van de kernel en bevestig dat het juiste
apparaatstuurprogramma was gekozen. Veel voorkomende problemen
staan beschreven in .Als het goed is werkt de geluidskaart nu. Als pinnen voor
audio-out van de CD-ROM- of DVD-ROM-drive juist zijn aangesloten
op de geluidskaart, dan kan er een CD in de drive gestopt worden
en kan deze met &man.cdcontrol.1; afgespeeld worden:&prompt.user; cdcontrol -f /dev/acd0 play 1Applicaties als audio/workman kunnen een
vriendelijker interface bieden. Wellicht is het handig om een
applicatie als audio/mpg123
te installeren om naar MP3 audiobestanden te luisteren.Een snelle manier om de kaart te testen is het als volgt
sturen van gegevens naar /dev/dsp:&prompt.user; cat bestandsnaam > /dev/dspbestandsnaam
kan ieder bestand zijn. Deze commandoregel hoort wat ruis te
maken, waardoor wordt bevestigd dat de geluidskaart echt werkt.Niveaus voor de geluidskaartmixer kunnen aangepast worden
met het commando &man.mixer.8;. Er staan meer details in
&man.mixer.8;.Bekende problemenapparaatknooppuntenI/O poortIRQDSPFoutOplossingsb_dspwr(XX) timed
outDe I/O poort is niet correct ingesteld.bad irq XXHet IRQ is niet correct ingesteld. Zorg dat het
ingestelde IRQ en het IRQ voor het geluid hetzelfde
zijn.xxx: gus pcm not attached, out of
memoryEr is niet genoeg geheugen beschikbaar om het
apparaat te gebruiken.xxx: can't open
/dev/dsp!Controleer fstat | grep dsp
of een ander programma het apparaat geopend heeft.
Bekende probleemgevallen zijn
esound en
KDE's
geluidsondersteuning.MunishChopraGeschreven door Meerdere geluidsbronnen gebruikenHet is vaak wenselijk om meerdere geluidsbronnen
tegelijkertijd af te kunnen spelen, zoals wanneer
esound of
artsd het delen van een
geluidsapparaat met een andere applicatie niet
ondersteunen.Met &os; kan dit met Virtuele
Geluidskanalen, die aangezet kunnen worden met de
faciliteit &man.sysctl.8;. Met virtuele kanalen kunnen het
afspelen van een geluidskaart gemultiplext worden door het
geluid in de kernel te mixen.
- Het aantal virtuele kanalen kan met twee sysctl knoppen
+ Het aantal virtuele kanalen kan met drie sysctl knoppen
als root als volgt ingesteld
worden:&prompt.root; sysctl dev.pcm.0.play.vchans=4
&prompt.root; sysctl dev.pcm.0.rec.vchans=4
&prompt.root; sysctl hw.snd.maxautovchans=4In het bovenstaande voorbeeld worden vier virtuele kanalen
toegewezen, wat in het dagelijks gebruik voldoende is. Zowel
dev.pcm.0.play.vchans=4 als
dev.pcm.0.rec.vchans=4 zijn het aantal
virtuele kanalen dat pcm0 heeft voor
afspelen en opnemen, en zijn instelbaar als een apparaat is aangesloten.
In hw.snd.maxautovchans staat het aantal
virtuele kanalen dat aan een nieuw audio-apparaat wordt gegeven
als het wordt aangesloten met &man.kldload.8;. Omdat de module
pcm onafhankelijk van de hardware
stuurprogramma's geladen kan worden, kan in
hw.snd.maxautovchans opgeslagen worden
hoeveel virtuele kanalen apparaten die later worden aangesloten
krijgen. Voor meer informatie wordt naar &man.pcm.4; verwezen.Het aantal virtuele kanalen voor een apparaat kan niet
gewijzigd worden als het in gebruik is. Sluit eerst alle
programma's die het apparaat gebruiken, zoals muziekspelers
of geluidsdaemons.Als er geen gebruik wordt gemaakt van &man.devfs.5;, dan
moeten applicaties wijzen naar
/dev/dsp0.x,
waar x tussen 0 en 3 ligt als
dev.pcm.0.rec.vchans is ingesteld op 4, zoals
in het bovenstaande voorbeeld. Op een systeem waar
&man.devfs.5; wordt gebruikt, wordt het voorgaande voor een
programma dat om /dev/dsp0 vraagt
automatisch transparant gealloceerd.JosefEl-RayesGeschreven door Standaardwaarden voor mixerkanalen instellenDe standaardwaarden voor de mixerkanalen zijn ingesteld in
de broncode van het stuurprogramma &man.pcm.4;. Er zijn vele
applicaties en daemons waarmee waarden voor de mixer ingesteld
en onthouden kunnen worden en iedere keer bij het starten
weer kunnen worden ingesteld, maar dit is geen nette
oplossing. Het is mogelijk om de standaardwaarden in te
stellen op het niveau van het stuurprogramma — dit wordt
bereikt door de gewenste waarden in te stellen in
/boot/device.hints, bijvoorbeeld:hint.pcm.0.vol="50"Met de bovenstaande instelling wordt het volume van een
kanaal standaard op 50 ingesteld bij het laden van de module
&man.pcm.4;.ChernLeeGeschreven door MP3 audioMet MP3 (MPEG Layer 3 Audio) kan geluid bijna in CD-kwaliteit
weergegeven worden en dus is er een goede reden om dit vooral
niet na te laten op een &os; werkstation.MP3 spelersVerreweg de meest populaire X11 MP3 speler is
XMMS (X Multimedia Systeem).
In XMMS kunnen
Winamp skins gebruikt worden, omdat
de GUI vrijwel gelijk is aan die van Nullsoft's
Winamp.
XMMS heeft ook een eigen plug-in
ondersteuning.XMMS kan geïnstalleerd
worden via de multimedia/xmms port of
pakket.De interface van XMMS is
intuïtief met een afspeellijst, grafische equalizer en
meer. Gebruikers die bekend zijn met
Winamp vinden
XMMS vast eenvoudig te
gebruiken.De port audio/mpg123 is
een alternatieve MP3-speler die gebruik maakt van de
commandoregel.mpg123 werkt door het
geluidsapparaat en het MP3-bestand aan te geven op de
commandoregel. Aangenomen dat uw audio-apparaat
/dev/dsp1.0 is en u het MP3-bestand
Foobar-GreatestHits.mp3 wilt afspelen,
zou u het volgende opgeven:&prompt.root; mpg123 -a /dev/dsp1.0Foobar-GreatestHits.mp3
High Performance MPEG 1.0/2.0/2.5 Audio Player for Layer 1, 2 and 3.
Version 0.59r (1999/Jun/15). Written and copyrights by Michael Hipp.
Uses code from various people. See 'README' for more!
THIS SOFTWARE COMES WITH ABSOLUTELY NO WARRANTY! USE AT YOUR OWN RISK!
Playing MPEG stream from Foobar-GreatestHits.mp3 ...
MPEG 1.0 layer III, 128 kbit/s, 44100 Hz joint-stereoCD audio tracks rippenVoordat een CD of een CD track naar MP3 ge-encodeerd kan
worden moeten de audiogegevens naar de harde schijf geript
worden. Dit gaat door de ruwe CDDA (CD Digital Audio) gegevens
naar WAV-bestanden te kopiëren.Het hulpprogramma cdda2wav, dat
onderdeel is van de suite sysutils/cdrtools, kan gebruikt
worden om audio-informatie en de daarbij behorende informatie
van CD's te rippen.Als de audio CD in de drive zit, kan het volgende commando
als root uitgevoerd worden om een hele CD
naar individuele (per track) WAV-bestanden te rippen:&prompt.root; cdda2wav -D 0,1,0 -Bcdda2wav ondersteunt ATAPI (IDE)
CD-ROM-drives. Om van een IDE drive te rippen, dient de
apparaatnaam aangegeven te worden in plaats van de SCSI
eenheidsnummers. Om bijvoorbeeld track 7 van een IDE drive te
rippen:&prompt.root; cdda2wav -D /dev/acd0 -t 7De optie
geeft het
SCSI apparaat 0,1,0 aan, dat
overeenkomt met de uitvoer van cdrecord
-scanbus.Om individuele tracks te rippen kan gebruik gemaakt worden
van de optie :&prompt.root; cdda2wav -D 0,1,0 -t 7In het bovenstaande voorbeeld wordt track 7 van de audio
CD geript. Om een reeks tracks te rippen, bijvoorbeeld van
1 tot 7, kan een reeks opgegeven worden:&prompt.root; cdda2wav -D 0,1,0 -t 1+7Ook het hulpprogramma &man.dd.1; kan gebruikt worden om
audio tracks van ATAPI drives af te halen. Deze mogelijkheid
wordt beschreven in .MP3's encoderenTegenwoordig is de MP3 encoder
lame.
Lame staat in
audio/lame in de
portsstructuur.Met de geripte WAV-bestanden converteert het volgende
commando
audio01.wav naar
audio01.mp3:&prompt.root; lame -h -b 192 \
--tt "Foo Titel" \
--ta "FooBar Artiest" \
--tl "FooBar Album" \
--ty "2005" \
--tc "Geript en encoded door Foo" \
--tg "Genre" \
audio01.wav audio01.mp3192 kbits lijkt de standaard bitrate voor MP3 te zijn.
Het is ook mogelijk 128 of 160 of andere bitrates te gebruiken.
Hoe hoger de bitrate, hoe meer schijfruimte de uiteindelijke
MP3-bestanden gebruiken, maar ook de kwaliteit wordt dan hoger.
Met de optie wordt de modus hogere
kwaliteit, maar iets langzamer ingeschakeld. Met de
opties vanaf worden de ID3 tags ingegeven,
die meestal informatie over een nummer bevatten en onderdeel
uitmaken van het MP3-bestand. In de hulppagina voor
lame staan nog meer opties die
gebruikt kunnen worden bij het encoderen beschreven.MP3's decoderenOm een CD te kunnen branden van MP3's, moeten ze omgezet
worden naar een niet gecomprimeerd WAV-formaat. Zowel
XMMS als
mpg123 ondersteunen de uitvoer van
MP3 naar een niet gecomprimeerd bestandsformaat.Naar schijf schrijven met
XMMS:Start XMMS;Klik rechts op het venster om het
XMMS menu te zien;Selecteer Preference onder
Options;Wijzig de Output Plugin naar Disk Writer
Plugin;Klik Configure;Voer een map in (of kies browse) waar de
ongecomprimeerde bestanden naar toe geschreven moeten
worden;Laad de MP3-bestanden zoals gewoonlijk in
XMMS, met het volume op 100% en
de EQ instellingen uitgeschakeld;Klik Play.
XMMS lijkt nu de MP3 af te
spelen, maar er is geen muziek te horen. Nu wordt
feitelijk de MP3 afgespeeld naar een bestand;Zorg ervoor dat de standaard Output Plugin wordt
teruggezet naar hoe de instellingen waren om weer naar
MP3's te kunnen luisteren.Schrijven naar stdout vanuit
mpg123:Voer mpg123 -s audio01.mp3
> audio01.pcm uit.XMMS schrijft een bestand in het
WAV-formaat, terwijl mpg123 de MP3
converteert naar ruwe PCM audio data. Beide formaten kunnen
gebruikt worden met cdrecord om
audio CD's te maken. Met &man.burncd.8; moeten ruwe
PCM-bestanden gebruikt worden. Als er WAV-bestanden worden
gebruikt, is er een tikgeluid te horen bij het begin van
iedere track. Dit is het geluid van de kop van ieder
WAV-bestand. Met het hulpprogramma
SoX kan de kop van WAV-bestanden
verwijderd worden. Dit programma kan geïnstalleerd worden
met de port of pakket audio/sox&prompt.user; sox -t wav -r 44100 -s -w -c 2 track.wav track.rawIn staat meer informatie over
het gebruiken van een CD-brander in &os;.RossLippertGeschreven door Video afspelenVideo afspelen is een relatief nieuwe en zich snel
ontwikkelende richting voor applicaties. In tegenstelling tot
voor audio werkt alles hier niet zo soepel.Voor er wordt begonnen is het van belang te weten welk
model videokaart zich in een systeem bevindt en welke chip die
gebruikt. Hoewel &xorg; en
&xfree86; vele videokaarten
ondersteunen, zijn er veel minder geschikt om goed video mee af
te spelen. Er kan een lijst met ondersteunde extensies getoond
worden voor X server met de gebruikte videokaart door het
commando &man.xdpyinfo.1; uit te voeren terwijl X11
draait.Het is verstandig een kort MPEG-bestand beschikbaar te
hebben dat gebruikt kan worden als testbestand voor het
evalueren van de spelers en hun opties. Omdat sommige
DVD-spelers standaard zoeken naar DVD media in
/dev/dvd of deze apparaatnaam standaard in
de broncode hebben staan, is het wellicht verstandig om een
symbolische link te maken naar de juiste apparaten:&prompt.root; ln -sf /dev/acd0 /dev/dvd
&prompt.root; ln -sf /dev/acd0 /dev/rdvdVanwege de werking van &man.devfs.5;, blijven handmatig
aangemaakte links niet bestaan als een systeem wordt herstart.
Om automatisch symbolische links aan te laten maken als een
systeem start, kunnen de volgende regels toegevoegd worden aan
/etc/devfs.conf:link acd0 dvd
link acd0 rdvdDaarnaast zijn voor het decoderen van DVD, waarvoor
bijzondere DVD-ROM functies aangeroepen worden, schrijfrechten
op de DVD-apparaten nodig.Om de gedeeld-geheugeninterface van X11 te verbeteren,
wordt aangeraden dat een aantal variabelen van &man.sysctl.8;
worden verhoogd:kern.ipc.shmmax=67108864
kern.ipc.shmall=32768Videomogelijkheden vaststellenXVideoSDLDGAEr zijn een aantal methoden om video weer te geven onder
X11. Welke echt werkt, is voornamelijk afhankelijk van de
gebruikte hardware. Iedere hieronder beschreven methode geeft
andere resultaten op andere hardware. De laatste tijd krijgt
het renderen van video in X11 veel aandacht en bij iedere
versie van &xorg; of
&xfree86; kan er een aanzienlijke
verbetering zijn.Een lijst van veel gebruikte video-interfaces:X11: normale X11 uitvoer met gebruikmaking van gedeeld
geheugen;XVideo: een uitbreiding op de X11 interface die video
in een door X11 getekend object ondersteunt;SDL: de Simple Directmedia Layer;DGA: de Direct Graphics Access;SVGAlib: low level console grafische laag.XVideo&xorg; en
&xfree86; 4.X kennen een
uitbreiding XVideo, ook bekend als
Xvideo, Xv of xv, waarmee video direct weergegeven kan worden
in getekende objecten door een speciale versneller. Deze
uitbreiding geeft een goede afspeelkwaliteit, zelfs op
machines met mindere specificaties.Of de uitbreiding actief is, kan gecontroleerd worden met
het commando xvinfo:&prompt.user; xvinfoXVideo wordt ondersteund als de uitvoer er ongeveer als
volgt uitziet:X-Video Extension version 2.2
screen #0
Adaptor #0: "Savage Streams Engine"
number of ports: 1
port base: 43
operations supported: PutImage
supported visuals:
depth 16, visualID 0x22
depth 16, visualID 0x23
number of attributes: 5
"XV_COLORKEY" (range 0 to 16777215)
client settable attribute
client gettable attribute (current value is 2110)
"XV_BRIGHTNESS" (range -128 to 127)
client settable attribute
client gettable attribute (current value is 0)
"XV_CONTRAST" (range 0 to 255)
client settable attribute
client gettable attribute (current value is 128)
"XV_SATURATION" (range 0 to 255)
client settable attribute
client gettable attribute (current value is 128)
"XV_HUE" (range -180 to 180)
client settable attribute
client gettable attribute (current value is 0)
maximum XvImage size: 1024 x 1024
Number of image formats: 7
id: 0x32595559 (YUY2)
guid: 59555932-0000-0010-8000-00aa00389b71
bits per pixel: 16
number of planes: 1
type: YUV (packed)
id: 0x32315659 (YV12)
guid: 59563132-0000-0010-8000-00aa00389b71
bits per pixel: 12
number of planes: 3
type: YUV (planar)
id: 0x30323449 (I420)
guid: 49343230-0000-0010-8000-00aa00389b71
bits per pixel: 12
number of planes: 3
type: YUV (planar)
id: 0x36315652 (RV16)
guid: 52563135-0000-0000-0000-000000000000
bits per pixel: 16
number of planes: 1
type: RGB (packed)
depth: 0
red, green, blue masks: 0x1f, 0x3e0, 0x7c00
id: 0x35315652 (RV15)
guid: 52563136-0000-0000-0000-000000000000
bits per pixel: 16
number of planes: 1
type: RGB (packed)
depth: 0
red, green, blue masks: 0x1f, 0x7e0, 0xf800
id: 0x31313259 (Y211)
guid: 59323131-0000-0010-8000-00aa00389b71
bits per pixel: 6
number of planes: 3
type: YUV (packed)
id: 0x0
guid: 00000000-0000-0000-0000-000000000000
bits per pixel: 0
number of planes: 0
type: RGB (packed)
depth: 1
red, green, blue masks: 0x0, 0x0, 0x0Sommige van de weergegeven formaten (YUV2, YUV12,
enzovoort) zijn niet in iedere implementaties van XVideo
beschikbaar en hun afwezigheid kan sommige spelers
hinderen.Als het resultaat er als hieronder uitziet, is er geen
ondersteuning voor XVideo aanwezig op de videokaart in een
systeem:X-Video Extension version 2.2
screen #0
no adaptors presentAls XVideo voor een kaart niet wordt ondersteund, dan
betekent dat alleen dat het lastiger wordt om op een
beeldscherm aan de vereisten voor het renderen van video te
voldoen. Afhankelijk van de videokaart en de processor kan
het toch nog mogelijk zijn om acceptabele prestaties neer te
zetten. In staan
verwijzingen naar leesvoer over mogelijkheden voor het
verbeteren van prestaties.Eenvoudige Directmedia LaagDe Eenvoudige Directmedia Laag (Simple Directmedia
Layer), SDL, was bedoeld als een porting-laag tussen
µsoft.windows;, BeOS en &unix;, waardoor cross-platform
toepassingen konden worden ontwikkeld die efficiënt
gebruik maken van geluid en beelden. De SDL laag biedt een
abstractie op laag niveau naar de hardware die soms
efficiënter kan zijn dan de X11 interface.De SDL staat in devel/sdl12.Directe Grafische ToegangDirecte Grafische Toegang (Direct Graphics Access) is een
X11 uitbreiding die een programma in staat stelt voorbij te
gaan aan de X server en de framebuffer direct kan wijzigen.
Omdat hij afhankelijk is van geheugenmapping op een laag
niveau om dit delen uit te voeren, moeten programma's die er
gebruik van maken als root
draaien.De DGA uitbreiding kan getest en gebenchmarkt worden met
&man.dga.1;. Als dga draait, verandert
het de kleuren op een scherm als er een toets wordt
ingedrukt. Om te stoppen kan de toets q
gebruikt worden.Ports en pakketten met videovideopoortenvideopakkettenIn dit onderdeel wordt de software die vanuit de &os;
Portscollectie beschikbaar is voor het afspelen van video
beschreven. Het afspelen van video is een tak van
softwareontwikkeling die erg in beweging is en de mogelijkheden
van de verschillende applicaties verschillen zeer
waarschijnlijk van wat hier is beschreven.Als eerste is het belangrijk om te weten dat veel
applicaties die met video te maken hebben en op &os; draaien
ontwikkeld zijn als &linux; applicaties. Veel van die
applicaties zijn op het moment van schrijven van
beta-kwaliteit. Problemen die te verwachten zijn bij het
gebruik van de beschreven videopakketten op &os; zijn:Een applicatie kan geen bestanden afspelen die zijn
gemaakt met een andere applicatie;Een applicatie kan geen bestanden afspelen die met de
applicatie zelf zijn gemaakt;Dezelfde applicatie, op twee verschillende machines
gebouwd, speelt hetzelfde bestand op twee machines anders
af;Een ogenschijnlijk triviale filter, zoals het herschalen
van beeldgrootte, kan resulteren in vreselijk vervelende
artefacten door fouten in de routine voor het
herschalen;Een applicatie dumpt zijn core regelmatig;Documentatie wordt niet geïnstalleerd bij de port
en staat op het web of in de map work van de port.Veel van deze applicaties kunnen ook
Linux-ismes vertonen. Zo kunnen er bijvoorbeeld
problemen ontstaan door de wijze waarop standaard bibliotheken
zijn geïmplementeerd in de &linux; distributies of een
aantal van de mogelijkheden van de &linux;-kernel, waarvan
door de makers van de applicatie wordt aangenomen dat ze
aanwezig zijn. Dit soort problemen zijn niet altijd zichtbaar
en er wordt ook omheen gewerkt door de beheerders van ports,
wat tot de volgende mogelijke problemen kan leiden:Het gebruik van /proc/cpuinfo om
processorkarakteristieken uit te lezen;Het verkeerd gebruiken van threads, waardoor een
programma hangt als het klaar is, in plaats van dat het
echt eindigt;Software die nog niet in de &os; Portscollectie zit en
vaak gebruikt wordt samen met een applicatie die daar wel
onderdeel van uitmaakt.Tot nu toe is gebleken dat de ontwikkelaars van applicaties
wel coöperatief waren met de beheerders van ports om zo
het aantal work-arounds dat nodig was voor het overzetten tot
een minimum te beperken.MPlayerMPlayer is een zich snel
ontwikkelende videospeler. De doelen van het
MPlayer-team zijn snelheid en
flexibiliteit onder &linux; en andere Unices. Het project is
gestart toen de oprichter van het team genoeg had van de
slechte afspeelprestaties van de destijds beschikbare
spelers. Er zijn mensen die zeggen dat het grafische ontwerp
is opgeofferd voor het stroomlijnen van het ontwerp, maar het
blijkt dat, als een gebruiker gewend is aan de
commandoregelopties en de toetsencommando's, de applicatie
erg goed werkt.MPlayer bouwenMPlayermakenMPlayer staat in multimedia/mplayer.
MPlayer voert een aantal
hardwarecontroles uit tijdens het bouwen, wat resulteert in
een binair bestand dat niet van het ene naar het andere
systeem verplaatst kan worden. Daarom is het van belang
dat het uit de ports wordt gebouwd en niet als binair
pakket wordt geïnstalleerd. Daarnaast staan er ook
nog opties die vanaf de make
commandoregel meegegeven kunnen worden beschreven in de
Makefile en aan het begin van de
build:&prompt.root; cd /usr/ports/multimedia/mplayer
&prompt.root; make
N - O - T - E
Take a careful look into the Makefile in order
to learn how to tune mplayer towards you personal preferences!
For example,
make WITH_GTK1
builds MPlayer with GTK1-GUI support.
If you want to use the GUI, you can either install
/usr/ports/multimedia/mplayer-skins
or download official skin collections from
http://www.mplayerhq.hu/homepage/dload.htmlDe standaard portopties zijn voor de meeste gebruikers
voldoende. Maar als bijvoorbeeld de XviD codec nodig is,
dan moet de optie WITH_XVID op de
commandoregel meegegeven worden. Het standaard
DVD-apparaat kan ook gedefinieerd worden met de optie
WITH_DVD_DEVICE, waarbij standaard
/dev/acd0 wordt gebruikt.Op het moment van schrijven wordt de
MPlayer port gebouwd met de HTML
documentatie en twee uitvoerbare bestanden,
mplayer en mencoder,
wat een hulpmiddel is voor het opnieuw encoderen van
video.De HTML documentatie voor
MPlayer is erg informatief. Als
de lezer vindt dat er informatie over videohardware en
interfaces in dit hoofdstuk mist, dan is de documentatie
van MPlayer een zeer grondige
aanvulling. Het is de moeite waard de tijd te nemen om de
documentatie van MPlayer te
lezen, als meer informatie over de ondersteuning van video
in &unix; welkom is.MPlayer gebruikenMPlayergebruikenIedere gebruiker van MPlayer
dient een submap .mplayer in zijn
thuismap te hebben. Die kan als volgt gemaakt
worden:&prompt.user; cd /usr/ports/multimedia/mplayer
&prompt.user; make install-userDe commando-opties voor mplayer
staan in de hulppagina. Nog meer details staan in de HTML
documentatie. In dit onderdeel worden slechts een aantal
gebruiksmogelijkheden beschreven.Om een bestand als
testbestand.avi
af te spelen met een van de beschikbare video-interfaces,
kan de optie gebruikt worden:&prompt.user; mplayer -vo xv testbestand.avi&prompt.user; mplayer -vo sdl testbestand.avi&prompt.user; mplayer -vo x11 testbestand.avi&prompt.root; mplayer -vo dga testbestand.avi&prompt.root; mplayer -vo 'sdl:dga' testbestand.aviHet is de moeite waard alle bovenstaande opties uit te
proberen omdat hun relatieve prestatie afhangt van vele
factoren die aanzienlijk verschillen tussen
hardware.Om een DVD af te spelen dient
testbestand.avi
vervangen te worden door
waar
N het titelnummer is dat
afgespeeld moeten worden en
APPARAAT het
apparaatknooppunt is voor de DVD-ROM. Om bijvoorbeeld titel
3 van /dev/dvd af te spelen:&prompt.root; mplayer -vo xv dvd://3 -dvd-device /dev/dvdHet standaard DVD-apparaat kan ingesteld worden bij
het bouwen van de MPlayer port
met de optie WITH_DVD_DEVICE.
Standaard is dit apparaat /dev/acd0.
Meer details staan in de Makefile
van de port.Om te stoppen, pauzeren, verder te spoelen, enzovoort,
kunnen de toetsendefinities gebruikt worden, die in te zien
zijn door mplayer -h uit te voeren of
de hulppagina te lezen.Overige belangrijke opties voor het afspelen zijn:
, waarmee het volledige scherm
wordt gebruikt, en , die
prestatieverhogend werkt.Om ervoor te zorgen dat de commandoregels niet te lang
worden, kan het bestand
.mplayer/config met
voorkeursinstellingen gemaakt worden:vo=xv
fs=yes
zoom=yesTenslotte kan mplayer gebruikt
worden om een DVD naar een bestand van het type
.vob te rippen. Om de tweede titel
van een DVD de dumpen kan het volgende commando gebruikt
worden:&prompt.root; mplayer -dumpstream -dumpfile out.vob dvd://2 -dvd-device /dev/dvdHet uitvoerbestand out.vob, is
van het type MPEG en kan bewerkt worden met andere in dit
onderdeel besproken programma's.mencodermencoderVoordat mencoder wordt gebruikt, is
het verstandig de opties uit de HTML-documentatie te
bekijken. Er is een hulppagina, maar die is niet echt
bruikbaar zonder de HTML-documentatie. Er zijn ontelbare
mogelijkheden om de kwaliteit te verhogen, de bitrate te
verlagen en formaten te wijzigen en een aantal van die
truuks maken het verschil tussen goede en slechte
prestaties. Hieronder staan een aantal voorbeelden
beschreven. Eerst een eenvoudige kopie:&prompt.user; mencoder invoer.avi -oac copy -ovc copy -o uitvoer.aviVerkeerde combinaties van commandoregelopties kunnen
resulteren in uitvoerbestanden die zelfs niet af te spelen
zijn door mplayer. Daarom wordt
aangeraden om het bij de optie
in
mplayer te houden als het alleen maar
nodig is een bestand te rippen.Om invoer.avi
te converteren naar de MPEG4-codec met MPEG3-audio
encodering (audio/lame
is verplicht):&prompt.user; mencoder invoer.avi -oac mp3lame -lameopts br=192 \
-ovc lavc -lavcopts vcodec=mpeg4:vhq -o utvoer.aviHiermee wordt uitvoer gemaakt die af te spelen is met
mplayer en
xine.invoer.avi
kan worden vervangen door en als root
gedraaid worden om een DVD-titel direct te hercoderen.
Omdat het waarschijnlijk is dat de eerste experimenten niet
direct tevredenstellend zijn, wordt aangeraden een titel
eerst naar een bestand te dumpen en dat als werkbestand te
gebruiken.xine videospelerDe xine videospeler is een
project met een brede scope, dat niet alleen tracht een
allesomvattende video-oplossing te bieden, maar ook probeert
een herbruikbare basisbibliotheek en een modulair uitvoerbaar
bestand te maken dat uitgebreid kan worden met plug-ins. Het
kan als pakket en port geïnstalleerd worden uit
multimedia/xine.De xine speler heeft nog wat
ruwe randjes, maar is zeker goed van start gegaan. In de
praktijk heeft xine een snelle CPU
met een snelle videokaart of ondersteuning voor de XVideo
extensie nodig. De GUI is bruikbaar, maar wat
onhandig.Op het moment van schrijven wordt er geen invoermodule
bij xine geleverd waarmee CSS
gecodeerde DVD's afgespeeld kunnen worden. Er zijn er die
door andere partijen zijn gebouwd die dat type modules wel
hebben, maar die zijn niet beschikbaar in de &os;
Portscollectie.Vergeleken met MPlayer, doet
xine meer voor de gebruiker, maar
tegelijkertijd neemt het wat van de
fijnafstellingsmogelijkheden weg. De videospeler
xine werkt het beste op
XVideo-interfaces.Standaard start de xine speler
op in een grafische gebruikersinterface. Via het menu kan
een specifiek bestand geopend worden:&prompt.user; xineHet is ook mogelijk om zonder de GUI direct een bestand
af te laten spelen:&prompt.user; xine -g -p mijnfilm.avitranscode
hulpprogramma'sDe software transcode is geen
speler, maar een verzameling hulpprogramma's voor het
hercoderen van video- en audiobestanden. Met
transcode wordt het mogelijk om
videobestanden samen te voegen, kapotte bestanden te
repareren en commandoregelprogramma's te gebruiken met
stdin/stdout stream interfaces.Tijdens het bouwen van de port multimedia/transcode kan een
groot aantal opties opgegeven worden en de volgende
commandoregel wordt geadviseerd om
transcode te bouwen:&prompt.root; make WITH_OPTIMIZED_CFLAGS=yes WITH_LIBA52=yes WITH_LAME=yes WITH_OGG=yes \
WITH_MJPEG=yes -DWITH_XVID=yesDe geadviseerde instellingen zijn toereikend voor de
meeste gebruikers.Om de mogelijkheden van transcode te
illustreren volgt nu een voorbeeld van hoe een DivX-bestand
om te zetten in een PAL MPEG-1-bestand (PAL VCD):&prompt.user; transcode -i invoer.avi -V --export_prof vcd-pal -o uitvoer_vcd
&prompt.user; mplex -f 1 -o uitvoer_vcd.mpg uitvoer_vcd.m1v uitvoer_vcd.mpaHet resulterende MPEG-bestand,
uitvoer_vcd.mpg,
is klaar om afgespeeld te worden met
MPlayer. Het kan ook op een CD-R
gebrand worden om er een Video-CD mee te maken. In dat geval
is het nodig om de programma's multimedia/vcdimager en sysutils/cdrdao te
installeren.Er is een hulppagina voor transcode,
maar kijk ook op transcode
wiki voor meer informatie en voorbeelden.Als de twee vergeleken worden, draait
transcode aanzienlijk langzamer dan
mencoder, maar is de kans wel groter dat
er een bestand uit komt dat op de meeste spelers afgespeeld
kan worden. MPEG-bestanden die met
transcode zijn gemaakt, zijn bijvoorbeeld
al afgespeeld op &windows.media;
Player en Apple's
&quicktime;.Verder lezenDe beschikbare videosoftware pakketten voor &os; zijn fors
in ontwikkeling. Het is goed mogelijk dat in de nabije
toekomst de meeste problemen die hier aan de kaak zijn gesteld,
zijn opgelost. Intussen kunnen zij die het hoogst haalbare uit
de A/V mogelijkheden voor &os; willen halen, dat het beste
doen door wat beschikbaar is bij elkaar te scharrelen uit de
beschikbare FAQ's and tutorials en meerdere programma's
gebruiken. Het doel van deze paragraaf is de lezer wat
richting te geven op dat vlak.De MPlayer
documentatie is technisch erg informatief. Deze
documenten kunnen het beste bekeken worden door iemand die veel
kennis wil opdoen over video in &unix;. Op de
MPlayer mailinglijst wordt het niet
op prijs gesteld als iemand de documentatie niet heeft gelezen,
dus het is verstandig RTFM in gedachten te houden alvorens
bug rapportages naar ze te mailen.De xine
HOWTO bevat een hoofdstuk over het verbeteren van
prestaties, dat op alle spelers van toepassing is.Tenslotte zijn er nog een aantal veelbelovende applicaties
die het proberen waard zijn:Avifile
bestaat ook als port: multimedia/avifile;Ogle
is er ook als port: multimedia/ogle;Xtheater;multimedia/dvdauthor, een open
source pakket voor authoring van DVD content.JosefEl-RayesOorspronkelijk geschreven door MarcFonvieilleVerbeterd en aangepast door TV-kaarten installerenTV-kaartenInleidingMet TV-kaarten is het mogelijk om naar (kabel)uitzendingen
te kijken op een computer. Op de meeste kaarten kan composiet
video aangeleverd worden via een RCA of S-video input en
sommige kaarten hebben ook een FM tuner.&os; biedt ondersteuning voor PCI-gebaseerde TV-kaarten met
een Brooktree Bt848/849/878/879 of een Conexant CN-878/Fusion
878a Video Capture Chip met het stuurprogramma &man.bktr.4;.
Het is van belang dat er op de kaart ook een ondersteunde
tuner zit. Hiervoor kan &man.bktr.4; geraadpleegd worden,
waarin een lijst met ondersteunde tuners staat.Stuurprogramma toevoegenVoordat de kaart gebruikt kan worden, dient het
stuurprogramma &man.bktr.4; geladen te worden. Dit kan door
de volgende regel aan /boot/loader.conf
toe te voegen:bktr_load="YES"Daarnaast is het ook mogelijk om statisch ondersteuning
voor de TV-kaart in de kernel te compileren. Dan dient de
volgende regel toegevoegd te worden aan de
kernelinstellingen:device bktr
device iicbus
device iicbb
device smbusDe extra stuurprogramma's zijn nodig omdat de
kaartcomponenten verbonden zijn via een I2C bus. Met deze
instellingen kan een nieuwe kernel gebouwd en
geïnstalleerd worden.Als een systeem eenmaal ondersteuning biedt, hoort de
TV-kaart ongeveer als volgt bij een herstart getoond te
worden:bktr0: <BrookTree 848A> mem 0xd7000000-0xd7000fff irq 10 at device 10.0 on pci0
iicbb0: <I2C bit-banging driver> on bti2c0
iicbus0: <Philips I2C bus> on iicbb0 master-only
iicbus1: <Philips I2C bus> on iicbb0 master-only
smbus0: <System Management Bus> on bti2c0
bktr0: Pinnacle/Miro TV, Philips SECAM tuner.Deze berichten kunnen afwijken, afhankelijk van de
gebruikte hardware. Het is van belang te controleren of de
tuner juist herkend wordt; er kunnen nog een aantal
instellingen gemaakt worden voor parameters met &man.sysctl.8;
MIB's en in het kernelinstellingenbestand. Om bijvoorbeeld het
gebruik van een Philips SECAM tuner te forceren, kan de
volgende regel aan het bestand met kernelinstellingen worden
toegevoegd:options OVERRIDE_TUNER=6Dit kan ook via een instelling van &man.sysctl.8;:&prompt.root; sysctl hw.bt848.tuner=6In de hulppagina voor &man.bktr.4; en
/usr/src/sys/conf/NOTES staan meer details
over de beschikbare opties.Handige programma'sOm een TV-kaart te gebruiken, dient een van de volgende
applicaties geïnstalleerd te worden:multimedia/fxtv
biedt TV-in-een-window en beeld/audio/videocapture
mogelijkheden;multimedia/xawtv
is ook een TV applicatie met dezelfde mogelijkheden als
fxtv;misc/alevt
decodeert Videotext/Teletext en kan deze weergeven;audio/xmradio, een
applicatie om de FM-tuner die bij sommige TV-kaarten zit te
gebruiken;audio/wmtune, een
handige bureaubladapplicatie voor radiotuners.Er zijn nog meer applicaties beschikbaar in de
Portscollectie.Problemen oplossenBij problemen met een TV-kaart dient eerst gecontroleerd te
worden of de videocapture chip en de tuner echt ondersteund
worden door het stuurprogramma &man.bktr.4; en of de juiste
instellingen worden gebruikt. Voor meer ondersteuning en
vragen over een specifieke TV-kaart is het aan te raden de
archieven van de &a.multimedia.name; mailinglijst te
raadplegen of er contact mee op te nemen.MarcFonvieilleGeschreven door ScannersscannersInleidingIn &os; is toegang tot scanners mogelijk met
SANE (Scanner Access Now
Easy) API uit de &os; Portscollectie.
SANE gebruikt ook een aantal &os;
apparaatstuurprogramma's om toegang te krijgen tot de hardware
van de scanner.&os; ondersteunt SCSI en USB scanners. Het is van belang te
controleren of een scanner door SANE
wordt ondersteund voordat er instellingen worden gemaakt.
SANE heeft een lijst met ondersteunde
apparaten waarin gekeken kan worden of een scanner
wordt ondersteund en wat de status voor ondersteuning is. Op systemen
van vóór &os; 8.X staat in de handleidingpagina van
&man.uscanner.4; een lijst met ondersteunde USB-scanners.Kernel instellenZoals hierboven al is aangegeven, worden zowel SCSI als
USB-scanners ondersteund. Afhankelijk van de gebruikte
scannerinterface zijn verschillende apparaatstuurprogramma's
nodig.USB-interfaceIn de GENERIC kernel zitten
standaard de apparaatstuurprogramma's die nodig zijn voor
ondersteuning van USB-scanners. In het geval wordt besloten
tot het maken van een aangepaste kernel, dan dienen de
volgende regels in het kernelinstellingenbestand te worden
opgenomen:device usb
device uhci
device ohci
device uscanner
device ehciOp systemen van vóór &os; 8.X is de volgende
regel ook nodig:device uscannerOp deze versies van &os; biedt het apparaat &man.uscanner.4;
ondersteuning voor de USB-scanners. Sinds &os; 8.0 ondersteunt
de bibliotheek &man.libusb.3; dit direct.Na een herstart met de juiste kernel kan de USB-scanner
aangesloten worden. Een regel die de detectie van uw scanner
aangeeft zou in de berichtenbuffer van het systeem
(&man.dmesg.8;) moeten verschijnen:ugen0.2: <EPSON> at usbus0Of op een &os; 7.X systeem:uscanner0: EPSON EPSON Scanner, rev 1.10/3.02, addr 2Deze berichten geven aan dat de scanner òfwel
/dev/ugen0.2 òf
/dev/uscanner0 als apparaatknooppunt
gebruikt afhankelijk van de versie van &os; die we draaien. Voor dit
voorbeeld was een &epson.perfection; 1650 USB-scanner
gebruikt.SCSI interfaceAls een scanner een SCSI interface heeft, is het
belangrijk te weten welk SCSI controllerbord gebruikt gaat
worden. Afhankelijk van de gebruikte SCSI chipset, dient het
bestand met kernelinstellingen aangepast te worden. De
GENERIC kernel ondersteunt de meest
voorkomende SCSI controllers. In het bestand
NOTES is de juiste instelling te vinden
die toegevoegd moet worden aan het bestand met
kernelinstellingen. Naast het toevoegen van het juiste
SCSI-adapter stuurprogramma, dienen ook de volgende regels
opgenomen te worden in het kernelinstellingenbestand:device scbus
device passAls de kernel juist gecompileerd en geïnstalleerd is,
horen de apparaten tijdens het opstarten zichtbaar te zijn in
de systeemberichtbuffer:pass2 at aic0 bus 0 target 2 lun 0
pass2: <AGFA SNAPSCAN 600 1.10> Fixed Scanner SCSI-2 device
pass2: 3.300MB/s transfersAls een scanner niet aan staat tijdens het opstarten, is
het nog mogelijk handmatig detectie te forceren door de
SCSI-bus te laten scannen met &man.camcontrol.8;:&prompt.root; camcontrol rescan all
Re-scan of bus 0 was successful
Re-scan of bus 1 was successful
Re-scan of bus 2 was successful
Re-scan of bus 3 was successfulIn het bovenstaande geval zal de scanner ongeveer als
volgt verschijnen in de lijst met SCSI-apparaten:&prompt.root; camcontrol devlist
<IBM DDRS-34560 S97B> at scbus0 target 5 lun 0 (pass0,da0)
<IBM DDRS-34560 S97B> at scbus0 target 6 lun 0 (pass1,da1)
<AGFA SNAPSCAN 600 1.10> at scbus1 target 2 lun 0 (pass3)
<PHILIPS CDD3610 CD-R/RW 1.00> at scbus2 target 0 lun 0 (pass2,cd0)Meer details over SCSI-apparaten staan in de hulppagina's
voor &man.scsi.4; en &man.camcontrol.8;.SANE instellenHet SANE systeem is opgesplitst
in twee delen: de backends (graphics/sane-backends) en de
frontends (graphics/sane-frontends). Het deel
met de backends zorgt voor de toegang tot de scanner zelf. In
de lijst met door SANEondersteunde
apparaten staat welk backend welke scanner(s)
ondersteunt. Het is echt nodig het juiste backend vast te
stellen, omdat het anders bijzonder lastig wordt een scanner
aan de praat te krijgen. Het deel met frontends levert een
grafische scaninterface
(xscanimage).De eerste stap is om de port of het pakket graphics/sane-backends te
installeren. Daarna kan met het commando
sane-find-scanner gecontroleerd worden welke
scanner er door het SANE systeem is
gedetecteerd:&prompt.root; sane-find-scanner -q
found SCSI scanner "AGFA SNAPSCAN 600 1.10" at /dev/pass3In de uitvoer is te lezen welk type interface en welk
apparaatknooppunt worden gebruikt om de scanner met een systeem
te verbinden. Het merk en het model worden wellicht niet
getoond, maar dat is ook niet echt van belang.Sommige USB-scanners verlangen dat er firmware wordt
geladen. Dit wordt uitgelegd in de hulppagina van het
backend. Het is ook van belang &man.sane-find-scanner.1; en
&man.sane.7; te lezen.Hierna kan gecontroleerd worden of de scanner ook te zien
is voor een scanner-frontend. Er zit bij de
SANE backends een standaard
hulpprogramma &man.scanimage.1;. Met dit commando kunnen de
apparaten zichtbaar gemaakt worden en kan vanaf de
commandoregel gescand worden. Met de optie
kunnen de scannerapparaten getoond worden:&prompt.root; scanimage -L
device `snapscan:/dev/pass3' is a AGFA SNAPSCAN 600 flatbed scannerOf, met bijvoorbeeld de USB-scanner die in wordt gebruikt:&prompt.root; scanimage -L
device 'epson2:libusb:/dev/usb:/dev/ugen0.2' is a Epson GT-8200 flatbed scannerDeze uitvoer komt van een &os; 8.X systeem, het item
'epson2:libusb:/dev/usb:/dev/ugen0.2' geeft de naam
van het backend (epson2) en het apparaatknooppunt
(/dev/ugen0.2) dat door onze scanner wordt
gebruikt.De afwezigheid van uitvoer of een bericht dat aangeeft dat
er geen scanners zijn aangetroffen, betekent dat
&man.scanimage.1; niet in staat is een scanner te
identificeren. Als dit gebeurt, dient het instellingenbestand
voor het backend aangepast te worden en dient daar de juiste
instelling gemaakt te worden. De map /usr/local/etc/sane.d/ bevat
alle bestanden met instellingen voor de backends. Het is
bekend dat dit identificatieprobleem optreedt bij bepaalde
USB-scanners.De USB-scanner die in
wordt gebruikt, wordt in &os; 8.X prima gedetecteerd en werkt
daar, maar in eerdere versies van &os; (waar &man.uscanner.4; wordt
gebruikt) toont het de volgende informatie met
sane-find-scanner:&prompt.root; sane-find-scanner -q
found USB scanner (UNKNOWN vendor and product) at device /dev/uscanner0De bovenstaande uitvoer geeft aan dat de scanner juist is
gedetecteerd, dat het de USB-interface gebruikt en is
aangesloten op het apparaatknooppunt
/dev/uscanner0. Nu kan gecontroleerd
worden of de scanner juist wordt geïdentificeerd:&prompt.root; scanimage -L
No scanners were identified. If you were expecting something different,
check that the scanner is plugged in, turned on and detected by the
sane-find-scanner tool (if appropriate). Please read the documentation
which came with this software (README, FAQ, manpages).Omdat in het bovenstaande voorbeeld de scanner niet wordt
geïdentificeerd, dient het bestand
/usr/local/etc/sane.d/epson2.conf
gewijzigd te worden. De gebruikte scanner is een
&epson.perfection; 1650, dus in dit geval dient voor de scanner
het backend epson2 gebruikt te worden. Het
is van belang om het commentaar in de instellingenbestanden van
de backends te lezen. Het aanpassen van regels is eenvoudig:
plaats een commentaarkarakter voor alle regels voor andere
interfaces dan die nodig zijn weg (in dit geval worden alle
regels die beginnen met het woord scsi
uitgeschakeld, omdat er een USB-interface wordt gebruiken), en
dan kan onderaan het bestand een regel met de gebruikte
interface en apparaatknooppunt geplaatst worden:usb /dev/uscanner0Het is aan te raden de opmerkingen te lezen in het bestand
met instellingen voor het backend en ook de hulppagina, omdat
daarin meer details en de correcte syntaxis te vinden zijn. Nu
kan gecontroleerd worden of de scanner wèl juist wordt
geïdentificeerd:&prompt.root; scanimage -L
device `epson:/dev/uscanner0' is a Epson GT-8200 flatbed scannerDe USB-scanner is geïdentificeerd. Het is niet
belangrijk dat het merk en model niet overeenkomen met de
scanner. Het belangrijkste is het veld
`epson:/dev/uscanner0', dat de
juiste benamingen voor het backend en het apparaatknooppunt
aangeeft.Als scanimage -L in staat is een scanner
goed te zien, dan zijn de instellingen compleet. Er kan nu met
het apparaat gescand worden.Hoewel &man.scanimage.1; in staat is om vanaf de
commandoregel te scannen, is het aan te raden beelden te
scannen vanuit de grafische gebruikersinterface.
SANE heeft een eenvoudige, maar
efficiënte grafische interface:
xscanimage (graphics/sane-frontends).Xsane (graphics/xsane) is een ander
populair grafisch scanfrontend, dat geavanceerde
mogelijkheden biedt, zoals meerdere scanmodi (fotokopie, fax,
enzovoort), kleurcorrectie, batchscannen, enzovoort. Beide
applicaties zijn als plug-in voor
GIMP te gebruiken.Andere gebruikers toegang tot de scanner gevenAlle voorgaande taken zijn uitgevoerd met
root rechten, maar het is wellicht ook
nodig dat andere gebruikers de scanner kunnen gebruiken. Dan
heeft een gebruiker lees- en schrijfrechten nodig op de
apparaatknooppunt voor een scanner. Onze USB-scanner gebruikt
bijvoorbeeld apparaatknooppunt /dev/ugen0.2 wat in
feite slechts een symbolische koppeling is naar het echte
apparaatknooppunt genaamd /dev/usb/0.2.0 (een blik
op de inhoud van de map /dev
bevestigt dit). Zowel de symbolische koppeling als het apparaatknooppunt
zijn van respectievelijk de groepen wheel en
operator. Door de gebruiker
joe aan deze groepen toe
te voegen kan hij de scanner zien, maar vanwege duidelijke
veiligheidsredenen dient het toevoegen van een gebruiker aan elke groep
met zorg te gebeuren, vooral aan de groep wheel.
Een betere oplossing is om een specifieke groep aan te maken voor het
gebruik van USB-apparaten en de scanner toegankelijk te maken voor leden
van deze groep.We zullen dus bijvoorbeeld een groep genaamd
usb gebruiken. De
eerste stap is het aanmaken van deze groep met behulp van het commando
&man.pw.8;:&prompt.root; pw groupadd usbHierna moeten we de symbolische koppeling
/dev/ugen0.2 aanmaken en het apparaatknooppunt
/dev/usb/0.2.0 met de juiste schrijfpermissies
- toegankelijk maken voor de groep usb
+ toegankelijk maken voor de groep usb
(0660 of 0664), omdat standaard
alleen de eigenaar van deze bestanden (root)
ernaar kan schrijven. Dit alles wordt gedaan door de volgende regels
aan /etc/devfs.rules toe te voegen:[system=5]
add path ugen0.2 mode 0660 group usb
add path usb/0.2.0 mode 0666 group usbGebruikers van &os; 7.X hebben waarschijnlijk de volgende
regels met het juiste apparaatknooppunt,
/dev/uscanner0, nodig:[system=5]
add path uscanner0 mode 0660 group usbDaarna kan de volgende regel aan
/etc/rc.conf toegevoegd worden en dient
een machine herstart te worden:devfs_system_ruleset="system"Meer informatie over de bovenstaande instellingen staan in
de hulppagina voor &man.devfs.8;.Nu dienen er alleen nog gebruikers aan de groep
usb toegevoegd te
worden om toegang tot de scanner toe te staan:&prompt.root; pw groupmod usb -m joeLees voor meer details de handleidingpagina van &man.pw.8;.
diff --git a/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/x11/chapter.sgml b/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/x11/chapter.sgml
index 6a677edfa1..1b62ecd538 100644
--- a/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/x11/chapter.sgml
+++ b/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/x11/chapter.sgml
@@ -1,1859 +1,1859 @@
KenTomBijgewerkt voor X.Org's X11 server door MarcFonvieilleErikRadderVertaald door RenéLadanHet X Window systeemOverzicht&os; gebruikt X11 om gebruikers een krachtige grafische
gebruikersschil te bieden. X11 is een vrij beschikbare versie van
het X Window System dat geïmplementeerd is in zowel
&xorg; als
&xfree86; (en andere softwarepakketten
die hier niet worden besproken). &os; versies tot en met
&os; 5.2.1-RELEASE hebben
&xfree86; als standaard, de X11 server
die is uitgebracht door The &xfree86; Project, Inc. Vanaf
&os; 5.3-RELEASE is de officiële standaardversie van X11
gewijzigd naar &xorg;, de X11-server
die is ontwikkeld door de X.Org Foundation onder een licentie die
veel lijkt op degene die door &os; wordt gebruikt. Er zijn ook
commerciële X-servers voor &os; beschikbaar.In dit hoofdstuk wordt de installatie en instelling van X11
behandeld met de nadruk op &xorg;
&xorg.version; release. Voor informatie over het configureren van
&xfree86; (i.e. op oudere uitgaven van
&os; waar &xfree86; de standaard
X11-distributie was) of vorige uitgave van
&xorg;, is het altijd mogelijk om
gearchiveerde versies van het &os; Handboek op te raadplegen.Meer informatie over de videohardware die X11 ondersteunt
kan gevonden worden op de &xorg; website.Na het lezen van dit hoofdstuk weet de lezer:Wat de componenten van het X Window systeem zijn en hoe
zij samenwerken.Hoe X11 geïnstalleerd en ingesteld kan
worden.Hoe verschillende window managers geïnstalleerd en
gebruikt kunnen worden.Hoe &truetype; lettertypen in X11 te gebruiken.Hoe het systeem ingesteld moet worden voor grafisch
aanmelden (XDM).Aangeraden voorkennis:Hoe extra software van derden te installeren
().X begrijpenX voor de eerste keer gebruiken kan een hele schok zijn voor
mensen die gewend zijn aan andere grafische omgevingen, zoals
µsoft.windows; of &macos;.Het is niet noodzakelijk om alle details te kennen over de
X componenten en hoe zij samenwerken, maar enige basiskennis
draagt wel bij aan krachtiger gebruik kunnen maken van
X.Waarom X?X is niet het eerste windows systeem dat geschreven is voor
&unix;, maar wel het meest populaire. Het oorspronkelijke X
ontwikkelteam werkte eerst aan een ander window systeem. De
naam van dat systeem was W (van
Window). X was gewoon de volgende letter in het
alfabet.X kan gewoon X,
X Window systeem, X11 of nog
anders genoemd worden. X11 X Windows noemen kan
door sommigen als een belediging opgevat worden. &man.X.7; kan
hierover wat licht laten schijnen.Het X client/server modelX is vanaf het begin aan ontworpen om netwerk-centraal te
zijn en gebruikt een client-server model.In het X model draait de X server op de
computer waar het toetsenbord, beeldscherm en muis aan vast
zit. De server is verantwoordelijk voor het regelen van
beeldinformatie, verwerken van invoer van toetsenbord en muis,
en andere invoer- of uitvoerapparaten (i.e. een
tablet kan als invoerapparaat worden gebruikt, en
een videoprojector kan een alternatief uitvoerapparaat zijn).
Iedere X applicatie (zoals XTerm, of
&netscape;) is een
cliënt. Een cliënt stuurt berichten
naar de server zoals teken een venster op deze
coördinaten en de server stuurt berichten terug
zoals de gebruiker heeft op de OK knop gedrukt.
Thuis of in kleine bedrijven draaien zowel de X server als
de X clients op dezelfde machine. Het is heel goed mogelijk
dat de X server op een minder krachtige desktop computer draait
en de X applicaties (de clients) op een, zeg maar, dure
krachtige machine van het bedrijf. Hier vindt de communicatie
tussen de X client en server plaats over het netwerk.Dit verwart sommige mensen, omdat de X terminologie geheel
omgekeerd is aan wat ze verwachten. Dat is namelijk dat de
X server de grote krachtige machine aan het eind
van de gang is en de X client de machine op hun
bureau is.De X server is de machine met het beeldscherm en het
toetsenbord en de X clients zijn de programma's die de
vensters tonen.Het protocol vereist niet dat de clients en servers
hetzelfde besturingssysteem moeten draaien of hetzelfde soort
computer moeten zijn. Het is heel goed mogelijk om X server op
een µsoft.windows; of Apple's &macos; te draaien en er
zijn verschillende gratis en commerciële applicaties die
dat doen.De window managerDe filosofie van het X ontwerp lijkt veel op die van
&unix;: gereedschappen, geen beleid. Dit houdt
in dat X niet bepaalt hoe een taak volbracht moet worden. In
plaats daarvan worden gereedschappen geleverd aan de gebruiker
die verantwoordelijk is voor het juiste gebruik hiervan.Deze filosofie verbreedt zich door X niet te laten bepalen
hoe vensters er moeten uitzien op het scherm, hoe ze verplaatst
moeten worden met de muis, welke toetsaanslagen gebruikt moeten
worden om te schakelen tussen vensters (bijvoorbeeld AltTab in het geval van µsoft.windows;), hoe de
titelbalken eruit moeten zien, of ze wel of niet sluitknoppen
moeten hebben, enzovoort.In plaats daarvan delegeert X deze verantwoordelijkheid aan
een applicatie die Window Manager heet. Er zijn
tientallen window managers voor X:
AfterStep,
Blackbox,
ctwm,
Enlightenment,
fvwm,
Sawfish,
twm,
Window Maker en vele anderen. Elk
van deze window managers heeft een eigen voorkomen en werking.
Er zijn window managers met virtual desktops of
met eigen toetscombinaties om de desktop te beheren; of hebben
een Start knop of iets gelijksoortig. Sommige
gebruiken thema's die uiterlijk en beleving
compleet veranderen door een nieuw thema te kiezen. Window
managers zijn te vinden in de categorie
x11-wm van de Portscollectie.De KDE en
GNOME desktop omgevingen hebben hun
eigen window managers die in het bureaublad zijn
geïntegreerd.Iedere windows manager heeft zijn eigen manier van
instellen. Sommige werken met handgetypte bestanden, anderen
beschikken over grafische gereedschappen voor de meeste
instellingen. Er is er minstens één
(Sawfish) waarvan het
instellingenbestand is geschreven in een dialect van de taal
Lisp.FocusbeleidDe window manager is ook verantwoordelijk voor het
focusbeleid van de muis. Ieder window
geörienteerd systeem heeft een manier nodig om te
bepalen welk venster actief is, toetsaanslagen ontvangt en
daarbij zichtbaar aangeeft welk venster actief is.Een bekend focus beleid heet
click-to-focus. Dit model wordt gebruikt door
µsoft.windows;, waarbij een venster actief wordt door er
met de muis op te klikken.X ondersteunt geen specifiek focusbeleid. In plaats
daarvan bepaalt de window manager op welk venster, op welk
moment, de focus ligt. Een aantal window managers
ondersteunen verschillende focusmethoden. Ze ondersteunen
allemaal click to focus en de meerderheid
ondersteunt ook nog andere.De meest populaire zijn:focus-volgt-muis (focus-follows-mouse)Het venster dat onder de muis zit is het venster
waarop de focus ligt. Dit hoeft niet het venster te
zijn dat bovenop alle andere vensters ligt. De focus
verandert door te wijzen naar een ander venster. Het
is niet nodig om er ook nog eens op te klikken.slordige-focus (sloppy-focus)Dit beleid is een kleine uitbreiding op
focus-follows-mouse. Indien bij focus-follows-mouse de
muis over het root venster (of de achtergrond) gaat,
ligt op geen enkel venster de focus en gaan alle
toetsaanslagen verloren. Bij sloppy-focus, verandert
de focus alleen als de muis in een nieuw venster komt
en niet als het huidige venster wordt verlaten.klik-voor-focus (click-to-focus)Het actieve venster wordt geselecteerd door erop
te klikken. Het venster wordt dan
opgetild en verschijnt dan voor alle
andere vensters. Alle toetsaanslagen worden nu naar
dit venster gestuurd, zelfs als de cursor naar een
ander scherm wordt verplaatst.Veel window managers ondersteunen andere soorten of
variaties op de bovenstaande typen muisbeleid. Hierover
staat meestal meer in de documentatie van de betreffende
window manager.WidgetsDe X aanpak door gereedschappen te leveren en niets af te
dwingen breidt zich uit naar de widgets die in elk
applicatievenster te zien zijn.Widget is een term voor alle dingen van de
gebruikersinterface waarop geklikt kan worden of een andere
actie mee uitgevoerd kan worden: knoppen, vinkvakjes, iconen,
lijsten en ga zo maar door. µsoft.windows; noemt ze
controls.µsoft.windows; en Apple's &macos; hebben beide een erg
strikt widgetbeleid. Van de applicatieontwikkelaars wordt
verwacht dat hun applicaties eenduidig zijn wat betreft
uiterlijk en beleving. Bij X is ervoor gekozen geen grafische
stijl of widgets te verplichten.X applicaties hebben dus niet allemaal hetzelfde uiterlijk.
Er zijn populaire widgetsets en variaties, inclusief de
originele Athena widgetset van MIT,
&motif; (waarvan de widgetset van
µsoft.windows; is afgeleid: schuine randen en drie
gradaties grijs), OpenLook en
anderen.De meeste nieuwe X applicaties gebruiken een modern
uitziende widgetset: Qt, gebruikt door
KDE, of GTK+ van het
GNOME project. Vanuit dit oogpunt
lijkt het enigszins op de &unix; desktop, wat het makkelijker
maakt voor de beginnende gebruiker.X11 installeren&xorg; is de standaard X11
implementatie voor &os;. &xorg; is
de X11 server van de open source implementatie die is uitgebracht
door de X.Org Foundation. &xorg; is
gebaseerd op de code van
&xfree86 4.4RC2 en X11R6.6.
De versie van &xorg; die momenteel
beschikbaar is in de &os; Portscollectie is &xorg.version;.Om &xorg; vanuit de
Portscollectie te bouwen en te installeren:&prompt.root; cd /usr/ports/x11/xorg
&prompt.root; make install cleanOm &xorg; compleet te
bouwen is tenminste 4 GB vrije schijfruimte nodig.
- X11 kan ook als package geïnstalleerd worden doordat er
- binaire packages beschikbaar zijn voor &man.pkg.add.1;. Als
+ X11 kan ook als pakket geïnstalleerd worden doordat er
+ binaire pakketten beschikbaar zijn voor &man.pkg.add.1;. Als
hiervoor de optie remote fetching van
&man.pkg.add.1; wordt gebruikt, dan moet het versienummer
verwijderd worden. &man.pkg.add.1; haalt automatisch de laatste
versie van het programma op.
- Om het package voor &xorg; op te
+ Om het pakket voor &xorg; op te
halen en te installeren:&prompt.root; pkg_add -r xorgHet voorbeeld hierboven installeert de complete X11
distributie inclusief de servers, clients, lettertypen enz. Er
- zijn ook afzonderlijke packages en ports beschikbaar voor
+ zijn ook afzonderlijke pakketten en ports beschikbaar voor
verschillende delen van X11.Om een minimale X11-distributie te installeren kunt u als
alternatief x11/xorg-minimal
installeren.De rest van dit hoofdstuk licht toe hoe X11 wordt ingesteld
en hoe een productieve desktopomgeving gebouwd kan worden.ChristopherShumwayGeschreven door X11 instellen&xorg;X11VoorbereidingVoordat er wordt begonnen met het instellen van X11 is de
volgende informatie van de te installeren machine nodig:Monitor specificatiesChipset van de videokaartGeheugen van de videokaarthorizontale scansnelheidverticale scansnelheidDe specificaties van de monitor worden door X11 gebruikt om
de resolutie en ververssnelheid te bepalen. Deze specificaties
kunnen normaal gesproken verkregen worden uit de bij de monitor
geleverde documentatie of van de website van de leverancier.
Er zijn twee nummerreeksen nodig: de horizontale scansnelheid
(scan rate) en de verticale synchronisatiesnelheid (vertical
synchronization).De chipset van de videokaart bepaalt welk stuurprogramma
X11 gebruikt om de grafische hardware aan te spreken. Bij de
meeste chipsets kan dit automatisch bepaald worden, maar het is
altijd handig om dit te weten voor het geval de automatische
detectie niet correct werkt.Het geheugen op de videokaart bepaalt de resolutie en
kleurdiepte waarmee het systeem kan werken. Dit is belangrijk
omdat de gebruiker zo de grenzen van zijn systeem kent.X11 instellenSinds versie 7.3 kan &xorg; vaak
zonder enig instellingenbestand werken door eenvoudig op de
prompt te typen:&prompt.user; startxBeginnend met versie 7.4 kan &xorg;
HAL gebruiken om toetsenborden en muizen
automatisch te detecteren. De ports sysutils/hal en devel/dbus worden als
afhankelijkheden van x11/xorg
geïnstalleerd, maar moeten met de volgende regels in het
bestand /etc/rc.conf worden aangezet:hald_enable="YES"
dbus_enable="YES"Deze diensten dienen gestart te worden (ofwel handmatig of
door opnieuw op te starten) voordat er verder wordt gegaan met
de configuratie van &xorg;.De automatische configuratie kan met sommige hardware
mislukken, of het kan dingen anders instellen dan gewenst is.
In deze gevallen is handmatige configuratie nodig.Bureaubladomgevingen als GNOME,
KDE, of
Xfce hebben gereedschappen waarmee
de gebruiker eenvoudig de schermparameters zoals de resolutie
kan instellen. Dus als de standaardconfiguratie niet
acceptabel is en u van plan bent om een bureaubladomgeving te
installeren kunt u gewoon doorgaan met de installatie van de
bureaubladomgeving en het juiste scherminstelgereedschap
gebruiken.Het instellen van X11 bestaat uit meerdere stappen. De
eerste stap is het bouwen van een instellingenbestand. Dit kan
als de supergebruiker met:
&prompt.root; Xorg -configureDit genereert een kaal X11-instellingenbestand in de map
/root met de naam
xorg.conf.new. Feitelijk wordt bepaald
waar de map staat door hoe er superuser rechten zijn verkregen.
$HOME is anders bij gebruik van &man.su.1; of
bij direct aanmelden. Het X11 programma probeert dan de
grafische hardware te detecteren en schrijft een
instellingenbestand dat de juiste stuurprogramma's laadt voor
de gevonden hardware van het systeem.De volgende stap is het testen van de bestaande
instellingen om te controleren of
&xorg; met de grafische kaart van
het doelsysteem kan werken. Typ in
&xorg; tot en met versie 7.3:&prompt.root; Xorg -config xorg.conf.newBeginnend met &xorg; 7.4 en hoger
produceert deze test een zwart scherm wat het moeilijk kan maken
om vast te stellen of X11 juist werkt. Het oudere gedrag is nog
steeds beschikbaar door de optie te
gebruiken:&prompt.root; Xorg -config xorg.conf.new -retroAls er een zwart/grijs rooster en een X muis cursor
verschijnen was de instelling succesvol. Om de test te
stoppen dient naar de virtuele console waarmee de test werd gestart
overgeschakeld te worden door op CtrlAltFn (
F1 voor de eerste virtuele console) en CtrlC te
drukken.Tot en met versie 7.3 van &xorg; kon
de toetsencombinatie CtrlAltBackspace gebruikt
worden om uit &xorg; te breken. Om het in
versie 7.4 en hoger aan te zetten, kunt u òfwel het volgende
commando uitvoeren vanaf elke X-terminal-emulator:&prompt.user; setxkbmap -option terminate:ctrl_alt_bkspòf een instellingenbestand voor het toetsenbord genaamd
x11-input.fdi voor
hald aanmaken en het in de map /usr/local/etc/hal/fdi/policy opslaan.
Dit bestand dient het volgende te bevatten:<?xml version="1.0" encoding="ISO-8859-1"?>
<deviceinfo version="0.2">
<device>
<match key="info.capabilities" contains="input.keyboard">
<merge key="input.x11_options.XkbOptions" type="string">terminate:ctrl_alt_bksp</merge>
</match>
</device>
</deviceinfo>U moet uw machine opnieuw opstarten om
hald te forceren om dit bestand te
lezen.De volgende regel dient ook aan de sectie
ServerLayout of ServerFlags van
xorg.conf.new te worden toegevoegd:Option "DontZap" "off"Als de muis niet werkt, dan moet deze eerst ingesteld
worden. Zie in het &os;
installatiehoofdstuk. Verder worden beginnend met versie 7.4 de
secties InputDevice in
xorg.conf genegeerd ten voorkeur van de
automatisch verbonden apparaten. Voeg de volgende regel aan de
sectie ServerLayout of
ServerFlags van dit bestand toe om het oude
gedrag te herstellen:Option "AutoAddDevices" "false"Invoerapparaten kunnen dan zoals in vorige versies worden
geconfigureerd, tezamen met eventuele andere benodigde opties
(b.v. omschakelen van toetsenbordindeling).Zoals al eerder is uitgelegd zal sinds versie 7.4 de daemon
hald automatisch uw toetsenbord detecteren.
Het kan zijn dat de indeling of het model van uw toetsenbord niet
juist zijn. Bureaubladomgevingen zoals
GNOME, KDE of
Xfce bieden gereedschappen om het
toetsenbord in te stellen. Het is echter mogelijk om de eigenschappen
direct in te stellen met behulp van het gereedschap &man.setxkbmap.1;
of met een configuratieregel van
hald.Als men bijvoorbeeld een PC-toetsenbord met 102 toetsen met een
Franse indeling wilt gebruiken, dienen we een instellingenbestand voor
het toestenbord voor hald aan te maken
genaamd x11-input.fdi en het op te slaan in de
map /usr/local/etc/hal/fdi/policy. Het
dient de volgende regels te bevatten:<?xml version="1.0" encoding="ISO-8859-1"?>
<deviceinfo version="0.2">
<device>
<match key="info.capabilities" contains="input.keyboard">
<merge key="input.x11_options.XkbModel" type="string">pc102</merge>
<merge key="input.x11_options.XkbLayout" type="string">fr</merge>
</match>
</device>
<deviceinfo>Als dit bestand al bestaat, kunt u de regels betreffende de
configuratie van het toetsenbord kopiëren en aan uw bestand
toevoegen.U dient uw machine opnieuw op te starten om
hald te forceren om dit bestand te
lezen.Het is mogelijk om hetzelfde te bereiken vanaf een X-terminal of
een script met dit commando:&prompt.user; setxkbmap -model pc102 -layout frHet bestand
/usr/local/share/X11/xkb/rules/base.lst noemt de
beschikbare toetsenborden, indelingen en opties.X11 optimaliserenNu moet xorg.conf.new worden aangepast
aan de smaak van de gebruiker. Hiervoor moet het bestand in een
teksteditor zoals &man.emacs.1; of &man.ee.1; worden geladen.
Eerst moeten de frequenties van de monitor toegevoegd worden.
Die zijn meestal weergegeven als horizontale en verticale
synchronisatiesnelheid. Deze waarden worden toegevoegd aan
xorg.conf.new in het onderdeel
"Monitor":Section "Monitor"
Identifier "Monitor0"
VendorName "Monitor Vendor"
ModelName "Monitor Model"
HorizSync 30-107
VertRefresh 48-120
EndSectionIn het instellingenbestand kunnen de sleutelwoorden
HorizSync en VertRefresh
missen. Als ze er niet staan, moeten ze toegevoegd worden met
de juiste horizontale synchronisatiesnelheid achter het
HorizSync sleutelwoord en de verticale
synchronisatiesnelheid achter het
VertRefresh sleutelwoord. In het
bovenstaande voorbeeld werden de gegevens van de monitor
ingevoerd.X kan DPMS (Energy Star) eigenschappen gebruiken bij
monitoren die dit ondersteunen. &man.xset.1; regelt de
timeouts en kan de statussen standby, suspend of uit forceren.
Om DPMS eigenschappen voor een monitor te activeren, moet de
volgende regel toegevoegd worden aan de monitor sectie:
Option "DPMS"xorg.confAls het instellingenbestand
xorg.conf.new toch open staat in de editor
dan kan ook meteen de gewenste standaardresolutie en
kleurdiepte gekozen worden. Dit staat in het onderdeel
"Screen":Section "Screen"
Identifier "Screen0"
Device "Card0"
Monitor "Monitor0"
DefaultDepth 24
SubSection "Display"
Viewport 0 0
Depth 24
Modes "1024x768"
EndSubSection
EndSectionHet sleutelwoord DefaultDepth beschrijft
de kleurdiepte die standaard wordt gebruikt. Met de
commandoregeloptie van &man.Xorg.1; kan
dit overschreven worden. Het sleutelwoord
Modes beschrijft de resolutie waarmee
gewerkt wordt bij de opgegeven kleurdiepte. Alleen VESA
standaarden die door de grafische kaart van het systeem worden
gedefinieerd worden ondersteund. In het voorbeeld hierboven is
de standaard kleurdiepte 24 bits per pixel. Bij deze
kleurdiepte is de toegestane resolutie 1024 bij 768
pixels.Bij het oplossen van problemen zijn de logboekbestanden
van X11 vaak een goede hulp. Ze bevatten informatie voor
ieder apparaat waar de X11 server verbinding mee maakt.
Namen van &xorg; logboekbestanden
hebben de vorm /var/log/Xorg.0.log. De
precieze naam van een logboekbestand van variëren van
Xorg.0.log tot
Xorg.8.log enzovoort.Als alles is ingesteld, moet het instellingenbestand op een
plaats gezet worden waar &man.Xorg.1; het kan vinden. Dit is
meestal /etc/X11/xorg.conf of
/usr/local/etc/X11/xorg.conf:&prompt.root; cp xorg.conf.new /etc/X11/xorg.confHet instellen van X11 is nu gereed.
&xorg; gestart worden met
&man.startx.1;. De X11-server kan ook gestart worden met behulp
van &man.xdm.1;.Bijzondere instellingenInstellen met de &intel; i810 grafische chipsetIntel i810 grafische
chipsetInstellen met &intel; i810 geïntegreerde chipsets vereist de
agpgart AGP programmeerinterface
voor X11 om de kaart aan te sturen. Zie de &man.agp.4;
handleiding voor meer informatie.Hierdoor wordt het instellen van de hardware net
als ieder andere grafische kaart. Bij systemen die zonder
&man.agp.4; stuurprogramma gecompileerd zijn slaagt het laden
van module met &man.kldload.8; niet. Het stuurprogramma moet
in de kernel geladen zijn tijdens het opstarten door te
compileren of door /boot/loader.conf te
gebruiken.Een Breedbeeld Flatpanel toevoegenbreedbeeld flatpanelconfiguratieDeze sectie gaat uit van wat diepere configuratiekennis.
Als pogingen om de bovenstaande standaard instelgereedschappen
niet tot een werkende configuratie leidden, dan is er genoeg
informatie in de logbestanden om de opstelling aan de praat te
krijgen. Het gebruik van een tekstverwerker zal nodig zijn.
Huidige breedbeeldformaten (WSXGA, WSXGA+, WUXGA, WXGA,
WXGA+, et. al.) ondersteunen 16:10 en 10:9 formaten of
aspectverhoudingen die problematisch kunnen zijn. Voorbeelden
van enkele veelvoorkomende schermresoluties voor 16:10
aspectverhoudingen zijn:2560x16001920x12001680x10501440x9001280x800Op een gegeven moment zal het toevoegen van een van deze
resoluties net zo eenvoudig zijn als een mogelijke
Mode in het Section
"Screen":Section "Screen"
Identifier "Screen 0"
Device "Card0"
Monitor "Monitor0"
DefaultDepth 24
SubSection "Display"
Viewport 0 0
Depth 24
Modes "1680x1050"
EndSubSection
EndSection&xorg; is slim genoeg om de
resolutie-informatie via I2C/DDC-informtie uit het flatpanel
te onttrekken zodat het weet wat de monitor aan kan wat betreft
frequenties en resoluties.Als die ModeLines niet bestaan in de
stuurprogramma's, dient men &xorg;
een kleine hint te geven. Met behulp van
/var/log/Xorg.0.log kan men genoeg
informatie onttrekken om handmatig een werkende
ModeLine aan te maken. Kijk naar
informatie die op deze lijkt:(II) MGA(0): Supported additional Video Mode:
(II) MGA(0): clock: 146.2 MHz Image Size: 433 x 271 mm
(II) MGA(0): h_active: 1680 h_sync: 1784 h_sync_end 1960 h_blank_end 2240 h_border: 0
(II) MGA(0): v_active: 1050 v_sync: 1053 v_sync_end 1059 v_blanking: 1089 v_border: 0
(II) MGA(0): Ranges: V min: 48 V max: 85 Hz, H min: 30 H max: 94 kHz, PixClock max 170 MHzDeze informatie wordt EDID-informatie genoemd. Hiervan een
ModeLine maken is gewoon een kwestie van de
nummers in de juiste volgorde zetten:ModeLine <name> <clock> <4 horiz. timings> <4 vert. timings>Dus de ModeLine in Section
"Monitor" zou er voor dit voorbeeld uitzien als:
Section "Monitor"
Identifier "Monitor1"
VendorName "GroteNaam"
ModelName "BesteModel"
ModeLine "1680x1050" 146.2 1680 1784 1960 2240 1050 1053 1059 1089
Option "DPMS"
EndSectionNa het voltooien van deze eenvoudige stappen, zou X moeten
starten op uw nieuwe breedbeeldmonitor.MurrayStokelyBijgedragen door Lettertypen gebruiken in X11Type1 lettertypenDe standaard lettertypen van X11 zijn allerminst ideaal
voor het typische bureaubladprogramma. Grote
presentatielettertypen zien er hoekig en onprofessioneel uit en
kleine lettertypen in &netscape;
zijn bijna onleesbaar. Er zijn diverse gratis, kwalitatief
goede Type1 (&postscript;) lettertypen die meteen gebruikt
kunnen worden met X11. De URW lettertypecollectie (x11-fonts/urwfonts) heeft
bijvoorbeeld hoge kwaliteit versies van standaard Type1
lettertypen (Times Roman, Helvetica, Palatino en anderen). De
Freefonts collectie (x11-fonts/freefonts) heeft nog meer
lettertypen, maar de meesten ervan zijn bedoeld om in grafische
software als Gimp gebruikt te worden
en zijn niet compleet genoeg om als schermlettertypen te
gebruiken. Daarbij kan X11 zonder veel moeite ingesteld worden
worden om &truetype; lettertypen te gebruiken. Meer informatie
staat in &man.X.7; of de paragraaf over &truetype; Lettertypen.Om de bovenstaande Type1 lettertypecollectie van de
Portscollectie te installeren:&prompt.root; cd /usr/ports/x11-fonts/urwfonts
&prompt.root; make install cleanDat geldt ook voor de freefont en andere collecties. Om de
X server te vertellen dat deze lettertypen bestaan, dient de
volgende regel toegevoegd te worden aan het instellingenbestand
van de X server (/etc/X11/xorg.conf):
FontPath "/usr/local/lib/X11/fonts/URW/"Ook kan op de commando regel in de X sessie het volgende
gestart worden:&prompt.user; xset fp+ /usr/local/lib/X11/fonts/URW
&prompt.user; xset fp rehashDit werkt wel, maar zodra de X sessie wordt afgesloten is
het weer verdwenen tenzij het is toegevoegd aan het
opstartbestand (~/.xinitrc voor een
normale startx sessie of
~/.xsession als er wordt aangemeld met een
grafische aanmeldmanager als XDM).
Een derde manier is het gebruik van het nieuwe bestand
/usr/local/etc/fonts/local.conf: zie
hiervoor de paragraaf over over Anti-aliasing.&truetype; lettertypenTrueType lettertypenlettertypenTrueType&xorg; heeft ingebouwde
ondersteuning voor het renderen van &truetype; lettertypen. Er
zijn twee verschillende modules die deze functionaliteit
activeren. In dit voorbeeld wordt de freetype module gebruikt
omdat deze beter werkt met de andere lettertypen die back-ends
renderen. Om de freetype module te activeren dient de volgende
regel toegevoegd te worden aan het onderdeel
"Module" van
/etc/X11/xorg.conf.Load "freetype"Hierna dient een map voor de &truetype; lettertypen gemaakt
te worden (bijvoorbeeld
/usr/local/lib/X11/fonts/TrueType) en alle
&truetype; lettertypen moeten naar deze map gekopieerd worden.
&truetype; lettertypen kunnen niet direct van een &macintosh;
gehaald worden. Ze moeten in een &unix;/&ms-dos;/&windows;
formaat zijn voor X11. Zodra de bestanden naar deze map zijn
gekopieerd, kan ttmkfdir gestart
worden om een fonts.dir bestand te maken
zodat de X lettertyperenderer weet waar deze nieuwe bestanden
zijn geïnstalleerd. ttmkfdir zit in de
&os; Portscollectie als x11-fonts/ttmkfdir.&prompt.root; cd /usr/local/lib/X11/fonts/TrueType
&prompt.root; ttmkfdir -o fonts.dirNu moet de &truetype; map toe aan het lettertypepad
toegevoegd worden. Dit gebeurt op dezelfde wijze als boven is
beschreven voor Type1
lettertypen:&prompt.user; xset fp+ /usr/local/lib/X11/fonts/TrueType
&prompt.user; xset fp rehashof door een FontPath regel toe te voegen
aan xorg.conf.Dat is alles. Nu herkennen
&netscape;,
Gimp,
&staroffice; en alle andere X
applicaties de geïnstalleerde &truetype; lettertypen.
Extreem kleine lettertypen (zoals hoge resolutie tekst op een
webpagina) en extreme grote lettertypen (in
&staroffice;) zien er nu veel beter
uit.Joe MarcusClarkeBijgewerkt door Antialias lettertypenantialias lettertypenlettertypenantialiasAlle lettertypen die X11 in de mappen
/usr/local/lib/X11/fonts/ en
~/.fonts/ staan zijn automatisch beschikbaar
voor anti-aliasing in applicaties die Xft ondersteunen. De meeste
recente applicaties ondersteunen Xft, inclusief
KDE, GNOME, en
Firefox.Om te kunnen regelen welke lettertypen gebruik maken van
anti-alias of om de eigenschappen van anti-aliasing in te
stellen kan
/usr/local/etc/fonts/local.conf gemaakt
of gewijzigd worden. In dit bestand kunnen speciale
eigenschappen van het Xft lettertypesysteem aangepast worden.
Deze paragraaf beschrijft wat eenvoudige mogelijkheden.
Meer details staan in &man.fonts-conf.5;.XMLDit bestand moet in het XML formaat opgemaakt worden.
Hoofdletters en kleine letters worden onderscheiden en alle
tags moeten netjes worden afgesloten. Het bestand begint met
de gewone XML header gevolgd door een DOCTYPE definitie en
daarna de <fontconfig> tag:<?xml version="1.0"?>
<!DOCTYPE fontconfig SYSTEM "fonts.dtd">
<fontconfig>Zoals al eerder is vermeld zijn alle lettertypen in
/usr/local/lib/X11/fonts/ en in
~/.fonts/ al geschikt gemaakt voor
Xft applicaties. Als naast deze twee mappen nog een andere
lettertypen moeten kunnen bevatten, dan dient een soortgelijke
regel als de onderstaande aan
/usr/local/etc/fonts/local.conf toegevoegd
te worden:<dir>/pad/naar/mijn/fonts</dir>Na het toevoegen van nieuwe lettertypen en zeker nieuwe
lettertypemappen dienen de lettertypecaches opnieuw opgebouwd
worden met:&prompt.root; fc-cache -fAnti-aliasing maakt randen een beetje wazig wat kleine
teksten beter leesbaar maakt en voorkomt
trapvorming van grote letters. Maar het kan
oogkramp veroorzaken als het op normale tekst wordt toegepast.
Om lettertypen kleiner dan 14 punten uit te sluiten van
anti-aliasing moeten de volgende regels toegevoegd
worden:<match target="font">
<test name="size" compare="less">
<double>14</double>
</test>
<edit name="antialias" mode="assign">
<bool>false</bool>
</edit>
</match>
<match target="font">
<test name="pixelsize" compare="less" qual="any">
<double>14</double>
</test>
<edit mode="assign" name="antialias">
<bool>false</bool>
</edit>
</match>lettertypenspacingSpatiëring voor sommige enkel gespatieerde lettertypen
kan ook ongepast zijn bij anti-aliasing. Dit lijkt vooral een
probleem te zijn bij KDE. Een
mogelijke oplossing hiervoor is het vergroten van de
spatiëring van die lettertypen naar 100:<match target="pattern" name="family">
<test qual="any" name="family">
<string>fixed</string>
</test>
<edit name="family" mode="assign">
<string>mono</string>
</edit>
</match>
<match target="pattern" name="family">
<test qual="any" name="family">
<string>console</string>
</test>
<edit name="family" mode="assign">
<string>mono</string>
</edit>
</match>Het bovenstaande hernoemt de standaardnamen van lettertypen
naar "mono"). Voeg daarna het volgende
toe:<match target="pattern" name="family">
<test qual="any" name="family">
<string>mono</string>
</test>
<edit name="spacing" mode="assign">
<int>100</int>
</edit>
</match>Bepaalde lettertypen, zoals Helvetica, kunnen problemen
hebben met anti-aliasing. Dit uit zich meestal in een
lettertype dat verticaal door midden lijkt gesneden. Op zijn
ergst kan het applicaties laten crashen. Om dit te
voorkomen kan overwogen worden om ook de volgende regels toe
te voegen aan local.conf:<match target="pattern" name="family">
<test qual="any" name="family">
<string>Helvetica</string>
</test>
<edit name="family" mode="assign">
<string>sans-serif</string>
</edit>
</match>Als de wijzigingen in local.conf zijn
gemaakt dient niet vergeten te worden het bestand te eindigen
met de tag </fontconfig> tag. Als dit
niet gedaan wordt, dan worden de wijzigingen niet
gezien.Als laatste kunnen gebruikers hun eigen instellingen aan
een persoonlijk .fonts.conf bestand
toevoegen. Om dit te doen moet iedere gebruiker het bestand
~/.fonts.conf maken. Ook dit bestand moet
in het XML formaat zijn.LCD schermlettertypenLCD schermNog een laatste punt: bij een LCD scherm kan sub-pixel
sampling prettig zijn. Eigenlijk zorgt dit er voor dat de
(horizontaal gesplitste) rode, groene en blauwe componenten
gewijzigd worden om de horizontale resolutie te verbeteren.
Het resultaat is geweldig. Voeg hiervoor de volgende regels
ergens aan local.conf toe:<match target="font">
<test qual="all" name="rgba">
<const>unknown</const>
</test>
<edit name="rgba" mode="assign">
<const>rgb</const>
</edit>
</match>Afhankelijk van het soort beeldscherm kan
rgb veranderd moeten worden in
bgr, vrgb of
vbgr. Experimenteren levert de beste
instelling op.SethKingsleyBijgedragen door De X beeldschermmanagerOverzichtX beeldschermmanagerDe X beeldschermmanager (XDM) is
een optioneel onderdeel van het X Window systeem dat gebruikt
wordt voor beheer van aanmeldsessies. Dit is vaak erg handig
bij bijvoorbeeld X Terminals, desktops en grote
netwerk beeldschermservers. Omdat het X Window systeem
netwerk- en protocolonafhankelijk is, zijn er veel
mogelijkheden om X clients en servers op verschillende machines
in een netwerk te verbinden. XDM
levert een grafische interface waarmee er gekozen kan worden
welke beeldschermserver gebruikt moet worden en handelt
autorisatie informatie (gebruikersnaam en wachtwoord)
af.XDM levert de gebruiker dezelfde
functionaliteit levert als &man.getty.8; (zie
). Dus het regelt de
systeemaanmeldingen voor de schermen waaraan verbonden moet
worden en start dan een sessie manager namens de gebruiker
(meestal een X window manager). XDM
wacht dan tot het programma stopt en geeft aan dat de gebruiker
klaar is en afgemeld kan worden. Hierna kan
XDM het aanmeldscherm weer tonen
zodat de volgende gebruiker kan aanmelden.XDM gebruikenOm XDM te gebruiken moet de port
x11/xdm geïnstalleerd worden
(het wordt in recente versies van &xorg; niet
standaard geïnstalleerd). Het daemon-programma
XDM is daarna beschikbaar in
/usr/local/bin/xdm. Dit programma
kan als root altijd gestart worden en
regelt dan het X weergavegedeelte van de lokale machine. Als
XDM iedere keer bij het opstarten
moet starten is het handig om een regel toe te voegen aan
/etc/ttys. Meer informatie over het
gebruik van dit bestand staat in .
In de standaardversie van /etc/ttys staat
een regel om de applicatie daemon
XDM op een virtuele terminal te
draaien:ttyv8 "/usr/local/bin/xdm -nodaemon" xterm off secureStandaard staat deze regel uit. Om hem aan te zetten moet
veld 5 van off naar on
gewijzigd worden en moet met &man.init.8; herstart worden met
gebruikmaking van de aanwijzingen in .
Het eerste veld, de naam van de terminal die het programma
aanstuurt, is ttyv8. Dit houdt in dat
XDM op de negende virtuele terminal
begint te draaien.XDM instellenDe map met instellingen voor XDM
is /usr/local/lib/X11/xdm. In deze map
staan diverse bestanden die gebruikt kunnen worden om het
gedrag en uiterlijk van XDM te
veranderen. Meestal zijn dit de volgende bestanden:BestandOmschrijvingXaccessRegels voor client authorisatie.XresourcesStandaard waarden voor X bronnen.XserversLijst met op afstand en lokaal te beheren schermen.
XsessionStandaard sessie script voor logins.Xsetup_*Script die applicaties start voordat de login
interface start.xdm-configAlgehele instellingen voor alle schermen op
deze machine.xdm-errorsFouten die gegenereerd zijn door het
serverprogramma.xdm-pidHet proces ID van de draaiende
XDM.Tevens staan in deze map een aantal scripts en programma's
om het bureaublad in te stellen als
XDM draait. Het doel van elk van
deze bestanden wordt kort omschreven. De juiste syntaxis en
het gebruik van deze bestanden staat in &man.xdm.1;.De standaardinstelling regelt een eenvoudig rechthoekig
aanmeldvenster met bovenin de hostnaam van de machine in een
groot lettertype met een Login: en
Password: prompt eronder. Dit is een goed
beginpunt om het uiterlijk en werking van het
XDM venster te veranderen.XaccessOm een verbinding te maken met
XDM-gestuurde schermen wordt het
protocol X Display Manager Connection Protocol (XDMCP)
gebruikt. Het bestand is een set regels die XDMCP
verbindingen met andere machines bestuurt. Het wordt
genegeerd, tenzij xdm-config is
gewijzigd zodat er wordt geluisterd naar inkomende
verbindingen. Standaard wordt het clients niet toegestaan te
verbinden.XresourcesDit is een bestand met standaarden voor de schermkiezer
en de aanmeldschermen. Hier kan het uiterlijk van het
aanmeldprogramma gewijzigd worden. De indeling is hetzelfde
als bij het app-defaults bestand en is beschreven in de X11
documentatie.XserversDit is een lijst met netwerkschermen waaruit gekozen kan
worden.XsessionDit is het standaard sessiescript voor
XDM dat start nadat de gebruiker
is aangemeld. Normaal heeft iedere gebruiker een eigen
sessiescript in ~/.xsession dat dit
script overheerst.Xsetup_*Deze starten automatisch voordat de kiezers of
aanmeldschermen getoond worden. Er is een script voor ieder
gebruikt scherm met de naam Xsetup_
gevolgd door het lokale schermnummer (bijvoorbeeld
Xsetup_0). Normaal draaien deze scripts
éé of twee programma's in de achtergrond zoals
xconsole.xdm-configDit bevat de instellingen die toegepast worden op ieder
scherm die deze installatie aanstuurt. De indeling is
hetzelfde als van app-defaults.xdm-errorsHierin staan de meldingen die de X servers geven als
XDM ze probeert te starten. Als
een scherm dat gestart is door XDM
om onduidelijke reden hangt, is dit een goede plaats om te
zoeken naar foutmeldingen. Deze meldingen worden ook per
sessie naar het ~/.xsession-errors van
de gebruiker gestuurd.Een netwerk beeldschermserver gebruikenOm gebruikers een verbinding te laten maken met een X
server moeten de toegangsregels gewijzigd worden en de
connectielistener moet aangezet worden. Deze hebben standaard
wat terughoudende waarden. Om XDM
te laten luisteren naar verbindingen moet als eerste een regel
uitgecommentarieerd worden in
xdm-config:! SECURITY: do not listen for XDMCP or Chooser requests
! Comment out this line if you want to manage X terminals with XDM
DisplayManager.requestPort: 0Hierna moet XDM herstart worden.
Afwijkend in dit bestand is dat commentaar in app-defaults
bestanden begint met het karakter ! en niet met
het karakter #. Het kan wenselijk zijn om de
toegangscontrole aan te scherpen — hiervoor staan
voorbeeldregels in Xaccess en lees de
hulppagina &man.xdm.1; voor meer informatie.Alternatieven voor XDMEr bestaan diverse alternatieven voor
XDM programma.
kdm (wordt geleverd bij
KDE) wordt later in dit hoofdstuk
behandeld. De kdm
beeldschermmanager biedt vele grafische verbeteringen en
cosmetische franje en de mogelijkheid om de gebruiker de kans
te geven een window manager te laten kiezen bij het
aanmelden.ValentinoVaschettoBijgedragen door BureaubladomgevingenDeze sectie beschrijft de verschillende
bureaubladomgevingen voor X op &os;. Een
bureaubladomgeving kan van alles inhouden: van
een simpele window manager tot een complete suite van
bureaubladapplicaties zoals KDE of
GNOME.GNOMEOver GNOMEGNOMEGNOME is een
gebruikersvriendelijke bureaubladomgeving die de gebruiker de
mogelijkheid geeft om gemakkelijk de computer te gebruiken en
in te stellen. GNOME heeft een
paneel (voor het starten en tonen van statusinformatie van
applicaties), een bureaublad (waar data en applicaties
geplaatst kunnen worden), een set standaard
bureaubladapplicaties en een regels die het makkelijker maakt
voor applicaties om eenduidig met elkaar samen te werken.
Gebruikers van andere besturingssystemen of omgevingen voelen
zich meestal meteen thuis bij het gebruik van de krachtige
grafisch gestuurde omgeving die
GNOME biedt. Meer informatie over
GNOME op &os; staat op de &os; GNOME
Project website. De website bevat ook redelijk
complete FAQ's over het installeren, instellen en beheren van
GNOME.GNOME installerenDe software kan eenvoudig worden geïnstalleerd vanuit
een pakket of de Portscollectie:
- Om het GNOME package te
+ Om het GNOME pakket te
installeren:&prompt.root; pkg_add -r gnome2Om GNOME vanuit de
Portscollectie te installeren:&prompt.root; cd /usr/ports/x11/gnome2
&prompt.root; make install cleanZodra GNOME geïnstalleerd
is, moet de X server verteld worden dat in plaats van de
standaard window manager GNOME
gebruikt moet worden.De meest eenvoudige manier om
GNOME te starten is via
GDM, de GNOME Display Manager.
GDM wordt meegeïnstalleerd
met de GNOME bureaubladomgeving,
maar staat standaard uitgeschakeld. Dit programma kan
ingeschakeld worden door gdm_enable="YES"
toe te voegen aan /etc/rc.conf. Na
herstarten start GDM automatisch.Verder kan gnome_enable="YES" aan
/etc/rc.conf worden toegevoegd om alle diensten
van GNOME aan te zetten wanneer
GDM start.GNOME kan ook gestart worden
vanaf de commandoregel door het bestand
.xinitrc juist in te stellen. Als er al
een .xinitrc is, dan hoeft alleen de
regel die de huidige window manager start veranderd te worden
in een regel die
/usr/local/bin/gnome-session
start. Als er niets speciaals met dit instellingenbestand is
gedaan:&prompt.user; echo "/usr/local/bin/gnome-session" > ~/.xinitrcNu kan met startx de
GNOME bureaubladomgeving gestart
worden.Als een beeldschermmanager als
XDM gebruikt wordt werkt het
bovenstaande niet. In plaats daarvan moet een uitvoerbaar
.xsession gemaakt worden met hetzelfde
commando erin. Hiervoor moet het bestand aangepast worden
door het bestaande window manager commando te vervangen door
/usr/local/bin/gnome-session:&prompt.user; echo "#!/bin/sh" > ~/.xsession
&prompt.user; echo "/usr/local/bin/gnome-session" >> ~/.xsession
&prompt.user; chmod +x ~/.xsessionHet is ook mogelijk de beeldschermmanager zo in te stellen
dat de window manager gekozen kan worden tijdens het
aanmelden. In de paragraaf Meer KDE Details wordt
uitgelegd hoe dit gedaan moet worden voor de
kdm beeldschermmanager van
KDE.KDEKDEOver KDEKDE is een bureaubladomgeving
die eigentijds is en makkelijk in gebruik.
KDE biedt de gebruiker:Een schitterende eigentijdse desktop;Een desktop die volledig netwerktransparant
is;Een geïntegreerd hulpsysteem dat eenvoudig
bruikbare informatie geeft over het gebruik van het
KDE bureaublad en de
applicaties;Alle KDE applicaties
werken op dezelfde manier en zien er hetzelfde
uit;Gestandaardiseerde menu's en werkbalken,
keybindings, kleurschema's, enzovoort;Internationalisatie:
KDE is beschikbaar in meer dan
40 talen;Gecentraliseerde, consistente, dialooggedreven
bureaubladinstelling;Een grote hoeveelheid bruikbare
KDE applicaties;KDE wordt geleverd met een
webbrowser genaamd Konqueror die
niet onder doet voor de andere bestaande webbrowsers op
&unix; systemen. Meer informatie over
KDE staat op de KDE website. Voor &os;
specifieke informatie en bronnen over
KDE is er de KDE op &os; team
website.Er zijn twee versies van
KDE beschikbaar op &os;. Versie
3 is al een lange tijd aanwezig, en is zeer volwassen.
Versie 4, de volgende generatie, is ook beschikbaar in de
Portscollectie. Ze kunnen zelfs naast elkaar
geïnstalleerd worden.KDE installerenNet als bij GNOME of iedere
andere bureaubladomgeving kan de software eenvoudig
- geïnstalleerd met een package of uit de Portscollectie:
+ geïnstalleerd met een pakket of uit de Portscollectie:
- Om het KDE3 package van het
+ Om het KDE3 pakket van het
netwerk te installeren:&prompt.root; pkg_add -r kde
- Om het KDE4 package van het
+ Om het KDE4 pakket van het
netwerk te installeren:&prompt.root; pkg_add -r kde4&man.pkg.add.1; haalt automatisch de laatste versie van
de applicatie op.Om KDE3 vanuit de
Portscollectie te bouwen en te installeren:&prompt.root; cd /usr/ports/x11/kde3
&prompt.root; make install cleanGebruik de Portscollectie om
KDE4 vanuit de broncode te bouwen:
&prompt.root; cd /usr/ports/x11/kde4
&prompt.root; make install cleanNadat KDE geïnstalleerd
is, moet de X server verteld worden dat déze
applicatie gestart moet worden in plaats van de standaard
window manager. Hiervoor kan .xinitrc
aangepast worden:Voor KDE3:&prompt.user; echo "exec startkde" > ~/.xinitrcVoor KDE4:&prompt.user; echo "exec /usr/local/kde4/bin/startkde" > ~/.xinitrcAls het X Window System wordt gestart met
startx is KDE
het bureaublad.Als er een beeldschermmanager als
XDM gebruikt wordt, is de
instelling anders. Dan moet .xsession
gewijzigd worden. Instructies voor
kdm worden later in dit hoofdstuk
beschreven.Meer KDE detailsNadat KDE
geïnstalleerd is op een systeem, kunnen de meeste dingen
uitgezocht worden via de hulppagina's of door de verschillende
menu's aan te wijzen en erop te klikken. &windows; en &mac;
gebruikers voelen zich meestal helemaal thuis.Het beste naslagwerk voor KDE
is de on-line documentatie. KDE
heeft zijn eigen web browser,
Konqueror, tientallen handige
applicaties en uitgebreide documentatie. De volgende
paragrafen beschrijven de technische zaken die moeilijk
proefondervindelijk te achterhalen zijn.De KDE beeldschermmanagerKDEbeeldschermmanagerEen beheerder van een multi-user systeem die een grafisch
aanmeldscherm willen hebben voor zijn gebruikers kan hiervoor
XDM gebruiken, zoals eerder
beschreven. KDE biedt
kdm als alternatief. Dat is
ontworpen met een beter uiterlijk en heeft meer
aanmeldopties. Gebruikers kunnen via een menu kiezen
welke bureaubladomgeving (KDE,
GNOME of een andere) zij na het
aanmelden willen gebruiken.Om kdm te starten, moet de
ttyv8 regel in
/etc/ttys worden aangepast. De regel
moet er als volgend uitzien:Voor KDE3:ttyv8 "/usr/local/bin/kdm -nodaemon" xterm on secureVoor KDE4:ttyv8 "/usr/local/kde4/bin/kdm -nodaemon" xterm on secureXfceOver XfceXfce is een bureaubladomgeving
die gebaseerd is op de GTK+ toolkit die gebruikt wordt bij
GNOME, maar is eenvoudiger en
bedoeld voor gebruikers die een simpel en efficiënt
bureaublad willen dat toch eenvoudig en makkelijk in te
stellen is. Het ziet er bijna hetzelfde uit als
CDE dat bij commerciële
&unix; systemen zit. Een aantal
Xfce functies zijn:Een eenvoudige, makkelijk te bedienen
desktop;Geheel in te stellen met de muis, met klikken en
slepen, enzovoort;Hoofdpaneel hetzelfde als
CDE met menu's, applets en
applicatiesGeïntegreerde window manager, bestandsmanager,
geluidsmanager, GNOME
compliance module en meer zaken;Thema's (sinds het gebruik van GTK+);Snel, licht en efficiënt: ideaal voor de oudere
of langzamere machines of machines met beperkte
hoeveelheid geheugen;Meer informatie over Xfce
staat op de Xfce
website.Installeren van Xfce
- Xfce is met een package
+ Xfce is met een pakket
te installeren:&prompt.root; pkg_add -r xfce4Of vanuit de Portscollectie:&prompt.root; cd /usr/ports/x11-wm/xfce4
&prompt.root; make install cleanNu moet de X server weten dat
Xfce gestart moet worden als X de
volgende keer start:&prompt.user; echo "/usr/local/bin/startxfce4" > ~/.xinitrcDe volgende keer dat X start is
Xfce het bureaublad. Wederom:
als een beeldschermmanager als XDM
gebruikt wordt, moet .xsession gemaakt
worden zoals beschreven in de paragraaf over GNOME. Nu moet echter het
command /usr/local/bin/startxfce4
gebruikt. Het is ook mogelijk de beeldschermmanager in te
stellen om bureaublad te kiezen bij het aanmelden, zoals is
uitgelegd in de paragraaf over kdm.